Juli/augustus 1996, nr 169

Prime Time

Prime Gate: een Hollands filmdrama

Produktionele filmrampen blijven in de Amerikaanse filmindustrie nooit verborgen. Catastrofes als Heaven's Gate (1980), Waterworld (1995) en het recente Cutthroat Island bezorgen advocaten jarenlang werk en worden breed uitgemeten in de pers. In Nederland houdt iedereen bij desastreuze filmprodukties de kaken stijf op elkaar en dus vernemen we zelden iets over conflicten, faillissementen en andere ongemakken. De Filmkrant dook in de rampzalige produktiegeschiedenis van de speelfilm Prime Time, die inmiddels zo'n zes miljoen gulden heeft opgeslokt, maar waarbij het de vraag is of de film ooit afkomt. Een reconstructie van een produktionele filmramp van internationale allure.

Prime Time: glamour op tv.

Lekgestoken autobanden, ingegooide ruiten, een faillissement, rechtszaken en verziekte onderlinge relaties: ziedaar het voorlopige resultaat van de produktie van Prime Time. Veel ellende maar nog steeds geen film, want hoewel bijna negentig procent van het scenario is gedraaid, is het hoogst twijfelachtig of de ruim twee miljoen gulden die de producent nog denkt nodig te hebben om de film af te maken er ooit komt. Het verschil met Amerikaanse filmcatastrofes is, dat die in ieder geval altijd een film hebben opgeleverd.
Het begon zeven jaar geleden allemaal zo mooi. Filmproducent René Solleveld was in 1989 aangenaam verrast door een scenario van Mieke de Jong, dat met als hoofdpersoon een twaalfjarig meisje de wereld van de tv-shows, quizzen en spelprogamma's parodieerde. Solleveld: "Er kwam maar zelden een idee langs dat zo orgineel en leuk was, al vond ik dat het nog wat beter moest worden uitgewerkt. Als producent zag ik er veel in en het Fonds vroeg mij om Mieke onder mijn hoede te nemen. Ik ben bij de AVRO vijf jaar hoofd drama geweest en ik ken het reilen en zeilen bij de televisie goed. Ik heb Mieke over mijn ervaringen verteld en haar meegenomen naar een uitzending van 'Love letters'."
Van 'Love letters' naar regisseur Bob Rooyens is een korte weg, want Rooyens ontwikkelde het vormgevings- en regieconcept van dit programma. Behalve bij deze vorm van emotie-tv is de regisseur betrokken geweest bij bijna alles wat op de Nederlandse televisie ooit spraakmakend is geweest aan quizzen, spel- en showprogramma's. Tegenwoordig werkt hij voornamelijk in het buitenland, met name in Duitsland. Solleveld zag in hem de ideale regisseur voor Prime Time. Rooyens wilde wel: "Ik vond het script een beetje dun, maar de kern was wel aardig."
So far so good, al kwam de eerste wolk snel aandrijven, omdat Rooyens samen met cabaretkenner en schrijver/publicist Jacques Klöters ("Ha, heerlijk, eindelijk een journalist die de ondergang van deze Titanic onderzoekt") het scenario "ging aanpunten om het spannender te maken". Klöters: "Wat er lag was een simpele, tv-achtige film en wij wilden er door er spectaculaire effecten en trucs aan toe te voegen een Wizard of Oz-achtige film van maken." De Jong voelde zich beroofd van haar script en dreigde met een rechtszaak. Een geschrokken Solleveld rammelde met de geldbuidel en legde haar het zwijgen op met een som geld, waarna De Jong afstand deed van haar scenario en zich verplichtte om in het openbaar haar mond te houden over de gang van zaken. Wie De Jong opbelt komt dan ook veel te weten over haar scenario voor de film Gordel van smaragd, die Orlow Seunke op dit moment in Indonesië draait, maar niets over haar scenario-perikelen met Solleveld: "Ik mag niks zeggen."

