Video - februari 1996, nr 164

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Before sunrise
Richard Linklater
Het uitgangspunt is, op z'n minst als fantasie, zeer herkenbaar: een spannende ontmoeting in een internationale trein. Amerikaan Jesse (Ethan Hawke) is op vakantie in Europa. Francaise Celine (Julie Delpy) is op weg naar huis in Parijs. Samen zitten ze in de trein van Boedapest naar Wenen en ze raken in gesprek. Hij haalt haar over om in Wenen uit te stappen. Ze brengen een avond en nacht samen door in de straten, kroegen en parken van de schoonste hoofdstad van Europa. Al slenterend, pratend, lachend, drinkend en, misschien, vlak voor het ochtendgloren, vrijend. Dat is het. Geen greintje spektakel, geen greintje diepgang. En het is nog leuk ook. Richard Linklater (34), sinds zijn debuut Slacker uit 1991 gebombardeerd tot woordvoerder van de Generation X, maakte nadien Dazed and confused over verveelde tieners in de jaren zeventig en bekent zich in zijn derde film wederom tot het jonge spul. Gelukkig is de ergste verveling inmiddels voorbij: Jesse en Celine weten elkaar en de kijker aardig te vermaken met hun aanstekelijke bronstgedrag. In alle bescheidenheid maakt het gedwaal van de twee gestrande reizigers een oprechte indruk, alsof het allemaal ter plekke is geïmproviseerd en op documentaire wijze is betrapt. Natuurlijk ontsnapt Linklater in zijn studioproduktie niet helemaal aan de pittoreske clichés van Europa-volgens-Amerikanen, met de toeristenattracties en een clavecimbel spelende malloot in de vroege morgen. Daar staat tegenover dat het einde voor een Amerikaans publiek wel zeer onbevredigend moet zijn, en daarom van lef getuigt. Zelfs de sleutelvraag - hebben ze het gedaan? - blijft onbeantwoord, hoewel het verdwenen hemdje van Delpy hier een waardevolle aanwijzing biedt. Hoe dan ook, Before sunrise is een hartstikke romantische film en Wenen is een mooie stad.
Mark Duursma
Te huur vanaf 22 februari.

Before sunrise: Julie Delpy en Ethan Hawke doen verliefd.


Panther
Mario Van Peebles
Het begint met een verkeersongeluk in een zwarte wijk en het eindigt met een grootschalig complot van de FBI om zwart Amerika te overspoelen met heroïne om aldus het subversieve zwarte element te neutraliseren. Daartussen speelt zich, volgens regisseur Mario Van Peebles, de geschiedenis van de Black Panther beweging af. In het begin een groep verontwaardigde jongeren die een verkeerslicht eisen op een kruising nadat er een jongen is doodgereden en aan het slot een ware revolutionaire volksbeweging. Nadat Spike Lee de weg had geplaveid met de biografie van de militante zwarte leider Malcolm X bleek ook het laatste en misschien wel meest controversiële hoofdstuk van de burgerrechtenbeweging rijp voor verfilming. Van Peebles mist in Panther echter de visuele flair die Spike Lee meebracht voor Malcolm X. Lee's film was als hagiografie in ieder geval bij vlagen een opwindende film, maar Van Peebles, die ook het sterke New Jack City maakte, heeft moeite om een rode draad te vinden. De Panthers waren voor een groot deel van hun tijd niet meer dan een rumoerig discussiegroepje die door de blanke media en de niet aflatende aandacht van de FBI tot volksvijand nummer 1 konden uitgroeien. De regisseur prikt nergens door de mythe van de Panthers heen, wat noodzakelijk lijkt om de ware maatschappelijke betekenis aan te geven. Er is ook geen acteursprestatie die er bijzonder uitspringt. Voor een groot deel is de plot gebaseerd op het weinig verrassende klassieke gegeven van een bende waar de FBI een undercoveragent heeft geplaatst. Met het ridicule slot sluit Van Peebles zich aan bij Oliver Stone die elke verontrustende maatschappelijke ontwikkeling terugleidt naar een grootschalig complot van de federale overheid. Op een bijeenkomst op het achterdek van een jacht wordt er besloten om het getto te overspoelen met heroïne en de laatste sporen van opstandigheid uit het zwarte bevolkingsdeel te bannen. "Als we dan maar zorgen dat het spul binnen het getto blijft", voegt een FBI-functionaris er ongerust aan toe. Een slottekst meldt ten overvloede dat er kennelijk toch iets is fout gegaan met het plan. Maar we weten nu tenminste wiens schuld het allemaal is.
Mark Moorman
Te huur vanaf 21 februari.


