Verwacht - februari 1995, nr 153


Nightwatch Ieder land heeft zijn eigen Dick Maas. In Denemarken heet hij Ole Bornedal en net als onze Dick scoorde hij met zijn stevig naar Hollywood lonkende debuutfilm een dijk van een hit in eigen land. De formule is even eenvoudig als doeltreffend: voorzie een gelikte thriller naar Amerikaans model van een herkenbare dosis couleur locale en het publiek is niet uit de bioscoop weg te slaan. Of het resultaat vervolgens ook een buitenlands publiek kan bekoren is natuurlijk nog maar de vraag. Over belangstelling van buitenlandse distributeurs heeft Bornedal in ieder geval niets te klagen. En in ons land vindt hij Peter van Bueren alvast aan zijn zijde: de Volkskrant-recensent bracht Nightwatch naar het Filmfestival Rotterdam als bijdrage aan het Critic's Choice-programma.
De film draait om de jonge student Martin, die er geen been in ziet wat bij te verdienen als nachtwacht in een mortuarium. Dat een lijkenhuis een nachtwacht behoeft blijkt uit de woorden van Martins bejaarde voorganger, die hem een smeuïg verhaal vertelt over schijndoden en necrofielen. Alsof dat niet erg genoeg is wordt er ook nog een seriemoordenaar opgevoerd. De 'psukopoat', zoals de Denen het zo aardig uitdrukken, probeert iedere verdenking in Martins schoenen te schuiven, terwijl studievriend Jens hem voortdurend uitdaagt met gewaagde weddenschappen. Het Deense karakter van de film behelst niet alleen de Kopenhaagse lokaties, er komt ook typisch Deense humor aan te pas: Jens valt van zijn fiets en kotst in een kerk het doopvont vol. Bornedal maakt een vette knipoog naar The silence of the lambs, middels het regelmatig in beeld brengen van rondvliegende motten, en daagt critici uit door zijn personages zinsneden als "het is net een slechte B-film" in de mond te leggen. De ontknoping tart iedere logica, maar in de gruwelijke moord op een prostituée toont Bornedal zich een begenadigd grossier in filmische narigheid. Wil hij in Hollywood voet aan de grond krijgen dan doet de Deen er goed aan het schrijven van scenario's voortaan aan anderen over te laten, als regisseur weet hij de spanning in ieder geval aardig op te voeren.


Chinatown (1974) is de eerste in een reeks klassieke films van Roman Polanski die dit jaar in fonkelnieuwe kopieën uitgebracht zullen worden. Robert Towne's met een Oscar bekroonde scenario ontrolt zich volgens beproefd Raymond Chandler recept: privé-detective Jake Gittes krijgt bezoek van een mysterieuze vrouw die hem inhuurt om haar man te schaduwen. De vrouw is echter niet wie ze beweert te zijn, de echtgenoot blijkt vermoord en de kersverse weduwe lokt de detective in een web van leugens en intrige. De rolverdeling is buitengewoon sterk: Faye Dunaway geeft de weduwe meer glamour dan menig klassieke Hollywood-diva, John Huston speelt met zichtbaar genoegen haar steenrijke en verdorven vader en regisseur Polanski is even te zien als een zware jongen die de neus van de detective met een mes bewerkt. De besneden speurneus wordt uitstekend gespeeld door Jack Nicholson, die in 1990 het eveneens door Robert Towne geschreven vervolg The two Jakes regisseerde. Hoewel die herhalingsoefening niet in de schaduw kan staan van Polanski's origineel is het een betere film dan menig naslagwerk ons wil doen geloven.


Domweg gelukkig is een documentaire over de bewoners van de naoorlogse Rotterdamse wijk Ommoord. Door middel van oude amateurfilmpjes, interviews en archiefmateriaal zoeken de Hongaarse regisseur Péter Forgács en zijn Nederlandse collega Albert Wulffers naar een Hollandse definitie van gezinsgeluk. Wie daarbij meteen aan stamppot, ganzeborden en 'het rad van fortuin' denkt kan nog raar opkijken bij deze in dertien hoofdstukken opgesplitste film. Het gaat de makers namelijk niet om "een documentaire vanuit antropologische of sociologische hoek, maar om de poëzie van de fictie". Dat levert in ieder geval geen deprimerende film op, want de makers kwamen tot de conclusie dat de Ommoorders er prima in slagen "de poëzie van het leven van alledag te vinden in de koestering van het verworven geluk, de tevredenheid die het verlangen monddood heeft gemaakt". Waarmee maar weer eens bewezen is dat academici gemakkelijk verstrikt raken in hun eigen woordenbrij wanneer ze het ongrijpbare arbeidersbestaan proberen te doorgronden.


