Verwacht - mei 1993, nr 134


Alphaville
In de serie oude films van Jean-Luc Godard is Alphaville de volgende re-issue. We hebben inmiddels A bout de souffle, Pierrot le fou en Le mépris al gehad. In Alphaville. Une étrange aventure de Lemmy Caution uit 1965 maakte Godard gebruik van de acteur Eddie Constantine (eind februari overleden), die in de jaren vijftig zeer populair was geworden met een reeks B-films waarin hij de onverzettelijke tough guy Lemmy Caution, een creatie van schrijver Peter Cheney had neergezet. De films werden in Nederland uitgebracht onder titels als Lemmy en het mysterie der twee vrouwen en Lemmy staat op scherp. In de The Big Sleep van vorige maand werden ze omschreven als pretentieloze knokfilms met een knipoog, lekkere meiden en een vage misdaadintrige, wat ons tot de conclusie brengt dat er weinig nieuws onder de zon is. Godard, die in zijn eerdere films al een grote bewondering voor de genrefilms had getoond, zorgde voor een comeback van zijn held Lemmy Caution. Vanaf deze film werd Constantine een cultheld van de Europese artfilm.
Alphaville is eerbetoon en parodie op het genre en ontleent zijn plot aan science fiction strips. Lemmy gaat naar de stad van de toekomst om Professor Von Braun om te leggen, een duivelse geleerde die de wereld in de greep dreigt te krijgen met zijn computers (zou de plot in 1993 spelen dan had Godard waarschijnlijk een mediatycoon genomen). Drie voorgangers (Flash Gordon, Dick Tracy en Henri Dickson) hebben gefaald, maar Caution is uit ander hout gesneden. Tussen de bedrijven door leert hij Natasha von Braun (Anna Karina) een paar wijze levenslessen. Godardkenner Richard Roud noemde Alphaville een van de eerste popartfilms met een grote 'plastic' schoonheid. Het acteren van Constantine is effectief: de perfecte intergalactische prive-detective. Godard vond hem geschikt voor de rol omdat hij ervan overtuigd was dat Constantine een bewoner van de planeet Mars was. De angstaanjagende stad van de toekomst is gesitueerd in de buitenwijken van Parijs.


Peter's friends is een film in het Big chill-genre: verzamel een aantal dertigers voor een lang weekend in een gezellig buitenhuis en oude conflicten en liefdes steken de kop op. Bovendien is het een leuke gelegenheid nog eens wat van die oude plaatjes te draaien. Enfin, u weet hoe dat soort weekenden kunnen verlopen. De scenarioschrijver zit bovendien niet met het probleem hoe hij zijn personages bij elkaar moet drijven. Geen nutteloze autoritten van A naar B. Iedereen zit gezellig bij elkaar voor fijne dialogen vol nostalgie en verlangen. Regisseur Kenneth Branagh is als Shakespearevertolker en -regisseur, zowel in film als op het toneel, in Engeland allang voorzien van het label 'de nieuwe Laurence Olivier'. Hij is bovendien met zijn vaste leading lady getrouwd (de kersverse Oscarwinnares Emma Thompson), dus langzamerhand begint iedereen het een onuitstaanbaar koppel te vinden. Naast Thompson treffen we het duo Stephen Fry en Hugh Laurie aan, die we in hun BBC-show altijd zo onweerstaanbaar leuk vinden. De rest van de cast ziet er ook zeer Brits-degelijk uit. Tien jaar nadat ze in een studentencabaret hebben gezeten, komen de oude vrienden bij elkaar. Nu hebben alle Britse acteurs en komieken in een studentencabaret gezeten dus kunnen we aannemen dat het hier een geschiedenis met een hoog autobiografisch gehalte betreft.


Passion fish is een terugkeer van John Sayles naar het persoonlijke drama na zijn grotestads epos City of hope, dat helaas nooit in Nederland werd uitgebracht. Sayles, een van de laatste echte Amerikaanse filmauteurs en bovendien de schrijver van vuistdikke romans, situeert zijn nieuwe geschiedenis in het hete en vochtige zuiden van Lousiana. Een soapster, gespeeld door Mary McDonnell, die wij leuk vonden in Sneakers en The grand canyon, moet na een ongeluk terugkeren naar dit landschap van haar jeugd om te herstellen. Nadat zij een aantal verpleegsters met haar grillen het huis heeft uitgejaagd treft ze de zwijgzame, stugge Chantelle (Alfre Woodard), die de 'bitch on wheels' weet aan te pakken. Een vriendschap groeit tegen de verdrukking in, zoals dat gaat. McDonnell had een Oscarnominatie te pakken voor deze rol.


