Maart 1994, nr 143

The blue kite

Moeder, zoon en Mao

De Chinese regisseur Tian Zhuangzhuang (41) was dit jaar te gast op het Filmfestival Rotterdam, waar zijn film The blue kite samen met films als Beijing bastards zeer tegen de zin van de Chinese autoriteiten werd vertoond. Gesprekken in Rotterdam met Chinese filmmakers gingen daarom vooral over politiek. Hoe dachten zij over het communistische regime? Vragen die Tian Zhuangzhuang merkbaar irriteerde. Hij wilde ook wel eens over zijn film praten. Terecht, want The blue kite heeft weliswaar een politieke lading, maar is ook een meeslepende film, gemaakt met ouderwets vakmanschap.

Waarom zijn Chinese films zo in trek in het westen? Dat kan niet alleen voortkomen uit interesse in China. Heeft het iets te maken met de onschuld van veel Chinese cineasten, die nog geloven in de kracht van het medium film en daarom niet bang zijn voor zware emoties en grote gebaren? Waar veel westerse filmmakers, in de greep van cynisme, hun beelden volstouwen met ironie, sarcasme en andere ondermijnende elementen, daar durven Chinese filmmakers nog voluit te gaan. Zonder scrupules maken zij gebruik van een dramatiek en een beeldtaal die ontleend lijken aan de tijd dat Hollywood zich nog niet schaamde voor zijn melodrama's. Dat geldt zeker voor The blue kite, dat, hoe merkwaardig dat ook klinkt, een epos is in de beste Hollywoodtraditie. In ruim twee uur tijd jaagt Tian Zhuangzhuang tegen de achtergrond van China's turbulente, recente verleden een wervelwind van tragische gebeurtenissen over het witte doek.

Instructiefilms
Tian werd in 1952 geboren als kind van twee communistische kaderleden. Thuis nam de politiek een vooraanstaande plaats in, wat een averechtse uitwerking had, want Tian keerde zich af van de politiek. Zijn filminteresse ontwikkelde hij in militaire dienst. Toen hij naar het platteland werd gestuurd en de kans kreeg om zich aan te sluiten bij een militaire filmploeg, die instructiefilms maakte over de communistische successen in de landbouw, was Tian voor de film gewonnen.
Na zijn militaire diensttijd kreeg hij een baan bij de Filmstudio in Beijing. Liever was hij naar de Filmacademie gegaan, maar die werd aan het eind van de jaren zestig op het hoogtepunt van de Culturele Revolutie gesloten. Toen de academie in 1978 weer openging, werd Tian als leerling aangenomen. Hij studeerde samen met klasgenoten als Chen Kaige, Zhang Yimou en Wu Ziniu; studenten die na hun eindexamen het etiket 'Vijfde generatie' kregen opgeplakt. Een term die Tian weinig zegt, bekende hij in Rotterdam: "Als iedereen roept dat ik daartoe behoor, dan zal dat wel zo zijn, maar ik voel het niet zo. Ik heb meer contact met jonge filmmakers dan met die van mijn eigen leeftijd."

Gekte
Wat Tian onderscheidt van filmmakers als Zhang Yimou en Chen Kaige is zijn directheid. Zijn films zijn gemaakt in een realistische stijl, die nauwelijks ruimte laat voor metaforen en dubbelzinnigheden. Naar de strekking van zijn films behoeft nooit te worden geraden. Dat bracht hem meer dan eens in aanvaring met de autoriteiten. Zoals bijvoorbeeld in 1986 met Horse thief, een film die het leven van de plattelandsbevolking in Tibet op zo'n realistische wijze verbeeldt, dat de film aanvankelijk werd verboden. Daarna maakte Tian een aantal politiek onschuldige films die zonder problemen tot stand kwamen. Bij de produktie van The blue kite liep het vanaf het begin echter volledig mis, ongetwijfeld omdat in deze film een gevoelige historische periode uit de Chinese geschiedenis tot leven wordt gewekt. De produktie werd voortdurend gedwarsboomd, uiteindelijk werd een ruwe versie van de film het land uitgesmokkeld en in het buitenland afgewerkt. In China is de film met andere gevoelige films verboden en de autoriteiten kondigden inmiddels een verstrakking van het filmbeleid aan.
Het is dan ook niet mis wat we te zien krijgen. De film speelt zich af in de periode tussen 1953 en 1968 waarin een gezin in Beijing, bestaande uit Chen Shujuan en Lin Shasolong en hun zoontje Tietou, trachten te overleven. Dat blijkt een onmogelijk opgave want met verwoestende kracht dringt de politiek hun leven binnen. Overtuigend en meeslepend brengt Tian de gekte van verschillende door Mao geïnitieerde campagnes in beeld: de Honderd Bloemen in 1957, een half jaar later gevolgd door de economie ontwrichtende Grote Sprong Voorwaarts, waarna tien jaar later de Culturele Revolutie de bevolking begon de teisteren. Lijkt het er in de film lange tijd op dat moeder en zoon kunnen ontsnappen aan Mao's politieke en economische geweld, tenslotte wordt de Culturele Revolutie hen fataal.
De enige metafoor die Tian zichzelf toestaat, is een mooie blauwe vlieger die in het begin van de film hoog in de lucht hangt maar aan het eind verstrikt zit in de takken van een boom. Om The blue kite te kunnen waarderen, moet de westerse kijker afstand doen van zijn cynisme en zich overgeven aan de beeldenstorm die op hem wordt losgelaten. Hij moet bereid zijn zich te laten meevoeren met de film, die niet vrij is van melodramatische effecten. En hij moet zich openstellen voor een bijna naïef aandoende integriteit: "Een goede film is een film die uit je hart komt, en die niet wordt gemaakt om geld mee te verdienen." Een opmerking die je in het westen zelden hoort.

Jos van der Burg

The blue kite
Hongkong/China, 1993.
Produktie: Longwick Filmproduction Ltd/Beijing Film Studio.
Regie: Tian Zhuangzhuang.
Scenario: Xiao Mao.
Camera: Hou Young.
Montage: Qian Lengleng.
Met: Yi Tian, Zhang Wenyao, Chen Xiaoman, Lu Liping.
Kleur, 138 minuten.
Distributie: Cinemien.

Naar boven