Video - juli/augustus 1995, nr 158

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Canadian bacon
Michael Moore
Michael Moore werd geboren in Flint, Michigan, een industriestadje dat grotendeels afhankelijk was van de autofabrieken van General Motors. Toen GM de fabrieken sloot en de werkplaatsen verplaatste naar het goedkope Mexico was dat een eonomische ramp voor Flint, dat binnen enkele jaren verpauperde. Moore maakte een klassiek portret van zijn stad in Roger and me, waarin hij als een luis in de pels op zoek is naar de voorzitter van GM, Roger Smith, om persoonlijk van hem te horen wat hij de mensen in Flint te zeggen had. Roger and me kreeg zelfs een succesvolle biosooprelease en Moore gebruikte dezelfde onderzoeksmethode voor een heel aardige televisieserie die de BBC vorig jaar uitzond. Hij was ondertussen ook al jaren bezig met een speelfilm, die vorige maand in Cannes in première ging en nu al op video verschijnt. Canadian bacon is een merkwaardige film. Het lijkt eigenlijk nog het meest op een lang uitgewalste uitzending van het satirische programma 'Saturday night live' (inmiddels ter ziele), waarin briljante sketches en flauwe onzin elkaar in hoog tempo opvolgen. In de satire van Moore is het Amerikaans militair-industrieel complex op zoek naar een nieuwe doodsvijand nu het Evil Empire uit elkaar is gespat en generaal Noriega in een gevangenis in Miami zit. In een scène die sterk doet denken aan de warroom scènes uit Kubricks Dr. Strangelove, stellen de generaals voor om Canada, de vriendelijke buren uit het noorden tot vijand te bombarderen. De Amerikaanse perceptie van Canada is dat hun spek (Canadian bacon) er vandaan komt, dat ze er ijshockey spelen en dat de Toronto Blue Jays ooit de World Series hebben gewonnen, maar vooral dat ze het meest ongevaarlijke en saaie volk op aarde zijn: ze schelden nooit, vegen hun stoep schoon en dragen geen wapens! Het Pentagon verzint een haatcampagne tegen de Canadezen met o.a. een zeer vermakelijke televisiespot. De Canadese acteur John Candy, die vorig jaar overleed, speelt in zijn laatste rol een Amerikaanse sherrif die in zijn eentje de grens overtrekt om zijn vriendin te bevrijden uit de klauwen van de beesten van het noorden. Leukste scène: het optreden van de Canadese acteur Dan Aykroyd als mountie. In Cannes kregen alle Amerikanen en Canadezen voortdurend de slappe lach. De Europeanen zaten er een beetje stilletjes bij.
Mark Moorman


Bopha!
Morgan Freeman
In 1993, gelijktijdig met de vorming van een democratisch Zuid-Afrika, werd Bopha! uitgebracht, een film over apartheid anno 1980. Regisseur Morgan Freeman, beter bekend als acteur, had waarschijnlijk niet van deze dubbelzinnige release kunnen dromen. Commercieel was het echter minder handig. Immers, de bevrijding van Zuid-Afrika zelf (de vrijlating van Mandela!) zou onderwerp kunnen zijn van een veel actuelere en interessantere film. Bopha! (wat zoiets betekent als 'handen omhoog') wordt, misschien wel vanwege het achterhaalde thema, door de distributeur aangeprezen als een "beklemmende, indrukwekkende en spectaculaire aktiefilm". De film is niets van dit alles. Bopha! is een vakkundig verteld melodrama over een zwarte politieman die in een loyaliteitsconflict raakt als hij tegen zijn eigen broeders, onder wie zijn opstandige zoon, moet optreden. Actie, laat staan spectaculaire actie, komt er niet of nauwelijks in voor. Een groep studenten komt in verzet wanneer hun docent tijdens de les weigert over te schakelen van het Afrikaans naar het Engels. De zwarte politieman roept dat zij de binnenlandse veiligheid in gevaar brengen, maar dit heeft uiteindelijk slechts een averechts effect. Als hij (door het gedrag van zijn zoon) inziet dat hij aan de verkeerde kant staat, is het al te laat: de zwarte gemeenschap doodt hem wegens verraad. Bopha! is een van de vele Zuid-Afrika-films die de enige juiste politieke boodschap uitdragen, en langzaam maar zeker ten onder gaan aan hun eigen goede bedoelingen. De (strijd tegen de) apartheid heeft óók een psychologische, persoonlijke kant, en het is kennelijk moeilijk om die twee op een geloofwaardige, niet al te simpel-romantische manier te integreren. Freeman heeft aan Bopha! tenslotte nog een serie adembenemende shots van Zuidafrikaanse landschappen (in werkelijkheid trouwens lokaties in Zimbabwe) toegevoegd. Je zou er bijna met vakantie naar toe gaan. Wel eerst Afrikaans leren - de ondertitelaar van Bopha! liet alle passages in die taal onvertaald.
Viktor Frölke


