Juli/augustus 1996, nr 169
De scheiding der machten is voorbij
Revolutie is een te groot woord, maar het produktieklimaat voor Nederlandse films en tv-produkties is wel degelijk aan het veranderen. Niet langer zoeken de twintigers en dertigers aansluiting bij de gevestigde orde van de generatie voor hen. Steeds meer richten zij zich op samenwerking met leeftijdgenoten en houden ze ook de produktie in eigen hand. De vorige maand opgerichte 'Vereniging van Nieuwe Film- en Televisiemakers' moet zich ontwikkelen tot dé ontmoetingsplaats voor iedereen die zichzelf tot de nieuwe garde rekent.
Vlnr: Roef Ragas, Paula van der Oest, Job Gosschalk, Ilana Netiv en Marc Bary (foto: André Bakker).
Erg officieel ging het er niet aan toe bij de oprichtingsbijeenkomst op 3 juni jongstleden in een zaaltje van restaurant Il Fiore in de Amsterdamse Jordaan. De kleine honderd aanwezigen onderbraken hun geborrel om enkele korte mededelingen aan te horen, waarna de Vereniging van Nieuwe Film- en Televisiemakers opgericht werd verklaard en iedereen werd aangespoord om zich ter plekke als lid aan te melden. Na vier voorgaande, even informele en steeds drukker bezochte bijeenkomsten achtten de initiatiefnemers de tijd rijp voor de uitvoering van hun plan. De Vereniging streeft naar "verhoging van de produktiviteit van nieuwe film- en televisiemakers, bevordering van de onderlinge communicatie en vertegenwoordiging door de nieuwe garde film- en televisiemakers op politiek en beleidsniveau". Het begrip 'maker' moet breed worden opgevat: de Vereniging staat open voor mensen uit alle disciplines van het filmmaken, van producent tot publiciteitsmedewerker. Een leeftijdsgrens is er niet, bewust is gekozen voor 'nieuw' in plaats van 'jong'. Wie zichzelf tot de nieuwe generatie rekent mag meedoen.
Netwerk
Rondom de tafel zitten vijf van de elf bestuursleden van de Vereniging: casting director Job Gosschalk (voorzitter), producent Marc Bary (vice-voorzitter), producent Ilana Netiv (secretaris), acteur Roef Ragas (lid) en regisseur Paula van der Oest (lid). Zowel film als tv zijn bij hun werkzaamheden goed vertegenwoordigd: Gosschalk verzorgt bij Hans Kemna de casting voor zowel low budget-films als John de Mol-produkties, Bary produceerde voor IJswater Films ondermeer korte films van Paul Ruven en is bezig met de voorbereiding van een tv-serie, Netiv verliet onlangs het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties en voegde zich bij IJswater Films, Ragas speelde in de Veronica-serie 'De buurtsuper' en heeft een bijrol in Lars von Triers Breaking the waves, Van der Oest presenteert na twee korte films voor de VPRO in september haar eerste lange speelfilm: De nieuwe moeder.
Zover in hun carrière zijn de meeste leden van de Vereniging nog niet. Ook de lichting die dit jaar aan de Filmacademie afstudeert is van harte welkom. Als minimumeis geldt dat men met enige regelmaat aan het werk is in de audiovisuele sector. Voor nieuwkomers zal het aangeboden netwerk, met bijbehorende kans op tijdelijke klussen, waarschijnlijk het belangrijkste motief zijn voor een lidmaatschap. Toch is het initiatief ook bedoeld voor mensen met meer ervaring. Van der Oest wil graag een bijdrage leveren aan een betere filmcultuur door jonge mensen te helpen en te informeren. Gosschalk spreekt van gezond eigenbelang: zijn bekendheid met de jongste lichting acteurs geeft hem een voorsprong op collega's. In het ideale geval worden mensen met verschillende ervaringsniveau's en achtergronden aan elkaar gekoppeld en gaan ze samen aan het werk.
Openheid is het belangrijkste kenmerk van de Vereniging. Onder het motto dat iedereen van elkaars kennis kan profiteren en leren, is de experimentele kunstenaar even welkom als de commerciële opdrachtfilmer. Gosschalk erkent dat die openheid zowel kracht als zwakte kan betekenen. De toelating van mensen uit alle mogelijke disciplines kan leiden tot versplintering en maakt het moeilijk om een vuist te maken. Dat is dan ook niet het primaire doel van de Vereniging: het gaat om contact en uitwisseling, niet om vakbondsactiviteiten. Daar zijn andere clubs beter voor uitgerust. Wat niet wegneemt dat de Vereniging wel moet gaan fungeren als relevante gesprekspartner voor de overheid, omroepen en subsidiënten, vult Netiv aan. Een bepaalde beroepsgroep kan immers wel degelijk de eigen belangen verdedigen.
Gezamenlijk
De oprichting van de Vereniging van Nieuwe Film- en Televisiemakers staat voor een verschuiving in het filmmaken: de definitieve doorbraak van de producent-nieuwe-stijl. Hoewel de vijf bestuursleden ontkennen zich te willen afzetten tegen de vorige generatie, blijkt er wel degelijk een afkeer van de 'oude' methode en een voorkeur voor een andere aanpak. Bary vat die nieuwe aanpak als volgt samen: "De scheiding der machten is voorbij." Als lichtend voorbeeld verwijst hij naar het Schotse succes Trainspotting, waar producent, regisseur en scenarioschrijver zich nadrukkelijk als collectief presenteren. Niet langer staat de producent aan de ene kant van de lijn, en de rest van de crew aan de andere kant. Zowel op inhoudelijk als organisatorisch gebied worden de beslissingen gezamenlijk genomen.
