December 1993, nr 140
Jaar 1, Johnny Meijer & Paparazzi
De vrijheid, de accordeon en de blote billen
Tijdens het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) worden een aantal Nederlandse documentaires uitgebracht, die kort na het festival in de bioscoop te zien zullen zijn. Ze bieden een blik op drie facetten van het menselijk reilen en zeilen: in de gevangenis, op het podium en in het vizier van de telelens.
In Jaar 1 doet Joost Seelen verslag van het eerste jaar in vrijheid van de in Nederland verblijvende Engelsman Alan Reeve. Als zestienjarige werd Reeve opgesloten wegens moord op een leeftijdgenoot. Hij werd 'ter beschikking gesteld', ofwel levenslang opgeborgen. Na vijftien jaar ontsnapte hij en leefde een tijd als illegaal in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. In 1982 werd Reeve aangehouden bij een winkeldiefstal; hij schoot daarbij een agent dood. Na zijn vrijlating begon het getouwtrek met Engeland over uitlevering. Op het moment is hij vrij, maar ondergedoken. Niet de crimineel, maar de persoon Alan Reeve staat centraal in de film van Joost Seelen. Reeve kan worden beschouwd als de reageerbuisbaby van het justitieel apparaat. Uit de interviews komt hij naar voren als helder denkend mens, die niet gedreven wordt door rancune, maar door de behoefte 'nog iets goeds' te doen in deze wereld. Eeerder dit jaar werd hij gevraagd als bestuurslid van de Coornhert-Liga, de vereniging voor strafrechthervorming. Hij bekritiseert het systeem van binnenuit en gunt ons daarmee een blik onder de rokken van Vrouwe Justitia. In de jaren zeventig zou Reeve door deze stellingname een 'politiek gevangene' genoemd worden en Seelen werkt door zijn duidelijke pro-Reeve houding in die richting. De boze maatschappij en het rancuneuze Ministerie van Justitie krijgen de schuld. Hij laat een man zien die in een gevecht is gewikkeld met gezichtloze tegenstanders, de justitiële bureaucratie en de publieke opinie. De reden van de op Reeve gerichte boosheid, de aard van het laatste delict, belicht Seelen nauwelijks. De gezichten van de betrokken agenten krijgen we niet te zien. Dat is op z'n zachtst gezegd onnauwkeurig. Jaar 1 is een pamflet voor de in vrijheidsstelling van Alan Reeve. De verdienste ervan is dat het de mening over het gevangenissysteem laat horen van iemand die er dertig jaar in geleefd heeft.
Johnny Meijer
Godzijdank is er iemand geweest die over de Amsterdamse accordeonist Johnny Meijer nog bij leven een documentaire heeft gemaakt. John Appel heeft het gevoel voor het juiste moment dat voor een documentairemaker essentieel is. Johnny Meijer is dan wel een portret van een virtuoos in zijn nadagen, het is ook het verhaal van de volksjongen die door zijn gigantische talent geen contact meer had met de Amsterdamse smartlappenwereld waaruit hij voortkwam, noch met de jazzwereld die toch iets te kunstenaarsachtig voor hem was. Hij is nooit echt doorgedrongen tot die kringen die hem wel waardeerden als één van de grootsten op zijn instrument: de accordeon of eigenlijk de 'knoppenkast' of het 'kassie', zoals hij het zelf noemde. Geen klassiek jazz-instrument en daardoor eigenlijk een handicap voor zijn carrière in die richting. De documentaire laat alle tegenstrijdigheden rondom de ongekroonde koning zonder koninkrijk de revue passeren. We zijn nog net getuige van misschien wel zijn eerste en laatste optreden in het Concertgebouw, het gedoe rondom het pak dat hij aan moest, enzovoort. De dagelijkse