Verwacht - november 1993, nr 139


Romance de valentía - only the brave
Tijdens de Nederlandse Filmdagen trok hij al de nodige aandacht, de eerste film van de Rotterdamse Sonia Herman Dolz. Romance de valentía - only the brave is een gedramatiseerde documentaire over het stierenvechten. Na de reeks prachtig geschreven stukjes van Hans Maarten van den Brink, deze zomer in NRC Handelsblad, is er nu de mogelijkheid ook in beeld nader kennis te maken met dit controversiële deel van het Spaanse cultuurgoed. Herman Dolz heeft er voor gekozen het fenomeen te laten zien, zonder partij te kiezen. Enige liefde en bewondering voor het onderwerp spreekt wel uit haar aanpak, en ook de titel van de film ('Ballade van de dapperheid') wijst in die richting. Ze verliest zich echter niet in het gedweep van aficionado's à la Hemingway die in elke handbeweging van de torero hogere kunst zien. Nou ja, ze dweept een beetje, maar daarna zet ze de camera bovenop een gevilde stier, ter compensatie. Wat Herman Dolz meer laat zien is hoe diep het stierenvechten geworteld is in het Spaanse leven van alledag. Ze volgt Enrique Ponce, de meest populaire torero van dit moment, tijdens voorbereidingen, gevechten en na afloop. Bijvoorbeeld als hij zijn roze kousen aantrekt, een beeld waar de maakster mee naar Spanje vertrok en dat dan ook een paar keer voorkomt. Een stierenfokker betuigt zijn liefde aan de dieren en traint ze van jongs af aan op vechtlust. Een klein jongetje met als grootste wens torero te worden zorgt voor fictieve intermezzo's. Samen met een gekunstelde montage, leidend tot veel herhaling, zijn die intermezzo's de reden dat het niet helemaal de boeiende documentaire werd die het makkelijk had kunnen worden. Mede dankzij de Amerikaanse cameravrouw Ellen Kuras, bekend van Swoon. Niets moet worden uitgesloten in het land van de Woedende Bintjes, maar het is te hopen dat actiegroep De Stoute Stier verstek laat gaan bij de bioscopen waar Romance de valentía draait. Daarvoor is de film toch echt te onschuldig en te aardig.


Tetsuo II: The body hammer is geen vervolg op Tetsuo: The iron man, de culthit uit 1989, maar komt wel van dezelfde maker en is wel weer een staaltje heftige Japanse cyberpunk. De derde film van Shinya Tsukamoto stamt uit 1991 en wordt nu op bescheiden wijze in roulatie gebracht. Het betreft hier dan ook een fenomeen dat niet voor iedereen is weggelegd. Zij die het zagen bleven licht verbijsterd achter. De kijker waant zich verdwaald in een naargeestig, hallucinerend computerspelletje. Variety gebruikt het fraaie 'brain-blowing' en spreekt van een maffe mengeling van Ridley Scott, David Cronenberg en The terminator. En vergeet de invloed van die zwart-humoristische Japanse strips niet. Tsukamoto doet bijna alles zelf: regie, scenario, camera, montage, art direction en een van de hoofdrollen. Alleen voor de special effects heeft hij een paar mensen ingehuurd. Want daar draait het om: de transformatie van mens naar machine. In geval van woede muteert de arm van Taniguchi, een keurige kantoorklerk, in een 'cyber-gun'. Belaagd als hij wordt door een bende skinheads wordt Taniguchi in de loop van de film steeds kwader en ontwikkelt hij zich tot menselijke tank. De opperskin kan er ook wat van en de visuele orgie van metaal, geweld en effecten kan losbarsten. Heavy metal, maar dan anders.


Thousand pieces of gold is een aanduiding die een Chinese vader voor zijn favoriete dochter gebruikt. Het is ook de titel van een film over de waar gebeurde belevenissen van een jonge Chinese vrouw die moet zien te overleven tussen pioniers in de Amerikaanse Rocky Mountains, eind vorige eeuw. Wat vooral duidelijk is dat alle betrokkenen het heel goed bedoelden. Maar ook dat het geplande epos onderweg verzandde in zoetig televisie-drama, de prachtige lokaties in Montana ten spijt. Voorbereid en geproduceerd door gerespecteerde instellingen als het Sundance Instituut en American Playhouse, geldt dit speelfilmdebuut van Nancy Kelly als een 'U.S. independent', maar nu eens een van de westkust. Via de haven van San Francisco werden in de 19e eeuw Chinese vrouwen, gekocht van hun ouders in het arme vaderland, doorgestuurd naar de pioniersgemeenschappen in de Rocky Mountains. Dat is ook het lot van Lalu (Rosalind Chao), wier sterke persoonlijkheid zich echter met succes weet te verzetten tegen racisme, slavernij en prostitutie. Lalu ontwikkelt zich tot geslaagd zakenvrouw en 'one of the great legends of the Pacific Northwest'. Tot haar tachtigste woonde ze heel gelukkig met haar Charlie in een blokhut aan het water.


