Video - januari 1995, nr 152

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


City of hope
John Sayles
City of hope gaat over corruptie in de bouwwereld, corruptie in de gemeentepolitiek en corruptie bij de politie. De film kent daarnaast ook nog malafide projectontwikkelaars, omkoopbare officieren van justitie en een al te machtsbeluste burgemeester. Alsof dit nog niet genoeg is, zijn de personages in familie- en kennissenkring ook nog eens egoïstisch en onbetrouwbaar. We kunnen dus veilig concluderen dat de filmtitel ironisch bedoeld is. Maar is de film ook spannend? Nauwelijks. Regisseur en scenarioschrijver (en mede-acteur) John Sayles wilde bovenstaande elementen door middel van een stuk of drie plotjes in elkaar schuiven, zodat de eindjes op het laatst allemaal bij elkaar komen. Maar wie een intelligente thriller wil maken heeft in elk geval één ding nodig - suspense. En suspense is wat in City of hope volledig ontbreekt. Als maatschappelijke aanklacht is City of hope topzwaar. Misschien is het visioen van een gemeenschap waarin iedereen elkaar wantrouwt, afperst en omkoopt niet zo heel erg onrealistisch (zelfs niet in Nederland) maar om al deze misstanden in anderhalf uur aan de kaak te stellen is wat te veel van het goede, zeker als het een genre betreft dat daar niet in de eerste plaats voor bedoeld is. Maar er is één aspect in de film dat redelijk goed uit de verf komt: huidskleur als chantagemiddel, het misbruik van vermeend racisme. Zo tuigen twee negerjongetjes op een avond een blanke jogger af. Als ze gesnapt worden, houden ze vol dat hij uit was op seksueel contact. Veel zwarten kiezen onmiddellijk de zijde van de jongetjes, nog voordat ze hun verhaal hebben kunnen controleren. De O.J. Simpson-zaak in een notedop. Hetzelfde mechanisme keert op bestuurlijk niveau terug als een ambitieus zwart raadslid zich probeert op een eerlijke manier in te spannen voor zwarte buurtbewoners. Steeds wordt hij door zijn politieke vrienden in de verleiding gebracht om zijn huidskleur in de strijd te werpen. Als hij dat in eerste instantie weigert te doen, maken ze hem uit voor 'white man's friend'. Later bezwijkt hij alsnog. Een voormalige zwarte burgemeester legt hem op de golfbaan de principes van het politieke opportunisme uit: 'uiteindelijk bleek de doofpot het beste voor de zwarte zaak'.
Viktor Frölke