beslommeringen van een vermoeide, kribbige held. Beelden die doen denken aan 'Big Ben' van Johan van der Keuken, over de tijd dat de Amerikaanse tenorsaxofonist Ben Webster in de Rivierenbuurt woonde. Waarom hebben die twee nooit samengespeeld, vraag je je dan onmiddellijk af. Welke fantastische kansen heeft hij laten liggen? Johnny moest gevraagd worden en er is blijkbaar geen platenproducer genoeg geïnteresseerd geweest om hem zover te krijgen. Ik mis een beetje de commentaren uit die hoek, bijvoorbeeld van een Archie Shepp die wel met hem gespeeld heeft of dichter bij huis, van een drummer als Johnny Engels. Misschien waren we meer te weten gekomen, maar waarschijnlijk ook niet. Johnny liet zichzelf alleen maar zien als hij accordeon speelde en dat doet hij in de documentaire veelvuldig, op verschillende tijdstippen in zijn carrière. Een mooi staaltje research. Zijn instrument, helemaal uitgesleten door jaren spelen, is in feite niets waard zonder de man erachter. Na zijn dood ontstaat er een heel gedonder over deze accordeon, die voor sommigen 'fans' belangrijker wordt dan Johnny ooit voor hen geweest is. Het Jordanese monumenten-sentiment slaat weer toe. Toen hij nog leefde wisten ze eigenlijk geen raad met hem.
Paparazzi
Joost Kraanen heeft zich geworpen op het onder beschaafde volkeren toenemende verschijnsel van de paparazzo, de niets ontziende schandaalfotograaf. Over de schouder van Daniel Angeli, rijk en bekend geworden door de compromitterende beelden van Fergie, mogen we meekijken hoe die jongens het toch steeds maar weer flikken. Ze krijgen het niet cadeau. Ze moeten zich soms weken verschansen in een boom of een kartonnen doos of op een heuveltop om het begeerde plaatje te maken. Anonieme zwoegers in glamourland zijn het, met veel mislukkingen en af en toe een grote vangst. De Engelse paparazzi zijn het meest correct: ze houden afstand, overschrijden geen grenzen van privé-eigendom en willen ook geen persoonlijk contact, want dat verstoort de jacht. De telelens heeft in de loop der jaren in dit vak dinosaurusachtige vormen aangenomen. Alles is daarmee grijpbaar en heeft tegelijk de uiterlijke kenmerken van het zwaar bevochten plaatje. Wat door 'gluren' verkregen is, is 'echter' dan een foto met medeweten. De documentaire jaagt van hot naar her over de aardbol achter de sterren en hun belagers aan. Met de journaalstem van Joop van Zijl eronder die de koppen van de tabloids voorleest krijgt Paparazzi de dubbelheid van de zogenaamd kritische gluurder. Misschien is dat wel het kenmerk van elke gluurder: hij voelt zich beter dan zijn soortgenoot, want hij heeft tenminste smaak. Hij doet het alleen maar om even te walgen.
Eddy van der Meer
Jaar 1
Nederland, 1993.
Produktie: Joost Seelen (Stichting Zuidenwind Filmprodukties).
Scenario en regie: Joost Seelen.
Camera: Willem Heshusius.
Geluid: Arnold Vogel.
Montage: Ot Louw.
Muziek: Mark Glynne.
Kleur, 91 minuten.
Distributie: NFM/IAF.
Johnny Meijer
Nederland, 1993.
Produktie: Jan Heijs en Ruud Monster (JURA Filmprodukties).
Scenario en regie: John Appel.
Camera: Brigit Hillenius.
Geluid: Mark Glynne, Pepijn Aben en Simon IJspeert.
Montage: Teun Pfeil.
Muziek: Johnny Meijer.
Kleur, 50 minuten.
Distributie: LAVA Film Distribution & Sales.
Paparazzi
Nederland, 1993.
Produktie: Joost Kraanen.
Scenario en regie: Joost Kraanen.
Camera: Erik van Empel.
Geluid: Bert van der Dungen.
Montage: Erik Disselhoff.
Kleur, 88 minuten.
Distributie: Shooting Star Filmcompany.