Juli/augustus 1995, nr 158

Clerks

Snelle dialogen met hoog suck- en fuckgehalte

Clerks is een sympathieke, pretentieloze film van de jonge Amerikaanse debutant Kevin Smith. Clerks kent één lokatie en nauwelijks handeling of verhaal. In plaats daarvan biedt de film eindeloze dialogen met een hoog suck- en fuckgehalte. De film is een brutale 'independent', die past in de 'traditie' van Jim Jarmusch, Hal Hartley en, in bepaald opzicht, die van Quentin Tarantino.

De eis die Amerikaanse commerciële maatschappijen aan nieuwe filmprojecten schijnen te stellen - vat de plot samen in maximaal vierentwintig woorden - is voor Clerks geen enkel probleem. Supermarktverkoper wordt een dag lang bezocht door excentrieke klanten, vriendinnen en zijn dwarse collega van de belendende videotheek.
Afgaande op dit gegeven zou waarschijnlijk geen enkele maatschappij interesse tonen. Toen Disney-dochter Miramax, die ook Pulp fiction distribueert, echter zag hoe regisseur Smith dit gegeven had uitgewerkt, moet men snel van gedachten zijn veranderd. De kracht van Clerks ligt in Smiths voor het merendeel originele teksten die in hoog tempo worden uitgesproken, en sterk doen denken aan het verbale mitrailleurvuur van toneel- en filmschrijver David Mamet. Mede daardoor is Clerks (gemaakt voor 27.000 dollar) sinds begin vorig jaar bezig met een succesronde langs festivals en bioscopen.

Plichtsbesef
Clerks is opgebouwd uit een tiental verschillende hoofdstukjes, die quasi-diepzinnige titels dragen als Vilification (laster), Syntax en Catharsis. De verkoper heet Dante. In elk hoofdstukje staat één persoon centraal. Dat kan een klant zijn of een vertegenwoordiger met een waanzinnige boodschap. Of het is een ex die na jaren afwezigheid Dante komt opzoeken. Meestal is het buurman Randal, die met zijn schaamteloze egoïsme Dante's laatste restje moraal en plichtsbesef probeert te ondermijnen. In de meeste gevallen houdt de dialoog die de karakters met elkaar voeren echter geen enkel verband met de persoon in kwestie of het verloop van de handeling, die zoals gezegd vrijwel ontbreekt.
Smith, of liever diens cameraman David Klein, richt zijn lens vanuit het meest voor de hand liggende standpunt op de toonbank van de winkel (gesitueerd in een anonieme voorstad) en laat de acteurs en wat zij te zeggen hebben hun werk doen. In smoezelig zwart-wit gefotografeerd, staan de personages druk te kwezelen, te schelden en te vloeken. Tussendoor wordt een poging gedaan tot filosofie ("Je moet altijd het lot in eigen handen houden", "Dat is wat het leven is: een opeenvolging van downers"). De vraag, of liever verzuchting, die boven alle stukjes tekst en kleine incidentjes uitstijgt is: who cares? Als dit leven je niet bevalt, wat doe je hier dan nog? Hetzelfde onbezorgde cynisme dus waar Tarantino uit put en, in een heel andere context weliswaar, het cartoon-duo Beavis en Butthead.

Stand up act
Door dit gebrek aan filmische vorm en beweging gaat het eigenlijk om slechts twee zaken. Ten eerste wordt het acteertalent wordt genadeloos op de proef gesteld, als ware het een soort zwart-wit toneelstuk of stand up act. Ten tweede is de aangeboden humor van groot belang.
In geen van de rollen zit ontwikkeling of gelaagdheid. Van geen personage vraag je je af wat hij of zij in de volgende scène zal gaan doen. Niet alle acteurs in Clerks weten in deze kleine ruimte de aandacht vast te houden. Het vermoeide toontje van Jeff Anderson bijvoorbeeld, die duidelijk geen speelervaring heeft, gaat op den duur vervelen. Ook hoofdpersoon Brian O'Halloran heeft hier, zij het in mindere mate, last van. Zijn gimmick is de opgewonden verontwaardiging, en die werkt op den duur niet meer. De vrouwelijke acteurs hebben dramatisch meer in hun mars, maar zijn te weinig in beeld om het niveau op te tillen.
De verwijzing naar Beavis & Butthead is niet geheel willekeurig. De humor in Clerks bestaat voor een groot deel uit scoren voor open doel. Randal ontleent het merendeel van zijn grappen aan seks: het opdreunen van een serie pornofilmtitels, een conversatie over de (on)mogelijkheid van zelf-pijpen, de beschrijving van een baantje als 'jizz-mopper' - iemand die het zaad in peepshow-hokjes moet opruimen. Allemaal nogal puberaal en gemakkelijk. Mogelijk moet een 23-jarige Amerikaan als Kevin Smith hierom lachen, ik vond het nogal flauw.
Clerks is het beste te beschouwen als een extreem lang opgerekte openingsscène van een goede film. Die goede film komt er misschien nog aan. Smith is bezig met de afwerking van Mall rats, naar eigen zeggen een liefdeskomedie gesituerd in een winkelcentrum. Schrijven kan hij, geld is sinds Clerks geen probleem. Hopelijk heeft hij bij deze nieuwe film niet, zoals sommige van zijn collega's in vergelijkbare 'veelbelovende omstandigheden', niet voor de weg van de minste weerstand gekozen.

Viktor Frölke

Clerks
Verenigde Staten, 1993.
Produktie: Scott Mosier en Kevin Smith.
Scenario en regie: Kevin Smith.
Camera: David Klein.
Montage: Scott Mosier en Kevin Smith.
Muziek: Scott Angley.
Met: Brian O'Halloran, Jeff Anderson, Marilyn Ghigliotti, Kevin Smith.
Zwart-wit, 90 minuten.
Distributie: Argus Film.

Naar boven