Financieel optimisme
Sollevelds beslissing om Prime Time niet op film maar op het hoogwaardige videosysteem HD (High Definition) te draaien, waarna het materiaal zou worden overgeschreven naar 35 mm film, zou een belangrijke oorzaak worden van het financiële fiasco waarin de film uitmondde. Het lijkt een dure en omslachtige manier om een film te maken, maar het grote voordeel van HD is dat het hele repertoire aan videotrucages en -effecten kan worden ingezet. Gerealiseerd op film zouden deze volgens Solleveld "tien of twintig keer zoveel" kosten. Rooyens, die naar eigen zeggen toe was aan "iets substantiëlers dan het conventionele televisiewerk", zag in HD een mooie mogelijkheid om zijn vormgevingsfantasieën te realiseren. De suggestie dat hij vooral een televisie- en geen filmregisseur is - een verwijt dat toen de produktie mis lipe tegen hem werd gebruikt - wimpelt hij af. "Ik heb met cameraman Gernot Roll, die onder andere de laatste film van Fons Rademakers heeft gedraaid, meerdere films op 35 mm gedaan. Ik ken de geur van film." Ook het werken met HD was hem niet onbekend, omdat hij in Duitsland met Lulu, gebaseerd op het werk van Frank Wedekind, één van de eerste grote HD-produkties regisseerde. In 1992 won de film in Tokio op het International Electronic Cinema Festival de prijs voor de beste regie.
De voorbereidingen van Prime Time vonden plaats in een sfeer van financieel optimisme, herinnert Rooyens zich. "Solleveld meende dat in Europees verband grote sommen geld beschikbaar waren om het gebruik van HD te stimuleren. Voor mij was het verheugend dat ik met mijn vaste NOB-crew zou kunnen werken, omdat die bestaat uit een stel hoog gekwalificeerde specialisten." Het optimisme van de producent was gebaseerd op Europese steunmaatregelen voor de ontwikkeling van HD, een technologie die de Europese beleidsmakers in het begin van de jaren negentig koesterden. De bijdrage van anderhalf miljoen gulden, bijna een derde van de begroting (zie kader), aan het budget van Prime Time door de Franse coproducent Synergetic, was gebaseerd op deze Europese steun. Synergetic zou zijn bijdrage niet in geld leveren maar in de vorm van hardware, namelijk de geavanceerde HD-apparatuur. Ook zou Synergetic de volledige post production voor zijn rekening nemen.

Slechte verhouding
Middenin de voorbereidingen voor de film kondigde Solleveld in 1993 aan dat de opnamen een jaar werden uitgesteld, naar de zomer van 1994. De reden was dat de Franse coproducent zijn zaakjes nog niet voor elkaar had. Solleveld maakte van de nood een deugd: "We hadden nu meer tijd om de film optimaal voor te bereiden, zodat we met de Franse coproducent de HD-apparatuur konden uittesten. Dat gebeurde allemaal in uitstekende harmonie en met een perfect artistiek en technisch resultaat."
In de vroege zomer van 1994 arriveerden een paar grote Franse (auto)bussen volgestouwd met HD-apparatuur in Nederland. Eindelijk kon er worden gedraaid, maar de vreugde was niet blijvend: na tien weken raakte de Franse coproducent in financiële problemen, zodat hij moest afhaken. De reden lag onder andere in de verandering van het Europese HD-beleid. De Europese bureaucratie was zich op een minder geavanceerde vorm van breedbeeldtelevisie gaan richten. Solleveld: "Het Europese HD-programma en de steunmaatregelen werden ingetrokken." Het afhaken van de coproducent sloeg een gat in het budget dat groter was dan de anderhalf miljoen gulden waarvoor hij op de begroting stond, omdat hij de kostbare HD-apparatuur inbracht. Solleveld: "Wij hebben met Sony gepraat en als wij bij dit bedrijf de HD-apparatuur zouden huren, zou dat alleen al het hele filmbudget opslokken."
Volgens Solleveld bracht niet alleen het verdwijnen van de Franse coproducent ("Voor de rechter slepen had geen zin, want het was een BV waarin niets te halen viel") de produktie in grote financiële problemen, maar ook de opstelling van medefinancier ABN-AMRO droeg weinig bij aan een oplossing. "Ik zat hele dagen aan de telefoon om te zorgen dat zij betalingen verrichtte. De relatie met de bank was, laat ik het maar zo noemen, moeizaam. Hoe dat komt? De bank heeft geen affiniteit met de filmcultuur." Het gevolg van de slechte verhouding tussen producent en bank was dat van veel cast- en crewleden het honorarium niet werd overgemaakt. Eind juli 1994 legden zij het werk neer en eisten de garantie dat zij uitbetaald zouden worden. De financiers van de film - een consortium van ABN-AMRO, CoBO-Fonds, Nederlands Fonds voor de Film en de AVRO - stonden voor de keuze: de produktie beëindigen of er meer geld in steken. Besloten werd om het budget van de film met bijna anderhalf miljoen gulden te verhogen naar een bedrag van 6,5 miljoen gulden. Later legde de AVRO hier nog eens f 400.000 bij om de opnamen van de spectaculaire slotscène mogelijk te maken, zodat het budget toen bijna zeven miljoen gulden bedroeg.
In een brief met als aanhef 'Vrienden' stelde de AVRO op 5 augustus 1994, mede namens de andere financiers, alle filmmedewerkers op de hoogte van het heuglijke nieuws dat de produktie kon worden voortgezet. Als "één van de belangrijkste beweegredenen" voor de reddingsoperatie werd genoemd "ons vertrouwen in u als cast, crew en regisseur en de kwaliteit van het tot nu toe opgenomen materiaal." Uit het schrijven bleek echter ook dat de producent, in wiens financiële beheer men geen vertrouwen had, door de financiers onder curatele was gesteld. De brief deelde mee dat rekeningen voortaan rechtstreeks door de financiers zouden worden voldaan: "De verantwoordelijkheid voor het doen van uitgaven ligt hiermee dus bij de financiers." Justine Paauw, hoofd drama van de AVRO, werd aangesteld om strikt toezicht uit te oefenen op de uitgaven.

