Video - oktober 1994, nr 149

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


M. Butterfly
David Cronenberg
Als ik vertel dat de plot van M. Butterfly wel heel veel wegheeft van The crying game heb ik vast alweer teveel verklapt. Maar iedereen die zich mooie jongen John Lone uit The last emperor herinnert, heeft direct in de gaten dat er 'iets' mis is met een van de hoofdpersonen uit deze film. M. Butterfly is gebaseerd op een zeer succesvol Broadway-stuk, dat natuurlijk weer gebaseerd was op de opera van Puccini. In tegenstelling tot de toneelversie flopte de film van David Cronenberg echter jammerlijk. In Nederland is de film daarom maar direct op video uitgebracht. En dat verbaast toch wel een beetje, want zo slecht is M. Butterfly nu ook weer niet. Goed, het verhaaltje van de Franse ambassade-attaché Jeremy Irons die wanhopig verliefd op een Chinese operaster is niet bijster sprankelend. En ook de ontwikkeling van het verhaal verloopt uiterst schokkerig en is bij tijd en wijle volstrekt ongeloofwaardig. Waarom Irons bijvoorbeeld opeens zo volkomen geobsedeerd wordt door deze 'Butterfly' blijft duister. Er wordt wat gemompeld over de westerse fascinatie voor de onderdanige Oosterse vrouw, maar die fascinatie wordt in het geheel niet inzichtelijk gemaakt. En tot slot drijft het verhaal op de grote ontknoping aan het einde, maar dat hadden we nu juist na vijf minuten al in de gaten. Maar aan de andere kant is de acteerprestatie van Irons overtuigend. Zo'n naïeve, zenuwachtige, door de liefde verteerde klerk neerzetten, dat kan je gerust aan hem overlaten. En ook John Lone doet erg zijn best zo bevallig mogelijk te zijn. M. Butterfly is Cronenbergs eerste film buiten het griezelgenre, en gezien de desastreuze financiële afloop zal het wel bij dit experiment blijven. Gelukkig maar, want ik zie toch liever een 'echte' Cronenberg.
Jeroen van Bergeijk


Lost in Yonkers
Martha Coolidge
Neil Simon is al bijna dertig jaar de meest succesvolle toneelschrijver van de Verenigde Staten. Dat zijn kassuccessen op Broadway het ook in de bioscoop goed doen heeft ongetwijfeld alles te maken met Simons sterke personages en de lichtvoetige aard van komedies als The odd couple, The sunshine boys en Biloxi blues. In de degelijke Simon-verfilming Lost in Yonkers zijn alle bekende ingrediënten aanwezig. In de zomer van 1942 worden twee joodse jongetjes na de dood van hun moeder bij hun oma in de New Yorkse wijk Yonkers ondergebracht, zodat hun vader de kost kan gaan verdienen. Oma blijkt haar huis met een dusdanig harde hand te bestieren dat al haar kinderen er een tik aan over hebben gehouden. Tante Gert heeft een spraakgebrek, oom Louie is uit verzet tegen zijn opvoeding gangster geworden en tante Bella is nooit volwassen geworden.
Regisseur Martha Coolidge, eerder verantwoordelijk voor Rambling Rose en Angie, verloochent de theaterorigine van Simons scenario geen moment. De film moet het daarom vooral van de dialogen en de acteurs hebben en scoort goed op beide fronten. Brad Stoll en Mike Damus zijn prima als de twee broertjes, Mercedes Ruehl slaagt erin de naïeve Bella geloofwaardig te houden en Richard Dreyfuss, die ooit een Oscar ontving voor zijn rol in de Simon-film The goodbye girl, is helemaal in zijn element als Louie. Dat het scenario af en toe in al te bekend vaarwater belandt doet niets af aan het feit dat Simon er steeds weer in slaagt personages te creëren die tot het eind blijven boeien, hoe vrijblijvend zijn verhalen ook zijn.
Bart van der Put


Body bags
John Carpenter & Tobe Hooper
Deze voor de televisie geproduceerde episodenfilm verenigt twee regisseurs die beiden een uitermate onevenwichtige carrière achter de rug hebben. John Carpenter had in 1978 een wereldwijde hit met de inmiddels klassieke horrorfilm Halloween. Hij bewees meerdere malen zijn publiek virtuoos te kunnen bespelen, maar leverde ook een aantal teleurstellende films af. Momenteel draait zijn redelijk geslaagde In the mouth of madness in de rondtrekkende griezelmarathon 'The all-night horror show'. Tobe Hooper debuteerde in 1974 met The Texas chainsaw massacre, een huiveringwekkende film die door de meeste horrorfilm-experts terecht wordt beschouwd als de engste film aller tijden. Dit predikaat hangt nog altijd als een molensteen om Hoopers nek, want hij is er nooit in geslaagd de brute kracht van zijn debuut te evenaren.
In Body bags komen de kwaliteiten van beide regisseurs heel af en toe aan de oppervlakte. Carpenter trekt met succes zijn hele trucendoos open in de eerste episode, waarin een nieuwbakken pompbediende tijdens de nachtdienst met een psychopaat wordt geconfronteerd. In het tweede verhaal, over een kalende man die weer haar wil hebben, verkiest hij humor boven horror. Daarmee krijgt Hooper de taak de kijker alsnog de stuipen op het lijf te jagen. Zijn film over een verkeerd aflopende oogtransplantatie bevat een aantal geslaagd smerige momenten, maar is veel te voorspelbaar. Als zoethoudertje voor de fans duiken er in bijrolletjes allerlei bekende genre-regisseurs en -acteurs op. Carpenter heeft zelf een glansrol: hij speelt de patholoog-anatoom die de lijkzakken uit de titel openritst.
Bart van der Put

Naar boven