Video - maart 1995, nr 154

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


The Lucona affair
Jack Gold
Om een dam op te werpen tegen de Amerikaanse overheersing op de Europese filmmarkten worden er twee strategieën toegepast. Er zijn filmmakers die kleine persoonlijke films in hun moerstaal maken, de Franse methode, en er zijn producenten en filmmakers die zich op het co-produktiepad wagen en denken net vereende Eurokrachten het tij te keren. De Kieslowski trilogie is een geslaagd voorbeeld van Euro-films, maar veel produkten zakken weg in een kleurloze Eurobrij, waarin afgedankte Euro-sterren zich in diverse accenten van een soort Euro-Engels bedienen. The Lucona affair van Jack Gold (klinkt als een pseudoneim van iemand die zich dood geneert) is een Oostenrijks-Duitse produktie (1993) met hoofdrolspelers uit Engeland (Donald Suchet), Italië (Franco Kero), Polen (Jürgen Prochnow) en Frankrijk (Dominique Sanda), die natuurlijk allen Engels spreken. Een treurige aanblik, deze voormalige topacteurs die al jaren niet meer aan de slag kunnen komen in de tanende filmindustrie en nu alles aangrijpen wat er op hun pad komt. Het geheel werd ondersteund door het European Script Fund. Het verhaal speelt in Wenen, maar niemand zegt Sachertorte: in het Europa van het European Script Fund zeggen we voortaan 'chocolate cake'. Centraal in deze politieke thriller staat een Oostenrijkse mannetjesmaker, die een aantal jaar geleden de Oostenrijkse politiek in zijn greep had. Hij had een bordeel waar hij politici ontving, die hij vervolgens weer kon chanteren. Hij was wapenhandelaar en bedong via vriendjes op het ministerie van defensie lucratieve contracten. Een grote verzekeringszwendel (waarvoor de vrachtboot Lucona met twaalf opvarenden moest zinken) moest de beslissende klap worden. Journalist Prochnow onthulde de plot en de boef werd in het gevang geworpen. In deze Euro-produktie zijn de meeste dialogen vervangen door vet en satanisch gelach. En mag ik u wijzen op de scène die zich in Hong Kong afspeelt maar vanwege budgettaire beperkingen bij de afhaalchinees om de hoek is opgenomen?
Mark Moorman


Tromabilia
Lloyd Kaufman & Michael Herz
Met een combinatie van onvermoeibaar enthousiasme, onnavolgbare handelsgeest en een gezonde dosis zelfspot houdt de onafhankelijke filmstudio Troma uit New York zich nu al twintig jaar staande. Geen geringe prestatie, want praktisch alle Amerikaanse onafhankelijken zijn in die tijd opgeslokt door de grote jongens of roemloos ten onder gegaan. Troma dankt haar lange adem aan de inventiviteit van directeuren en part-time regisseurs Lloyd Kaufman en Michael Herz. De studio brengt niet alleen exploitatiefilms van beginnende regisseurs uit, er worden ook eigen produkties gemaakt. Die zijn dermate uniek dat ze een genre op zich vormen. Vanaf The toxic avenger (1985) kenmerken ze zich door een satirische inslag, extreme splatter-effecten en een ecologische of pacifistische boodschap. Deze maand verschijnen vier Tromatitels op video: de aangekochte horrorfilms Bloodsucking freaks en Mother's day, de door de studio zelf gemaakte oorlogsfilm-parodie Troma's war en de trailer-collectie Tromabilia. Vooral die laatste is een aanrader, want de gekte van de studio is zelden zo aanstekelijk als in de lange reeks drie minuten durende commercials, die niet alleen veel hoogtepunten uit de films bevatten, maar ook bol staan van prachtig opgeblazen retoriek. Wie gaat er niet plat voor titels als A nymphoid barbarian in dinosaur hell ("where the prehistoric meets the prepubescent!"), Fertilize the blaspheming bombshell ("She was a bombshell from Brooklyn on a cross country ride to hell!") of Demented death farm massacre ("a chaotic catastrophe of carnage!")? Alsof dat niet genoeg is toont de collectie ons ook een debuterende Kevin Costner in de uit 1974 stammende sekskomedie Sizzle beach USA, een ranzig werkje dat door Troma in 1986 opnieuw uitgebracht werd. Driewerf hoera voor Troma!
Bart van der Put