Waternimfen in tijgerpakjes
Uit de brief bleek ook dat de reddingsoperatie niet zonder artistieke consequenties zou blijven: "Enige ingrepen in script en manier van werken zijn helaas noodzakelijk om binnen de grenzen van dit budget te blijven..." Het eerste gevolg hiervan was dat niet langer op HD gedraaid zou worden, maar op film. Rooyens' (televisie)team van NOB-medewerkers werd vervangen door een crew uit de speelfilmwereld. Volgens de regisseur had dat ingrijpende gevolgen: "Er was geen sprake meer van een goed opererend team, maar van een verzameling losse individuen. Bij de televisie heb je een voortdurend proces van uitfiltering, waarin mensen elkaar toetsen op hun werk, opvattingen, stijl, kwaliteit en sociale inpasbaarheid. Op zo'n manier komen hechte teams tot stand, maar zo'n proces van natuurlijke cohesie tref je bij de Nederlandse film niet aan."
Het gebrek aan samenhang leidde volgens Rooyens tot een komen en gaan van crewleden, communicatiestoornissen en een opeenstapeling van organisatorische blunders. Als bewijs pakt hij de dagboeknotities die hij tijdens de produktie maakte. "Wat denk je hiervan, 19 juli, ik moest een scène draaien met een man in een krokodillenpak, maar dat pak was er niet. O, dit is ook zoiets. De kostuumontwerpster had, daartoe aangezet door gebrek aan middelen, tijgerpakjes gemaakt voor de waternimfen in de film. Zie je het voor je: waternimfen die in tijgerpakjes uit het water omhoog rijzen! Heb ik je al verteld dat de acteurs een keer huiduitslag kregen van het badwater? Sindsdien moest het bassin elke dag met vers water worden gevuld. Ik kom om te draaien maar de tankwagen met water was er niet. Toen hij eindelijk kwam bleek het koppelstuk voor de slangen weg te zijn. Zo was er altijd wel wat. Hetty Blok, die een circusartieste speelt en die met haar kunsten de fantasiewereld van dat kind betovert, moest in het bassin grote ballen als champagnekurken in de lucht laten knallen. Ik had van tevoren aangegeven dat die ballen een diameter van zestig centimeter moesten hebben, maar door gebrek aan communicatie was dat niet overgekomen bij de afdeling special effects, zodat zij aankwamen met ballen van twintig centimeter. Dat zag er veel te lullig uit en moest veranderd worden, wat weer tot veel oponthoud leidde. Wil je nog meer horen? Op 23 juli stonden de camera's onder spanning en werd Eddy (cameraman Eddy van der Enden, JvdB) bijna geëlectrocuteerd. Eddy is overigens een waanzinnige vakman en samen met belichter Cor Roodhart zorgde hij voor veel kwaliteit. Het materiaal dat we gedraaid hebben is dan ook prachtig, het vonkt en verlangt naar vertoning op het grote scherm."
"Dinsdag 2 augustus was ook een geweldige dag, want toen was de muziek er niet. Ben (componist Ben van der Linden, JvdB) kreeg nog 13.000 gulden en gaf de banden niet af. