Rester vertical
Raw
Get Out
Quality Time
The Other Side of Hope
PATER PANCHALI Thuiskijken

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht. En films opnieuw uitgebracht op dvd.


Satyajit Ray
De grote ontsnapping

Het werk van Satyajit Ray (1921-1992) is verrassend modern en geëngageerd gebleven, zo blijkt uit zijn meesterlijke Apu-trilogie (te zien in het Filmmuseum) én uit een nieuwe dvd-box met drie voorheen moeilijk verkrijgbare films: het feministische tweeluik mahanagar (1963) en charulata (1964), en nayak (1966), over twijfel, angst en de zin van het leven in een wereld waarin integriteit is vervangen door de jacht naar roem.

the satyajit ray collection, volume 1 is een mooie vondst. Minpunt: van restauratie is geen sprake. Distributeur Artificial Eye is wel zo eerlijk om op de omslag te vermelden dat de beeld- en geluidskwaliteit 'zich niet kan meten met moderne standaarden'. Dat is zacht gesteld. Het beeld van alle drie de films toont zo ongeveer alle mogelijke beschadigingen die een filmkopie zou kunnen oplopen. En het geluid is vaak zo slecht dat je bij sommige scènes, vooral in nayak (1966), genoodzaakt bent het volume hoger te zetten om nog iets te kunnen verstaan.
Niettemin, dat gekras en gesuis hebben ook wel iets charmants. En het zíjn unieke films, gemaakt in de jaren na Rays bejubelde Apu-trilogie. mahanagar (de grote stad) en charulata (de eenzame echtgenote) zijn fijn waargenomen, intieme portretten van de leefwereld van de Bengalese vrouw. In mahanagar wordt gefocust op de clash tussen traditie en modernisering. Mevrouw Arati Mazumbar, gespeeld door de grote Indiase actrice Madhabi Mukherjee, is genoodzaakt zelf een baan in de stad te zoeken als de mannen in haar leven, haar echtgenoot en diens vader, niet meer in staat zijn voor inkomsten te zorgen. Het werken gaat Arati goed af; al gauw doet ze het voor het plezier. Heel subtiel laat Ray zien dat de bevrijding van Arati óók haar seksuele bevrijding betekent — een subversief motief dat vorm krijgt door symbolen als een chique zonnebril en lippenstift.

Roddelblaadje
Op deze thematiek borduurt Ray voort in een film de hij altijd als zijn favoriet bestempelde: charulata. De uitzonderlijk mooie Madhabi Mukherjee, een actrice die kracht én breekbaarheid uitstraalt, schittert als Charu, een eenzame vrouw die doodongelukkig is in haar huwelijk met de rijke uitgever van een intellectuele krant. Als de jonge, aantrekkelijke neef van haar man op bezoek komt, slaat de vonk over. Charu voelt zich aangetrokken tot hem, maar seks, of zelfs een aanraking, zit er niet in. In plaats daarvan gaat Charu schrijven. Haar essay wordt gepubliceerd in een roddelblaadje dat haar man, die integriteit en intelligentie belichaamt, als verachtelijk beschouwt. Dat maakt Charu's verraad compleet. Maar tegelijkertijd is haar bevrijding uit de luie, verstikkende omgeving van de 'idle rich' een feit. Charu droomt echter niet alleen over ontrouw vanwege een vaag soort hunkeren naar romantiek. Haar verlangen, prachtig gesymboliseerd door een verrekijker waar ze vaak doorheen kijkt, suggereert eerder een speurtocht naar een diepere waarheid: haar eigen, vrouwelijke identiteit. Dat is een progressief idee gezien de setting van zowel de film als de omgeving waarin Satyajit Ray werkte, respectievelijk het negentiende-eeuwse Bengalen en het moderne West-Bengalen.
Waar Charu en Arita gevangen zitten in hun relatie met hun geliefden, daar is 'matinee idol' Arindam Mukherjee (Uttam Kumar) in de mooie 'treinfilm' nayak (de held) vastgeketend aan de dromen van miljoenen Bengalese bioscoopgangers. Tijdens een treinreis naar Delhi ontmoet hij een journaliste aan wie hij zijn levensverhaal vertelt. Via flashbacks zien we hoe Arindam een ster werd: door het verloochen van vrienden en het verwerpen van zijn eigen principes. De vraag is of er net als voor Charu en Arita ook voor hem ontsnapping en verlossing mogelijk zijn. De metafoor van de trein als microkosmos van de samenleving én als plaats van confrontatie met onderdrukte dromen en angsten krijgt vormt door claustrofobisch scènes in slaapcoupés afgewisseld met lange gesprekken in de eetwagon tussen ster en journaliste. Net als de twee 'feministische' films is nayak een openbaring: een allegorie over de connectie tussen geestelijke leegte en beroemdheid die eigenlijk vandaag de dag meer actueel is dan toentertijd.

