Maart 1996, nr 165
Abbas Kiarostami
Een autoritaire humanist met kinderogen
In het Westen kennen we hem als de regisseur die in zijn films een geraffineerd spel speelt met fictie en werkelijkheid. Films als Waar staat het huis van mijn vriend?, En het leven gaat door en Under de olive trees werden door cinefielen enthousiast onthaald. Nauwelijks bekend is dat de Iraanse Abbas Kiarostami (56) al vijfentwintig jaar films maakt, wat een oeuvre van ruim twintig titels opleverde. Zestien films zijn te zien in een uniek retrospectief dat het Nederlands Filmmuseum over hem organiseert.
Jongetje ziet een probleem opdoemen in Passagier.
Dat Kiarostami een opleiding heeft genoten als schilder zal niemand verbazen die zijn werk kent. Zijn studie aan de Faculteit der kunsten van de universiteit van Teheran komt hem niet alleen nog steeds van pas bij het maken van films, maar ook bij het illustreren van kinderboeken, een andere activiteit van hem. Ongetwijfeld had Kiarostami een goede kunstschilder kunnen worden, maar zijn beslissing in de jaren zestig om reclamefilms te gaan maken, bracht hem in het filmvak. Na het realiseren van meer dan honderdvijftig commercials trad hij in 1969 in dienst van het Instituut voor Jeugdontwikkeling. Samen met een aantal vrienden richtte hij binnen dit vormingsinstituut een filmafdeling op, waar hij een jaar later zijn speelfilmdebuut maakte met Brood en steeg. Door het enthousiasme van deze groep bevlogen filmmakers ontwikkelde de filmafdeling zich in korte tijd tot een belangrijk centrum voor jonge filmmakers. De meeste hedendaagse Iraanse filmmakers hebben er één of meer films geregisseerd.
Kiarostami ontwikkelde zich in de jaren zeventig met films als Passagier (1974), Dat kan ik ook (1975) en Kleur (1976) tot een bekwame scenarist en regisseur van kinderfilms. Zijn films attenderen volwassenen op de leefwereld van kinderen en hebben voor kinderen als les dat zij hun doelen moeten afstemmen op wat zij kunnen. Nationale bekendheid verwierf de regisseur met Rapport (1976), een film voor volwassenen en de eerste waarin Kiarostami werkte met professionele acteurs. De film verhaalt over een van corruptie verdachte belastingambtenaar, die zijn wereld ziet instorten. Ruzie met collega's en een zelfmoordpoging van zijn vrouw brengen de man aan de rand van de afgrond. Kiarostami bekritiseerde met de film de corrupte praktijken van de toenmalige regering van de sjah. De controversiële film kreeg veel aandacht van filmcritici, die Rapport prezen om zijn waarheidsgetrouwheid.
Alledaagse dilemma's
Na Rapport maakte Kiarostami nooit meer een zo expliciete politieke film. Zijn films gaan niet over grote thema's, maar bevatten veelal simpele verhalen waarin kinderen de hoofdrol spelen. Ze tonen hoe kinderen omgaan met alledaagse dilemma's. Tegelijkertijd houdt deze kinderwereld volwassenen een spiegel voor. Slechts een aantal films wijkt af van dit patroon. Maar ook in deze films, waarin volwassenen de hoofdrollen spelen, heeft Kiarostami geen grote boodschap voor de wereld; ook hier gaat het om alledaagse problemen en dilemma's. Het is deze thematiek die Kiarostami vanaf zijn debuut tot op heden trouw is gebleven. Brood en steeg is ruim vijfentwintig jaar geleden gemaakt, maar had ook Kiarostami's nieuwste film kunnen zijn. De film verhaalt over een jongetje dat met een brood onder zijn arm op weg is naar huis. Een probleem dient zich aan in de vorm van een zwerfhond, waar het jongetje niet langs durft. Na veel wikken en wegen brengt hij de hond tot bedaren door hem zijn brood toe te werpen.
Vriendschap is een belangrijk aspect in de films van Kiarostami. Heel duidelijk komt dat aan de orde in Twee oplossingen voor een probleem (1975) en Kleding voor de bruiloft (1975). De eerste film gaat over twee vriendjes, waarvan de een per ongeluk de kaft van een schrift van de ander kapot scheurt. Dit jongetje staat nu voor de keuze: wraak nemen of een oplossing bedenken, waarin de vriendschap behouden blijft. Kleding voor de bruiloft gaat over een moeder die een kostuum wil laten maken voor haar zoon ter gelegenheid van de bruiloft van haar dochter. Omdat de moeder weinig geld heeft, leent de kleermaker haar voor een dag een kostuum dat bestemd is voor een andere klant. De film werd na het aan de macht komen van Khomeiny in 1979 verboden, omdat de personages niet volgens de islamitische normen waren gekleed.
Waar staat het huis van mijn vriend? (1987) is de film waarmee Kiarostami doorbrak naar een Westers publiek. Ook in deze film hebben twee vriendjes een probleem als de een per ongeluk het huiswerkschrift van de ander mee naar huis neemt. Omdat de onderwijzer heeft gewaarschuwd dat wie zonder schrift op school komt, naar huis wordt gestuurd, begint een zoektocht naar 'het huis van mijn vriend'.
