Video - oktober 1995, nr 160

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Cobb
Ron Shelton
In de beginjaren van het professionele honkbal was entertainment belangrijker dan winnen. Toen verscheen de eerzuchtige Ty Cobb op de velden, en voor hem was winnen het enige dat telde. Hij liep dan ook het liefst dwars door zijn tegenstanders heen om dat doel te bereiken. Door toedoen van Cobb veranderde het honkbal definitief van karakter. In de jaren zestig werd de succesvolle sportjournalist Al Stump door de inmiddels stokoude Cobb gevraagd om zijn levensverhaal te schrijven. De ex-honkballer had geen enkele behoefte aan een objectieve beschrijving van zijn levensloop en had de journalist uitsluitend nodig om zijn eigen megalomane visie aan het papier toe te vertrouwen. In die visie was Ty Cobb de beste honkballer aller tijden én een gekweld, onbegrepen genie. Terwijl Stump overdag het gekleurde verhaal van Cobb op papier zette, schreef hij 's avonds het journalistieke verhaal waar Cobb niet om gevraagd had. Hierin kwam Cobb naar voren als een trieste, eenzame figuur die iedereen om hem heen van zich had vervreemd door zijn brute gedrag. Uiteindelijk won bij Stump de bewondering voor de sportman het van zijn afkeer van de persoon. Hij publiceerde de leugen, het verhaal van Cobb zelf. Anders dan in de meeste biografische films wordt in Cobb geen poging gedaan om het leven van de hoofdpersoon na te vertellen in een aantal episodes waarin alle hoogte- en dieptepunten chronologisch aan bod komen. In plaats daarvan stelt de film de vraag of een levensbeschrijving de waarheid over een persoon kan benaderen, en zo ja, of mensen ook behoefte hebben aan die waarheid als de leugen veel mooier is. Tommy Lee Jones is onweerstaanbaar als de onberekenbare, onsympathieke en racistische Ty Cobb. Tierend en vloekend raast hij over het scherm in deze erg aardige honkbalfilm, waarin overigens opmerkelijk weinig honkbal te zien is.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 31 oktober.


Blue sky
Tony Richardson
Blue sky werd gemaakt in 1991. Vervolgens overleed de regisseur en ging de produktiemaatschappij failliet. Na een vertraagde en bescheiden uitbreng in Amerika kreeg de film plotseling alle aandacht bij de laatste Oscar-uitreiking. Jessica Lange was de verrassende winnares voor haar hoofdrol in een relatief onbekende film. Tony Richardson was de overleden regisseur: Engelse veteraan, ooit betrokken bij de Free Cinema beweging en vader van actrice Natasha. Dat maakt nieuwsgierig. Blue sky speelt tijdens de Koude Oorlog, tegen het - onverwacht actuele - decor van de overstap van boven- naar ondergrondse kernproeven. Niets aan de hand, de lucht blijft blauw, aldus de overheid. Lange speelt een licht neurotische officiersvrouw met een Brigitte Bardot-complex. Echtgenoot Tommy Lee Jones - daar is ie weer! - en de twee dochters hebben veel te lijden onder mama's wulpse gedrag en sterallures. Alsof het constante verhuizen naar een volgende legerbasis al niet een zwaar stempel op het gezinsleven drukt. En alsof Tommy niet al bekend staat in het leger als subversief buitenbeentje. Na een conflict met een meerdere over diens slippertje met Jessica belandt Tommy in een inrichting. Wie zich verheugt op een heroïsche strijd van Jessica tegen de autoriteiten om haar man vrij te krijgen komt bedrogen uit. Die strijd is veel te snel gestreden. De titel ten spijt is het gedoe met de kernproeven niet meer dan een decor, van enig politiek statement is geen sprake. Centraal staat de wankele doch heftige relatie tussen Lee Jones en Lange. Het is hun spel, en de ambivalentie van hun personages, dat de voor het overige weinig opmerkelijke film aantrekkelijk maakt.
Mark Duursma
Te huur vanaf 26 oktober.


