Juli/augustus 1994, nr 147

Dennis Potter

Dit is allemaal maar een bedenksel

De televisieserie 'Lipstick on your collar' is nog geen vijf minuten bezig of een van de personages springt op tafel en begint enthousiast 'I am the great pretender' te playbacken. Het is een typisch stijlelement van Dennis Potter, dat we eerder tegenkwamen in veelgeprezen series als 'The singing detective' en 'Pennies from heaven' en waarmee de onlangs overleden Britse scenarist terecht beroemd is geworden.

Zijn eerste bioscoopervaring kon Dennis Potter zich herinneren als de dag van gisteren. Welke film er werd vertoond wist hij weliswaar niet meer, maar waar die voorstelling plaats vond stond hem nog levendig voor de geest. In het vorig jaar verschenen boek 'Potter on Potter' van Graham Fuller vertelt Potter hoe hij als tienjarig jongetje het art-deco filmpaleis The Gaumont in het centrum van Londen bezocht. De stralen uit de projector vielen door een waas van sigarettenrook op het enorme doek. Aan de zijkant van de zaal rees een organist, als een soort halfgod, op een platform uit de diepte omhoog. Het tafereel maakte een onvergetelijke indruk. Bijna vijftig jaar later vinden we exact dezelfde scène terug in 'Lipstick on your collar', Potters laatste - zesdelige - televisieserie die in juli en augustus door de Humanistische Omroep Stichting wordt uitgezonden.

Mijnwerkersgebied
Potters werk - hij schreef televisiedrama's en -series, filmscenario's en een paar romans - is bezaaid met dit soort autobiografische verwijzingen. Hij leed bijvoorbeeld sinds zijn 26ste aan de vreselijke huidziekte psoriasis arthropatica: in 'The singing detective' is de hoofdrol weggelegd voor een thrillerauteur die onder dezelfde aandoening gebukt gaat. Potter had een problematische verhouding met zijn vader: moeizame vader-zoon relaties vinden we terug in zijn vroege werk uit de jaren zestig, maar ook in een recente film als Secret friends. Maar misschien wel het belangrijkste autobiografische gegeven in het werk van Potter vormt het gebied waar hij opgroeide: het Forest of Dean, een mijnwerkersgebied aan de rand van Wales.
Het Forest of Dean functioneert bij Potter als metafoor voor onschuld, of liever voor het verlies van de onschuld. Zo ziet de kleine Philip Marlowe in 'The singing detective' zijn moeder in het bos overspel plegen met de vader van een klasgenootje. En in 'Pennies from heaven' ontmaagdt de hoofdpersoon een lerares in haar, in het Forest gesitueerde, woning. Ook in 'Lipstick on your collar' komt het gebied aan de orde, al is het via een omweggetje.
Een van de twee protagonisten van de serie is de zeer naïeve, achttienjarige soldaat Francis Francis (Giles Thomas). De jongen is de onschuld zelve: zijn levenswijsheid doet hij op bij Tsjechov en Poesjkin, een meisje heeft hij nog nooit gekust en van wat er in de wereld gebeurt heeft hij slechts de flauwste notie. Het verbaast dan ook niet dat Potter deze frisgeschoren, argeloze knaap uitrust met een zeer sterk Forest of Dean-accent en hem gedurende de serie met een aantal schokkende gebeurtenissen confronteert.
Terwijl dit nog een redelijk subtiele verwijzing is naar Potters verleden, is de setting van het verhaal aanwijsbaar autobiografisch. 'Lipstick on your collar' speelt zich af op een van de kantoren van het Ministerie van Oorlog. Het is 1957 en als het verhaal begint breekt de Suezcrisis uit. Soldaat Francis Francis vervult zijn dienstplicht op het ministerie met het vertalen van Russische documenten. Potter werkte op hetzelfde kantoor, zij het overigens een jaar voor de Suezcrisis. En daarmee is direct aangegeven dat we de autobiografische elementen in Potters werk nu ook weer niet al te letterlijk moeten nemen. Zelf heeft hij meer dan eens verklaard een hekel te hebben aan het genre van de autobiografie. Naar eigen zeggen is zijn werk niet autobiografisch: hij gebruikt slechts elementen uit zijn eigen leven omdat hij op die manier een zekere authenticiteit aan de achtergrond van het verhaal kan verlenen. De personages, hun relaties en gevoelens zouden zijn verzonnen.