Even cowgirls get the blues is de vierde film van de Amerikaanse regisseur Gus van Sant, die als onafhankelijk filmmaker in 1987 de culthitlijst bestormde met Mala noche. Het lokale gezelschap 'Los Angeles Film Critics' bekroonde de film met de prijs voor de beste onafhankelijke/experimentele speelfilm. Twee jaar later maakte hij Drugstore cowboy en overtuigde daarmee niet alleen de lokale maar ook de nationale filmkritiek: prijs voor de beste film en de beste regie. Bekroon nooit te vroeg, moet de moraal van dit verhaal zijn, want daarna ging het mis. Wist Van Sant met My own private Idaho zijn reputatie als eigenwijs filmmaker nog te consolideren, met Even cowgirls get the blues maakt hij duidelijk het spoor bijster te zijn. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Tom Robbins, die daarmee de lezer een kijkje geeft in het hippe Amerika van de jaren zestig. Hij doet dat aan de hand van een liftster, die over een zeer grote duim beschikt, wat haar in staat stelt het hele land te bereizen. Het hoogtepunt is haar verblijf in een commune, waar de zaken danig uit de hand lopen. Van Sant denkt de toon van het boek te treffen door ons een rariteitenkabinet voor te zetten, een optocht van hele en halve geschiften. Uitfreaken, heette in de jaren zestig het soort flauwekul dat hij ons voortovert. Op de set zal het vast lollig zijn geweest. John Hurt als bitse, opzichtig geschminkte gravin, leuk, leuk, leuk.


Born yesterday van Luis Mandoki is bedoeld als komisch maatwerk voor het Hollywood echtpaar Griffith-Johnson. Komisch, dus gaat het over politiek en seks. Melanie Griffith speelt een Las Vegas showgirl die het voor gezien houdt en in Washington terecht komt. Daar jaagt de blondine de kapitalen van haar bemiddelde vriend (John Goodman) er met veel liefde doorheen. Wij weten dan allang dat Griffith geen type is voor de wat slome, gezellige dikkerd Goodman. Die bovendien de blunder begaat om Don Johnson in te huren als leraar algemene ontwikkeling voor zijn vrouw. Het zit natuurlijk in de bril van Don Johnson: Griffith verandert door zijn wijze lessen, en letterlijk onder zijn handen, van materialistische winkeltijgerin in een onafhankelijk denker, in het bezit van een scherp inzicht in politieke en sociale zaken. De ruwe diamant is geslepen. En wij moeten geloven dat Don Johnson daartoe in staat is bij Griffith. Hollywood-stellen die hun liefde nog eens fijn uitspelen op het witte doek: leve het exhibitionisme.


Rising sun is gebaseerd op een roman van Michael Crichton, de man die zich onsterfelijk heeft gemaakt met zijn boek 'Jurassic Park'. De film levert de wonderlijke combinatie van Wesley Snipes en Sean Connery in een verhaal dat de Amerikaanse angst voor de Japanners exploiteert. Tijdens de opening van het Amerikaanse kantoor van een Japanse bedrijf wordt het lijk van een jonge vrouw in de vergaderzaal aangetroffen. Wesley Snipes is de agent die op de zaak wordt gezet. Zijn aanvankelijke gedachte aan een seksueel misdrijf verdwijnt als hij in contact komt met voormalig agent Sean Connery. Die heeft 'Japanse ervaring' en weet dat die enge Japanners in het zakendoen over lijken gaan. Handel is oorlog. De regie is van Philip Kaufman, die samen met Michael Backes (medeproducent Dirty dancing) ook het scenario schreef (waarbij Michael Crichton over hun schouders meekeek). Harvey Keitel verschijnt in een bijrol. De Japanner Toru Takemitsu (werkte onder andere voor Kurosawa) mocht de soundtrack componeren als een mooi symbool van Amerikaans-Japanse samenwerking, de les van de film. De Amerikanen moeten wel erg bang zijn nu zij plotseling over de waarde van samenwerking beginnen te praten.

Mark Duursma/Jos van der Burg

Naar boven