Video - november 1994, nr 150

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Poetic justice
John Singleton
In 1991 debuteerde de 24-jarige John Singleton als regisseur met de intense ghetto-film Boys N the hood, waarin het harde leven op de straten van de buurt South Central in Los Angeles centraal stond. Het leverde hem Oscarnominaties voor regie en scenario op. Inmiddels zijn we vele ghetto-films verder en is de boze crackdealende neger een cliché geworden dat rijp is voor parodie. Singleton keert met Poetic justice weliswaar terug naar South Central maar benadert de ghetto-problematiek dit keer vanuit een vrouwelijk perspectief.
Janet Jackson maakt op acceptabele wijze haar acteerdebuut als Justice, een kapster die haar eerste vriendje door een kogel zag sterven. Sinds die traumatische ervaring wil ze van mannen niets meer weten en schrijft ze de ellende van zich af in gedichten. Op weg naar een kappersshow in Oakland reist ze mee met een bevriend stel en de postbode Lucky, die als alleenstaande vader een respectabel, geweldloos en drugsvrij bestaan probeert op te bouwen. Naarmate de reis vordert voelen de twee zich steeds meer tot elkaar aangetrokken. Onderweg stopt het gezelschap bij een familiefeest waar we een lesje in gezinswaarden krijgen voorgeschoteld. Een Afrikaans cultuurfestival symboliseert het zoeken naar een zwarte identiteit en door middel van het ruziënde stel dat met Lucky en Justice meereist leert de regisseur ons dat het niet kies is vrouwen te slaan. Zo verloopt de film uiterst voorspelbaar volgens het stramien autoritje, wijze les, toepasselijk gedicht. Singleton stelt educatieve waarden boven alles en schiet zichzelf daarmee in zijn voet. Van de Nederlandse vertaler valt overigens ook nog wat te leren. Hij verrijkt het scheldwoordenboek met de termen 'rukeend' en 'stierebeffer'.
Bart van der Put


Mac
John Turturro
De Amerikaanse acteur John Turturro (Barton Fink, Do the right thing) maakte in 1993 zijn debuut als regisseur met het sterk autobiografische Mac, een film die dat jaar in Cannes de Camera d'Or voor beste debuutfilm won. Eerder dat jaar waren twee andere grote jonge acteurs als regisseur gedebuteerd. Sean Penn maakte The Indian runner (over een moeiljk opvoedbare jongen) en Jodie Foster maakte Little man Tate (over een hoogbegaafd kind). Turturro doet minder aan navelstaarderij, maar richt zich op zijn vader, een bouwer, een vakman. Als de oude overlijdt laat hij drie zonen achter die alledrie werkzaam zijn in de bouw. Hij heeft hen zijn motto meegegeven: er zijn twee manieren om iets te doen: de goede manier en mijn manier. En dat is alletwee dezelfde manier. Turturro, die zelf de hoofdrol voor zijn rekening neemt, heeft een weinig sentimenteel portret gemaakt van drie broers die deze erfenis van hun vader proberen te beheren. In de jaren vijftig gaan ze weg bij hun baas om zelf een bedrijf op te richten. Het is de periode dat er buiten de Amerikaanse steden in hoog tempo slaapsteden uit de grond worden gestampt. De oudste zoon ontdekt al snel dat hij uit dezelfde klei als zijn vader is gebakken en binnen de kortste keren keren zijn broers zich tegen hem. Mac is zeker geen volledig geslaagde film. Het rammelt allemaal een beetje en de overeenkomsten tussen vader en zoon worden erg nadrukkelijk neergezet. Maar de film bevat een aantal prachtige scènes die veel goed maken. Een huwelijksaanzoek in een auto met lekkend dak, een man die heel mooi kan metselen, drie broers in een badkamer. Of de openingsbeelden: bijna abstracte shots van een man die in de stromende regen een huis aan het bouwen is.
Mark Moorman


Total balalaika show
Aki Kaurismäki
"Een cultvideo tenminste houdbaar tot 2001", schreeuwt de cover van Total balalaika show. Films die zichzelf als cult afficheren zijn dat per definitie niet. Met cult heeft deze 'film' van Aki Kaurismäki dan ook weinig van doen. Met film trouwens ook niet. Total balalaika show is een nogal brave, onfilmische registratie - veel, heel veel statische totaalshots - van een concert van The Leningrad Cowboys en het Russische Alexandrov Ensemble. Ach ja, het heeft wel iets komisch, om die jongens met hun puntschoenen en absurd lange vetkuiven - de fans van Kaurismäki zullen zich ze nog wel herinneren uit Leningrad Cowboys go America - tegenover het voormalige visitekaartje van het Rode Leger te zetten. En het is ook reuze grappig een Russisch en Engels canon te horen van 'So happy together'. Of om die honderd Russische mannen als achtergrondkoortje te gebruiken voor 'Knocking on heaven's door'. Maar het in de huiskamer bekijken en beluisteren van zo'n 'cultconcert' verveelt al na een paar minuten. Vooral omdat het allemaal zo slaapverwekkend in beeld is gebracht en The Leningrad Cowboys zo beroerd mogelijk spelen, om van hun presentatie nog maar te zwijgen. Maar aangezien het hier 'cult' betreft, is dat kennelijk geen bezwaar.
Jeroen van Bergeijk


Heart of darkness
Nicholas Roeg
Tim Roth en John Malkovich in een verfilming van Joseph Conrads 'Heart of darkness' door Nicolas Roeg, dat oogt goed op papier. Op tv ziet het er heel wat minder uit. Filmliefhebbers kennen het boekje van Conrad als het verhaal dat Coppola inspireerde tot Apocalypse now. Die vergelijking speelt Heart of darkness danig parten. Hoewel Roeg heel wat dichter bij Conrad blijft en zijn film zich dan ook afspeelt in koloniaal Afrika, roept elke scène onwillekeurig het Vietnamese equivalent van Coppola op. Het zien van Roeg betekent het imaginaire herzien van Coppola: eens te meer wordt duidelijk hoe briljant Apocalypse now is. Ook zonder deze vergelijkende handicap, waar Roeg weinig aan kan doen, is Heart of darkness een tamelijk hopeloze film. Tim Roth speelt de onverschrokken kapitein die zich rond de eeuwwisseling in de Afrikaanse wildernis waagt, met een gammele boot de rivier op. Op zoek naar Kurtz, die hij pas in de finale zal treffen en wiens gekte als een vloek over de rivier hangt. Echt iets voor Malkovich, die gehuld in vitrage en met koket open mondje onzin uit mag kramen. Conrads klassieke queeste wekt bij Roeg slechts spotlust, vooral dankzij de vergeefse poging dreigend en gevaarlijk te zijn. De suggestief loerende inboorlingen, de karikaturale kolonialen, de met bloed besmeurde Roth, alles is even potsierlijk. Curieus is het rolletje van het graatmagere model Iman, ofwel mevrouw Bowie, als levende decoratie. In niets valt de eigenzinnigheid van Roeg te herkennen. De Malkovich-fans kunnen volstaan met het laatste kwartier.
Mark Duursma

Naar boven