April 1996, nr 166
13e Festival van de Fantastische Film
Schuimbekkend op de vlooienmarkt
Op het 13e Festival van de Fantastische Film worden een kleine vijftig horror-, science fiction- en fantasyfilms vertoond. Al stamt het gros uit de Verenigde Staten, Europa is sterk vertegenwoordigd in een door de auteurs van 'Camera Obscura' samengesteld programma. Door het obscure filmblaadje in de schijnwerpers te plaatsen erkent het festival het belang van dergelijke 'fanzines'. Camera Obscura-redacteur Mike Lebbing vertelt over de mondiale subcultuur rond de mediterrane genrefilm.
Barbara Steele in La danza macabra van Antonio Margheriti.
Geen enkel festival kan met goed fatsoen een dertiende editie tot jubileum bestempelen, maar voor het Weekend of Terror gelden andere regels. Het 'Mini-Festival van de Fantastische Film' verruilde drie jaar geleden de traditionele nachtelijke marathons al eens voor een bredere en meer toegankelijke opzet. Evenals toen krijgen liefhebbers nu de kans enkele gerenommeerde genrefilmregisseurs te ontmoeten. Zo keert de Italiaanse horrormaestro Dario Argento terug om The Stendhal syndrome te presenteren. Mike Lebbing kijkt alvast reikhalzend uit naar de bizarre film over ziekmakende kunst en de ontmoeting met de meester, want Argento behoort tot zijn absolute favorieten. Het festival zou voor Lebbing ook zonder Argento een bijzondere gebeurtenis zijn, want op verzoek van de organisatie stelde hij met Camera Obscura-scribent Oliver Kerkdijk een speciaal programma samen rond de Europese genrefilm.
Het is een goeddeels onontgonnen gebied, dat door een handjevol fanaten over de hele wereld regelmatig verkend wordt in fanzines als Camera Obscura. De benaming fanzine geeft aan dat het hier geen professionele tijdschriften met grote oplagen betreft, maar kleine blaadjes bedoeld voor echte liefhebbers. Ze dragen tot de verbeelding sprekende namen als European Trash Cinema, Videooze, Necronomicon, Flesh and Blood en Splatting Image en zijn wars van trends en commercie. Nederland kent naast het onregelmatig verschijnende Camera Obscura nog drie genrefilm-fanzines: het aan de science fiction film en literatuur gewijde SF Terra, het geheel aan Star trek opgehangen The Flying Dutch en het grotendeels op eigentijdse horror-, fantasy- en cultfilms gerichte Schokkend Nieuws. Camera Obscura combineert aandacht voor nieuwe en oude Aziatische genrefilms met artikelen en recensies over Europees werk. Rode draad vormt het gebrek aan aandacht voor de besproken films in de reguliere pers. Dat gebrek wekt overigens weinig verbazing, want veel van de door Lebbing en co bejubelde films zijn in ons land zelden of nooit te zien. Op zoek naar vergeten meesterwerken op video struinen de schrijvers rommelmarkten af en wisselen ze informatie en videobanden uit met gelijkgestemden over de hele wereld. Camera Obscura vormt zo de Nederlandse tak van een wereldwijd ondergronds netwerk van amateur-filmhistorici, die niet rusten voordat ze de onderste steen van de genrefilmgeschiedenis boven hebben gehaald.
Rijk verleden
Wie het huis van Mike Lebbing betreedt kan er niet omheen: de filmliefde van de 28-jarige gesjeesde filosofie-student lacht je van de met filmaffiches behangen muren tegemoet. De grootste passie van de "full-time filmjunkie" betreft horrorfilms, thrillers en westerns van Italiaanse makelij. Lebbing raakte geïnteresseerd in de Italiaanse genrefilm toen hij Dario Argento's Inferno zag. Uniek is dat niet, want de regisseur wordt door menig horrorliefhebber op handen gedragen. Waar de reguliere pers zijn films vaak afdoet als inhoudsloze stijloefeningen, prijzen genrepers en fans Argento's camera-experimenten, cryptische plots en unieke esthetiek.