Bullet in the head
John Woo
Vorig jaar stierf John Woo's sublieme gangsterfilm The killer een stille dood aan de Nederlandse bioscoopkassa. De regisseur, die tien jaar geleden met zijn kogelopera's in Hong Kong een trend zette, grossiert in extremen: virtuoos gechoreografeerde en bloederige geweldsexplosies worden verpakt in moddervet melodrama. Die combinatie van uitersten mag menig liefhebber van exotische cinema danig in vervoering brengen, het grote publiek heeft er kennelijk een broertje dood aan. Vandaar dat Woo's ambitieuze Bullet in the head het grote doek niet haalde. In dit groots opgezette epos giet de regisseur zijn vaste thema van vriendschap en verraad in de vorm van een aan The deerhunter verwante oorlogsfilm. Op de vlucht voor de politie vertrekken drie vrienden in 1967 vanuit Hong Kong naar Vietnam, waar ze met het smokkelen van medicijnen een fortuin hopen te maken. In Saigon valt hun droom direct in duigen en wordt hun vriendschap danig op de proef gesteld wanneer een van hen een kist met goud in handen krijgt. Woo combineert traditionele Vietnam-gruwelen als de martelpraktijken van de Vietcong met verwijzingen naar de onderdrukking van het studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing. Meer dan een anticommunistisch manifest toont de film vooral dat er in een oorlog uitsluitend verliezers zijn. Nieuw is dat niet, maar de boodschap werd er zelden zo hard ingebeukt. De pijn en het verdriet worden uitstekend vertolkt door de hypernerveuze Jacky Cheung en Tony Leung, momenteel te zien in Chungking Express. Hun prestaties en Woo's dik aangezette pathos worden echter flink om zeep geholpen, want distributeur Fox koos voor een beroerde Engels nagesynchroniseerde versie. Zo verwordt melodrama tot regelrechte kolder en helpt men een indrukwekkend epos effectief naar de kloten. The horror...the horror!
Bart van der Put
Te huur vanaf 24 oktober.


La fille d'Artagnan
Bertrand Tavernier
Het was een soort ongeschreven afgespraak tussen Bertrand Tavernier en zijn fans: zijn films mochten mislukken, maar dan moest er wel sprake zijn van een boeiende mislukking, zodat je na afloop toch een fijne discussie kon voeren over de inhoud van de film. Dat was bijvoorbeeld het geval bij zijn voorlaatste film L. 627, waarin Tavernier op documentaire wijze het doen en laten volgt van de politie in een klein districtsbureautje in Parijs. De film was half geslaagd, maar gaf wel een mooi beeld van de onmogelijke opgave die de politie in Parijs heeft: een 'mèr á boire' aan misdaad die bestreden wordt met oude Remington typemachines. Kortom, een uitstekende film voor de opiniepagina's van de dagbladen. Inderdaad ontstond er enige opwinding, curieus genoeg niet over de hulpeloosheid van de politie, maar over de vele zwarte drugsgebruikers in de film. Een mooi voorbeeld van verblinding door politiek correct denken. Het hoge woord moet eruit: La fille d'Artagnan is volstrekte onzin, die ook nog eens ruim twee uur duurt. Goddank voor Taverniers reputatie is de film nooit in de bioscoop te zien geweest. La fille d'Artagnan lijkt geïnspireerd op het genre van de musketier-film: veel o-la-la opmerkingen, schermgevechten ("Denk om uw jicht, monseigneur"), hoefgetrappel en dames met laag uitgesneden decolletés. Over het verhaaltje kunnen we kort zijn: Philippe Noiret - schattig kostuumpje en hoed met veren - verijdelt ergens in de zeventiende of achttiende eeuw - wat maakt het uit - samen met zijn dochter Sophie Marceau een complot tegen de koning, natuurlijk een ongezonde dikzak. Allen de mooie Morceau - "wacht maar tot mijn vader dit hoort" - zien we graag nog eens terug in een echte Tavernier-film. En als u binnenkort nog naar Parijs moet, bedenk wel: "De stad is vol misdadigers en schavuiten." Maar er is ook positief nieuws: "Het voordeel van aambeien is dat je je reuma vergeet."
Jos van der Burg
Te huur vanaf 27 september.

Naar boven