Gettysburg
Ronald Maxwell
De firma Disney was onlangs van plan een historisch slagveld uit de Amerikaanse burgeroorlog te veranderen in een educatief pretpark, waar de Amerikaanse jeugd op speelse wijze vertrouwd werd gemaakt met de vaderlandse geschiedenis en, hopelijk, met een t-shirt met opschrift naar huis zou gaan. Het historisch besef van de gemiddelde Amerikaan reikt ongeveer tot vorige week dinsdag. Alles daarvoor is in de mist van de geschiedenis verdwenen. Toch werd Disney op de vingers getikt: afblijven van ons erfgoed. De historie is niet te koop. Met andere woorden: het bod was te laag. Gettysburg van Ronald Maxwell is een poging om de Amerikanen een beetje bij te spijkeren. Gettysburg was een klein stadje waar het in 1861 tot een treffen kwam tussen de grijze legers van de Zuidelijke rebellen en de blauwe legers van de Yankees. Het was niet de beslissende veldslag in de Amerikaanse burgeroorlog, want die zou nog twee jaar duren, maar het werd, met meer dan vijftigduizend slachtoffers, wel een van de bloedigste. Gettysburg was een soort voorbeschouwing op de veldslagen van de twintigste eeuw. De meer dan vier uur durende film speelt zich geheel af tijdens de vier dagen die de slag heeft geduurd. Het helpt als u regimenten van divisies en peletonnen van brigades kunt onderscheidden, want er wordt heel wat afgedraafd door de duizenden figuranten van heuvel a naar stelling b, van voor naar achter, van links naar rechts. Team a draagt grijs, team b draagt blauw. Verder lijkt Gettysburg op een legpuzzel waarbij driekwart van de stukjes uit blauwe stukjes (veel lucht) bestaat. De meeste mannen, die willen te kaapren varen, dragen snorren en baarden. En wat voor snorren en baarden. Talloze bekende acteurs (Martin Sheen, Jeff Daniels, Tom Berenger) hebben zich geheel authentiek enorme krulsnorren en geitesikken aangemeten. Dit alles in het kader van het streven naar historische accuratesse. De verschillende veldslagen zijn ondertussen geheel gesneden naar een alle leeftijden publiek. De bloedigste veldslag uit de negentiende eeuw verloopt in Gettysburg geheel zonder bloedvergieten. We zien slechts mannetjes tuimelen en door de lucht duikelen. Tussen de kanonsschoten door houden de verschillende historische personages lange monologen vol met (pauze, tromgeroffel...) Historische Uitspraken. In deze versie van de geschiedenis hebben de vijanden veel respect voor elkaar. Grijs en blauw kijken elkaar voortdurend vol bewondering in de ogen. Ted Turner (baas van CNN), die de film produceerde voor zijn TNT maatschappij, komt zelf uit het zuiden (draagt een snor en witte pakken om het te bewijzen) en wordt liever niet aan het feit herinnerd dat zijn club (team grijs) in de pan werd gehakt. Het camerawerk van deze reusachtige produktie werd overigens gedaan door de Nederlander Kees van Oostrum die ooit Het bittere kruid regisseerde.
Mark Moorman


Blue chips
William Friedkin
Nadat regisseur William Friedkin in de jaren zeventig hoogst succesvolle films als The French connection en The exorcist had afgeleverd raakte zijn carrière danig in het slop. En voorlopig lijkt daar nog weinig verandering in te komen, want ook zijn laatste geesteskind Blue chips is bepaald niet om over naar huis te schrijven. Hoofdpersoon in het op feiten gebaseerde Blue chips is basketbaltrainer Pete Bell (Nick Nolte). Hij is de coach van het ooit befaamde basketbalteam van Western University. Pete is een goeie jongen: hij heeft hart voor zijn jongens, een hekel aan reporters, is nog steeds verliefd op zijn ex-vrouw (Mary McDonnell) en bovenal goudeerlijk. Maar Pete's team maakt dit seizoen niks klaar en dat is een bittere pil voor de eens zo gevierde trainer. Enfin, wanneer het nieuwe schooljaar begint probeert Pete de beste jonge spelers naar zijn universiteit te lokken. In de verste achterhoeken van Amerika spoort hij aankomend talent op. Probleem daarbij is dat die veelbelovende jongens dollars willen zien. En juist dat is verboden, want universiteiten mogen spelers geen geld aanbieden. Maar Pete wil de nederlaag van het vorige seizoen niet nog een keer meemaken, en besluit zich met smeergeld in te laten. En natuurlijk is dat het begin van het einde. Voor de basketbal-liefhebber is Blue chips misschien een mooi document - veel fraaie actiescènes - maar als drama is het maar matig. Het duurt een eeuwigheid voordat het dilemma - breek je de regels om een goed team te kunnen samenstellen - van de trainer een beetje inzichtelijk wordt gemaakt. En als de film dan eindelijk op gang komt, voel je op je klompen aan hoe het gaat aflopen. Nolte doet zijn best als de onbehouwen, integere coach, maar, helaas is het personage dat hij moet spelen zo eendimensionaal dat ook Nolte er niet veel van kan maken.
Jeroen van Bergeijk

Naar boven