Zo ook Lebbing: "Zijn esthetiek raakt me, toen ik Inferno zag wist ik dat ik er onbewust eigenlijk al jaren naar op zoek was. Die film markeert een keerpunt, want vanaf de eerste kennismaking stond voor mij vast dat ik een groot gedeelte van mijn leven aan dergelijke films zou wijden. Ik huurde in videotheken alles wat er aan Italiaanse genrewerk te vinden was en kwam via een gespecialiseerde video-importeur in aanraking met films die hier nooit zijn uitgebracht, en met buitenlandse verzamelaars, met wie ik banden begon te ruilen. Momenteel verkeert de mediterrane genrefilm in een impasse, maar ik blijf gefascineerd door het rijke verleden. In de jaren zestig en zeventig kwamen die films met honderden tegelijk uit Spanje en Italië. Er heerste veel vrijheid binnen de genres, verschillende vormen werden met elkaar gekruist en taboes bestonden niet."
"Nu ik er tien jaar mee bezig ben denk ik soms dat ik alles wel zo'n beetje gezien heb, maar dan duikt er weer een volslagen obscure en bizarre film op die alles op zijn kop zet. Zo zag ik vorig jaar de spaghetti-western Matalo van de nagenoeg onbekende Cesare Canevari. Het is een ongelooflijk vreemde psychedelische koortsdroom, met een minimum aan dialogen en een maximum aan cameratrucs, die me erg verraste. Film moet boeien en verbazen en wat dat betreft is de genrefilm-produktie uit die regio en die periode enorm rijk aan bizarre werkjes."
Om zijn enthousiasme over dergelijke ongewone films uit te dragen richtte Lebbing vier jaar geleden met een groep gelijkgestemden Camera Obscura op. De inhoud wordt bepaald door de smaak van de auteurs: "Er zijn ook fanzines waarin de ongrijpbare status van een film het belang ervan dicteert, maar ik geloof daar niet in", aldus Lebbing. "Het gaat om de film. Ik ga net zo goed uit mijn dak bij Smoke als bij Matalo. Camera Obscura gaat niet over films die moeilijk te krijgen zijn, maar over films die we interessant vinden en waarvan we vermoeden dat andere liefhebbers er over willen lezen. Ik hoop dat ze net als ik door zo'n blaadje aangestoken worden en op zoek gaan naar de besproken films. Daar doen we het voor."
Venezuela
Bij zijn speurtocht naar vergeten meesterwerken krijgt Lebbing regelmatig hulp van buitenlandse geestverwanten: "Het mooiste van de fanzinewereld en het bijbehorende netwerk is dat het me in staat stelt verloren gewaande films te zien. Geduld is wel een vereiste, want het duurt vaak jaren voor een film gevonden wordt. Zo kreeg ik na een paar jaar eindelijk de kans Tragica ceremonia en villa Alexander van de Italiaanse regisseur Riccardo Freda te zien: in het netwerk dook een Portugees gesproken, Engels ondertitelde band uit Venezuela op. Die versie is dan over de hele wereld gekopieerd, dus de kwaliteit laat nogal te wensen over, maar dat neem ik voor lief. Die mondiale speurtochten worden nogal gehinderd door lokale distributeurs die films allemaal een andere titel geven. Daarom zijn sommige fanzines volledig geobsedeerd door het vermelden van alle mogelijke alternatieve titels; Engeland zit vol met freaks die oude releaselijsten doorspitten om ze te achterhalen. Het zijn misschien miereneukers, maar dankzij hen komt er regelmatig een parel bovendrijven. Vaak blijkt achteraf dat de jacht leuker was dan de vangst, maar dat is niet erg. Die verbeten speurtochten veroorzaken net zoveel opwinding als een goede film."
Volgens Lebbing staat Nederland binnen het netwerk in hoog aanzien als bron voor obscure titels: "Er is hier begin jaren tachtig absurd veel uitgebracht en door het gebrek aan belangstelling ligt de prijs laag. Ik krijg regelmatig verzamelaars uit Engeland en Duitsland over de vloer. Als ik ze meeneem naar een vlooienmarkt kopen ze schuimbekkend een ongeknipte versie van Mountain of the cannibal god voor vijf piek, waar ze er thuis vijftig gulden voor moeten betalen, als hij al te vinden is." Dat Nederland een waar mekka is voor Britse en Duitse verzamelaars heeft ook te maken met het ontbreken van censuur. Volgens Lebbing zijn sommige buitenlandse verzamelaars volledig geobsedeerd door de heilige zoektocht naar de Onversneden Versie.