The saint of Fort Washington
Tim Hunter
De titel is ongelukkig gekozen: The saint of Fort Washington is geen zoetige film. Gezien het onderwerp had het er makkelijk een kunnen zijn, en soms scheelt het ook niet veel, maar de soberheid is toch sterker. Fort Washington is een opvanghuis voor dakloze mannen in de Bronx, de grootste 'shelter' van New York. In de gigantische hal met 930 bedden heerst het recht van de sterkste en zet je je schoenen onder een beddepoot als je ze de volgende ochtenmd nog wilt hebben. Matthew (Matt Dillon) is veel te kwetsbaar voor deze jungle. Hij is angstig, in zichzelf gekeerd en niet in staat zichzelf te verweren tegen het kwaad om hem heen. Met zijn camera zonder filmpje erin maakt hij prachtige foto's. Jerry (Danny Glover), een Vietnamveteraan met granaatscherven in zijn been en heel wat beter uitgerust voor het zwerversbestaan, neemt Matthew onder zijn hoede. Tussen de beide mannen ontstaat een vader-zoon relatie. In hun moeizame gesjacher om geld en een dak houden ze elkaar met valse hoop op de been, zoals Ratso en zijn vriend dat ooit deden in Midnight cowboy. Mede door het gebruik van authentieke locaties maakt de film een realistische indruk, met de nadruk op het 'gedoe' dat armoede met zich meebrengt. De vriendschap tussen de twee mannen is een sterke leidraad, waarbij de zwijgzame Dillon overtuigender is dan de geforceerd opgewekte Glover. Fans van Dillon, die zich toch al niet zo vaak laat zien in films, mogen zich deze rol niet laten ontgaan. Dat hij tegen het eind van de film wat Messias-trekjes krijgt aangemeten, moeten ze maar op de koop toenemen. Tim Hunter regisseerde eerder afleveringen van 'Twin peaks' en de pilot voor 'Beverly Hills 90210'. Hier toont hij zich van een andere kant, met een bescheiden en sociaal betrokken 'buddy film'.
Mark Duursma


Cadillac girls
Nicholas Kendall
Hoe misleidend de inlay van een videofilm kan zijn, blijkt maar weer eens uit Cadillac girls van Nicholas Kendall. Op de voorkant van de doos zien we zo'n prachtige oude Cadillac plus twee vrouwen en een man tegen de achtergrond van Monument Valley. Het heeft er zowaar de schijn van dat we hier te doen hebben met een nieuwe Thelma & Louise. Maar Cadillac girls is road- noch buddymovie en Monument Valley komt notabene in de hele film niet voor. Cadillac girls gaat over een vervelende puber (Mia Kirshner) en haar nog vervelendere moeder (Jennifer Dale). Twee zulke vervelende karakters, daar komt natuurlijk ruzie van en dat begint al direct wanneer moeder haar dochter uit de gevangenis komt halen en voor heropvoeding meeneemt naar haar geboorteplaats Novia Scotia. De chagrijnige moeder wil daar zo snel mogelijk het huis van haar overleden vader verkopen, maar legt het ondertussen aan met een tweederangs dichter die om de haverklap diepzinnige onbenulligheden debiteert. De opstandige dochter zit overigens ook niet stil en toont haar politieke correctheid door een hevige interesse in een alleraardigste Indiaan aan de dag te leggen. Vele ruzies tussen moeder en dochter later komt het tot een climax wanneer dochter op de achterbank van een Cadillac ondeugende dingen doet met de minnaar van haar moeder. Daar is moeder vanzelfsprekend niet blij mee. Maar wat blijkt? Dochter is niet zo maar een vervelend wicht, zo wordt ons meerdere malen ingepeperd, ze is eigenlijk wanhopig op zoek naar de liefde van haar moeder. En als moeder eenmaal van dat cliché is doordrongen, komt alles toch nog goed.
Jeroen van Bergeijk


