De Pers Over - januari 1996, nr 163
Noem het komedie of karikatuur of satire of grand guignol (soms lijkt het zelfs een soort Nederlandse Pulp fiction) en daarin bestaan nou eenmaal geen wetten. Hoogstens gebruiken of ongeschreven afspraken, maar die kiept Paul de Leeuw moeiteloos overboord. Om kort te gaan: Filmpje! is een controversieel maar uniek fenomeen, net als zijn geestelijke vader. Zeer Hollands en mogelijk het eerste hilarische Nederlandse komedie-succes weer sinds Schatjes. In ieder geval een film die iets te weeg brengt in dit land en niet alleen onder Boppers.
De Telegraaf (Henk ten Berge)
Het probleem is dat Filmpje! tegen de twee uur duurt en dat een plot moet worden bedacht om de karakters in beweging te houden. En dat De Leeuw om van punt A naar punt B te komen de medewerking heeft gevraagd van elke Bekende Nederlander voorhanden, waarbij sommige Bekende Nederlanders een tekstje hebben (Willeke Alberti, René Froger), sommigen een rol spelen (Rijk de Gooijer als Don Gorgonzola; mafiabazen met kaasnamen, inderdaad), maar de meeste gewoon Bekende Nederlander zitten te zijn. [...] Een aantal losse scènes, die nog het meest lijken op wat De Leeuw in zijn televisieshows deed, blijft overeind. Een rechtbankscène waarin Bob de rechter eens flink beledigt, een scène waarin Bob een bejaarde dame bij een betaalautomaat mishandelt en een persiflage op het programma 'Het spijt me' zijn redelijk geslaagde sketches. Maar die blijven los zweven in een soort miezerig plotje, waarin er alles aan wordt gedaan om de hele crew met een flauw excuus naar Curaçao te sturen.
Het Parool (Mark Moorman)
Seksistische en racistische grappen te over, De Leeuw schudt ze zo snel uit zijn mouw dat ze al gauw vervelen, maar vooral ook de indruk wekken dat ze niet persiflerend of taboe-doorbrekend bedoeld zijn, maar gewoon door Paul de Leeuw echt leuk worden gevonden. Na tien jaar wilde Paul de Leeuw zijn Schreeuw-tijd met Bob en Annie afronden. Moge het met dit vreselijke filmpje ook eindelijk voorbij zijn. En niet zeuren dat Annie toch ontroering wekt en dat we het als een absurde strip moeten zien en dat er toch ook te lachen viel om de keiharde Pulp fiction. Dat is allemaal een misverstand. Filmpje! mist de noodzakelijke kwaliteit om de platheid te gedogen, waar een fikse grove uitschieter in een show nog gecompenseerd kan worden door gevoeligheid en gezelligheid. Gelukkig is dit gênante en plebejische schouwspel meteen het einde van het kolossale kadaver Bob de Rooy. Om in De Leeuws eigen terminologie te spreken: goed dat hij is opgepleurd.
de Volkskrant (Peter van Bueren)
Fotografisch ziet All men are mortal er verzorgd uit, de Nederlandse art direction geeft wederom weinig reden tot klagen. Maar het kan allemaal niet verhinderen dat Ate de Jongs film voornamelijk indruk maakt als zielloze rariteit. De term 'Europudding' is ervoor uitgevonden.
Utrechts Nieuwsblad (Pieter van Lierop)
All men are mortal is een tragisch voorbeeld van een film waarin bijna niets is gelukt. Tussen de acteurs springt geen enkele vonk over, wat voor een film over eeuwige liefde tamelijk rampzalig is. Ook het literaire gehalte van het scenario dat vol overbodige herhalingen zit, heeft een vertragende werking op de loop der gebeurtenissen. Het uitzitten van All men are mortal wordt dan een beproeving.
Algemeen Dagblad (Ab Zagt)
All men are mortal kent verschillende grote problemen, maar het voornaamste probleem is de invulling van de beide hoofdrollen. Irène Jacob werd bekend met haar rollen in La double vie de Véronique en Trois couleurs: Rouge, beide van Kieslowski, maar onder regie van Ate de Jong weet ze geen moment te overtuigen. Ze komt houterig over en haar zogenaamde emotionele momenten zijn bijna gênant. [...] En Stephen Rea, ook niet de minste (The crying game), bleek onsterfelijkheid met slaapwandelen te hebben verward - maar misschien sloeg hij daarmee de spijker op de kop.
Het Parool (Mark Moorman)
Al met al komt de nieuwe Bond er niet best vanaf. Het subtiele seksisme is vervangen door grove toespelingen, de held is een humorloze ijdeltuit, het meest geheime wapen is een ontploffende pen, de actiescènes zijn kneuterig en Tuschinski 1 kan er ook al niet meer vanaf. Als het spektakel en de ironie zijn verdwenen, wat maakt Bond dan nog bijzonder? Wie had ooit gedacht dat een Hollands fotomodel James Bond moest redden?
Trouw (Mark Duursma)
Alleen een achtervolging per tank door St-Petersburg biedt even dat opwindende jongensboekgevoel waarop Bond vroeger het patent had. Verder ogen ook de technische snufjes, waarmee Bond zich traditiegetrouw op kritieke momenten uit de nesten werkt oudbakken en dat alles versterkt het gevoel dat GoldenEye toch niet veel meer is dan een fletse poging het verleden te doen herleven. Aan dat beeld kan ook de Hollandse trots Famke Janssen als prettig-karikaturale mannenkrakende bad girl weinig veranderen.
Nieuwsblad van het Noorden (Rob de Kam)
Voor een betrekkelijk onervaren regisseur houdt Kassovitz een krachtige greep op zijn trio, maar ook op de stijl van de film. Zijn voorbeelden zijn duidelijk: New Yorkse 'urban drama's' als Scorsese's Mean streets en Spike Lee's Do the right thing. La haine is gedraaid in zwart-wit, met een bijzonder energieke fotografie. Geen camerabeweging blijft ongebruikt. De visuele drukte gaat vergezeld van Franse rap op de geluidsband. Die stijl weerspiegelt de opwinding en de agressie die heersen. Bijzonder is dat Kassovitz niet tot een oplossing komt. Vriendschap en solidariteit zijn belangrijk, maar dat is dan ook ongeveer alles. La haine eindigt in een nog grotere staat van verwarring en ontreddering als waarin hij begon.
de Volkskrant (Huib Stam)
Allen al als impressie van het harde en rauwe bestaan van de jongeren in de Parijse cités is het documentair aandoende La haine prachtig. Met een paar, door het ongewone en ijzersterk geregisteerde onderwerp nauwelijks opgemerkte, simpele artistieke ingrepen, weet Kassovitz zijn film ook nog een dramatische meerwaarde te geven. [...] Heel sterk speelt Kassovitz ook het motto van La haine uit. Aan het begin van de film vertelt één van de jongens een anekdote die telkens zal terugkeren. Een man valt van een flatgebouw en spreekt zich bij het passeren van elke verdieping moed in: 'tot nu toe gaat alles goed; wat telt is niet de val, maar de landing.' Met die metafoor geeft Kassovitz het gedoe van jongeren een existentiële lading. Deze knapen hebben nauwelijks kans van leven in een maatschappij die hen in de afgrond smeet.
Trouw (Hans Kroon)