Verwacht - februari 1993, nr 131


The long day closes
Terence Davies' is net als in zijn vorige film, het met prijzen overladen Distant voices, still lives, teruggekeerd naar zijn jeugdjaren in Liverpool. De hoogst autobiografische geschiedenis is gesitueerd in 1955 en 1956, de jaren waarin de jonge regisseur ongeveer 'ziek van geluk' was. Lange zomerdagen en bezoeken aan de lokale cinema worden door Davies op zijn bekende lyrische manier geschetst. Zijn alter ego Bud blijft op elfjarige leeftijd, na de dood van zijn vader, alleen achter met zijn moeder en zusters. De film is doortrokken met lange camerabewegingen die het verloren paradijs van de jeugd tot in de intiemste details willen reconstrueren. De wijsjes die zijn moeder zong en de muziek uit de films die Bud bezocht vormen de soundtrack. De slotcamerabeweging is fraai: van boven af gezien zien we Bud achtereenvolgens thuis, op school en in de kerk in een vloeiende beweging die aangeeft op welke drie pilaren dit jeugdig geluk steunde. Het einde van elke lange dag hield de belofte van een volgende dag in zich.


Madame l'eau van de Franse cineast en antropoloog Jean Rouch opende in december het International Documentary Filmfestival Amsterdam, hoewel de film net zo goed in de categorie speelfilm zou kunnen worden ingedeeld. Drie wijze mannen uit Niger maken zich zorgen over de waterhuishouding in hun door droogte geteisterde land. De rivier die leven brengt begint te verzanden en de velden vallen droog. Madame l'eau, zoals zij de rivier noemen, heeft een steuntje in de rug nodig. Ze besluiten naar Holland te vertrekken, het land van de legendarische windmolens. In Holland worden ze opgevangen door een comité dat hen rondleidt door een land waar je je als toeschouwer opeens voor gaat schamen. De zelfgenoegzame Hollanders hijsen de Afrikanen op een fiets en in een open Amerikaanse wagen en rijden ze als een soort jachttrofee rond. Rouch maakt een soort onsamenhangende klucht, waarin de harde achtergrond van de film geheel verdwijnt. Op een zeer platte manier wordt Afrikaanse mystiek tegenover Hollandse koopmansgeest gesteld. Als er uiteindelijk een ingenieur naar Niger vertrekt om een molen te bouwen, blijkt Rouch totaal niet geïnteresseerd te zijn in de samenwerking tussen de Afrikanen en de ingenieur die uiteindelijk een tastbaar resultaat oplevert. Hij slaat het bouwproces over zodat de mythe van de primitieve Afrikaan in stand blijft. Ze staan bij hun werkende molen alsof hij zojuist uit de hemel is neergedaald, terwijl ze hem zelf gebouwd hebben.


Pink palace, paradise beach van Milan Dor zal later worden gezien als het schoolvoorbeeld van wat ze in de vroege jaren negentig in de Europese cinema met de term Europudding aanduidden: een volstrekt wezenloze film, met een curieus samenraapsel acteurs uit alle windstreken, die zich op een niet te plaatsen lokatie bevinden. De hoofdrolspelers in deze film komen uit Duitsland, Portugal en België, maar ook diverse Balkanstaten zijn goed vertegenwoordigd. Een toerist arriveert op een eiland en raakt verzeild in een aantal absurde gebeurtenissen die niet in de brochure stonden vermeld. Hij wordt er van beschuldigd een dochter van het eiland te hebben bezwangerd en vanaf dat moment wordt het alleen maar erger. Het hotel waar hij logeert heeft zeer eigenaardige opvattingen over begrippen als warm en koud stromend water en ook roomservice krijgt hier aparte dimensies. Uiteindelijk blijkt de toerist verzeild te zijn geraakt in een mystiek plot om de beschermheilige van het eiland tevreden te stellen. Hij besluit te blijven. De film heeft een soort tweederangs televisiekwaliteit, niet meer, niet minder. Het zal vooral gezien worden als een relikwie uit de tijd dat we even dachten dat Europeanen een groot volk zouden vormen.


City of joy is een eufemistische aanduiding voor de sloppenwijken van de Indiase stad Calcutta, waar miljoenen mensen in diepe armoede leven. In deze, op het boek van Dominique Lapierre gebaseerde, film gaat een jonge Amerikaanse dokter op zoek naar....eh, de betekenis van het leven. Die vindt hij als hij op een nacht beroofd wordt in Calcutta en met een bult op zijn kop ontwaakt in een kliniek midden in de armste wijk. Het is een heel eind verwijderd van Ghost en Dirty dancing voor Patrick Swayze, die hiermee zijn eerste grote dramatische rol aanneemt. De Britse regisseur Roland Joffe heeft nooit opgezien tegen grote epische produkties: The killing fields en The mission getuigden al van een ambitie om de David Lean van zijn dagen te worden. Bij deze produktie kreeg hij problemen met de bevolking van Calcutta, die er bezwaar tegen maakte dat de armoede van hun stad zou worden geëxploiteerd voor het genot van de Westerse bioscoopbezoeker. Er werden zelfs bommen naar de crew gegooid. In de kliniek treft de jonge dokter een verpleegster met, heel verrassend, een hart van goud en een stijfgesteven schort. Hierin herkennen we Pauline Collins (Shirley Valentine). In een van de Indiase rollen speelt de grote actrice Shabana Azmi, een van de supersterren van de Indiase cinema, met ogen als de grijsblauwe Golf van Bengalen. Wij zijn er al een keer ingevallen en werden met de stroom meegetrokken.


