Video - december 1995, nr 162

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Café Flesh
Rinse Dream
'The Erotic Avantgarde collection' (een briljante naam, waarmee het ingebakken schuldbewustzijn over het erotische aspect onmiddelijk wordt opgeheven door de aanduiding 'avantgarde') bestaat uit vier titels: een Japans SM-werkje, een Amerikaanse undergroundfilm, een Italiaanse ode aan het achterwerk en dan is er Café Flesh van de onder het pseudoniem Rinse Dream opererende Steven Sayadian. Is het porno?, zult u vragen. Nee, natuurlijk niet, het is erotische avantgarde. Café Flesh is onvervalste hardcore avantgarde. Dat wil zeggen, voor de minderjarigen onder u, dat elke gyneacologische invalshoek wordt uitgebuit en dat er sprake is van penetratie, ejaculatie, vibratie, masturbatie, pijpen, beffen, trekken en rukken dat het een lieve lust is. In vaktermen: geen gebrek aan meatshots. We lezen de flaptekst er nog maar even op na: "Café Flesh is een fraai gefilmde, surrealistische Aids-allegorie, waarin alle expliciete seksscènes voor de verandering binnen het verhaal passen." Het is funktionele avant-garde! En aangezien het een film uit het begin van de jaren tachtig betreft zou er sprake zijn van een Aids-allegorie avant la lettre. Café Flesh speelt in een postapocalyptische wereld waarin een dodelijke, seksueel overdraagbare ziekte het onmogelijk maakt om je avantgardistisch te ontplooien. Een klein groepje performers die sekspositief zijn treedt op in een nachtclub, waarbij de negatieven mogen toekijken. De film bestaat uit een serie van deze vreugdeloze performances. Het surrealistische schuilt in de groene belichting, de vloeistofdia's op de achtergrond en de vreemde muziek tegen de achtergrond van gekreun, gesteun en uitgebreide meatshots. Mooiste naam uit de cast is Pia Snow. De cameraman heet Pope. Het meisje op de videohoes kwam niet voor in de film. Het is maar dat u het weet.
Mark Moorman
The huur vanaf 20 december.


The night we never met
Warren Leight
Het klinkt als een klucht geknipt voor John Lantings 'Theater van de Lach'. Een yup uit New York staat op het punt zijn vrijgezellenbestaan op te geven, maar wil nog een paar dagen per week ouderwets de beest uithangen. Hij verhuurt zijn appartement de rest van de week aan een getrouwde jonge vrouw op zoek naar rust en inspiratie èn aan een jongen die in zijn overbevolkte studentenhuis zijn scheidingsleed niet kan verwerken. Alles gaat goed, totdat de yup het verhuurschema verandert en de komische misverstanden elkaar in rap tempo opvolgen. Regisseur en scenarioschrijver Warren Leight liet zich voor The night we never met inspireren door beroemde voorgangers als The apartment en Breakfast at Tiffany's, twee films die zich ook rond één gebouw in New York afspelen. Al beperkt Leight zich bij de milieuschets van de Big Apple tot enkele taferelen in een dure delicatessen-zaak en een redelijk geslaagde parodie op off-off-Broadway avantgarde-theater, bij de uitwerking van zijn tamelijk banale idee is ook hij er goed in geslaagd de klucht wat klasse mee te geven. Het tempo ligt hoog en de personages zijn geloofwaardig. Dat laatste dankt Leight meer aan zijn acteurs, dan aan zijn dialogen. Naast een groot aantal geslaagde bijrolletjes van bekende New Yorkers zijn Matthew Broderick en Annabella Sciorra goed op dreef als de gescheiden en de getrouwde huurder, die zonder elkaar te kennen verliefd worden door hun prikbordcorrespondentie. Verder is vooral Jeanne Tripplehorn erg vermakelijk als de geblondeerde, hysterische Française Pastel. Het is jammer dat het acteurs-trio uit deze aardige romantische komedie in Hollywood zelden optimaal benut wordt.
Bart van der Put
Te huur: vanaf 29 november.


Pocahontas, the legend
Danièle J. Suissa
In de marge van de nieuwe Disney-animatiefilm is Pocahontas ook beschikbaar in een versie van vlees en bloed. Van artistieke ambitie lijkt bij deze produktie nauwelijks sprake, belangrijker is het profiteren van de tijdelijke naamsbekendheid. En van de nieuwsgierigheid naar alles wat te maken heeft met de legende rond de Indiaanse prinses die aan het begin van de 17e eeuw het leven redde van een Engelse zeeman. Boeken, kleren, speelgoedbeesten, alles wat in december de naam Pocahontas draagt maakt kans op extra verkoop. Wat niet wegneemt dat een vergelijking tussen de twee films aardig kan zijn. Welnu, de gelijkenis is treffend. Sandrine Holt in de titelrol is even schattig en aaibaar als haar getekende tegenvoeter, Miles O'Keeffe is even robuust en suf als de geanimeerde John Smith. Ook in de levende versie worden alle denkbare clichés van stal gehaald en komen de zeemleren indianenpakjes net uit de stomerij. In beide films valt geen van beide partijen iets te verwijten, maar wordt de sfeer verpest door twee individuele slechterikken aan weerszijden. De live-action versie biedt geen enkele meerwaarde: evenals bij Disney ontbreekt spanning of ontroering. Het belangrijkste verschil is dat de levende John Smith toetreedt tot de Indianenstam. Dit biedt Miles O'Keeffe de kans om zijn grootste succes tot nu toe, de titelrol in Tarzan, the ape man (Bo Derek!), nog eens dunnetjes over te doen. Jungle hier of jungle daar, Miles ontbloot overal zijn borsthaar. Dat zijn personage nog steeds even ridicuul is bleek al eerder: als Engelse kolonist drinkt hij op "de bevolking wier land wij nu delen". Slijmbal.
Mark Duursma
Te huur vanaf 14 december.


Lifesavers
Nora Ephron
Nora Ephron is niet de minste in Hollywood, want ze schreef onder andere het scenario van Harry met Sally en regisseerde Sleepless in Seatlle. Dat het met haar ook dramatisch mis kan gaan, bewijst ze in Lifesavers, waarvoor ze zowel het scenario schreef als de regie deed. Lifesavers is een kerstkomedie, althans had dat moeten worden. Met de reputatie van Ephron kostte het geen moeite om een veelbelovende cast bij elkaar te krijgen: Steve Martin, Juliette Lewis en Robert Klein. En toch gaat het mis. En hoe komt dat? Een grote rol speelt het wel heel suffige scenario en een tempo, dat doet vermoeden dat Ephron het eens lekker rustig aan wilde doen. Was er niemand in de buurt die haar vertelde dat kerstfilms niet per se de levendigheid van een onder narcose gebrachte patiënt hoeft te hebben? Lifesavers gaat over een groepje mensen dat werkt bij een telefonische hulpdienst voor mensen in een crisissituatie. Het begin is nog wel aardig: "Wilt u zelfmoord plegen, druk op toets 1, bent u gewoon depressief, blijf dan aan de lijn", maar al snel loopt de film vast in zijn tegengestelde doelstelling. Je kunt niet en een traditionele, kleffe kerstfilm willen maken ("Met kerstmis gebeurt er altijd iets bijzonders") en de liefhebbers van zwarte humor willen bedienen. De film wringt dus aan alle kanten. De acteurs hadden dat ook door, want die lopen allemaal heel nadrukkelijk leuk te doen. Kerstmis is net pek, laten we bidden voor het herstelproces van Ephron.
Jos van der Burg
Te huur vanaf 21 december.

Naar boven