The Killing of a Sacred Deer
Visages villages
Happy End
A Ghost Story
Battle of the Sexes
The Incredibles Digitale projectie

Langzame omwenteling

Hoe ver is de digitale revolutie in de bioscoop? Een rondgang langs vertoners en distributeurs.

Toen Gerard Huisman van distributeur Contact Film zo'n vijf jaar geleden zijn subsidieaanvraag voor de Kunstenplanperiode 2005-2008 indiende kreeg hij een reprimande. Foei! Geen letter gewijd aan de aanstormende digitale revolutie. Kort daarvoor — in juni 1999 om precies te zijn — was Star Wars: Episode I — The phantom menace digitaal geprojecteerd in bioscopen in Los Angeles, New Jersey en New York. Een gebeurtenis die door optimisten wordt gezien als het startschot voor een glorieuze toekomst zonder gesjouw met zware filmrollen, en door pessimisten als het begin van een tijdperk waarin de bioscoopervaring zal veranderen in een veredelde vorm van televisiekijken.
Maar hoe snel gaat die omwenteling? In Nederland meldde Utopolis in Almere zich in november 2004 trots als de eerste digitale bioscoop van Nederland. Dat wil zeggen: in drie van de acht zalen staan daar naast de gebruikelijke 35mm filmprojectoren ook 'digitale dozen' waarmee films (die dan volgens puristen geen films meer mogen heten) langs elektronische weg op het doek getoverd kunnen worden. Naast Utopolis hebben op dit moment nog negen andere bioscopen de stap naar digitaal gezet. Opvallend is dat al die voortrekkers zich buiten de randstad bevinden. In heel Europa is het aantal commerciële bioscopen dat digitaal kan projecteren ongeveer 200. Ternauwernood driekwart procent van het totaal aantal doeken.
Of Utopolis echt de eerste was, is overigens een kwestie van definitie. Kort daarvoor was immers CinemaNet Europe (CNE) ten doop gehouden, de Europabrede opvolger van het Nederlandse DocuZone-project. 27 Nederlandse filmhuizen en arthouse-zalen (180 in heel Europa) kregen daarmee de beschikking over gesubsidieerde digitale projectoren. Het verschil is dat in bioscopen als Utopolis zogenaamde 2k projectoren zijn neergezet, terwijl CNE voor een lichtere specificatie heeft gekozen. Maar over deze geheimtaal straks meer.

Spiegeltje
Aan de productiekant is digitale techniek al niet meer weg te denken. Grote actiespektakels kunnen niet zonder digitale effecten, en animatiefilms komen geheel in de computer tot stand. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich de onafhankelijke filmmaker die met zijn digitale camera licht, snel en goedkoop kan draaien. De montage, of het materiaal nu nog ouderwets op film is geschoten of niet, gebeurt tegenwoordig vrijwel altijd digitaal.
Waarom loopt de projectie dan zo hopeloos achter? Om te beginnen is digitale projectie met bioscoopkwaliteit nog een betrekkelijk recente techniek — we hebben het hier dus niet over de al langer bestaande beamers voor projectie van videobanden of dvd'tjes. De huidige generatie digitale bioscoopprojectoren is gebouwd rond een vinding van Texas Instruments, de zogenaamde DLP-chip, waarop een wonderbaarlijk huwelijk tussen optica en elektronica tot stand is gebracht. Het is zo eenvoudig dat je het bijna niet geloven kan. Ieder van de miljoenen beeldpunten op de projectiechip is een microscopisch klein spiegeltje dat onder invloed van een elektrisch signaal een beetje wiebelen kan, zodat het licht van de projectielamp via de lens op het doek valt, of juist niet.
De op dit moment meest gangbare digitale bioscoopprojector is een DLP-projector met een beeldbreedte van ruim 2000 beeldpunten of pixels. Dat heet kortweg een 2k-projector, en Hollywood heeft laten weten dat dat goed genoeg is. Die projector is verbonden met een speciale computer (server) met een forse harde schijf, groot genoeg om een aantal van de zeer omvangrijke filmbestanden op te slaan.
Als zegeningen van het digitale projectietijdperk worden doorgaans genoemd: besparing, flexibiliteit en kwaliteit. Om met dat laatste te beginnen: er zullen ongetwijfeld nog lang kenners zijn die volhouden dat digitaal beeld het niet haalt bij de fraaie kleurdiepte en tekening van echt filmmateriaal. De algemene mening is echter dat het beeld van een digitale 2k-projector niet meer onderdoet voor 35mm. Gebruikers roemen de helderheid, de scherpte tot in de hoeken en de puntgave ondertitels. CinemaNet Europe heeft gekozen voor een iets lagere standaard (1,4k) die goed genoeg is voor de doorgaans wat kleinere arthouse-zalen. Ook daar geen klachten. Bijkomend voordeel is dat een digitale film niet slijt. Nooit meer kabels of krassen, al hebben bioscopen die vrijwel alleen met gloednieuwe premièrekopieën werken daar toch al weinig last meer van. Het overgrote deel van het publiek ziet geen verschil meer tussen de vertrouwde 35mm-kopie en digitale vertoning. Sterker nog, Jaap Engelsman van Utopolis-Almere ontdekte dat er bezoekers zijn die in de mening verkeren dat alles daar al digitaal wordt geprojecteerd — digitaal is immers in de belevingswereld van de hedendaagse consument volkomen vanzelfsprekend.
Dat de gemiddelde bioscoopganger geen verschil ziet, betekent echter ook dat met de huidige stand van zaken digitale projectie op zichzelf geen attractie is die meer publiek trekt. Verschillende exploitanten hebben dit inmiddels in de praktijk kunnen vaststellen. Dus waarom zou je veel investeren in projectie die weliswaar kwalitatief voortreffelijk is en ongetwijfeld de toekomst heeft, maar niet meer omzet genereert? Daarmee leggen we de vinger op een van de factoren die (naast de Hollywood-obsessie met beveiliging tegen piraterij) maakt dat de digitale revolutie in de projectiecabine op dit moment nog met hele kleine stapjes gaat.

