Verwacht - oktober 1992, nr 127


Bashu
Bashu is de naam van een negenjarige jongen uit het zuiden van Iran die tijdens een bombardement zijn ouders verliest, naar het noorden vlucht en daar terecht komt bij mensen met een andere huidskleur, taal en levenswijze. Met Naïe, moeder van twee kinderen en echtgenote van een werkzoekende man, wordt een sterke vrouw neergezet die zich tegen ieders wil ontfermt over de jongen. Waarmee de film van Bahram Beizai niet alleen het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw tegenover de man huldigt, maar ook dat van het individu tegenover de collectiviteit. Voor het Iraanse regime aanleiding dit subtiele anti-oorlogsjuweeltje van scenario tot en met distributie te bestoken met ge- en verboden. De film overleefde het, maar voor Naïe-vertolkster Sussan Taslimi betekende Bashu het einde van haar filmcarrière in Iran. Zij kreeg een speelverbod wegens 'te grote aantrekkelijkheid op het doek'. Niet alleen om deze reden is de film het bekijken meer dan waard: daar waar anders-zijn leidt tot behoefte aan begrip in plaats van aan afwijzing is onze onverdeelde aandacht gewenst.


De bunker, het regie-debuut van scenarioschrijver Gerard Soeteman (o.a. Soldaat van Oranje, De aanslag), brengt ons terug naar de kennelijk onvergetelijke WO II-periode. Onder het motto: 'Nichts ist erregender als die Wahrheit' (Egon-Erwin Kisch) spelen zich ware gebeurtenissen af rond verzetsstrijder Gerrit Kleinveld (Thom Hoffman). Hij werd na de overval op een distributiekantoor te Joure in 1942 naar het concentratiekamp Amersfoort afgevoerd en kwam daar terecht in de zwaarbewaakte 'bunker'. Grote kracht van de film is de consequente concentratie op Kleinvelds ontsnappingspoging, grote zwakte de huiveringwekkende muziek, het gehalte van sommige dialogen ("'t Is zwaar brommen hier") en de jaren vijftig-heroïek.


Het zakmes beleeft na televisie-uitzending van de serie een bioscooppremière in de theaterversie. Deze opende het jeugdprogramma van het Berlijnse Filmfestival, maar werd in Utrecht van competitie uitgesloten. Ben Sombogaart - eerder bekroond voor Mijn vader woont in Rio - vertelt een verhaal over werkelijke vriendschap via de jongens Mees en Tim. Na de verhuizing van Tim doet Mees alle moeite hem weer te bereiken. Zijn kinderlijke logica bezorgt hem tal van problemen maar ook de oplossingen. Adelheid Roosen en Genio de Groot spelen Mees' ouders. Olivier Tuinman als Mees en Verno Romney als Tim vertolken op overtuigende en herkenbare wijze de vriendjes in opnieuw een juweeltje van Nederlands beste jeugdfilmer.


Ivanhood mag volgens regisseur Paul Ruven gezien worden als het nakomertje van Verhoevens Floris: 'kunstig Hollands ridderdrama op de heide met net een beetje moraal voor de eindcredits'. Afstuderende acteurs van de Maastrichtse toneelschool vertolken de rollen in het verhaal van ridder Ivanhood die binnen twintig dagen een raadsel moet oplossen en daartoe afreist naar zijn geboorteland Atlantis. Achter de camera veteraan Frans Bromet, achter het Metropole Orkest componist Harry van Hoof, achter de geluidsoverschrijf-machines Frans van de Staak; voorwaar een gevarieerd gezelschap. Zo ook in Ruvens korte voorfilm, Méliès in color, waarin wij filmmaker Tato Kotetishvili herkennen als 'foreigner' en zijn Nederlandse collega Wim Verstappen als 'city nomad' in een filmische reactie op het vluchtelingenbeleid van Nederland.


