Verwacht - juni 1993, nr 135


In the soup
De stad New York heeft een enorme aantrekkingskracht op iedereen die ambities heeft in de kunsten. Hordes beeldend kunstenaars en schrijvers vestigen zich op een kale rots bekleedt met wolkenkrabbers in de hoop dat hun inspiratie in de maat kan komen met de overspannen polsslag van de metropool. Er zijn talloze films gemaakt over de worsteling van de kunstenaar om niet onder te gaan in de stad. In the soup van Alexandre Rockwell is een hele aardige komedie over een jonge scriptschrijver (Steve Buscemi) die, beinvloedt door Tarkovski, Nietzsche en Dostojevski een pak papier van vijfhonderd vel heeft geproduceerd, waarvoor hij maar geen producent kan vinden. Als hij een advertentie in de krant zet waarin hij zijn toekomstige meesterwerk aan de hoogste bieder aanbiedt komt hij in aanraking met de onweerstaanbare gangster Joe (Seymour Cassel, een oude getrouwe uit de films van John Cassavetes), die zijn leven eindelijk eens aan de kunsten wil wijden. Hij blijkt echter meer in de schrijver dan in zijn meesterwerk geïnteresseerd, dit tot stijgende paniek van Buscemi, die hiervoor precies de juiste gezichtsuitdrukking in huis heeft. Hij wordt door gangster Joe mee op sleeptouw genomen voor uiterst creatieve fondsenwerving. Achterna gezeten door een louche incassobureau en desperately verliefd op zijn buurvrouw (Jennifer Beals als een snel aangebrande latino serveerster) verlaat hij zijn papieren wereld en stapt in de echte wereld die een aantal onaangename verrassingen in petto blijkt te hebben. Rockwell's film won in 1992 de grote juryprijs van het Sundance festival en was een van de publieksfavorieten op het afgelopen festival van Rotterdam.


Black robe lijkt een soort The mission meets The last of the Mohicans. De regie wordt gevoerd door Bruce Beresford, een Australische regisseur die vooral bekend werd door Driving Miss Daisy, een film die in 1990 drie belangrijke Oscars won, o.a. die voor beste film. Black robe is een Australisch-Canadese co-produktie over een episode in de vroege Noord-Amerikaanse geschiedenis. De film is gebaseerd op een roman (en een scenario) van Brian Moore, die zich weer gebaseerd heeft op geschriften van Franse missionarissen uit de zeventiende eeuw waarin ze verslag doen van hun pogingen de indianen in het, toen nog, gedeeltelijk Franse Noord-Amerika te bekeren tot het Koninkrijks Gods en de eeuwige jachtvelden en de Grote Manitoba af te zweren. Moore vindt Beresford de intelligentste regisseur met wie hij gewerkt heeft; en dit zegt een man die voor Hitchcock Torn curtain schreef. We volgen in de winter van 1634 Pater LaForgue (de Frans-Canadese acteur Lothaire Bluteau), die op weg is naar een missiepost midden in het gebied van de Hurons om deze wilden te bekeren. In zijn gezelschap bevindt zich een jonge tolk die en passant verliefd wordt op de dochter van een opperhoofd. Problemen en scherpe pijlen. Aan het einde van de rit is het respect voor de indianen gegroeid en is La Forgue een verlicht mens geworden. Past geheel binnen de indianen-zijn- nobele-wilden-revival van de laatste jaren.


La vieille qui marchait dans la mer is een film met Jeanne Moreau, die eind mei ons land aandeed om het nieuwe Haags Filmhuis te openen. Ter gelegenheid van haar komst worden er een aantal recente films uitgebracht. "Wie is deze uitzonderlijke, door de jaren getekende, chique, vitale vrouw, die elke dag haar bungalow aan het strand in Guadeloupe verlaat, en te voet naar de zee loopt". Wel, het is Jeanne Moreau natuurlijk die de laatste jaren wel een bijzonder ongelukkige hand van kiezen heeft en in een reeks vreselijke films te zien is geweest. Een groot aantal daarvan heeft Nederland nooit gehaald. Filmmakers gebruiken haar graag vanwege haar 'legendarische uitstraling', haar nog steeds zeer sensuele oogopslag en haar schorre door het leven getekende stem, die een heftig Gaulloises-gebruik lijkt te verraden. Deze film van Laurent Heynemann dateert al weer uit 1991. Jeanne is een oplichtster die samen met haar partner Michel Serrault een frauduleus team vormt als ze op een dag jong bloed tegenkomt in de persoon van Luc Thuillier. Samen met hem vertrekt ze met hem, een naïeve gast, naar het Waldorf Astoria, om nog eenmaal te dromen van een grote liefde. Wij vermoeden dat het hier een tragedie betreft.


Cliffhanger voert onze held Sylvester Stallone naar het hooggebergte voor spectaculaire actie. Stallone, de grote boxoffice kampioen van de jaren tachtig met zijn Rocky en Rambo-films probeerde even zijn imago bij te sturen door zich een ziekenfrondsbrilletje aan te schaffen en komedies te gaan spelen. Dieptepunt was wel Oscar van John Landis. Hij is nu weer terug op vertrouwd terrein met een nieuwe actiefilm van Die hard-regisseur Renny Harlin. Eindelijk weer eens een kans om zijn torso te laten zien en afgaande op de foto's heeft Sly er weer heel wat trainingsuren ingestoken. Hij zal deze zomer moeten concurreren met die andere actiehelden Van Damme en Schwarzenegger. De film is voor de verandering eens in de Italiaanse Alpen geschoten. Stallone is een alpinist met een schuldcomplex, die zijn vrees moet zien te overwinnen als hij gevangen wordt genomen door een stel dieven onder leiding van John 'overacting' Lithgow. Ze zijn op zoek naar een vliegtuig dat in de bergen is gestrand met honderd miljoen dollar aan boord. Wist u overigens dat de term 'cliffhanger' ook gebruikt wordt voor die spannende momenten waarmee een aflevering van een televisieserie eindigt, zodat u de volgende keer weer kijkt? Ondertussen kondigde Stallone Rambo 5 aan. Hij zal zich ditmaal vermoedelijk politiek correct tegen walvisjagers keren.