Dumb and dumber is de derde Amerikaanse kassakraker waarin gekkebekkentrekker Jim Carrey de hoofdrol speelt. Hoelang zijn elastische tronie nog garant staat voor gigantische recettes is niet te voorspellen, zeker is in ieder geval dat Carrey's alter ego Ace Ventura nog dit jaar terugkeert voor een avontuur in donker Afrika. Daarnaast zal Carrey als de raadselachtige slechterik 'the riddler' komende zomer ongetwijfeld iedereen van het doek spelen in Batman forever, de nieuwe Batman-film die zowel regisseur Tim Burton als vleermuisvertolker Michael Keaton moet ontberen. In Dumb and dumber speelt Carrey een oliedomme chauffeur die samen met zijn al even stupide kamergenoot Jeff Daniels op zoek gaat naar de vrouw van zijn dromen, daarbij achtervolgd door de politie, een groepje criminelen en een horde boze truckers. De film markeert het regiedebuut van co-scenarist Peter Farrelly, voorheen bedenker van grappen voor komieken als Eddie Murphy, schrijver van televisie-komedies èn scriptdokter. Dat is iemand die als een soort literaire Jomanda kreupele scenario's instraalt, met een betere film als einddoel. En dat zonder de hulp van de 'goddelijke wezens' die het luchtruim in Tiel onveilig maken.


Six days, six nights heette oorspronkelijk Six jours, six nuits en nog oorspronkelijker A la folie, maar distributeur Meteor gaat er kennelijk vanuit dat een film met een Engelse titel beter verkoopt. Laat u niets wijs maken, het gaat hier toch echt om een authentieke Franse film. Beatrice Dalle speelt namelijk de zus van Anne Parillaud, die bovendien schilderes is en net een nieuwe relatie heeft met debutant Patrick Aurignac. Anne heeft Beatrice al twee jaar niet meer gezien, wanneer deze man en kroost verlaat en bij haar zus komt wonen. La Dalle trekt vervolgens alle registers open om de aandacht van haar kunstzinnige zus volledig op te eisen. De emoties van het drietal bereiken in het tijdsbestek van zes dagen en nachten een kookpunt, waardoor het huiselijk geluk van Anne en Patrick danig onder druk komt te staan. Regisseur en co-scenariste Diane Kurys benadrukt dat het verhaal boven alles realistisch moest blijven, hoezeer de personages elkaar ook zouden tarten. Ze wilde namelijk absoluut geen Hollywood-thriller maken. Want dan had ze haar film ongetwijfeld Six days, six nights genoemd.


Terminal velocity is een typisch Charlie Sheen vehikel, met een hoog popcorngehalte, spectaculaire stunts en veel kolderieke momenten. Charlie speelt een parachutist die Nastassia Kinski lesgeeft in de nobele kunst van het parachutespringen en vervolgens met lede ogen moet toezien hoe ze bij haar eerste sprong te pletter valt. Op zoek naar de oorzaak van het ongeluk ontdekt hij dat zijn pupil helemaal niet dood is, ze is gewoon een voormalig KGB-agente die in de clinch ligt met andere voormalige KGB-agenten. Het heeft iets te maken met een gestolen Russische goudvoorraad, maar dat is van ondergeschikt belang. Want deze film van regisseur Deran Sarafian staat of valt bij de kwaliteit van het stuntwerk. De deskundige leiding van de legendarische stuntman Buddy Joe Hooker levert enkele adembenemende valpartijen op. Het hoogtepunt voltrekt zich als een verticale variant op Speed: Sheen zit achter het stuur van een auto die uit een vliegtuig valt. Kinski bevindt zich in de afgesloten kofferbak en de sleutel is in handen van een flink uit de kluiten gewassen Rus, die Sheen met rake klappen van de enige parachute probeert te beroven. Moraal van het verhaal: het is gezonder om met Amerikanen in een bus te zitten, dan met Russen het luchtruim te kiezen.