Light sleeper is volgens regisseur en scenarioschrijver Paul Schrader het derde deel van een drieluik na het door Martin Scorsese geregisseerde Taxi driver en het door hemzelf geregisseerde American gigolo. Schrader, de analyticus en 'calvinist onder de filmmakers' toont een scherpe blik op New Yorks dagelijkse drugsverkeer via dealer John LeTour (Willem Dafoe) en zijn opdrachtgeefster Ann (Susan Sarandon). In een strakke regie wordt opnieuw een wereld getoond waarin moraal niet telt en goed en kwaad op onverwachte plaatsen en in onvermoede personen opduiken. In terloopse dialogen plaatst Schrader wat kanttekeningen, maar het happy end van deze film, en dus van het drieluik, zegt meer dan duizend dialogen bij elkaar.


Bob Roberts is het regie-debuut van acteur Tim Robbins (o.a. Jacob's ladder, Bill Durham, The player) die tevens het scenario en de hoofdrol voor zijn rekening nam. De film behelst een naargeestig beeld van de Amerikaanse politiek anno jaren negentig. In het kort samengevat: 'Ask not what you can do for your country, ask what you can do for yourself', als parafrase van een uitspraak van J.F. Kennedy, politicus in idealistischer tijden. Roberts, folksanger en self made-miljonair, treedt aan in de piste tegen zittende senator Paiste (Gore Vidal). Men werpt wat modder over en weer, er is een schandaal, er is een moord, de kansen stijgen en dalen weer tot de moraal van dit verhaal levensgroot oprijst: wie zijn in dit politieke spel de winnaars en de verliezers? (Zie ook elders in deze Filmkrant).


Bitter moon is bitter als gal en nog een graadje sarcastischer dan Bob Roberts. Niet dat Roman Polanski ooit een vrolijke Frans was, maar fascinerende, beklemmende dan wel taboe-doorbrekende films als Repulsion, Cul-de-sac, Rosemary's baby of Chinatown waren nog niet zo totaal van elke illusie ontdaan als Bitter moon, zijn dertiende film in successie. Polanski beheerst het vak, is nog altijd een groot filmmaker, hoewel nauwelijks nog bevlogen, en is het (Amerikaanse) filmbedrijf meer dan zat. Het is allemaal te zien in het verhaal over een would-be Hemingway in Parijs en zijn jonge vriendinnetje. Op een cruise-schip ontmoeten zij een zeer Brits jonggehuwd stel en natuurlijk schuilen er bij die twee achter de façade dierlijke lusten. De schrijver weet die op te roepen door verhalen over zijn eigen relatie, die via liefde en sexuele geobsedeerdheid ontspoorde in wreedheid en vernedering, zo tonen ons de flashbacks. Met een claustrofobie oproepende cameravoering en uitstekende acteurs als Peter Coyote en Polanski's geliefde Emmanuelle Seigner (het verloren liefdespaar) en Hugh Grant en Kristin Scott-Thomas (de Britten) had een indrukwekkende film gemaakt kunnen worden als het vakmanschap was geëvenaard door passie en er nog een sprankje hoop had gegloord. Maar hoop koestert Polanski niet meer en een oud verhaal weet hij geen nieuwe glans te geven.


Raising Cain is een weinig bijzondere hutspot van eerdere Brian De Palma-ingrediënten met een vleugje Carrie, een snufje Dressed to kill, een wolkje Sisters en een pietsie Blow out. Dit alles in een ingewikkeld verhaal over een vader (John Lithgow) met een gespleten persoonlijkheid, die hij te danken heeft aan zijn eigen, met karakterontwikkelingen experimenterende vader. De zoon en kinderpsycholoog volgt in zijn voetsporen en bedreigt in verschillende gedaanten het welzijn van dochter en echtgenote (Lolita Davidovich). Zelfs De Palma-fans waren in Venetië van deze gestileerde horrorfilm niet ondersteboven en in de Volkskrant werd melding gemaakt van 'de psychologische diepgang van een modderschuit'.


