Februari 1995, nr 153

J'ai pas sommeil

Sodom en Gomorra in Parijs

In de jaren tachtig waarden er twee moordenaars door Parijs die het hadden voorzien op oude dames. Tenminste twintig bejaarden werden beroofd en vermoord. In 1987 bekenden twee homoseksuele mannen, Thierry Paulin en Jean-Thierry Mathurin, de moorden. Laatstgenoemde zit een twintigjarige gevangenisstraf uit, Paulin overleed in 1989 aan aids. Claire Denis nam deze moordzaak als uitgangspunt voor haar J'ai pas sommeil, een modieuze film over een spectaculair onderwerp.

Waarom wil iemand een film maken over seriemoordenaars? In Hollywood is het antwoord duidelijk, daar hoort men in films als Kalifornia door het moorden heen de kassa rinkelen. Maar een serieuze filmmaker? Wat valt er voor verstandigs te berde te brengen over het verschijnsel? Weinig of niets, zoals Henry, portrait of a serial killer, de beste film over dit onderwerp, koel observerend duidelijk maakte. De een gaat naar zijn werk, de ander gaat moorden en waarom dat zo is weten we niet, was de strekking van deze film. Daarom is Henry, portrait of a serial killer zo'n angstaanjagende film.
Natuurlijk zijn er ook films die wel op zoek gaan naar een verklaring, maar die weten nooit te overtuigen. Zo meent filmmaker Ian Kerkhof dat seriemoordenaars begrepen moeten worden als een signaal dat het joods-christelijke tijdperk op zijn einde loopt. Waarom dat zo zou zijn, weet hij in zijn Ten monologues of the lives of serial killers echter niet duidelijk te maken. En dan zijn er de films die het in de psychologie zoeken, maar ook die komen niet ver: waarom gaat die ene met een ongelukkige jeugd wel moorden en al die anderen niet?
En Claire Denis? Waarom maakt zij een film over twee seriemoordenaars? J'ai pas sommeil geeft geen duidelijk antwoord en lijkt vooral te willen mystificeren. De film suggereert een verband tussen de liefdesrelatie van de twee mannen en hun koele moordpartijen. Moord als een bevestiging van de liefdesband, zoiets verzint men alleen in Frankrijk. Het meest opvallende aan de film is echter zijn politieke incorrectheid: moordenaar Thierry Paulin (Richard Courcet) is zwart, homoseksueel, travestiet, drugsdealer en prostituée. Laat ik alles tegelijk nemen, dan trap in ieder geval tegen íemands schenen aan, moet Claire Denis hebben gedacht.

Hitsig Parijs
J'ai pas sommeil opent met beelden van de jonge actrice Daïga uit Litouwen, die, in het bezit van een vage belofte over werk, in een oude auto Parijs binnenrijdt. (Een goede rol van de Litouwse Katerina Golubeva, die we ons herinneren uit Sarunas Bartas' Trys dienos). Daïga is de buitenstaander door wiens 'onschuldige' ogen we naar Parijs kijken. Een geijkte filmmethode, die het mogelijk maakt om eens flink kritisch rond te kijken. We mogen aannemen dat Daïga de blik heeft meegekregen van Claire Denis, die niet alleen regisseerde maar samen met Jean-Pol Fargeau ook het scenario schreef.
Wat Daïga van Parijs te zien krijgt, stemt niet vrolijk. Dat begint al op de snelweg voor Parijs als ze wordt gepasseerd door een auto waarin mannen het neukgebaar maken. Als ze even later in een café iets wil bestellen, stuit ze op een horkerige barkeeper. Als ze weer buiten komt, kafferen twee seksistische politieagenten haar de huid vol vanwege haar fout geparkeerde auto. En als ze 's avonds op straat loopt, moet ze een bioscoop binnenvluchten om aan een opgewonden griezel te ontkomen. Welkom in hitsig Parijs.

Uitdagende poses
De verwikkelingen rond de twee moordenaars zouden het 'pièce de resistance' van de film moeten zijn, maar in werkelijkheid is deze intrige het zwakst. In haar vastberaden poging om niet politiek correct te zijn, schetst Claire Denis uitvoerig het homoseksuele milieu, waarin de twee moordenaars verkeren. De film krijgt daardoor een tamelijk ranzig karakter. De camera loert met de hoofdschuddende blik van de burger, die het ook allemaal niet meer begrijpt. Mannen in seksueel uitdagende poses, travestieten, geile blikken, hoererende jongens, o gut, o gut, waar moet het naar toe!? De camera krijgt maar niet genoeg van dit Sodom en Gomorra. Krijgen we nu voortaan in alle films over seriemoordenaars het uitgaansleven van de daders uitvoerig geschetst, of blijft dit voorbehouden aan zwarte, homoseksuele moordenaars?
Denis' grootste verbazing lijkt te zijn dat niemand in de familie- en kennissenkring van de moordenaars ooit enige verdenking koesterde. Zij waren toch altijd goed voor hun moeder? Een nieuw inzicht kunnen we dat moeilijk noemen. Daïga ziet alle westerse decadentie, rotzooi, geweld, egoïsme en andere kwalen met haar mooie ogen stoïcijns aan en trekt aan het slot van de film de enige juiste conclusie: natuurlijk valt het leven niet mee in Litouwen, maar daar zijn tenminste geen seriemoordenaars. Tuf, tuf rijdt het autootje Parijs uit.
Toegegeven: Claire Denis verpakt het fraai, want zij beschikt over veel talent. Visueel ziet J'ai pas sommeil, dankzij het camerawerk van Agnes Godard, er schitterend uit, met goed gekozen sfeerbeelden van het dagelijks leven in Parijs. Denis' denkfout is de gedachte dat een exceptioneel verschijnsel als seriemoordenaars geschikt is voor een kritische film over het moderne stadsleven. Bovendien lijkt zij de mening toegedaan dat een politiek incorrecte film automatisch ook interessant is. Zij heeft niet begrepen dat werkelijk interessante films zich niets aantrekken van deze modieuze begrippen. Alleen een trendgevoelige filmmaker leest de opiniepagina's in de krant.

Jos van der Burg

J'ai pas sommeil
Frankrijk, 1993.
Produktie: Bruno Pesery.
Regie: Claire Denis.
Scenario: Claire Denis en Jean-Pol Fargeau.
Camera: Agnes Godard.
Geluid: Jean-Louis Ughetto.
Montage: Nelly Quettier.
Muziek: Jean Louis Murat.
Met: Katerina Golubeva, Richard Courcet, Vincent Dupont, Beatrice Dalle.
Kleur, 110 minuten.
Distributie: Argus Film.

Naar boven