Februari 1996, nr 164

Nixon

Zweterig ventje met een schuldgevoel

Oliver Stone wil opnieuw de Amerikaanse geschiedenis herschrijven. Nixon is een controversiële biopic die de 37ste president van de Verenigde Staten bombardeert tot een tragische held. Stone imponeert met visueel spektakel en komt wederom met spectaculaire complottheorieën op de proppen. De ambities van Stone reiken nu eenmaal verder dan een eenvoudige biografie.

Anthony Hopkins als Richard Nixon.

Als Richard Nixon, de kersverse president van de Verenigde Staten, het podium bestijgt, kijkt hij met verbaasde blik in de rondte. "What the fuck am I doing here?", lijkt hij zich af te vragen. Want, zo weten we dankzij Oliver Stone's nieuwe film, Nixon vloekte dat het een lieve lust was. Dan gooit hij zijn armen in de lucht, glichlacht van oor tot oor en neemt het applaus in ontvangst.
Hoe is hij op dat podium terecht gekomen? Zelfs zijn naaste vertrouwelingen vroegen zich af wie Nixon werkelijk was. Wat schuilt er achter die glimlach en dat gezicht die nooit bij elkaar passen - zoals Martha Mitchell ergens in de film zo treffend opmerkt. De 37ste president van de Verenigde Staten, regerend van 1968 tot 1974, was een sphinx, een man met een geheim. En Oliver Stone zal het geheim van Richard Milhouse Nixon voor ons ontsluieren.
Vorig jaar overschreeuwde Stone zichzelf in Natural born killers met een onheilstijding over de mediaperversie in het huidige fin de siècle. Met Nixon pakt de regisseur de draad op van Platoon, Born on the fourth of July en JFK. Hij keert terug bij de Amerikaanse geschiedenis in het Vietnamtijdperk. Nixon is in de ogen van Stone een tragische held, hevig lijdend aan 'survivor's guilt'. Zijn weg naar het Witte Huis is namelijk geplaveid met vier lijken. Daar zijn allereerst zijn twee broers. Zij stierven op jonge leeftijd aan tbc, zodat het gezin Nixon voldoende geld had om de jonge Dick rechten te laten studeren. En er zijn John en Robert Kennedy. Hun dood verloste Nixon van twee geduchte concurrenten en maakte hem rijp voor het presidentschap.
Omdat Stone zijn troefkaarten goed uitspeelt, is Nixon een hecht geconstrueerde biopic geworden. Op geschikte momenten toont hij flashbacks uit Nixons jeugd en een journaal dat enige wapenfeiten uit zijn vroege carrière opsomt. Stone maakte van Nixon een soort Charles Foster Kane, die in de nadagen van zijn presidentschap de geluidsbanden van het Witte Huis terugluistert en zo terugblikt op zijn leven.

Jan Klaassen-motoriek
En als Nixon Kane is, dan is zijn rosebud, hoe kan het ook anders bij Stone, een complot. Volgens Stone was Nixon op de hoogte van de moord op Kennedy. Eind jaren vijftig had de toenmalige vice-president contacten met een sinister gezelschap dat aanvankelijk een aanslag op Castro wilde beramen, maar uiteindelijk JFK met kogels doorzeefde. Zo zijn we weer thuis bij Stone, die nooit te beroerd is om een controversiële, allesomvattende theorie te ontvouwen. Zie JFK, waarin Stone, zoals bekend, uit de doeken doet hoe CIA, FBI, de mafia, het militair-industrieel-complex en de anti-Castro-Cubanen de moord op Kennedy op hun geweten hadden. Dat Nixon weet had van de aanslag op Kennedy en er vervolgens de vruchten van plukte is het geheim dat hij met zich meedroeg en voor een torenhoog schuldgevoel zorgde.
Nixon mag in de ogen van Stone dan een sphinx zijn, Anthony Hopkins is het in ieder geval niet. Hopkins, die uiterlijk al niet veel weg heeft van Nixon, maakte van hem vooral een meelijwekkende figuur waar het sociale ongemak van af druipt. Het is een zweterig ventje met Jan Klaassen-motoriek dat stijf staat van de paranoia. Soms krijgt hij zowaar iets daadkrachtigs, maar na ruim drie uur is hij niet uitgegroeid tot de Shakespeariaanse tragische held die Stone en Hopkins vermoedelijk voor ogen stond. Joan Allen als Pat Nixon heeft die allure veel meer. Zij is de strenge echtgenote waarbij Nixon ineenkrimpt tot een eigenwijze snotneus. Daarnaast vallen in de bijrollen vooral Bob Hoskins op, die van J. Edgar Hoover een oude, decadente nicht maakt, en Paul Sorvino als een krakend-buiksprekende Kissinger.

Retorisch talent
Hoewel Nixon als koningsdrama is mislukt, imponeert Stone door visueel spektakel. Net als in JFK wisselt hij in hoge vaart kleur, zwart-wit, tv-beelden en super-8 films af. Gefingeerde archiefbeelden, quasi home movies en tv-verslagen worden in stelling gebracht om Stone's gelijk te bewijzen. Retorisch talent kan Stone zeker niet worden ontzegd. Hij is een illusionist die zo vingervlug monteert dat je niet meer kunt volgen hoe hij de complottheorieën uit zijn hoge hoed tovert.
Het probleem van zijn films is echter het gedram dat Natural born killers onverteerbaar maakte en ook in Nixon de boventoon voert. Stone geeft een genuanceerd beeld van de president, maar beziet de zaken toch liever op grotere schaal. Dan is de president niet meer dan een radertje in een machinerie die door en door corrupt is. Dit kosmische perspectief, dat gepaard gaat met Stone's hang naar waarheid en controverse, maakt Nixon tot een potsierlijke onderneming.

Pieter Bots

Nixon
Verenigde Staten, 1995.
Produktie: Clayton Townsend, Andrew G. Vajna en Oliver Stone.
Regie: Oliver Stone.
Scenario: Stephen J. Rivele, Christopher Wilkinson en Oliver Stone.
Camera: Robert Richardson.
Geluid: David MacMillan.
Montage: Hank Corwin en Brian Berdan.
Muziek: John Williams.
Met: Anthony Hopkins, Joan Allen, James Woods, Bob Hoskins.
Kleur, 190 minuten.
Distributie: RCV Film Distribution.
Te zien: vanaf 22 of 29 februari.

Naar boven