Get back is het verslag van de wereldtournee die Paul McCartney in 1989 ondernam en die hem weer verzoende met het oude Beatles-repertoire. Tijdens de tour, die uit 103 concerten in dertien landen bestond, speelde hij de hoogtepunten uit zijn vertolkingen van Hey Jude, Let it be, Get back en Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band. Linda speelt niet onverdienstelijk de mondharp! Het gezeur over Linda moet maar eens afgelopen zijn. Onlangs verscheen van haar een mooi fotoboek over haar jaren als de vrouw van Macca. Wij vergeven haar alles. McCartney vroeg zijn oude vriend Richard Lester of hij als regisseur wilde optreden. Lester maakte in de jaren zestig de fameuze Beatles-films Help en A hard day's night. De tour wordt gevolgd naar Rio de Janeiro waar McCartney optrad voor 184.368 fans, het grootste concert uit de geschiedenis.


Après l'amour de zondvloed, zouden wij willen stellen. Wij hebben ons weer ouderwets scheel geërgerd aan dit nieuwe werkje van Diane Kurys, die in haar vorige sof (A man in love) tenminste nog de ingeving had om Greta Scacchi te laten meespelen. Volgens Kurys zijn we in het fin de siècle gearriveerd. Dat klopt, maar wat betekent het? Dat betekent dat we ons overgeven aan alle zonden die er onder de zon te vinden zijn. Net als de bewoners van Pompeï, die er ook wel pap van lustten, vlak voor de lavastroom een einde aan de copuleerdrang maakte. We bevinden ons in kringen van schrijvers en architecten, die wonen volgens de meest recente inzichten uit Eigen huis. Ze zijn zonder uitzondering overspelig. Niemand kan zijn vingers thuislaten. Dit levert bij ontdekking, want erg handig spelen ze het niet, heftige emoties op. Om het goed te maken grijpen ze elkaar onder hun designkleding en bedrijven heftig de liefde in deurportalen, tropische kassen of andere fotogenieke lokaties. Het heeft allemaal de diepgang van een Boursin-commercial.


The waterdance beschrijft het revalidatieproces van drie tot de rolstoelen veroordeelde mannen. Regisseur Neal Jimenez (die eerder het scenario van het sterke River's edge schreef) baseerde het script op zijn eigen ervaringen na een zwaar ongeluk. Zijn alter ego is de jonge schrijver Joel (Eric Stoltz), die tijdens een kampeerongeluk verlamd raakt, en zich plotseling in het gezelschap bevindt van een grofbesnaarde biker, die zijn woede van zich afschreeuwt, en een playboy, die nog niet wil aanvaarden dat zijn oude trucs moeten worden bijgesteld. De film werd geproduceerd door Gale Anne Hurd, de producente van James Camerons megafilms met Schwarzenegger. De acteurs, naast Stolz hoofdrollen voor Wesley Snipes en William Forsythe, hebben wekenlang meegedraaid in een revalidatiecentrum om zich de kunst van het rolstoelrijden meester te maken. Nu nog de drempels van de bioscopen weg.


The public eye is gebaseerd op de Amerikaanse persfotografie van de jaren dertig en veertig, toen de 'shutterbugs' de nachtelijke stad afstroopten naar menselijk leed. Een exclusieve foto van een lijk leverde deze aasgieren drie dollar per afdruk op. Een aantal van deze fotografen is in ere hersteld. Hun fotografie is doorgedrongen tot de beroemdste collecties. In deze film van Howard Franklin volgen we de fotograaf Leon Bernstein (Joe Pesci), die zijn foto's signeert als The great Bernzy. De film slaagt er uitstekend in de sfeer van de oude foto's van fotografen als Weegee weer te geven. Helaas verzandt de film in een larmoyante liefdesgeschiedenis tussen de fotograaf en een nachtclubeigenares ('a classy broad', gespeeld door Barbara Hershey), die een soort Casablanca-achtige uitstraling moet hebben, maar niet kan overtuigen.