Jimmy Hollywood
Barry Levinson
Terwijl Barry Levinson in de bioscoop furore maakt met Disclosure, wordt zijn vorige film Jimmy Hollywood rechtstreeeks op video uitgebracht. Reeds na vijf minuten is duidelijk waarom. Op dat moment heeft Levinson nog geen greintje nieuwsgierigheid weten te wekken omtrent zijn hoofdpersoon Jimmy Alto alias Jimmy Hollywood. Jimmy praat veel, maar zegt weinig. Jimmy wordt gespeeld door Joe Pesci met een geblondeerd matje in zijn nek. Wanhopig probeert deze olijk geklede vijftiger een baantje te vinden als acteur in Hollywood. Niets helpt, zelfs het billboard dat hij met het geld van zijn vriendin (Victoria Abril) heeft laten plaatsen niet. Totdat Jimmy zelfs filmpjes gaat maken. Met zijn suffige maatje (Christian Slater) maakt Jimmy nachtelijke video-opnames van criminelen, geeft die aan tv-stations en suggereert dat er een soort burgerwachtguerilla actief is. De media springen er op, het publiek is enthousiast. Het geintje loopt uit de hand: Jimmy verliest zich in zijn eerste echte rol. De anonieme leider van Save Our Streets wordt door een enorme politiemacht ontmaskerd. Deze simpele plot voltrekt zich uiterst traag, voortgesleept door ongeïnspireerde acteurs en onnozele dialogen. Het enige interessante aan Jimmy Hollywood is de manier waarop Hollywood wordt geportretteerd: nu eens niet als droomfabriek, maar als een verpauperde wijk van Los Angeles. "Kijk wat ze mijn Hollywood hebben aangedaan", klaagt Jimmy, die dweept met de klassieke filmsterren. De camera glijdt documentair langs armoedig straatleven en toont de gekte van Los Angeles. Het geeft de film een serieuze, conservatieve en enigszins klagerige ondertoon. Levinson laat zijn oppervlakkige komedie echter zwaarder wegen dan zijn aanklacht tegen de teloorgang van Hollywood.
Mark Duursma


Joey Breaker
Steven Starr
Alweer een film over Hollywood, maar nu eentje die speelt in New York. Daar is het kantoor gevestigd van hoofdpersoon Joey Breaker, impresario voor film en tv. Joey is permanent op jacht naar schrijvers en acteurs, die hij met veel geslijm en beloftes probeert binnen te halen voor zijn 'agency' en vervolgens aan Hollywood verkoopt. Joey is een keiharde yup, omringd door geld en comfort. De schets van zijn werkwijze is erg geestig: zijn gladde verkooppraatjes voor de klanten, de snelle telefoontrucs op het elektronisch geavanceerde kantoor. Ontmoetingen met mensen die andere waarden koesteren dan geld en werk zetten Joey aan het denken. Uiteindelijk reist hij zijn nieuwe vriendin achterna, een verpleegster die uit idealisme terugkeert naar haar vaderland Jamaica. Joey Breaker is geschreven en geregisseerd door Steven Starr, vermoedelijk een protégé van de Newyorkse 'independent' Amos Poe die hier als producent optreedt. De verpleegster wordt gespeeld door Cedella Marley, veel van de muziek is van Bob Marley. Enerzijds is het typisch zo'n produktie waar veel vrienden aan hebben meegewerkt, anderzijds is het professioneler en beter dan dat. De loutering die Joey ondergaat is te zwaar aangezet en veel te zoetig, maar de scènes over zijn werk zijn zeer onderhoudend. Met dezelfde gejaagdheid en oppervlakkigheid die The player liet zien wordt creativiteit hier omgezet in dollars. En passant krijgen we te zien hoe de prijzen voor scenario's omhoog worden gejaagd. Leerzaam en toch leuk.
Mark Duursma

Naar boven