Verwacht - oktober 1993, nr 138


De tussentijd
De kernzin noemt Marianna Dikker het zelf: "Ik heb me nooit bij de dood kunnen neerleggen." In de aanloop van de Nederlandse Filmdagen mocht Dikker op vele plaatsen haar visie op de dood ontvouwen. Aanleiding was De tussentijd, openingsfilm van de Filmdagen en meteen na afloop van het festival in de bioscoop te zien. In 1984 won het scenario al een prijs op dezelfde Filmdagen. Eerst maakte Dikker nog Een scherzo furioso, die heerlijke relatiefilm die mij verliefd deed zijn op zowel Will van Kralingen en Hans Dagelet. Vorig jaar was het dan eindelijk zover en kon Dikker haar eigen scenario verfilmen.
De tussentijd is een psychologische thriller. Marina (Amanda Ooms) treurt om haar comateuze vader (Coen Flink). Huisvriend en arts Victor (Jules Hamel) haalt haar over om toe te stemmen in actieve euthanasie. Vader overlijdt en Marina krijgt spijt. Maar daar gaat de telefoon...het is vader! Dat klopt met Victors theorie over een 'tussentijd': wie een onnatuurlijke dood sterft leeft voort in een schemergebied tot aan het moment van statistisch verantwoord overlijden. Dierbaren die de dode op het moment van overlijden in de ogen keken kunnen rekenen op een interlokaal telefoontje. Alleen Victor begrijpt Marina, vriend (Eric Corton) en moeder (Pleuni Touw) verklaren haar voor gek. Maar ja, die Victor deugt natuurlijk helemaal niet, die heeft allemaal exotische kunst in zijn huis staan en is bovendien een wel erg happig euthanasist.
Dikkers constructie rond leven, dood en aangesleepte thrillerelementen is onbevredigend en zakt uiteindelijk volledig in elkaar. Dikker mag dan in interviews erg pretentieus doen over haar onderwerp, in werkelijkheid is het weinig meer dan een oppervlakkig geintje. De acteerprestaties dragen evenmin bij aan spanning of geloofwaardigheid. Pleuni Touw verdient een Kalf voor twee scènes, maar Amanda Ooms mag met het eerste vliegtuig terug naar Zweden en Jules Hamel mag met haar mee. En ze hoeven niet meer te bellen.
Mark Duursma


King of the hill is de derde speelfilm van het voormalige Amerikaanse wonderkind Steven Soderbergh. Na zijn uiterst succesvolle, maar enigszins overschatte sex, lies and videotape kwam hij met een zeer teleurstellende bewerking van het oeuvre van de Praagse schrijver Kafka: KAFKA. Hij is nu teruggekeerd met een film die dichter bij huis ligt en bovendien weer een rol heeft voor onze eigen Jeroen - hiep, hiep, hiep - Krabbé. De hoofdpersoon van de film is de twaalfjarige Aaron, die in de jaren dertig opgroeit in een wat louche hotel. Omdat zijn moeder voor het grootste deel van de tijd bedlegerig is en zijn vader als handelsreiziger voortdurend op pad is, moet de kleine Aaron zijn eigen opvoeding ter hand nemen. Krabbé speelt de rol van de vader, een man die voortdurend licht aan het eind van een eindeloos lange tunnel ziet schemeren en zo geobsedeerd is door een baan als vertegenwoordiger in horloges, dat hij zijn familie achter zich laat. Uiteindelijk blijft Aaron alleen achter in het hotel en moet hij in de bizarre wereld van het Empire Hotel zien te overleven. Voornaamste attractie in de film is de rol van de jonge Jesse Bradford, die ver uitsteekt boven de meeste kindsterren die met hun opengesperde ogen en appelwangetjes Amerikaanse films teisteren. In een van de buren herkennen we de onnavolgbare Spalding Gray, die al zijn filmervaringen in theatrale monologen heeft omgezet, die op hun beurt ook weer op film zijn gezet: Swimming to Cambodia en The monster in the box, van harte aanbevolen, maar helaas alleen in de betere (import)videotheek te bezichtigen.