Gawie Keyser

(Satyajit Ray, India, 1963/1964/1966). Te koop op dvd (import, Artificial Eye, regio 2).


Apu-trilogie
Indiase Fietsendieven

De Apu-trilogie van de Bengaalse filmmaker Satyajit Ray is een van die heilige koeien van de wereldfilmgeschiedenis die veel wordt geprezen, maar nog te weinig wordt bekeken. Het Filmmuseum brengt daar in het kader van het Amsterdam India Festival verandering in.

apur sansar


Dat er naast een Hollywood ook een Bollywood bestaat, een Indiase filmindustrie die met kleurrijke musicals minstens een zo groot publiek weet te bereiken als de Amerikaanse, is de laatste jaren steeds meer tot ieders bewustzijn doorgedrongen. Van tijd tot tijd worden er in de Nederlandse bioscopen zelfs recente Bollywood-films uitgebracht, vaak voor een Surinaams-Hindoestaanse doelgroep. Minder bekend is nog steeds de 'serieuze' tak van de Indiase filmgeschiedenis. En hoewel een beetje filmliefhebber niet onbekend zal zijn met de naam van Satyajit Ray (1921-1992), zal hij snel moeten toegeven nog nooit een film van de Bengaalse grootmeester op het grote doek te hebben gezien. Nu blijkt dat Vittorio de Sica's Italiaanse neorealistische klassieker fietsendieven (1948) bij vertoning nog steeds uitverkochte zalen weet te trekken, wordt het hoog tijd voor een hernieuwde kennismaking met Ray's Indiase 'Fietsendieven', de drie films van de zogenaamde Apu-trilogie, genoemd naar zijn hoofdpersoon. Tijdens het komende Amsterdam India Festival biedt het Filmmuseum daar gelegenheid toe, met de vertoning van pather panchali (song of the little road, 1955), aparajito (the unvanquished, 1956) en apur sansar (the world of apu, 1958).

Ravi Shankar
Het verhaal van plattelandsjongen Apu, die na de dood van zijn zus en vader met zijn nogal tirannieke moeder moet zien te overleven in begin twintigste-eeuws Benares, raakt aan zo'n beetje alle vragen waar India zich in de jaren vijftig op de grens van traditie en vooruitgang voor geplaatst zag. Het kastensysteem, de positie van arme plattelanders (of ze nu van een hogere kaste waren of niet, zoals Apu) versus rijkere stedelingen, de noodzaak van onderwijs, de verhoudingen tussen mannen en vrouwen, komen allemaal onnadrukkelijk aan de orde. Het werk van de Bengaalse auteur Bibhutibhushan Bandopadhyay lag ten grondslag aan Rays doorbraakfilms. Ze zorgden er ook voor dat India naar de rest van de wereld toe een filmgezicht had gekregen.
Behalve de visuele stijl die herinnert aan het werk van Jean Renoir (met wie Ray in Calcutta meewerkte aan the river) en het Italiaanse neorealisme, werd de Apu-trilogie ook beroemd door zijn muziekscore, die geheel door sitarvirtuoos Ravi Shankar voor de film werd gecomponeerd.
Maar het gaat natuurlijk om de beelden. Ray besteedt evenveel aandacht aan het portretteren van de landschappen als aan de close-ups van de diverse acteurs die Apu op verschillende leeftijden spelen. Dat voortdurende schakelen tussen gezicht en spiegel, waarvan soms de natuur het gezicht wordt en de gelaatsuitdrukking van de hoofdpersoon de reflectie, geeft aan de film een droomachtige kwaliteit mee die eigenlijk het neorealisme alweer overstijgt naar een grote poëtische waarachtigheid.