Die nieuwe aanpak heeft vooral financiële consequenties. Niet langer zet de producent, na toekenning van de subsidie, een riant deel van het budget voor zichzelf apart en stelt hij de rest ter beschikking aan de produktieleider. Wat Van der Oest tijdens haar regie-assistenties nog als een normale procedure beschouwde, is haar de afgelopen paar jaar steeds meer gaan tegenstaan. Ooit was filmmaken in Nederland een lucratieve bezigheid en alle betrokkenen hielden elkaar de hand boven het hoofd, aldus Gosschalk. Inmiddels zijn de belangen gewijzigd: film is financieel gezien niet meer interessant, dus moet je er echt van houden om er je werk van te maken. Gosschalk: "We zijn ook niet vies van geld verdienen, maar in eerste instantie gaat het om het filmmaken."
Van der Oest noemt motivatie en werkwijze van de vorige generatie producenten volstrekt verouderd. De regisseur in het gezelschap is op dit punt het meest uitgesproken: Van der Oest vind dat de Vereniging zich expliciet moet keren tegen de oude produktiewijze. Netiv formuleert meer algemeen dat men zich keert tegen het statische denken over produceren en Gosschalk is helemaal voorzichtig: tegen de individualisering in het filmmaken. De suggestie dat de verder doorgevoerde samenwerking van de nieuwe generatie is gebaseerd op vriendschap in plaats van concurrentie wordt resoluut terzijde geschoven. Ragas: "Ik zie geen tegenstelling tussen zakelijk en vriendschappelijk, het gaat om een gemeenschappelijke passie. Of we vriendjes zijn interesseert me geen ruk. Ik wil graag dingen doen waar ik in geloof."
Inhoudelijke vrijheid
Televisie is een belangrijke werkgever voor filmmakers in het algemeen en voor jonge filmmakers in het bijzonder. Voor al die drama-series en single plays (op zichzelf staande dramaprodukties van vijftig minuten) zijn de omroepen continu op zoek naar nieuw talent. De recente opmars van de single play, die door een aantal publieke omroepen in vier- of vijftallen worden geproduceerd, wordt door de bestuursleden toegejuicht. De lengte is te overzien, de budgetten zijn behoorlijk en omroepen durven in de keuze van de makers risico's te nemen. Wel is het zo dat men eerder kiest voor jonge acteurs of scenarioschrijvers dan beginnende regisseurs of producenten.
De inhoudelijke vrijheid is groter bij de commerciële omroep: producent John de Mol liet de makers van de nadrukkelijk jeugd-gerichte serie 'De buurtsuper' volledig vrij. Jammer alleen dat Veronica de serie op de vroege avond plaatste. Ragas: "Veertig keer 'Gotver' meteen na 'Sesamstraat', dat is niet zo slim." Gosschalk, Netiv en Bary beklagen zich over de langdurige inhoudelijke discussies bij de publieke omroep, waar "dramaturgen zich zelfs met de figuratie bemoeien". Bary ziet er enigszins tegen op, terwijl Van der Oest die feedback juist waardeert. Ook wat betreft drama-series zijn ze het oneens: voor Bary staan 'De bospartizanen' en 'Charlotte Sophie Bentinck' voor "ouwe-lullen-tv", Van der Oest vindt dat je je cultuur moet blijven bewaren. Volgens Netiv vertegenwoordigt Van der Oest de ideale filmmaker voor een omroep: jong, maar toch al aardig bekend en gelauwerd. Gosschalk: "Paula staat voor makkelijke financiering."
De korte film, een genre waar juist jonge filmmakers zich mee kunnen onderscheiden, staat er slechter voor dan ooit. Het Nederlands Fonds voor de Film beschouwt de korte film niet langer als een noodzakelijke stap op weg naar een eerste lange film en reserveert er geen aparte subsidie meer voor. Die contatering moge terecht zijn, maar is dan wel het gevolg van de jarenlang verwaarloosde situatie rond distributie en vertoning, waardoor de korte film vrijwel uit de bioscoop is verdwenen. Met zijn overzichtelijke spanningsboog en financiering blijft de korte film bij uitstek geschikt voor beginnende filmmakers. Bary wil ze dan ook zeker bljven maken, en door middel van rechtstreekse afspraken met vertoners zorgen dat ze voorafgaand aan de hoofdfilm worden vertoond.
Adviescommissies
Is de Vereniging van Nieuwe Film- en Televisiemakers niet gewoon een veredelde borrelclub? Na de eerste bevestiging blijkt 'salon' toch een betere aanduiding. Want het sociale contact is weliswaar belangrijk, maar er is meer. Er komt een nieuwsbrief met ondermeer een overzicht van produkties die in voorbereiding zijn, lezingen over bijvoorbeeld het gecombineerde plan van VPRO en Filmfonds voor low budget films, thema-avonden over bijvoorbeeld het matching fund, workshops met bijvoorbeeld de scenarioschrijver van Trainspotting, case studies waarbij lopende produkties door betrokkenen worden besproken. Ook moet de Vereniging invloed gaan uitoefenen op het filmbeleid, bijvoorbeeld door te stimuleren dat jonge filmmakers deelnemen aan adviescommissies. Want ook al komt de Vereniging niet voort uit verzet tegen bestaande instellingen, de nieuwe generatie verenigt zich niet om het bestaande te handhaven. Bary: "De hokjesgeest moet worden afgebroken. Het is hoog tijd dat er een nieuwe filmcultuur wordt ontwikkeld."
Mark Duursma
Vereniging van Nieuwe Film- en Televisiemakers
Westerstraat 176, 1015 RM Amsterdam. Telefoon/fax 020-4212343.