The cutting edge is nu zo'n film waar we ons enorm op verheugen. 'De ultieme love/skate relationship'. Een ijshockeyer en een kunstschaatster gaan samen voor Olympisch Goud ondanks hun schier onoverbrugbare karakterverschillen. De acteurs (D.B.Sweeney en Moira Kelly) kregen technisch advies van Robin Cousins. De schaatsscènes werden opgenomen met de Pogo Cam, een soort Steadicam voor op het ijs. De cameraman was Tony Kudrna, een professionele kunstschaatser. Interessant, niet? Niet? Dan volstaan we met de vermelding dat de regisseur Paul Michael Glaser was. Uit welke populaire televisieserie uit de jaren zeventig kennen we hem ook alweer? Onder de goede oplossingen wordt geen paar nieuwe kunstschaatsen verloot. Moira Kelly is verder nog te bewonderen als Oona Chaplin, als u tenminste nog een plek kent waar Chaplin draait.


Singles van Cameron Crowe kunnen we het best omschrijven als Beverly Hills 90210 goes Seattle. En zoals we zo langzamerhand allemaal weten komt uit Seattle de zogenaamde Seattlesound. Over de toppen gierende melodieuze gitaarrock van jongens in flanellen shirts, die de sik weer respectabel hebben gemaakt: zie Nirvana, Pearl Jam, Alice in chains en andere bands. Regisseur en scenarist Crowe was in de jaren zeventig een van de editors van Rolling Stone en hield dus nauwlettend zijn vinger op de polsslag van de tijd. Hij werd vermaard met het boek 'Fast times at Ridgemont High', een kroniek over high school studenten die later succesvol werd verfilmd. In deze film verplaatsen we ons naar Seattle voor een redelijk amusante, maar wel erg lichtvoetige dwarsdoorsnede van enkele twintigers in de thuisstad van de grunge. Het centrale duo wordt gespeeld door Bridget Fonda (dochter van Peter staat op het punt een major ster te worden en is in ieder geval een stuk leuker dan tante Jane) en Matt Dillon. De laatste is hilarisch als een langharige rocker, die volledig van zichzelf is overtuigd. De soundtrack wordt natuurlijk volgespeeld met alle imiddels befaamde Seattle- bands. De film deed sterk denken aan de documentaire serie 'The real life', die op MTV werd uitgezonden. Niet gezien? Dat is jammer, want u heeft 'Die zweite Heimat' van de jaren negentig gemist.


Passenger 57 van Kevin Hooks lijkt de terugkeer van de ouderwetse blaxploitation film in te luiden. Trashy films waarin een zwarte superheld het aan de stok krijgt met blank uitschot. Het verschil tussen de jaren zeventig en de jaren negentig is ongeveer twintig miljoen dollar. In deze gezellige vliegtuigkapingsfilm (veel vliegtuig-ellende de laatste tijd op de schermen) is Wesley Snipes een passagier aan boord van een toestel dat een levensgevaarlijke terrorist (Bruce Payne) vervoert. Er breekt hoog in de lucht een strijd op leven en dood uit. Een vervolg moet niet worden uitgesloten. Snipes refereert dan ook een paar keer heel duidelijk aan de James Bondfilms. Dat zouden ze wel willen. De film was in ieder geval fenomenaal succesvol bij het grote zwarte publiek in de VS. Wij wisten meteen dat er iets fout zat toen we de stewardessen zagen. Zo zijn we ze nog niet tegengekomen op 30.000 voet. Snipes heeft meer in huis dan wat hij hier laat zien, maar de schoorsteen moet roken natuurlijk.


Gas, food, lodging is een kleine Amerikaanse onafhankelijke film van Allison Anders gebaseerd op de roman 'Don't look and it won't hurt' van Richard Peck. Het verhaal is gesitueerd in Laramie, New Mexico, het land van de altijd wijkende horizon. Nora (Brooke Adams) is, zoals dat zo fraai heet, een vrouw zonder illusies. Is dat beter of slechter dan een vrouw mét illusies? Wij weten het niet. Ze heeft in ieder geval twee dochters bij twee vaders. Kennelijk nog uit de tijd dat ze nog wel illusies had. De dochters (de actrices hebben prachtige namen: Ione Skye en Fairuza Balk!) hebben het erg moeilijk met de mannen. Hun moeder heeft niet het goede voorbeeld gegeven. En New Mexico, tsja. Goed volk is daar dun gezaaid. Allison Anders, zo leren we uit de persmap, heeft zelf twee tiener-dochters. Een verhaal uit het leven gegrepen dus.

Mark Moorman

Naar boven