Dana Linssen

De Apu-trilogie is te zien in het Filmmuseum van 14 t/m 27 november en tijdens het Amsterdam India Festival (in Filmmuseum en het Tropentheater van 11 november t/m 10 december). Ook besteedt het Filmmuseum met tien films aandacht aan de filmmuziek van Ravi Shankar. Tenslotte exposeert het Filmmuseum affiches van Bollywoodfilms. Voor meer informatie: filmmuseum.nl, tropentheater.nl. De apu-trilogie is ook op import-dvd verkrijgbaar via Artificial Eye.


Top 10 import-dvd's

L'ARGENT
Naar aanleiding van de Franse release van deze klassieker uit 1928 stelde criticus Jonathan Rosenbaum afgelopen juni in een artikel op de website van het Museum of the Moving Image nog dat regisseur Marcel L'Herbier buiten Frankrijk niet de status heeft die hij verdient. Daar mag dan nu verandering in komen, te beginnen met deze Britse (en dus Engels ondertitelde) uitgave op Eureka's Masters of Cinema label. (Regio 2)

GRIFFITH MASTERWORKS VOLUME 2
De bekendste films van de 'vader van de narratieve cinema' (intolerance en birth of a nation) waren al te vinden in de eerste collectie, maar Kino biedt in box 2 meer context, met onder andere een uitstekende documentaire over de meester en de enige twee geluidsfilms die Griffith maakte. (Regio 1)

POPULATION: 1
Openingssalvo van de Rene Daalder Collection van distributeur Cult Epic; eind november volgt de recente Bas Jan Ader-docu here is always somewhere else. population: 1 vertelt de geschiedenis van Amerika in een uitzinnige punkmusical rondom cultband The Searchers. (Alle regio's)

THE BEST MAN
Fijn getimed, de Britse release van deze politieke film met script van Gore Vidal. De 'intellectuele', linkse William Russel (Henry Fonda) en de rechtse 'gewone man' Joe Cantwell (Cliff Robertson) bevechten elkaar om het presidentskandidaatschap voor een naamloze politieke partij, met een wat dommige president (Lee Tracy) op de achtergrond. Er lijkt in veertig jaar weinig veranderd. (Regio 2)

WHITE DOG
Meisje adopteert witte hond, die getraind blijkt te zijn om zwarte mensen aan te vallen. Criterion maakt in de extra's van hun uitgave van Sam Fuller's snoeiharde film ook ruimte voor meligheid: het boekje bij de dvd bevat een interview door Fuller met de titelheld. (Regio 1)

IL VIAGGIO
Vittorio De Sica staat vooral bekend als neorealistisch regisseur, met meesterwerken als ladri di biciclette (1948) en umberto d. (1952), maar zijn latere carrière kenmerkt zich vooral door melodrama. Nergens minder dan in zijn laatste film il viaggio, met Sophia Loren als spil van de rivaliteit van broers Richard Burton en Ian Bannen. (Regio 2)

AGE OF CONSENT
Oudere kunstenaar (James Mason) trekt naar afgelegen eiland en vindt daar zijn muze terug (een vroege rol van Helen Mirren). De Australische film, gebaseerd op het gelijknamige boek van erotisch kunstenaar Norman Lindsay, werd bij originele internationale uitbreng in 1969 hevig ingekort maar verschijnt nu ongecensureerd op dvd. (Regio 2)

FANFAN LA TULIPE
Het verhaal van boerenzoon Fanfan la Tulipe, die in de achttiende eeuw onder valse voorwendselen het leger wordt ingelokt, werd tweemaal eerder (in 1907 en 1925) verfilmd en in 2003 opnieuw, maar deze versie uit 1952 van regisseur Christian-Jaque is verreweg het beroemdst. (Regio 1)

MAN ON WIRE
Na zes jaar plannen spande de Franse koorddanser Philippe Petit in 1974 illegaal een kabel tussen de 'twin towers' van het World Trade Center. Regisseur James Marsh kijkt met hem terug in deze soms letterlijk adembenemende documentaire. (Regio 1)