Twijfel
De grote Amerikaanse studio's dromen van reusachtige besparingen op de kosten van 35mm-kopieën — vermenigvuldig 37.000 Amerikaanse doeken eens met een kopieprijs van rond 2000 dollar. Maar om die winst te halen moet de andere partij investeren. Digitalisering van een bioscoop volgens de 2k-norm kost per doek ruwweg 100.000 euro (in de lichter uitgeruste CNE-theaters is dat ongeveer de helft). Dit is een veelvoud van de investering voor een 35mm-projector, die bovendien over een veel langere periode afgeschreven kan worden. De meeste apparatuur wordt op dit moment dan ook op leasebasis neergezet, al maakt dat voor de jaarlijkse exploitatiekosten weinig verschil. Hoezo besparing?
Een extra tegenvaller is het uitblijven van voldoende films die in digitale vorm beschikbaar zijn. CineMec in Ede is een zelfstandige bioscoop met 8 zalen, waarvan nu twee met digitale projectie. Medewerker Robert-Jan de Goede is enthousiast over de nieuwe spullen en merkt ook waardering bij het publiek. Alleen jammer dat CineMec nog maar vier films digitaal heeft kunnen vertonen: Star wars: Episode III, Madagascar, de nieuwste Harry Potter en The chronicles of Narnia. "Vorig jaar kregen we het gevoel dat het op gang ging komen, maar nu proeven we weer twijfel bij de distributeurs. Dat is niet positief." Toch houdt CineMec de projectoren in huis. "Bij de verhuur van de zaal voor evenementen worden ze vaak gebruikt voor dvd-projecties of PowerPoint-presentaties. Daar is veel vraag naar."
Een kleine inventarisatie leert dat het aanbod van titels (buiten het CNE-circuit) die in digitale vorm beschikbaar zijn inderdaad nog niet overweldigend is. Utopolis ging in december 2004 van start met The Incredibles. Verder zijn ook Sin City, Pluk van de petteflet en National treasure in digitale vorm te bewonderen geweest, en dat is het wel zo'n beetje. King Kong en Ice age: The meltdown gingen tot grote teleurstelling van de gedigitaliseerde exploitanten niet digitaal. The Wild evenmin — een medewerker van Buena Vista weet niet waarom. Het zijn beslissingen die in Amerika worden genomen. M:I-3 is eindelijk weer een titel waarvan voor Nederlandse bioscopen ook digitale kopieën beschikbaar zijn.