Max et Jeremie zou vermoedelijk nooit de bioscoop hebben gehaald als niet Christopher Lambert de hoofdrol zou hebben gespeeld. In deze film van voormalig journaliste Claire Devers, die met haar debuutfilm Noir et blanc in 1988 de Camera d'Or te Cannes won, is Lambert een jonge huurmoordenaar, die droomt van de luxe dingen die het criminele leven hem te bieden heeft. Als ultieme test wordt hij er door zijn bazen op uit gestuurd om de sluwe vos Max (Philippe Noiret) te doden, die al dertig jaar de beste hitman in de stad is. Maar Jeremie voelt zich bijzonder aangetrokken tot Max in wie hij, jawel, de vader ziet die hij nooit heeft gekend. Maar hij wordt door zijn opdrachtgevers telkens aan het contract herinnerd. Samen besluiten Max en Jeremie het tegen de wereld op te nemen. Fransen hebben kennelijk nog steeds een grote romantische voorliefde voor het criminele milieu.


Stay tuned van Peter Hyams (Running scared, The presidio) heeft een aardig uitgangspunt voor een komedie. John Ritter is een vertegenwoordiger in loodgietersartikelen die verslaafd is aan televisiekijken: een echte couchpotatoe dus. Als hij van een louche type een speciale schotelantenne koopt weet hij niet dat hij zojuist zijn ziel aan de duivel heeft weggegeven. Samen met zijn vrouw (Pam Dawber; Mindy van Mork & Mindy) belandt hij in een televisiestudio in de hel. Hij kan pas terugkeren naar aarde als hij vierentwintig uur in een televisie-universum weet te overleven. Het stel wordt van het ene programma naar het andere gezappt, van quizzen tot modderworstelen. Ritter werd bekend door de komedie Three's company, dus daar wordt ook nog even aan gerefereerd. Ondertussen volgen hun kids thuis de avonturen van hun ouders via de buis. Grote kennis van het Amerikaanse televisie-aanbod is waarschijnlijk vereist om dit te kunnen volgen.


School ties van Robert Mandel onderzoekt vooroordelen op een college in New Engeland. Als sportheld wordt David Greene (Brendan Fraser) geselecteerd voor het footballteam van de universiteit. Hij mag de nieuwe quarterback worden. Tot de selectiecommissie erachter komt dat David joods is. Eeuwen van zorgvuldig gecultiveerde antisemitische vooroordelen komen bovendrijven. De sfeer op een dergelijk college kwam ook al ter sprake in Scent of a woman. De jonge hoofdrolspeler van die film (Chris O'Donnell) treffen we ook weer aan. Het script is geschreven door Dick Wolf die onze favoriete televisieserie Law & order heeft bedacht. Hij is sterk in het vervlechten van sociale problematiek in alledaagse conversaties. We zijn nieuwsgierig.


Swing kids is de zoveelste poging van Hollywood om een speelfilm in nazistisch Duitsland te situeren. Meestal met een vreselijk resultaat. In deze film van Thomas Carter (regisseur van veel bekroond televisiewerk) volgen we drie jongens in Duitsland in het jaar 1939. Hun grote liefde voor de Amerikaanse cultuur verbindt hun in hun verzet tegen het nationaal-socialisme. Voelt u wel? "In a world on the brink of war, you either march to one tune or dance to another". Het is Benny Goodman versus Adolf Hitler, Glenn Miller versus Richard Wagner. En wie treffen we daar weer aan in de rol van majoor Knopp? Kunnen we nou nooit eens even een tukje doen zonder dat Kenneth Branagh een film maakt, King Lear voor doofstommen speelt of de Bijbel in het Cantonees vertaalt? Wat een vermoeiende man is dat.


Red rock west is een geestige thriller van John Dahl, waarin Nicolas Cage ontzettend zijn best doet het stadje Red rock te verlaten, maar telkens weer terugkeert binnen de gemeentegrenzen. Het begint fout te gaan als hij geld aanneemt van de lokale barkeeper om zijn vrouw te vermoorden. Hij wordt aangezien voor een huurmoordenaar. Hij denkt er met het geld vandoor te kunnen gaan als de echte moordenaar opduikt. Dat blijkt Dennis Hopper te zijn. Volkomen onzinnig plot vol slechte en gestoorde mensen. Cage is goed, Hopper is gevaarlijk en Lara Flynn Boyle is fataal.


Made in America is, nee moet je luisteren, gebaseerd op zo'n leuk idee. Whoopi Goldberg, hou op met lachen, heeft een kind gekregen via kunstmatige inseminatie, kom van de vloer, dit was de clou nog niet. En op een dag wil ze wel eens weten wie de vader van haar kind is. Moet je opletten: blijkt die vader Ted Danson, nee, echt, ik zweer je, Ted Danson te zijn, die, het houdt maar niet op, die een oerdomme autoverkoper is. EN HIJ IS BLANK! Nou ik kwam ook niet meer bij toen ik het hoorde. Richard Benjamin, hahahahahahahahah, is de regisseur. Dat wordt lachen deze zomer zeg. Ik heb het nou al niet meer. Het wordt een hele fijne filmzomer denk ik. Als je me zoekt: ik zit op het strand.

Mark Moorman

Naar boven