Voor Engelse horrorliefhebbers is die tocht niet zonder gevaren, want de Britse douane stelt onversneden Nederlandse videobanden op één lijn met harddrugs. De ware liefhebber laat zich echter niet kisten en verwijdert de spoeltjes uit videocassettes om ze in een dubbele bodem van een koffer of de voering van een jas te vervoeren, als betrof het een kilo heroïne. Eenmaal over de grens blijft de dreiging permanent aanwezig. Wie Nederlandse videofilms per post ontvangt belandt op een zwarte lijst en moet waken voor een politie-inval. De Britse videopolitie infiltreerde volgens Lebbing zelfs in de fanzinewereld: "Ze plaatsten nep-advertenties. Wie daarop reageerde kreeg thuis een inval en werd aan de schandpaal genageld. Een vriend van mij heeft politiebezoek gehad, werd als pervers gebrandmerkt en moest drieduizend pond betalen om zijn banden terug te krijgen. Hij is er helemaal aan kapot gegaan. Ik ken Engelsen die hun videocollectie uit voorzorg bij hun oma hebben ondergebracht."
Bava-fiel
Al prijst Lebbing zich gelukkig dat hij in Nederland voor zijn filmliefde niet als een crimineel vervolgd wordt, het stoort hem dat er hier nauwelijks aandacht wordt geschonken aan minder bekende namen uit de Italiaanse filmgeschiedenis: "Antonioni, Fellini en Pasolini zijn heilig verklaard, de rest wordt onder de noemer B-filmers gerangschikt. Nu zijn er inderdaad genoeg regisseurs die zelfs door de meest tolerante Italofielen afgeschreven worden, maar tussen hen en de grote drie zit een enorm gebied waarin heel veel mooie dingen gedaan zijn die een zwaar stempel op de filmgeschiedenis drukten. Neem bijvoorbeeld iemand als Mario Bava, een van de grondleggers van de mediterrane horrorfilm. Hij gaf al in de jaren zestig de voorzet tot succesvolle filmseries als Alien, Friday the 13th en A nightmare on Elm street, die allen volzitten met Bava-citaten. Zijn expressieve belichting en camerawerk zijn nu gemeengoed geworden. Regisseurs als Martin Scorsese, John Carpenter en Quentin Tarantino zijn allen verklaard Bava-fiel en dat zie je ook in hun werk terug. Ik ben blij dat ik op het festival Bava's Operazione paura kan vertonen. Het toont zijn meesterschap in optima forma en is een prachtig voorbeeld van de Italiaanse 'gothic' horrorfilm uit de jaren zestig."
"Die stroming illustreer ik verder met Antonio Margheriti's La danza macabra, met een sterke hoofdrol van Barbara Steele, de koningin van de Italiaanse 'gothic'. Maar ik beperk me niet tot Italiaans werk, zo staat Malpertuis van Harry Kümel ook op het programma. Het is eigenlijk een Belgische tegenhanger van Argento's Inferno, beeld en geluid domineren de film en de boodschap is nogal fatalistisch. Verder hoop ik ook de vreemde Tsjechische film Valerie and her week of wonders en een drietal Franse films te kunnen vertonen, maar op dit moment staan die nog niet vast."
Twee dagen na het gesprek met de pleitbezorger van de Europese genrefilm blijkt dat het bezoek van ondergetekende samenviel met het overlijden van Lucio Fulci, een van de gangmakers van de Italiaanse horrorfilm. Telefonisch laat Lebbing weten Fulci's dood te betreuren, al was hij hij er niet door verrast; de regisseur die in het eerste nummer van Camera Obscura ruim aan bod kwam kampte al jaren met fysieke problemen. Uit zijn oeuvre van zo'n vijftig titels vertoont het festival als hommage drie bloederige zombiefilms die begin jaren tachtig maandenlang de Nederlandse bioscopen teisterden en voor veel liefhebbers een eerste kennismaking met de Italiaanse horrorfilm markeerden. Fulci is dood, maar zoals in menig fanzine regelmatig gesteld wordt: 'Lo spirito continua!'
Bart van der Put
Het 13e Festival van de Fantastische Film vindt van 18 t/m 24 april plaats in het Amsterdamse Alhambra theater. Fanzines als Camera Obscura zijn te koop bij enkele beter gesorteerde boekhandels, gespecialiseerde videotheken en filmwinkels.