Humanist
In zijn vijfentwintigjarige carrière veroverde Kiarostami een zelfstandige positie in de Iraanse filmwereld. Hoewel uit zijn werk een moderne visie spreekt is Kiarostami in de omgang met zijn collega's zeer autoritair. Al ruim tien jaar staat hij aan het hoofd van de filmafdeling van het Instituut voor Jeugdontwikkeling en hij bewaakt zijn positie met harde maatregelen. Geen brief gaat zonder zijn toestemming de deur uit. Omdat hij bekend staat als iemand die geen concurrentie verdraagt, wilde Bahram Beyzai zijn film Bashu alleen bij het Instituut maken onder voorwaarde dat Kiarostami zich niet met de film zou bemoeien. De goede relatie met het Iraanse regime dankt Kiarostami aan de opvoedkundige boodschap van zijn films. Door hun niet-politieke lading vormen deze een tegenwicht tegen de negatieve berichtgeving over Iran in het buitenland. Het Iraanse regime is zich hiervan goed bewust en presenteert Kiarostami als het bewijs dat filmmakers in Iran onafhankelijk kunnen werken. Dat is niet het geval, want hoewel Kiarostami weinig last heeft van censuur moet ook hij zich aan de regels houden. In Iran wordt elke film 'begeleid' door de Farabi Film Foundation, een onderdeel van het ministerie van Cultuur. Deze 'begeleiding' houdt in dat er een permanente controle is in alle stadia van het filmproduktieproces. Op elk moment kan worden bijgestuurd, zodat censuur aan het eind nauwelijks nog nodig is. Zijn verhouding met het regime omschreef Kiarostami in een interview ooit als volgt: "Overal waar je werkt moet je je aanpassen aan de regels, als je dat niet doet krijg je op je donder." Waarmee niet gezegd wil zijn dat Kiarostami een aanhanger van het islamitsche regime is. Hij is in de eerste plaats een humanist die het leven beziet met milde ironie.
Misverstand
Kenmerkend voor het het werk van Kiarostami is de vermenging van fictie en werkelijkheid. Zo lijkt The citizen (1983) een documentaire over het verkeer in Teheran. Een politieagent moet uit de onwaarschijnlijke verhalen van autobestuurders waarheid en leugen zien te onderscheiden. Met elk opgedist verhaal verwijdert de film zich verder van de werkelijkheid. Kiarostami laat de kijker in de huid van de agent kruipen, zodat hij deelgenoot wordt van de dagelijkse problemen van Iraniërs. Hij buit de komische effecten van de situatie ten volle uit. The citizen is een van Kiarostami's mooiste films, misschien doordat Kiarostami zelf in zijn jonge jaren verkeersagent is geweest.
Ook in Close-up (1990), Kiarostami's favoriete film, wordt een geraffineerd spel met de werkelijkheid gespeeld. In deze film neemt Kiarostami de beroemde Iraanse regisseur Moshen Makhmalbaf als onderwerp voor zijn film. In de bus maakt een arme, gescheiden man gebruik van het misverstand dat een vrouw hem aanziet voor Moshen Makhmalbaf. De man buit de situatie uit en betrekt de vrouw en haar familie in een, natuurlijk fictief, filmproject.
Bekender dan deze films is En het leven gaat door (1992), gefilmd na de aardbeving die Noord-Iran voor een groot deel verwoestte. De film gaat over een filmmaker die met zijn zoontje per auto naar Koker reist, het centrum van het getroffen gebied. De regisseur maakt zich zorgen over het lot van de twee jongetjes die de hoofdrol speelden in Waar staat het huis van mijn vriend?. Onderweg stuiten ze op allerhande problemen: de weg naar Koker is bijna onbegaanbaar en de jongetjes worden niet gevonden. De filmmaker doet uiteindelijk een belangrijke ontdekking: de plaatselijke bevolking bezit, ondanks de verschrikkingen van de aardbeving, de vitaliteit om door te leven.
Zelfspot
In westerse landen overheerst de opvatting dat de cultuur in de huidige Iraanse samenleving geheel in de handen is van de islamieten. De culturele uitingen zouden daardoor in de eerste plaats de islamitische propaganda dienen. Fanatisme en intolerantie zijn de trefwoorden. In dit beeld vormen de burgers van Iran een gelijkgestemde massa, die streeft naar onderwerping van het Westen. Hoewel de invloed van het islamitisch fundamentalisme niet moet worden onderschat, is niemand gediend bij zoveel nadruk op deze stroming. Door Iran te demoniseren gaat het zicht verloren op de werkelijkheid. In Iran leven en werken miljoenen mensen die wel iets anders aan hun hoofd hebben dan de export van de strikte uitleg van de koran. Mensen die er een andere levensbeschouwing op na houden zijn er legio. Maar ook devote islamieten zijn vaak vredelievende mensen, die intelligent genoeg zijn om zichzelf en de eigen maatschappij kritisch te bezien. In de florerende Iraanse filmindustrie worden ook populaire melodrama's gemaakt, waarin alledaagse problemen in een dramatische vorm zijn gegoten. Niets menselijk is de Iraanse burger vreemd, ook humor en zelfspot niet. Ook in Iran wordt gelachen, niet alleen om anderen, maar vooral om de ongemakken en domheden in de eigen maatschappij.
M. Sharoog
Retrospectief Close-up: Abbas Kiarostami
14 maart tot en met 3 april in het Nederlands Filmmuseum.