Chasers is de nieuwe road movie van regisseur Dennis Hopper, die zichzelf een komische bijrol toebedeelde als perverse verkoper van ondergoed. Twee mariniers krijgen de opdracht een gedeserteerde collega naar een marinebasis te transporteren. Onderweg probeert de deserteur op alle mogelijke manieren aan de bewakers te ontsnappen. Wie in dit gegeven een oud idee meent te herkennen heeft het bij het rechte eind. Scenario-schrijver Robert Towne, u kent hem van Chinatown, mag zijn advocaat gaan bellen, want het verhaal van Chasers lijkt verdacht veel op dat van The last detail. Het in 1974 door Hal Ashby verfilmde Towne-scenario verhaalde van twee mariniers die een vluchtgevaarlijke collega naar een marinebasis moeten transporteren. In die uitstekende film verklaarde bewaker Jack Nicholson dat Heineken "the best goddamn beer in the world" is en speelde Randy Quaid zeer verdienstelijk de vluchtgevaarlijke gevangene. Om iedere gelijkenis te vermijden is de deserteur in Dennis Hoppers film een vrouw. Ze wordt gespeeld door Erika Eleniak. Toen ze nog een peuter was had ze een bijrol in E.T., maar u kent haar waarschijnlijk beter als de blonde strandwacht uit oude afleveringen van de tv-serie 'Baywatch'. Sindsdien sprong Erika halfnaakt uit een taart in de knokfilm Under siege. Dennis Hopper beweert erg onder de indruk te zijn van haar komische talenten in die film.


Mrs. Parker and the vicious circle is wat men in vaktermen een biopic noemt. Dat is Hollywood-lingo voor een filmbiografie. In dit geval draait het om het leven van de beroemde Amerikaanse dichteres en scenarioschrijfster Dorothy Parker. De film concentreert zich vooral op haar turbulente bestaan als toneelcritica in het New York van de jaren twintig. Parker was destijds een prominent lid van een gevarieerde groep schrijvers en kunstenaars die tien jaar lang dagelijks gezamelijk lunchten aan een ronde tafel in het Algonquin hotel. Ofschoon Parkers werk goed gewaardeerd werd dankte ze haar roem vooral aan haar gevatte opmerkingen bij die bijeenkomsten. Met de liefde wilde het maar niet lukken: ze trouwde drie keer, maar nooit met disgenoot en ware Jacob Robert Benchley. De film schetst een mooi beeld van Parkers tragiek, door middel van bruingetinte scènes uit haar lunchperiode en in zwart/wit gevatte momentopnamen uit haar Hollywoodtijd. Jennifer Jason Leigh wordt mede dankzij haar bizarre accent, gebaseerd op bandopnamen van de echte Dorothy, getipt als grote kanshebber voor een Oscar. De regie is in handen van Alan Rudolph, een interessant filmmaker wiens werk in Nederland maar zelden te zien is. Hij werkt al jaren samen met Robert Altman, die hier als producent optreedt, en is van plan ook een biopic over kunstenaar Man Ray te maken.


The pagemaster combineert het speelfilmmedium met dat van de animatiefilm. Producent David Kirschner bedacht het verhaal tien jaar geleden voor zijn dochters. Het gaat over een neurotisch jongetje dat in een bibliotheek allerlei spannende avonturen beleeft. Dat riekt naar educatief verantwoord amusement. Kirschner wil dan ook aan de hand van de genres avontuur, fantasie en horror laten zien dat er in de bibliotheek heel wat te beleven valt. De regie van de gespeelde scènes is in handen van Joe Johnston, bekend van Honey, I shrunk the kids, terwijl Maurice Hunt de animaties voor zijn rekening nam. Het neurotische jongetje wordt gespeeld door de onvermijdelijke Macaulay Culkin, het kindsterretje uit de Home alone films dat met het klimmen der jaren steeds irritanter begint te worden. Goed nieuws voor Culkin-haters: The pagemaster is na Getting even with dad Mac's tweede Amerikaanse megaflop in successie. Zijn laatste film Richie Rich doet het in Amerika ook al niet zo best en bovendien krijgt Mac de baard in de keel. En op een Big Mac ziet niemand meer te wachten.

Bart van der Put

Naar boven