Vroege rock 'n roll
Potter was een politiek schrijver. Ooit wilde hij voor Labour in het parlement gekozen worden, maar moest die ambitie wegens zijn ziekte opgeven. Ook zijn keuze om voor de televisie - en niet voor het theater of de film - te schrijven was politiek gemotiveerd. Potter had het publiek wat te zeggen, hij wilde zoveel mogelijk mensen in een keer bereiken. En welke instrument is daarvoor beter geschikt dan televisie? Ook 'Lipstick on your collar' is een politiek stuk. De serie vertelt hoe de Britse maatschappij in de jaren vijftig in verwarring raakt en tenslotte fundamenteel verandert. De Suezcrisis vormt daarvoor natuurlijk de ideale achtergrond. In 1957 nationaliseerde de Egyptische president Nasser de Brits/Franse maatschappij die het Suezkanaal exploiteerde. Groot-Brittannië stuurde haar troepen er op af, hetgeen verontwaardigde reacties uit de hele wereld tot gevolg had. De Suezcrisis toonde aan dat een koloniale ingreep zoals Groot-Brittannië die zich dacht te kunnen veroorloven niet langer mogelijk was. De verhoudingen in de wereld definitief waren veranderd.
Majoor Bernwood, de baas op het kantoor waar Francis en zijn dromerige collega Hopper werken, is de perfecte metafoor voor deze samenleving in overgang. Naarmate de serie vordert raakt de aandoenlijk reactionaire Bernwood steeds meer in verwarring totdat hij tenslotte geheel instort. Ook het gebruik van muziek onderstreept de verandering. 'Lipstick on your collar' zit propvol met popmuziek uit de jaren vijftig. En als er iets is dat verandering symboliseert, dan is het wel de vroege rock 'n roll. Maar de serie vormt ook het uiterst komische verhaal van twee jonge mensen die hun seksualiteit ontdekken. Zo wordt Francis hevig verliefd op zijn hoogblonde sexy buurvrouw, die tot zijn schrik de echtgenote blijkt van een van zijn superieuren en ziet Hopper naakte, wellustige vrouwen voor zijn geestesoog verschijnen, elke keer als hij maar even zit te dagdromen.