New Jersey Drive
Nick Gomez
Spike Lee produceerde deze film van de jonge regisseur Nick Gomez, die enkele jaren geleden opvallend debuteerde met Laws of gravity. New Jersey Drive speelt zich af in Newark, New Jersey, in een van die troosteloze getto's waar het rijkste land ter wereld het patent op schijnt te hebben. Hoofdpersoon is Jason Petty (Sharon Corley), die met zijn vrienden de tijd doodt met het stelen van dure auto's waar ze de blits mee maken in hun buurt. Tijdens een nachtelijke joyride wordt een vriend van Jason ernstig gewond door een ten onrechte afgevuurde politiekogel. Dit incident is het begin van een mini-oorlogje tussen de politie, die wordt aangevoerd door de overijverige luitenant Roscoe en het clubje autodieven rond Jason en zijn roekeloze vriend Midget (Gabriel Casseus). In deze tweestrijd trekt de politie natuurlijk aan het langste eind. New Jersey Drive is een film met twee gezichten. Aan de ene kant is het een portret van jongeren in een uitzichtloze omgeving die een plaatsje in de wereld claimen voor zichzelf, om te laten zien dat ze bestaan. De beelden voegen weinig toe aan wat we al kenden uit de vele gangsta-rap video's, maar de film is goed gemaakt en er wordt zonder veel poespas in geacteerd. Daarnaast echter heeft Gomez, die zelf ook het script schreef, geprobeerd een psychologische tweestrijd te schilderen tussen Jason en luitenant Roscoe. Ontegenzeggelijk lopen er in de zwarte wijken heel wat blanke, racistische agenten rond, die het met de regels niet zo nauw nemen, maar deze politieman is wel een heel ongeloofwaardige karikatuur. Roscoe is een volstrekt eendimensionale bad guy in een film waarin geen good guys zijn te ontdekken. Het is tenminste niet te hopen dat we de onvolwassen en egocentrische autoboefjes die deze film bevolken dienen te zien als helden.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 20 februari.


The prophecy
Gregory Widen
Wie na illustere voorgangers als The exorcist en The omen een horrorfilm met een religieuze inslag maakt en daarbij Christopher Walken, Eric Stoltz, Amanda Plummer en Elias Koteas (The adjuster en Exotica) inhuurt wekt hooggespannen verwachtingen. Niet alleen de rolverdeling, ook het uitgangspunt van Gregory Widens The prophecy mag er wezen. De scenarioschrijver van Highlander en Backdraft levert met zijn regiedebuut een vervolg op John Miltons gedicht 'Paradise lost' af. Beschreef Milton hoe de engel Lucifer zich afkeerde van God en daarmee de basis legde voor de hel, Widen laat zien hoe de afvallige engel Gabriel in het hedendaagse Amerika de strijd aanbindt met de Heer en de complete mensheid. De goddelijke schurkenrol is op het ziekelijk ogende lijf van Christopher Walken geschreven. Met zijn zwartgeverfde haar, al even zwarte contactlenzen en ijzige stem zet Walken opnieuw een memorabele engerd neer. Stoltz weet als zijn goedaardige rivaal ook prima te overtuigen. Naast deze twee engelen steken alle andere rollen echter erg magertjes af. En zo sterk als het uitgangspunt is, zo slap is de uitwerking ervan. Widen vult de bijbelse aspecten op lachwekkende wijze aan met een hoop Indianenkul en slaagt er nauwelijks in enige spanning te genereren. Dat laatste is natuurlijk onvergeeflijk in een horrorfilm. In een vlaag van verstandsverbijstering omschreef een recensent van 'The Hollywood Reporter' de film als "de Pulp fiction onder de bovennatuurlijke thrillers". Het op de videohoes afgedrukte citaat raakt kant noch wal. The prophecy is de Showgirls van het relihorror-genre: allesbehalve opwindend en dankzij Walken en Stoltz net niet beroerd genoeg om liefhebbers van slechte films voor zich te winnen.
Bart van der Put
Te huur vanaf eind februari.

The prophecy: Eric Stoltz en Christopher Walken spelen engelen.

Naar boven