Slingshot
Ake Sandgren
"Iemand kan precies worden wat hijzelf wil, vergeet dat nooit", orakelt een moeder tegen haar zoontje als wijze levensles aan het eind van de Zweedse jeugdfilm Slingshot (katapult). Mooi gezegd, maar lastig te rijmen met het voorafgaande, want daarin zagen we het joodse jongetje Roland, zoon van een Russisch-joodse moeder en Zweeds-christelijke vader, in de jaren dertig van deze eeuw op het Zweedse platteland hevig lijden onder christelijk geïnspireerde discriminatie. Tot overmaat van ramp is Rolands vader een revolutionaire, socialistische activist, zodat het zorgvuldig getypcaste jongetje (lieve uitstraling) dubbel gehandicapt is in zijn overlevingsstrijd. De plaatselijke, sadistische onderwijzer maakt duidelijk hoe de kaarten liggen: "Jij bent een duivel, een antichrist". Ook houdt hij Roland de causale redenering voor: "Jood...socialist...crimineel". Ja, vroeger was het erg kinderen! Discrimineer nooit joden! Alhoewel, de film is daarover nogal halfslachtig, want hij laat Roland tegen zijn onderwijzer 'opbiechten' dat hij helemaal geen jood is, maar 'een niet-besneden, gedoopte christen': "Wilt u mijn piemel zien?" Een nogal onvoorziene wending: ineens blijkt de film niet te gaan over discriminatie van joodse kinderen, maar over de achterstelling van ten onrechte voor jood uitgescholden, christelijke kinderen. Dat laatste is pas echt erg! Maar laten we niet twijfelen aan de goede bedoelingen van de filmmaker, die vooral de Zweedse domineesmentaliteit uit het begin van deze eeuw hekelt, toen condooms waren verboden, socialisten werden opgepakt en antisemitisme vanzelfsprekend was. En als je dan nog maar een aardige vader had, maar daar is Roland ook al niet mee gezegend. Nu valt dat ook niet mee als je met krukken loopt en dagelijks morfine-injecties toegediend moet krijgen tegen de pijn. En Rolands moeder maar sloven: "Ik ben zo moe, mijn handen en voeten doen pijn van het werken." Gelukkig zetten de bruinfilters alle treurigheid in een mooie gloed. Een beetje geschiedenisleraar ziet voldoende mogelijkheden in de film.
Jos van der Burg


The road to Wellville
Alan Parker
Nu geestelijk en lichamelijk gekwelden hun heil zoeken bij dubieuze weldoeners als spiritueel medium Jomanda en neurolinguïst Emile 'Tsjakka!' Ratelband is het goed om terug te blikken op hun voorgangers. Neem bijvoorbeeld dokter John Harvey Kellogg. De negentiende eeuwse uitvinder bedacht niet alleen de beroemde cornflakes, pindakaas en de elektrische deken, maar ook een afzichtelijke hoeveelheid nare machines en kuren die de gezondheid moesten bevorderen. In The road to Wellville neemt Alan Parker de methodes van de dokter flink op de hak. In Kelloggs sanatorium onderwerpt de 'kustwacht van het darmkanaal' rijke Amerikanen aan een streng regime van klysma's, vegetarische kost, lachtherapie, elektrische baden, trilmachines en nog meer klysma's. Vooral veel klysma's, want de dokter was er van overtuigd dat het anaal toedienen van 45 liter Bulgaarse yoghurt een weldaad voor lichaam en geest is. Werkt de eerste darmspoeling in de film nog weldadig op de lachspieren, na klysma nummer tien wordt het ritueel strontvervelend. Kelloggs afkeer van de vleselijke lusten en de verwoede pogingen van zijn patiënten om stiekem aan hun trekken te komen zorgen voor meer hilariteit. Wanneer de met snor, sik en hazetanden uitgeruste Anthony Hopkins na anderhalf uur nog steeds over de gevaren van masturbatie orakelt is de lol er echter wel vanaf. Als seks- en stoelgangkomedie werkt The road to Wellville dus slechts ten dele, maar als pleidooi tegen het blindelings volgen van welzijnsprofeten blijft de film aardig overeind. Moraal: Denk goed na voordat u zich door Jomanda laat instralen of Tsjakka! begint te roepen. Voor u het weet loopt het u dun door de broek.
Bart van der Put

Naar boven