Boomerang geeft Eddy Murphy de kans opnieuw de beest uit te hangen als vrouwenvreter en charmeur, hier tegen de achtergrond van een cosmetica-bedrijf. De held verliest evenwel zijn hart aan een ongenaakbare dame (gespeeld door Mike Tysons ex-echtgenote Robin Givens). Vooralsnog behelpt hij zich met haar assistente, terwijl hij wat vreemde manoeuvres maakt die hem bijna de vriendschap van de twee mannen in zijn leven kost. Dan blijkt de ware de ware niet te zijn en wordt in onvermoede hoek de ware ware gevonden. Regisseur Reginald Hudlin schonk de rol van wereldvreemde parfum-keizerin aan zangeres Eartha Kitt en die van parfum-model aan de onvergelijkbare Grace Jones. Aan sterke vrouwen mankeert het dus niet in deze mannenfilm.


Memoirs of an invisible man worden geschreven door Chevy Chase die als effectenhandelaar Nick een dutje doet in de sauna en ontwaakt als onzichtbare man. Buitengewoon interessant voor geheime diensten die een ultiem wapen in hem zien. In zijn relatie met Alice (Darryl Hannah) raakt hij ietwat gefrustreerd daar onzichtbare ledematen zich lastig laten betasten. Enfin, laat dat maar rustig over aan Chevy Chase, die onder regie van veteraan John Carpenter (Halloween, The thing, Starman) ongetwijfeld tot een 'witty romantic thriller' in staat is.


Unlawful entry behelst de gebeurtenissen rond een geobsedeerde politieman (Ray Liotta) en een slachtoffer van inbraak (Kurt Russell) die iets meer dan ze lief is met elkaar te maken krijgen wanneer hun professionele relatie verandert in een persoonlijke. Madeleine Stowe speelt Russels echtgenote, het object van Liotta's liefde. Na afwijzing zint hij des te meer op wraak in deze thriller van de efficiënte Jonathan Kaplan, die eerder verraste met The accused en Immediate family.


Patriot games doet in de verte aan Cape fear denken want ook hier zint een schurk op wraak op een held. De schurk - IRA-lid Sean Miller (Sean Bean) is evenwel minder schurkachtig en de held - ofschoon gespeeld door Harrison Ford - niet altijd even heroïsch. Ford grijpt als oud CIA-lid in bij een IRA-aanslag op een Lord, doodt een jongen en krijgt vervolgens te maken met diens broer. Op het eind snuiven we nog een snufje Key Largo op wanneer Ford, de Lord en een aantal IRA-leden zich opmaken voor de eindafrekening. De regie is van Philip Noyce, naar een scenario van W. Peter Iliff en Donald Stewart.


1492 - The conquest of paradise toont de visie van regisseur Ridley Scott op Amerika's ontdekking door Columbus. In de gedaante van Gérard Depardieu rijst hij op in een film die is gebaseerd op intensief archief-onderzoek van journaliste Roselyne Bosch. "It wasn't the 'Land Ahoy' approach", bekende deze en ze schetste het portret van een gecompliceerde rebel die de grenzen van zijn tijd in geografisch, sociaal en politiek opzicht verlegde. Ridley Scott, die een intrigerende visie op de toekomst toonde in Blade runner en een uitgesproken mening over het heden gaf in Thelma and Louise boog zich met overgave op dit controversiële heldenverhaal uit het verleden. Sigourney Weaver - ooit debutante in Scotts Alien - vertolkt Koningin Isabella, Armand Assante de Spaanse schatbewaarder, Fernando Rey de monnik De Marchena.


Inazuma & Ani imoto zijn twee Japanse films uit de jaren vijftig - het genre dat we ons nog zo goed herinneren als stokpaardje van voormalig Rotterdams festival-directeur Marco Müller. De regisseur van beide films, Mikio Naruse, staat bekend als vierde grootmeester van de Japanse cinema na Mizoguchi, Ozu en Kurosawa. Zijn erkenning kwam pas laat, mogelijk door zijn reputatie als maker van 'vrouwenfilms'. Maar Naruse's verhalen over gedesillusioneerde vrouwen, geisha's en weduwen zijn meer universele verslagen van het verschil tussen droom en daad, en de levensvreugde die schuilt in aanvaarding. Zijn stijlkenmerken, een bijzondere aandacht voor ieder gebaar en iedere camerabeweging en een verregaand realisme, zijn te herkennen in Inazuma, over een moeder-dochter-relatie, en in Ani imoto, over een opstandige vrouw en haar broer.

Gerdin Linthorst

Naar boven