Angie is een nieuwe Nederlandse film die we helaas voor dit nummer van de Filmkrant niet konden voorbezichtigen. Het scenario en regie zijn van Martin Lagestee. Bij gebrek aan geruchten, het zogenaamde 'word of mouth' citeren wij even de persmap, en, moeten we zeggen, het water loopt ons uit de mond: "Angie is een aktiefilm rond drie jongeren, die zich staande moeten houden in een harde wereld. Een modern sprookje, waarin vriendschap, seks en geweld een belangrijke rol spelen." Godzijdank, eindelijk een Nederlandse speelfilm waarin seks en geweld een belangrijke rol spelen. Maar niet oppervlakkig, want ook de vriendschap is niet vergeten. Wij zijn sowieso erg nieuwsgierig naar het fenomeen Nederlandse actiefilm, want naast Dick Maas is er toch eigenlijk niemand geweest die in staat was onder onze grijze luchten met goed fatsoen zoiets als een achtervolging te ensceneren. Voor de drie hoofdrollen zijn jonge talenten gevonden: Annemarie Röttgering, in de titelrol, en haar tegenspelers Daniel Bossevain en Hidde Schols. Wij zijn bovendien erg nieuwsgierig naar de terugkeer van Derek de Lint naar het vaderlandse witte doek. Wij zagen hem het laatst in de Eurosoap 'Secrets'. In Angie speelt hij de bad guy Peter Koudbier, een heler. Wij herhalen deze naam nog even: Peter Koudbier. Wij citeren nog even uit de persmap. Regisseur Lagestee: "Ik wilde met terugwerekende kracht de verwarring van jongeren vorm geven. Ze experimenteren met seks en gaan dus met de verkeerden naar bed. (...) Ze denken, nog twee uur school. Als ik een bank zou overvallen ben ik van alle rotzooi af. Ze proberen de grenzen te verkennen van wat de maatschappij pikt en niet pikt." Tot slot herhalen wij nog eenmaal de naam van de boze helerer: Peter Koudbier.


Le petit prince a dit van Christine Pascal heeft een zeer delicaat onderwerp, waardoor de film makkelijk zou kunnen verdwalen in het tranendal. Gezaghebbende knipsels uit gewichtige Franse bladen spreken dit echter tegen en spreken van een zeer integere film. Wij wachten geduldig af. De tienjarige Violette leeft bij haar vader, een natuurwetenschapper, maar logeert ook regelmatig bij haar moeder die actrice is. Haar vader heeft een vriendin Lucie, die een beetje buiten de boot valt. Op een dag wordt er een tumor in Violette's hoofd ontdekt. Haar vader pakt haar onmiddellijk onder de scanner vandaan en vlucht met zijn dochter. De reis voert langs Lausanne, Milaan, Genua, de Provence. In deze laatste streek staat het vakantiehuis van de familie. Violette's moeder heeft intuïtief aangevoeld dat dit de eindbestemming van de reis zou zijn en is ze tegemoet gereisd. Er ontstaat een nieuwe band binnen de familie waar voor de buitenstaander geen plaats meer is.


Homeward bound: the incredible journey van Duwayne Dunham is zo'n gezellige Disney-familiefilm. Voor ouders die vinden dat hun kroost net even te jong is voor allesverscheurende dino's lijkt dit een respectabel alternatief. Drie huisdieren raken hun familie kwijt en trekken overmand (overdierd?) door heimwee over de gevaarlijke Sierra Nevada op zoek naar geborgenheid en de kattenbak. Telt u even mee? De helden van de film zijn Shadow, een Golden Retriever, Chance, een Amerikaanse bulldog puppy en Sassy, een Hymalaya kat. Deze rollen worden gespeeld door respectievelijk Ben, Rattler en Tiki. De film is in het Nederlands nagesynchroniseerd. Walt Disney heeft de film eerder gemaakt in 1963.


L'odeur de la papaya verte van de Vietnamese cineast Tran Anh Hung baarde op het afgelopen festival van Cannes veel opzien en won uiteindelijk de Camera d'Or voor het beste debuut. Wist u dat als de papaya groen is hij als een groente wordt beschouwd en dat als hij eenmaal rijp is het een vrucht is geworden? Wij ook niet. De film schetst het leven van een Vietnamese familie in de jaren vijftig, de Franse koloniale tijd. De groene papaya is de vrucht/groente die de filmmaker nog het meest doet terugdenken aan zijn jeugdjaren. De film is overigens een Franse produktie, die niet in Vietnam, maar geheel in Franse studio's is opgenomen.

Mark Moorman

Naar boven