Piraterij
Vanwaar die traagheid? Digitaal betekende toch juist besparing voor de studio's en distributie? Dus waarom heeft het Nederlandse kantoor van 20th Century Fox na Star wars: Episode III niets meer digitaal aangeboden? Daphne Kolijn van de afdeling sales noemt als belangrijkste reden juist de kosten. In de toekomst zullen digitale films waarschijnlijk via satelliet of kabel aangeleverd worden, maar nu krijgt iedere bioscoop zijn digitale kopie nog in de vorm van een mobiele harde schijf. En voor de prijs van één zo'n digitale kopie kan ze drie 35mm-prints laten maken. Die harde schijven moeten uit Amerika komen, hier ter plaatse zelf kopiëren is vanwege de beveiliging tegen piraterij niet mogelijk. Bovendien, zodra de bioscoop de digitaal vertoonde film na een paar weken naar een kleinere zaal (zonder digitale projector) wil verplaatsen moet er alsnog een 35mm-kopie naar toe. Digitaal uitbrengen kost dus op dit moment alleen maar extra.
Andere verhuurders vertellen in grote lijnen hetzelfde verhaal. De verwachte besparing op kopiekosten gaat pas een rol spelen als het grootste deel van het bioscooppark gedigitaliseerd is en die harde schijven niet meer nodig zijn. Daarnaast, zo geven bijvoorbeeld RCV en Cinemien aan, hebben op dit moment nog lang niet alle producenten en sales agents een digitale versie van hun films beschikbaar.
Een belangrijke ontwikkeling in Amerika is een zakelijke constructie die tot doel heeft de huidige impasse — bioscopen moeten investeren om studio's en distributeurs te laten profiteren — te doorbreken. In die nieuwe formule krijgen bedrijven die projectoren en servers leveren een hoofdrol toebedeeld door als investeerder tussen de theaters en de studio's in te gaan staan. Aan de ene kant plaatsen ze apparatuur in de theaters. Aan de andere kant sluiten ze een deal met de studio's die inhoudt dat ze voor iedere digitaal vertoonde film een zogenaamde 'virtual print fee' ontvangen. Op deze wijze dragen die bij in de investeringskosten die anders alleen door de vertoners opgehoest zouden moeten worden.
Disney heeft eind vorig jaar een dergelijke overeenkomst met projectorfabrikant Christie gesloten. DreamWorks, Sony, Universal en Warner zijn met de digitale afdeling van Technicolor in zee gegaan. Er liggen nu plannen om als eerste stap een paar duizend Amerikaanse doeken te digitaliseren. Hoe snel dat gaat wordt mogelijk in de loop van dit jaar duidelijk.