FIGHTERS/REAL MONEY
Eerste twee delen uit de onvoltooide trilogie van regisseur Ron Peck, die zich afspelen in het Londense boks- en gangstermilieu. real money werd grotendeels geschreven door de echte boksers die de film bevolken. De dvd van Second Run bevat eveneens enkele repetities voor gangsters, het nooit gemaakte derde deel. (Regio 1)

Joost Broeren


VALERIE AND HER WEEK OF WONDERS
Jaromil Jires
En distributeur Second Run gaat ondertussen lustig door. Wederom hebben ze ergens uit die adventkalender van ze een anachronistisch meesterwerk getrokken. Voor de liefhebbers van Marketa Lazarova! valerie a tyden divu (valerie and her week of wonders) is een Tsjechische vampierfilm uit 1970 die de hersenpan laat overkoken. Bloed. Kerk. Zwart. Dood. Valerie in Ontmaagdingsland. Dankzij het nemen van de pil, is Valerie volledig resistent tegen de wellustigen, die haar haar puurheid willen ontnemen, want ze staat in die week net op de drempel van vrouwelijkheid, nog even, en ze zal bloeden... voor altijd. Tenzij ze zich opoffert, op de brandstapel fikt, en alle dode vampiers daardoor weer tot leven wekt. In haar bloed ligt onze redding. En die van zichzelf. Grootmoeder. Tucht. Deugd. Alle ingrediënten voor een angstaanjagend middeleeuws sprookje zijn aanwezig, in de softe kleuren van de porno, of in de grimmige contrasten van Nosferatu. Huwelijk. Seks. Vampier.
En zelfs Nosferatu kan slechts een droom zijn geweest. Want: alle verlokkingen in Valerie's leven laat regisseur Jaromil Jires aan haar voorbij zweven, in een decor van gruwelijkheid weliswaar, maar dat maakt onze nimf niet uit, zij is 'forever young'. Zolang Valerie haar oorbelpil maar heeft, blijft zelfs d'r haar goed zitten. En wordt ze voor altijd aanbeden. Vooral door haar broer. Tevens geliefde. Maar is hij wel haar broer? En wie is haar vader? Het monster? Die wil haar ook! Begeleid door pompende trompetten en een altijd spelend dorpsorkest dagdroomt Valerie de hele film door, eet laconiek een appeltje, verkeert vaak tussen bloemen en waterlelies en blijkt uiteindelijk na 73 minuten alles op een wonderbaarlijke manier weer bij het oude te laten. En maagdelijk te maken. Zelfs de kippenpest lijkt nooit bestaan te hebben. Zoals ze daar ligt in dat oogverblindende witte bed met haar zwarte laarzen aan. Pfoe! Wat een meid, die Valerie. Ze is de Verlosser. En met haar vergeleken is Amelie maar een saaie trut.
Mike Naafs
(Jaromil Jires, Tsjechië, 1970). Te koop op dvd (import, Second Run, regio 2).




