Video - februari 1995, nr 153

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Profondo rosso
Dario Argento
De Italiaanse filmregisseur Dario Argento wordt al meer dan twintig jaar op handen gedragen door liefhebbers van horrorfilms. Zij zien in hem een visueel genie en groot estheet, terwijl de reguliere filmpers zijn werk meestal als inhoudsloos gepruts afdoet. Argento is het prototype van de gekwelde kunstenaar, een beeldpoëet die de logica van zijn scenario's vaak ondergeschikt maakt aan gewelddadige surrealistische koortsdromen en voor wie het filmen een martelgang is. Met zijn meest recente film Trauma keerde de regisseur terug naar het genre waarin hij doorbrak: de giallo, een typisch Italiaanse variant op de thriller, waarin de kijker meegevoerd wordt op de speurtocht naar een door trauma's gedreven mysterieuze moordenaar. Argento's in 1975 gemaakte vierde giallo-film Profondo rosso is een hoogtepunt in het genre. De film is sterk verwant aan Michelangelo Antonioni's Blow up: ook hier speelt David Hemmings een toevallige passant die getuige is van een moord en wiens zoektocht naar de ware toedracht zich toespitst op zijn interpretatie van het delict. In tegenstelling tot de beroemde voorganger slaagt Hemmings er dit keer wel in de zaak sluitend te krijgen, maar niet voordat de dader meerdere malen op spectaculaire wijze het dodental opvoert. Argento levert net als in zijn andere films weer enkele prachtige visuele hoogstandjes af, met name in het veelvuldige gebruik van spiegels. Het scenario dat hij schreef met Bernardo Zapponi, co-scenarist van Fellini's Roma en Satyricon, is bovendien rijk aan symboliek en subtekst. De foeilelijke hoes van deze koopvideo spreekt over een 'uncut & uncensored' versie, maar er ontbreken enkele dialoogscènes, die overigens niet echt essentieel zijn voor de plot.
Bart van der Put


Map of the human heart
Vincent Ward
Map of the human heart is een film van Vincent Ward, die eerder The navigator maakte. De hoofdrol is weggelegd voor Jason Scott Lee (Dragon, The Bruce Lee story), die hier moet doorgaan voor een halfbloed Eskimo. Avik wordt als klein jongetje door avonturier en kaartenmaker Walter (Patrick Bergin) bij zijn volk weggehaald en in soort sanatorium geplaatst om te genezen van tbc. Daar ontmoet hij Albertine (Anne Parillaud), ook een halfbloed, maar van Indiaanse afkomst. De twee raken bevriend, maar worden - tijdelijk - van elkaar gescheiden. Aviks tragiek is dat hij Eskimo noch blanke is. Terwijl hij afwisselend in beide werelden een bestaan probeert op te bouwen, wordt hij eigenlijk nergens geaccepteerd. Zijn enige steun vindt hij bij Albertine, die hetzelfde lot deelt, maar die wanhopig op zoek is naar een blanke geliefde, om zodoende volledig te kunnen assimileren. Ward heeft oog voor details, filmt zijn personages liefdevol en simplificeert de zaken nauwelijks. Of het zou moeten zijn dat Avik de werkelijk oorzaak blijkt te zijn van het bombardement op Dresden. Avik is in de Tweede Wereldoorlog namelijk piloot op een bommenwerper geworden en Walter blijkt het tot hoge piet in het geallieerde leger te hebben geschopt. De laatste heeft ondertussen een verhouding met Albertine, maar is jaloers op haar innige relatie met Avik. En dus zint Walter op een methode om de piloot uit de weg te ruimen. Hij organiseert het bombardement op Dresden in de hoop dat Avik daarbij het leven laat. Inderdaad tamelijk belachelijk.
Jeroen van Bergeijk


Fatherland
Christopher Menaul
Fatherland van de Britse auteur Robert Harris is een uitstekende, originele thriller. Het boek is verfilmd en, zoals wel vaker gebeurt (zie: Disclosure), op dramatische wijze om zeep geholpen. Dat ligt aan het scenario en niet aan Rutger Hauer, die de hoofdrol speelt. Laten we dat voorop stellen. In Fatherland heeft Harris een alternatieve versie van de geschiedenis bedacht. Stel dat de Duitsers de oorlog hadden gewonnen (bijvoorbeeld omdat ze op tijd de atoombom hadden uitgevonden), hoe zou de wereld er dan in 1964, als Hitler 75 jaar zou worden, hebben uitgezien? Een gegeven dat zeer intrigerend wordt uitgewerkt in een detectiveverhaal. Waar schrijver Robert Harris de spanning langzaam opvoert en gebruik maakt van veel originele documenten, dagboeken en uitspraken zoekt regisseur Christopher Menaul toevlucht tot allerlei curieuze short cuts en toevalligheden. De film werd gemaakt door het Amerikaanse HBO, dat zich kennelijk niet wilde branden aan een van de pijnlijkste zaken die in het boek worden aangeroerd. In de wereld volgens Fatherland is Joseph Kennedy (vader van John) in 1964 de president van Amerika. Harris last een aantal vooroorlogse, authentieke dagboekfragmenten van Joseph K. in waaruit blijkt dat deze een rabiate antisemiet en in de jaren dertig dikke vrienden met de Duitse ambassadeur was. Hij was de meest natuurlijke bondgenoot van Duitsland. In de film wordt Joseph Kennedy echter tot held gebombardeerd als hij op het laatste moment, vlak voordat Hitlers uitgestoken hand in de zijne belandt, een scherpe U-bocht maakt. Wel goed: het gedroomde Berlijn van Albert Speer werd met special effects nagebouwd, waarbij Praag model stond voor Berlijn. En de nonchalante Hitlergroet van Rutger Hauer natuurlijk.
Mark Moorman


House of cards
Michael Lessac
Het voordeel van video is dat je bepaalde scènes nog even terug kunt zien. Voor critici kan dat reuze handig zijn. Na afloop van House of cards bleek de clou van de film mij volledig te zijn ontgaan. Geen nood, gewoon de eerste vijf minuten even opnieuw bekijken, want daar werd meteen al vrij ingewikkeld gedaan. Het hielp niets. House of cards is een film zonder clou. Er is veel clou-pretentie, maar de clou zelf ontbreekt. Het heeft te maken met dromen, oude Maya-legendes, rouwverwerking, de maan en, natuurlijk, met een kaartenhuis. Wat deze zaken met elkaar te maken hebben wordt slechts gesuggereerd. Waar het vooral om draait is een meisje dat autistisch wordt nadat haar vader van een Maya-pyramide is gevallen. Haar moeder (Kathleen Turner) probeert tot haar gesloten wereld door te dringen. De psychiater (Tommy Lee Jones) wil het meisje juist terugbrengen naar de gewone wereld. Het scenario behelst niet meer dan de strijd tussen deze twee methodes om autisme te bestrijden. De moeder wint, na een plotselinge en onbegrijpelijke katharsis. Onbegrijpelijk ook waarom producent Silvio Berlusconi dacht dat hij de onbekende Michael Lessac moest helpen om dit sympathieke doch cryptische project te realiseren. De twee hoofdrolspelers begrepen het ook niet. Turner speelt adequaat, maar Lee Jones slechts met een glimp van het maniakale gedrag dat hem elders zo aardig maakt om naar te kijken. Hun romance begint, heel discreet, pas bij de eindtitels.
Mark Duursma

Naar boven