Onechtheid
Vanaf het begin van zijn schrijverscarrière heeft Potter zich verzet tegen, wat hij zelf noemt, het naturalisme. Daarmee bedoelt hij de neiging het proces van televisie- en film maken zo onzichtbaar mogelijk te maken, zoals dat in de klassieke Hollywood-stijl gebeurt. Potters drama bevat talloze 'non-naturalistische' stijlmiddelen. Al in zijn eerste televisie produkties liet hij personages direct in de camera spreken en vertolkten volwassen acteurs kinderrollen. Maar zijn bekendste, vervreemdende stijlmiddel is natuurlijk de acteur die midden in een scène populaire liedjes begint te playbacken. Potter gebruikte dit in zijn twee bekendste series 'Pennies from heaven' en 'The singing detective', maar het is ook zeer overheersend aanwezig in 'Lipstick on your collar'. Het resultaat van de playbackende acteur is in de eerste plaats gewoon verrassende, opwindende televisie. Maar indirect vestigt Potter ook onze aandacht op de 'onechtheid', op de geconstrueerdheid van televisiedrama. Het werk van Potter is zelfbewust, het lijkt alsmaar uit te schreeuwen: "Trap er niet in hoor, dit is allemaal maar een bedenksel". En dat is iets wat het meeste drama ons juist wil doen laten vergeten.
Natuurlijk kennen we het vervreemdende effect van zingende acteurs ook al uit de musical. Het verschil is dat er bij Potter niet echt gezongen wordt maar geplaybackt, hetgeen de vervreemding nog versterkt. Bovendien worden in Potters wereld de liedjes gebruikt om gedachten uit te drukken, om als het ware in het hoofd van de personages te kijken. In 'The singing detective' bijvoorbeeld wordt populaire muziek gebruikt om de hallucinaties van Marlowe te verbeelden en in 'Lipstick on your collar' beginnen de personages steeds te zingen als Hoppers gedachten afdwalen. (Opvallend is overigens dat de liedjes niet 'uit het hoofd' komen van de eigenlijke protagonist, soldaat Francis.)
De verrassing van de plotseling playbackende acteurs mag na de twee voorgaande 'zingende' series misschien niet meer zo groot zijn, het werkt nog steeds even goed. Potter weet te vermijden dat zijn visitekaartje een goedkope truc wordt. De liedjes staan steeds in relatie tot het verhaal. Een van de meest geslaagde vondsten is bijvoorbeeld het gebruik van het nummer 'Blue suede shoes'. In het kantoor van het Ministerie van Oorlog heerst grote opwinding over het annexeren van het Suezkanaal door president Nasser. Hopper heeft weer eens een van zijn vele dagdromen en plotseling zien we de Prime Minister "You can do anything, but don't step on my blue suede shoes" zingen. En dat was natuurlijk precies wat Engeland destijds zei tegen Egypte.

Lachwekkend
Het gebruik van popmuziek is niet het enige stijlmiddel dat Potter gebruikt in zijn zelfbewuste werk. Ook de montage van 'Lipstick on your collar' is mijlenver verwijderd van hetgeen bij het meeste televisiedrama gebruikelijk is. Er zitten zeer fraaie overgangen in de serie. In de tweede aflevering zien we bijvoorbeeld hoe Francis zich staat te scheren, vervolgens wordt er gesneden naar zijn oom die het zelfde doet en even later kijkt Hopper in het kantoor op de klok, en het volgende moment zien we een klok in een ander vertrek. En tenslotte is er dan nog het acteerwerk. Er wordt door alle acteurs 'over the top' gespeeld. Vooral Giles Thomas geeft een fraai staaltje 'overacting' ten beste met zijn vertolking van soldaat Francis Francis. Hij weet de meest getergde gelaatsuitdrukkingen op zijn gelaat te toveren en zijn mimiek heeft soms iets slapstick-achtigs.
De opeenstapeling van deze vervreemdende ingrediënten, van deze non-naturalistische stijlmiddelen zou gemakkelijk tot een drakerig, lachwekkend geheel kunnen leiden. Lachwekkend is deze serie zonder twijfel, maar drakerig? Nee. 'Lipstick on your collar' is juist een uitgebalanceerde, oprechte en ontroerende serie. Het is echter bovenal een prachtig voorbeeld van het zelfbewuste drama waarmee Potter zo beroemd is geworden. Al evenaart de serie het meesterwerk 'The singing detective' misschien niet, 'Lipstick on your collar' is een waardige afsluiting van de carrière van Engelands meest talentvolle televisie-auteur.

Jeroen van Bergeijk

Lipstick on your collar
Groot-Brittannië, 1993.
Produktie: Dennis Potter en Rosemarie Whitman.
Regie: Renny Rye.
Scenario: Dennis Potter.
Camera: Sean van Hales.
Montage: Clare Douglas.
Muziek: Elvis Presley, The Platters, Frankie Vaughan, Connie Francis, Fats Domino e.v.a.
Met: Giles Thomas, Ewan McGregor, Louise Germaine, Kymberley Huffman e.v.a.

Naar boven