SUKIYAKI WESTERN DJANGO
Takashi Miike
Sinds hij aan het begin van de jaren negentig op de regisseursstoel plaatsnam is filmbeul Takashi Miike lekker blijven zitten en heeft zo een kleine tachtig films afgeleverd. Sommige voor televisie gemaakt, sommige voor de grote Japanse video- en dvd-markt, maar toch draaien de meeste in de bioscopen, ook buiten Japan, en dat mag toch wat betekenen. Inhoudelijk zijn Miike's films sinds het opmerkelijke audition alleen wat minder interessant. Zo doet de poging om met sukiyaki western django een instant cultfilm te creëren wat kinderachtig en geforceerd aan. Quentin Tarantino krijgt bijvoorbeeld 'top billing', maar speelt twee bijrollen, en er zit slechts een minimale verwijzing in naar Sergio Corbucci's duistere spaghettiwestern django. De film is in feite een remake van yojimbo van Akira Kurosawa, en eigenlijk ook een remake van for a fistful of dollars van Sergio Leone, wat weer een remake van eerstgenoemde was, en Miike besluit ook nog uit Shakespeare's War of the roses te graaien. Een derivaat dus, waarin twee concurrerende bendes een dorpje terroriseren, omdat ergens een schat verborgen ligt. Dan rijdt een zwijgzame revolverheld het dorpje binnen en slaat de vlam compleet in de pan. Wat volgt is een verwarrende en van veel zijpaden voorziene Nippon-western, die deze kijker eerder deed neigen de voorbeelden van Kurosawa en Leone weer eens te gaan zien. Zeker, Miike's film oogt bijzonder fraai en zijn anarchistische humor komt wederom tot uiting in een paar knotsgekke scènes. Maar dit materiaal smeekt om een duistere en juist geen lichte ondertoon, en de sfeer is te geforceerd hip om van een verfrissende draai aan het genre te spreken. Dat de hoofdzakelijk Aziatische cast de Engelstalige dialogen met een enorm vet Japans accent oprakelt maakt het er ook al niet serieuzer op. Je kan zeggen wat je wilt, maar dat had Quentin Tarantino, ook al zo'n meesterdief, in zijn kill bill-tweeluik een stuk beter begrepen: hoe idioot je onderwerp ook is, breng het bloedserieus. Overigens bevat de koopversie van de film een extra schijf met veel bonusmateriaal.
Mike Lebbing
(Takashi Miike, 2007, Japan). Te koop en te huur op dvd (Video/Film Express).




PHASE IV
Saul Bass
Dat phase iv in de loop der jaren grotendeels vergeten is, lijkt op basis van de plotomschrijving niet heel verwonderlijk. Het verhaaltje — een mierenkolonie ontwikkelt intelligentie en heeft het voorzien op twee wetenschappers en een boerengezin — klinkt naar een dertien-in-het-dozijn jaren vijftig-monsterfilm.
Maar dan zien we dat de film werd uitgebracht in 1974. Slechts zes jaar na Kubricks 2001: a space odyssey en dus middenin de hoogtijdagen van de cerebrale, psychedelische sciencefiction, die pas in 1977 zouden worden doorbroken door de lasershow van star wars. En cerebraal en psychedelisch kan phase iv zeker genoemd worden. Cerebraal in de steriele computerkoepel van de wetenschappers die de mierenkolonie komen onderzoeken, bioloog Ernest Hubbs (Nigel Davenport) en 'speltheoreticus' James Lesko (Michael Murphy). Psychedelisch in de door regisseur Saul Bass kleurrijk vormgegeven ondergrondse wereld van de mieren. En beiden afwisselend of soms tegelijk in de atonale synthesizerscore van componist Brian Gascoigne. Zei ik daar regisseur Saul Bass? Inderdaad, dat is dus díe Saul Bass, de gevierde ontwerper van talloze titelsequenties, vooral beroemd om de begintitels die hij maakte voor de films van Hitchcock. phase iv, de enige speelfilm die Bass regisseerde, stelt wat dat betreft teleur want de film heeft in het geheel geen titelsequentie. Maar het spel met kleuren en vormen waar Bass zo bekend om staat, werkt simpelweg door de gehele film. De door production designer John Barry (later ook, jawel, star wars) vormgegeven sets en landschappen staan letterlijk bol van de strakke geometrische vormen. De uit driehoeken opgebouwde koepel waarin de wetenschappers huizen, bijvoorbeeld. Of de ruitvormige spiegelrotsen die de mieren opbouwen om diezelfde koepel te oververhitten. Wat phase iv, net als zo vele andere 2001-epigonen, uiteindelijk ontbeert is humaniteit. Ten dele ligt dat aan de houterige dialogen en het soms lachwekkend slechte acteren. Maar het probleem is vooral dat Bass het perspectief en het grootste deel van de beeldtijd bij de mieren legt. Dat we de destructieve mensheid door hun ogen zien, zet aan tot denken — maar niet tot voelen.
Joost Broeren
(Saul Bass, Amerika, 1974). Te koop op dvd (import, Legend Films, regio 1).




