Video - mei 1995, nr 156

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Guarding Tess
Hugh Hudson
Een film waar Nicholas Cage in meespeelt kan nooit een saaie film zijn. Het kan wel een slechte film zijn (zie: Zandalee), maar zodra Cage in beeld is verveel je je niet meer. Ik heb datzelfde bij Gene Hackman, maar bijvoorbeeld niet bij Jack Nicholson, die in een paar heel vervelende, slechte films heeft gespeeld. Zijn mooiste rol had Cage in het onterecht in de vergeethoek terechtgekomen Vampire's kiss, waarin hij een waanzinnige bankemployee speelt, die denkt dat hij een vampier geworden is. Hij vliegt hier zo volkomen uit de bocht, dat het een wonder is dat hij er niets aan over heeft gehouden. Ook goed is de openingsscène in Red Rock West van John Dahl, waarin hij op een verlaten landweg uit zijn auto stapt om 'one arm push ups' te gaan doen. Never a dull moment met Nicholas Cage, die ooit doorbrak in een film van oom Coppola. Dit dacht ik althans, voordat ik Guarding Tess had gezien, een tragikomedie over een geheim agent die de weinig opwindende opdracht heeft gekregen een presidentsweduwe (Shirley Maclaine) te bewaken. Maclaine werd overigens onlangs door het Veronicablad als een van de minnaressen van Warren Beatty opgevoerd (het is zijn zuster, inderdaad). In de eerste helft van de film komt de moeizame verhouding tussen de ambitieuze agent en de excentrieke weduwe aan de orde. Wat wij wel weten, maar hij niet, is dat ze een hersentumor heeft en niet lang meer heeft. Daarom wil ze gaan golfen als het vriest. Een uur in de film (er is weinig tot niets voorgevallen) wordt ze opeens ontvoerd en ontwaakt Cage. Hij heeft een paar manische scènes, smijt met deuren en laat een dierlijk geluid horen. En het is al weer tijd voor de aftiteling.
Mark Moorman


I love a man in uniform
David Wellington
Dat begint goed. Tijdens de titels komt een agent vanuit de achtergrond langzaam naderbij lopen. Hij bekijkt een stilstaande auto en buigt zich iets voorover om door een zijraampje naar binnen te kunnen kijken. Volkomen onverwachts wordt hij achterover geblazen door een schot vanuit de auto. Anderhalf uur later eindigt de Canadese film I love a man in uniform met een even plompverloren en ingrijpend pistoolschot. Tussen die twee schoten in draait het vooral om psychologisch geweld. Henry (Tom McCamus, een naam om te onthouden) is bankemployee maar wil eigenlijk acteur worden. Nog liever dan acteur wil hij politieagent worden. Dus het komt goed uit dat hij wordt aangenomen voor de rol van een agent in een wanstaltige tv-serie. Om zich beter in te kunnen leven in de rol neemt hij zijn nepuniform mee naar huis. Verlekkerd staat hij er mee voor de spiegel, aarzelend gaat hij er mee de straat op. Henry gelooft heilig in de nobele taak van de politie en verandert geleidelijk in datgene wat hij aanbidt. De grove acteeragent neemt bezit van de brave bankbediende. Zo'n transformerende persoonlijkheid is weliswaar vaker vertoond (zie het stukje hier boven), de manier waarop scenarist en regisseur David Wellington het laat zien is interessant genoeg. Het verknipte geestesleven van Henry wordt zorgvuldig en geloofwaardig gevolgd, ondersteund door het onderkoelde, beangstigende spel van McCamus. Behalve de goed geanalyseerde ondergang van de hoofdpersoon biedt de film ook opmerkelijke beelden: een bankemployee die heel erotisch de vinger van een rechercheur in haar mond steekt om voor te doen hoe een overvalster dat met een pistool bij Henry deed. Een achteloze scène, maar hij blijft wel hangen.
Mark Duursma


Airheads
Michael Lehmann
Toegegeven: je moet ervoor in een melige bui zijn, maar dan valt er ook behoorlijk wat te lachen bij Airheads. Wie ook nog houdt van bands als Motorhead, Primus, Anthrax, White Zombie, D Generation, House of Pain en Primal Scream raakt misschien zelfs opgetogen over de film. Airheads is het soort film dat altijd als 'doldwaze komedie' wordt aangeprezen en voor één keer klopt dat nu eens. Losjes neemt de film de wereld van de popmuziek, en vooral al het gedoe erom heen, op de hak, zonder de pretentie een knallend statement te zijn. We volgen de avonturen van de amateurband 'The lone rangers', die hun jacht op 'airplay' voor hun verse 'demo' ("Heel m'n leven zit in deze tape") kracht bijzetten door een radio-dj in Hollywood met een pistool te bedreigen. Weinig onder de indruk legt deze de niet al te pientere bandleden geduldig uit dat 'The lone rangers' taalkundig fout is. Of zij niet weten dat 'lone' alleen maar gevolgd kan worden door een woord in het enkelvoud? En hoe zij dit denken op te lossen als driemansband? The three rangers? Als u dit geestig vindt, dan is de film aan u besteed. Door stunteligheid van de drie muzikanten loopt de zaak al snel uit de hand en ontaardt in een heuse gijzeling van het studiopersoneel, waaronder een gewillige blondine, een aalgladde, commerciële manager-met-staartje en natuurlijk de dj, die er steeds meer lol in begint te krijgen (Joe Mantegna met permanentje: "This is total anarchy"). Nieuwsmedia en politie rukken uit, zodat, u raadt het al, de band nationale bekendheid krijgt. Studiobazen wapperen met contracten, buiten zwelt de horde fans aan, die, omdat er in zo'n geval iets geroepen moet worden, Rodney King! Rodney King! scanderen. Kortom: Airheads is prettige, aanstekelijke onzin.
Jos van der Burg

Naar boven