Mei 1996, nr 167

Small faces

Vechten en vluchten in Glasgow

Terwijl Londen eind jaren zestig swingde als nooit tevoren verwierf Glasgow een reputatie als de meest gewelddadige stad van het Verenigd Koninkrijk. De Schotse regisseur Gillies MacKinnon reconstrueert dit tijdperk van straatgevechten tussen rivaliserende jeugdbendes met opmerkelijke beweeglijkheid, in een autobiografisch getint verhaal over drie broers uit een ontwricht gezin.

De jaren zestig: stoere jongens in houwtje-touwtjes.

Tot voor kort vormde Schotland een witte vlek op de cinematografische kaart van Europa. Daar lijkt verandering in te komen: het jeugdige trio van Shallow grave viert op dit moment triomfen in Engeland met hun tweede film Trainspotting en Gillies MacKinnon ontving op het laatste Filmfestival Rotterdam een Tiger Award voor Small faces. Een nieuwe stroming in de Schotse cinema lijkt geboren. Zover is het echter nog niet. Niet alleen zijn er in de drie bovengenoemde films meer verschillen dan overeenkomsten, ook het oeuvre van MacKinnon zelf is te divers om tot één noemer te herleiden.
Gillies MacKinnon begon zijn carrière voortvarend, met de op het festival van Edingburgh bekroonde afstudeerfilm Passing glory (1986). Vervolgens regisseerde hij de sociaal geëngageerde BBC-drama's Needle en Conquest of the Southpole, over respectievelijk de ondergang van een aan drugs verslaafde arbeider uit Liverpool en de dromen van een groep werkloze jongens om aan hun uitzichtloze bestaan te ontsnappen. Eveneens voor de BBC gemaakt is The grass arena, waarin hij zijn camera richt op de alcoholische schrijver John Healy. Met Amerikaans geld draaide MacKinnon het warmbelichte, op het Ierse platteland anno 1957 gesitueerde liefdesdrama The playboys (1992) en twee jaar later volgde zijn minst geslaagde film: de Steve Martin-komedie A simple twist of fate.

Grimmige confrontaties
De geweldscultuur van Glasgow in de jaren zestig is sporadisch gedocumenteerd in televisiedrama en paperbacks. MacKinnon voegt aan dat bescheiden canon een eerste speelfilm toe, die enerzijds fel realistisch is en anderzijds het realisme in vertekenende groothoekshots en droomachtige beelden overstijgt en tot mythe verheft. Spil in het scenario van Billy en Gillies MacKinnon zijn de drie broers MacLean: de eigenwijze puber Lex, zijn zelfverzekerde broer Allen en de zwakbegaafde oudste, Bobby. In sec uitgespeelde scènes plaatst MacKinnon de verwantschap tussen de jongere, artistiek begaafde broers tegenover de kwetsbare onevenwichtigheid van de oudste broer. Clare Higgins vertolkt een prachtige rol als moeder Lorna, die onmachtig is het ontsporende drietal in de hand te houden.
Inzet van Small faces is de onontkoombaarheid van geweld. Terwijl Bobby ervoor kiest om vooraan te staan in de straatgevechten worden Allen en Lex er min of meer tegen wil en dank in meegesleept. De toenemende betrokkenheid van het 'genie' Lex bij een subcultuur waarvoor hij eigenlijk te jong is, culmineert in steeds grimmiger confrontaties.
Tegenover de tragische ondertoon van zijn verhaal en de stuurloosheid van zijn personages plaatst MacKinnons kunst als middel om boven het geweld en de verwarring uit te stijgen. En zo voert hij zijn vertelling in de slotbeelden naar een krachtige katharsis, die authentiek oogt en zelfs een mooie parallel biedt, waarin film en jeugdherinneringen elkaar ontmoeten.

Choreografie
MacKinnons talent openbaart zich in zijn formidabele regie van merendeels jonge acteurs en in een meesterlijke découpage. Hij bouwt scènes op uit ongebruikelijke standpunten en weet uitstekend beweeglijkheid op te roepen. Het is de beweeglijkheid van het gevecht, maar vooral ook van de vlucht. Een eenvoudig voorbeeld van MacKinnons beheersing is de scène waarin Lex en Bobby vluchten uit een club, bedreigd door een uitzinnige bende. Terwijl de pedalen van in paniek gestolen fietsen in beweging komen, stormt de meute achter hen aan. De snelste krijgt al rennend een staaf toegeworpen, zet aan voor een eindsprint en haalt in volle vaart uit naar het hoofd van Lex.
MacKinnon eindigt die scéne frontaal, in een tele-shot waarmee hij de illusie van afstand adembenemend manipuleert. In de beperking van die choreografie voor acteurs, twee fietsen en camera toont MacKinnon aan dat zijn meesterschap vooral ligt in de beperking - en zo bezien is het geen wonder dat zijn twee films die werden gefinancierd in het land van meer en groter het minst geslaagd zijn. Hopelijk wordt MacKinnon niet richting Hollywood gedwongen. En hopelijk bewijst de firma Warner dat een Amerikaanse distributeur wel degelijk in staat is zo'n kleine film met liefde uit te brengen. Small faces is de beste film die Warner de afgelopen jaren onder handen heeft gehad en als er iets is dat dit juweel verdient, juist nu de uitstraling van de Rotterdamse Tiger Award alweer enigszins is vervlogen, dan is het een zo groot mogelijk publiek.

René R. Kastelein

Small faces
Groot-Brittanië, 1995.
Produktie: Billy MacKinnon en Steve Clark-Hall.
Regie: Gillies MacKinnon.
Scenario: Billy en Gillies MacKinnon.
Camera: John de Borman.
Geluid: Louis Kramer.
Montage: Scott Thomas.
Muziek: John Keane.
Met: Iain Robertson, Joseph McFadden, J.S. Duffy, Claire Higgins.
Kleur, 105 minuten.
Distributie: Warner Bros.
Te zien: vanaf 9 mei.

Naar boven