JELLYFISH
Etgar Keret en Shira Geffen
Een overstroomd appartement, een speelgoedboot in de etalage, eendjes voeren bij een meertje: naast de vrouw speelt ook water een hoofdrol in het sprookjesachtige jellyfish. In deze vooral Hebreeuws gesproken film volgen we het leven van een aantal vrouwen in metropool Tel Aviv in Israël. jellyfish is in een collagevorm gegoten, zodat we springen van een bruiloft naar het lekkende plafond van een serveerster naar een roodharig meisje dat met een rood-wit gestreepte zwemband om de zee uit komt rennen en vervolgens altijd nat blijft. Ondanks die perspectiefwisselingen word je telkens opnieuw met gemak het leven van één van hen ingezogen. Israëlische regisseurs Etgar Keret en Shira Geffen, die met jellyfish de Camera d'Or op het filmfestival van Cannes wonnen, spelen via de cameravoering met verwachtingen. Een idyllische waterval in een tropisch regenwoud blijkt een kitscherig lichtgevend schilderij. Een Middellandse-Zeekleurige achtergrond blijkt het zeil van een vrachtwagen. Ook de acteurs dragen bij aan dit surrealistische en vervreemdende schouwspel. Ze spelen heel naturel, ook in de meest bizarre situaties. Het meisje in de zwemband spert bijvoorbeeld haar mond zonder reden wagenwijd open en daarop wordt nauwelijks gereageerd. Daarmee doet de film denken aan me and you and everyone we know van Miranda July, waarin mensen ook tot het absurde toe liefdevol langs elkaar heen leven. Dat verklaart misschien de titel. Want kwallen leven eenzaam in groepen en worden meegevoerd zonder daar zelf iets over te zeggen te hebben. Ook de personages in jellyfish passeren elkaar zonder veel acht op de ander te slaan. Voor wie uitleg over de film wil, zit er bij de extra's een interview met de regisseurs. Maar het is de vraag of je zo'n nuchter commentaar moet bekijken want het haalt aardig wat magie uit de film.
Laura van Zuylen
(Etgar Keret en Shira Geffen, Israël, 2007). Te koop op dvd (import, Zeitgeist Films, regio 1).



top
Artikelen
Het boek De filmclub
James Benning Aandachtskunst
New Malaysian Cinema Niet lullen maar poetsen
Tan Chui Mui: 'Ik weet zeker dat ik een betere kan maken'
Teveel films voor een te kleine planeet Crisis!
Vergeten zilver Occhi azzurri!

Interviews
Andreas Dresen over WOLKE NEUN
Ari Folman over WALTZ WITH BASHIR De chronologie van genocide
David Gilmour over 'De filmclub' Op de trampoline
Nikolaus Geyrhalter over 7915 KM
John Crowley over BOY A
Laurent Cantet en François Begaudeau over ENTRE LES MURS
Take 5: Frans Bromet eindelijk welkom op IDFA

Rubrieken
Boeken Pedro Almodóvar
Duidelijk Waarom dekalog?
Filmbladen Errol Morris
De geruchtenmachine
World Wide Angle (NL)
Mening
Mijn Mening
De Pers Over
Scherpstellen Beelden voor de Toekomst
Thuiskijken
Uitgelicht
Verwacht


Recensies
7915 KM De horzel en de trekvogel
ALL GOD'S CHILDREN CAN DANCE Maar niet alle films dansen
DER BAADER MEINHOF KOMPLEX Duitse terreur in de cinema
BLINDNESS Betalen met vrouwen graag
BOY A Het kleine monster wordt groot
BURN AFTER READING Coen light
CIDADE DOS HOMENS Terug naar de favela's
ENTRE LES MURS Rotklas vol echte kinderen
EPISODE 3: 'ENJOY POVERTY' De horzel en de trekvogel
HOPPET De lat ligt hoog
HUNGER Vleesoffers
JAR CITY Homocidia Scandinavia
MILKY WAY Flieg auf!
EL OLVIDO Alleen film zal herinneren
STRANDED Hoe overleef je een vliegtuigramp
W. Bush voor dummies
WALTZ WITH BASHIR Oorlog is als een gek om je heen schieten
DIE WELLE Duitse terreur in de cinema
WOLKE NEUN (CLOUD 9) Laatste liefde net zoals de eerste
LA ZONA Het recht op moord