Tom and Jerry zagen in 1940 het licht in Puss gets the boot, een briljant cartoonfilmpje, dat de makers Hanna en Barbera (later bekend van The Flintstones) een Oscarnominatie opleverde. De eerste serie Tom en Jerry films is de beste en te herkennen aan de naam van producent Fred Quimby. De rechten van de legendarische kat en muis lagen bij MGM, die ze in de loop der jaren in heel wat verkeerde handen heeft gespeeld. De makers van het eerste uur hebben nu samengespannen om de oorspronkelijke rebelse geest van Tom en Jerry weer te herstellen en de hoeveelheid visuele gags per vierkante centimeter op peil te houden. Het lijkt me op voorhand dat de kracht van het genre lag in de beknoptheid. De plot was nooit anders dan 'Kat jaagt op muis', dus wat moeten die twee anderhalf uur met elkaar? We lezen het in de synopsis: om het leven van een jong meisje te redden moeten de aartsrivalen samenwerken. Daar waren we al bang voor. De film zal in een Nederlandse nasynchronisatie verschijnen. We wachten gelaten af.


Honey, I blew up the kid is het vanzelfsprekende vervolg op Honey, I shrunk the kids, waarin een wetenschapper (Rick Moranis) zijn kinderen in een merkwaardig experiment betrekt. In dit deel, geregisseerd door Randal Kleiser, loopt de zoon van de uitvinder door een straal die alles vergroot. Binnen de kortste keren is de jongen 35 meter hoog en wandelt hij door de woestijn richting schitterlichten van de gokhoofdstad Las Vegas. De film hangt aan elkaar van dezelfde optische effecten die van het eerste deel een succes maken. Never change a winning team, en rotzooi niet met de succesformule van een film! Elke keer als het joch in de buurt van de electrische spanning komt schiet hij de lucht in. Met zijn verontruste ouders in het voetspoor nadert hij Vegas, waar de grootste electriciteitscentrale ter wereld ligt. In het volgende deel maakt hij zijn kinderen onzichtbaar en wordt hij eindelijk opgepakt wegens kindermishandeling. Maar na een bezoek aan de Oprah Winfrey show komt alles weer goed: Honey, I traumatized the kids.


Whispers in the dark is de erotische thriller van de maand, een genre dat voorlopig nog niet is weg te denken. Annabella Sciorra (Jungle fever) is een psychiater die wat onrustig droomt, nadat ze de sm-fantasie van een patient heeft aangehoord. Welk traumaatje ligt hier toch aan ten grondslag. Ze krijgt een onbedaarlijke behoefte om aan een bed te worden vastgebonden. Wij zijn Amerikaanse films over damesbladen-sm zo langzamerhand spuugzat. Het doet ons denken aan artikelen in de Cosmo, waarin een trut van Troje uitlegt hoe het seksleven aantrekkelijker kan worden gemaakt door strategisch gebruik van nylon koorden, een koperen ledikant en het platte eind van een haarborstel. Enfin, in deze thriller van Christopher Crowe (die het scenario van The last of the Mohicans schreef) gaat het natuurlijk weer een om ten onrechte van moord verdachte man, die de minnaar is van de shrink. Voer voor voyeurs en de zoveelste pseudo-kinky film uit de Basic instinct-traditie.


Ferngully. the last rainforest is een ecologisch verantwoorde tekenfilm. We laten de persmap even spreken: "Ver hier vandaan ligt Ferngully, het hart van het regenwoud (voelt u al waar we heengaan?). Onder het dikke, groene bladerdak van Ferngully wonen dieren, planten en boselfjes al jaren bij elkaar. (Maar dat zal niet lang meer duren!)" Er is sprake van een helse machine, die om misverstanden te voorkomen 'De platwalser' wordt genoemd. In de Amerikaanse versie hadden vele sterren belangeloos hun stemmen verleend aan de vele wezens van het woud. In Nederland doen we het met een voice over van Alfred Lagarde. De tekenaars van deze internationale co-produktie hebben inspiratie geput uit een bezoek aan een Australisch regenwoud. Hier was de platwalser nog niet gesignaleerd.


Under siege van Andrew Davis is een film in het Die hard-genre, met een hoofdrol voor de razend-populaire vechtster Steven Seagal, die, laten we dat vooral niet vergeten, getrouwd is met Kelly LeBrock. Hij is de kok van het vliegdekschip USS Missouri dat in volle zee gekaapt wordt door twee lieden (Tommy Lee Jones en Gary Busey), die het op de nucleaire lading van het schip gemunt hebben. Seagal is echter een voormalig top-commando en het schip verandert in een slagveld als hij en koksmaat Erika Eleniak (het badpak uit de tv-serie 'Baywatch') ten strijde trekken. De film stond wekenlang nr. 1 in de Amerikaanse hitlijsten en lijkt de definitieve doorbraak van Seagal als de grootste actiester van het moment. Stallone en Bruce Willis hebben het nakijken.

Mark Moorman

Naar boven