Paraplu
Bij dat alles zijn er veel details die nog nader uitgewerkt moeten worden. Lauge Nielsen, directeur van het grootste Nederlandse bioscoopconcern Pathé geeft een paar voorbeelden. In theorie hoeven vertoners in een constructie zoals hierboven geschetst, niet bang te zijn dat ze straks alleen titels van de deelnemende studio's kunnen krijgen. Dat mag namelijk niet. Maar zal een onafhankelijke producent of distributeur nog veel zin hebben om een film aan die bioscoop te leveren als daar wel de betaling van een 'virtual print fee' aan vast zit? En hoe is te vermijden dat het scherm straks onbedoeld op zwart gaat omdat de distributeur is vergeten de meegeleverde beveiligingssleutel te verlengen? "Er zijn veel variabelen en veel mogelijke oplossingen, en dat maakt dat het allemaal zo lang duurt. We willen absoluut, alleen is de vraag wanneer", aldus Nielsen, die met verschillende partijen in gesprek is maar nog geen concrete plannen voor digitale projectie in de Pathé theaters heeft.
Dat overheidsfinanciering voor een doorbraak kan zorgen blijkt uit het feit dat de meeste digitale bedrijvigheid in Nederland op dit moment plaatsvindt onder de paraplu van CinemaNet Europe. De 27 bij het CinemaNet Nederland (CNN: de instelling die zorgt voor de technische faciliteiten) aangesloten filmtheaters hebben wekelijks twee of meer digitale voorstellingen op het programma, meestal documentaires van de digitale distributeur Cinema Delicatessen die onder dezelfde paraplu werkt. Die programmering is deels het gevolg van een afnameverplichting, waar overigens niet iedereen even gelukkig mee is.
Door het grote documentaire-aanbod van Cinema Delicatessen springt het minder in het oog, maar ook hier is het aantal titels die andere distributeurs via het netwerk hebben uitgebracht nog beperkt — 13 in het afgelopen seizoen, waarvan 7 speelfilms. Voorbeelden zijn 06/05 (Inspire Pictures), Masterclass (Moonlight Film) en Zwarte zwanen (A-Film). 1 More Film heeft zelfs een zevental titels digitaal uitgebracht, waaronder Bluebird, Echoes of war en Valse wals. Volgens directeur Wallie Pollé gaat het hierbij meestal om titels waarbij een blow-up naar 35mm geen optie was, omdat het materiaal zich er niet toe leende, of omdat er geen subsidie voor was.
Ook in de artistieke sector geldt dat digitaal uitbrengen onder de huidige omstandigheden nog niet hetzelfde is als goedkoop uitbrengen. Dat wordt bevestigd door Marcus van der Zwaag van Cinemien. Als er voor de productie van de digitale kopieën (op harde schijf) eerst een digitale 'master' gemaakt moet worden, kost dat een veelvoud van een 35mm-print. Daarbij komt dat het CNN-circuit nog te klein is. Binnenkort hoopt Cinemien met het drie uur durende Into great silence voor het eerst digitaal te gaan. Omdat deze documentaire van Philip Gröning in Duitsland al digitaal heeft gerouleerd is het maken van extra harde schijven relatief goedkoop. Maar toch is er daarnaast nog steeds een 35mm kopie nodig, omdat je anders een groot aantal filmtheaters en bioscopen mist.
Voor Gerard Huisman van Contact Film is dat laatste een reden om nog geen plannen voor digitaal te maken. Bovendien vindt hij dat er niets boven celluloid gaat. Pas als alle theaters digitaal kunnen vertonen zien we wel verder, meent hij. Dat moment komt dichterbij als de plannen voor een uitbreiding van het CinemaNet Nederland met nog zo'n honderd theaters doorgaan.
Intussen experimenteert Utopolis op bescheiden schaal met alternatieve 'content', zoals dat heet. Tweemaal is via satellietverbinding het Weense nieuwjaarsconcert in de bioscoop in Almere gebracht. Voor eind mei is een Mega LAN-party aangekondigd. 350 gamers zullen het tegen elkaar opnemen, terwijl het publiek op groot scherm meekijkt. Of dat het bioscoopvermaak van de toekomst wordt, zal de tijd moeten leren.

Leo Bankersen
top
Artikelen
Digitale projectie Langzame omwenteling
Distributierevolutie Bubble als breekijzer
Filmbeleid Einde Hollands Hollywood
Hong Kong Film Panorama Ontploffende ninja's
Laurence Dunmore Pornografische graaf
Louis Malle Kringelige signatuur
De Lumière-mythe Cinematografisch Darwinisme
Machinima Doe-het-zelf animatie
Matthew Barney In de buik van de walvis
Telefilms Loveboat op Vlieland

Interviews
Arend Steenbergen 'Rot op fokker'
Avi Mograbi Jullie, dat zijn wij
Roger Donaldson Blind optimisme
Vijf vragen aan Leontine Petit

Rubrieken
Action!
Het geheim van Hollywood: Supermentors aan de keukentafel
Spotlicht: John Malkovich
Amsterdam Box Office Periode 23 maart t/m 19 april 2006
Boeken Wong Kar-wai
Cinedix
Evenementen
Festivals
De geruchtenmachine
Mening
Mijn Mening
De Pers Over
Thuiskijken
Verwacht


Recensies
AVENGE BUT ONE OF MY TWO EYES Israëlische zelfmoordacties
BREAKFAST ON PLUTO Glamrock in de tiende versnelling
BUBBLE Subversief alledaags
CINEMA, ASPIRINES AND VULTURES Voorrangsweg door de diepe wildernis
DON (Arend Steenbergen) Het schoolplein als jungle
GABRIELLE (Patrice Chéreau) Scènes uit een loopgravenhuwelijk
THE LIBERTINE Tussen modder en kroonluchter
A LITTLE TRIP TO HEAVEN Onder de ijsschotsen
THE WORLD'S FASTEST INDIAN Een droom van chroom
ZAZIE DANS LE MÉTRO Parijs in bloedzjiens