April 1996, nr 166

The garden

Terug naar de goddelijke tuin

Een van de publiekslievelingen van het laatste Filmfestival Rotterdam was de Slowaakse film The garden van Martin Sulik. Een hier onbekende regisseur die toch al een aantal bekroonde korte films op zijn naam heeft staan. The garden is een film die op lichte toon en met veel symboliek een gewichtige boodschap uitdraagt. Een sprookje dus eigenlijk.

Jakub (Roman Luknár) ontdekt het paradijs.

In 'Candide ou l'optimisme', waarschijnlijk het enige boek van Voltaire dat nog wel eens gelezen wordt, blijft de held van het verhaal, een naïeve jongeman, geloven in de principiële goedheid van de wereld, ondanks alle rampspoed die in vlot tempo over hem heen trekt. Met deze ironische vertelling wilde Voltaire het filosofische optimisme van Leibniz onderuithalen, die de wereld beschouwde als 'de beste van alle mogelijke werelden'. Die opvatting, die volgens Voltaire niet te rijmen was met alle slechtheid in de wereld, zou mensen bovendien verleiden de strijd voor een betere wereld op te geven, omdat alles toch wel vanzelf in orde zou komen. Maar zo makkelijk gaat dat niet, aldus Voltaire. Eden is verloren, maar de mens is in staat om hier op aarde op eigen kracht iets soortgelijks tot stand te brengen. Aan het einde van het verhaal komt Candide in het bezit van een tuin, en in het bewerken en verzorgen ervan vindt hij zijn levensvervulling.

Wonderlijke maagd
Hoofdpersoon in The garden is Jakub, een man van een jaar of dertig wiens leven op een dood spoor zit. Zijn verhouding met de getrouwde Tereza begint hem te vervelen, hij heeft geen eigen woonruimte, en geen zin meer in zijn baan. Zijn vader, die hem een klaploper vindt, heeft genoeg van hem en zet hem het huis uit. Jakub vertrekt voor een paar dagen naar het verlaten landhuis van zijn overleden opa. In eerste instantie om het te verkopen, maar het huis en vooral de tuin oefenen zo'n aantrekkingskracht op hem uit dat hij zich niet meer los kan maken van die intrigerende plek.
Jakub gaat aan de slag in de tot wildernis vergroeide tuin en knapt het huis op. Het dagboek van zijn opa, met observaties van de natuur en het heelal, brengt hem in hernieuwd contact met zaken waarvan hij de waarden al lang vergeten was. Er gebeuren vreemde dingen in de tuin; een mierenhoop blijkt genezende krachten te bezitten, Jakub krijgt vreemde bezoekers op zijn erf die hem ongevraagd wijsheden verschaffen en luisteren naar namen als Rousseau en Wittgenstein. Ook de kennismaking met de 'wonderlijke maagd' Helena, zijn buurmeisje, verandert zijn kijk op het leven. Hij leert het miraculeuze te aanvaarden, terwijl juist de gewone dingen hem steeds onwerkelijker toeschijnen.
Een man ontvlucht zijn banale, alledaagse werkelijkheid en komt tot inzicht en inkeer in zijn relatie met de natuur. Een tamelijk zwaarwichtig, zo niet moralistisch gegeven. Omdat Sulik het verhaal met lichte ironie en charme vertelt, valt dit echter nauwelijks op. Die ironie heeft de film te danken aan een structuur die gelijk is aan die van Voltaire's 'Candide'. De film bestaat uit hoofdstukjes, met titels die aangeven wat de held te wachten staat: "Hoofdstuk drie; Jakub besluit orde op zaken te stellen, wordt gebeten door een gemene hond en ontmoet de wonderlijke maagd". Dat geeft het verhaal iets sprookjesachtigs, ook omdat die aanduidingen een soort onontkoombaarheid suggereren, alsof de kleinste dingen die Jakub overkomen een reden hebben, noodzakelijk onderdeel zijn van zijn 'reiniging'.

Eigen paradijs
Het paradijs van Sulik is een oud vervallen huis en een verwilderde tuin met appelbomen. Insecten en krekels zoemen rond, wespen drijven in de honing, en het nazomerlicht is warm en goudgeel van kleur. Het is een decor dat tot de verbeelding spreekt en bepalend is voor de sfeer van de film. Jakub schept zijn eigen Eden, hij doet dat op eigen kracht en geeft daarmee invulling aan zijn leven. Er is een scène waarin Jakub en Helena appels uit de boom schudden en er daarna demonstratief in bijten, de ene appel na de andere. Maar zij zullen niet uit hun paradijs verstoten worden, het is tenslotte hun eigen paradijs, een plaats om, los van religie of wereldlijke conventies, de zin van hun leven te ontdekken.
Symboliek is rijkelijk aanwezig en niet altijd even subtiel. Jakub en zijn vader die elkaar in de tuin kaal scheren luiden het begin van een nieuwe verstandhouding in. De omslachtige manier waarop Jakub voor het eerst de tuin betreedt verwijst naar het verhaal over een man die zo in de problemen zat dat hij geen uitweg kon vinden uit een kamer, omdat hij over het hoofd zag dat de deur gewoon open stond. Door dit soort betekenisvolle verwijzingen komt de boodschap die de film uitdraagt er dik bovenop te liggen. Ook dat past echter wel in het sprookje dat The garden is.

Petra van der Ree

The garden (Záhrada)
Slowakije, 1995.
Produktie: Rudolf Biermann.
Regie: Martin Sulik.
Scenario: Martin Sulik, Marek Lescák en Ondrej Sulaj.
Camera: Martin Strba.
Montage: Dusan Milko.
Muziek: Vladimir Godár.
Met: Roman Luknár, Zuzana Sulajová, Marian Labuda, Jana Svandová.
Kleur, 100 minuten.
Distributie: Contact Film Cinematheek.
Te zien: vanaf 11 april.

Naar boven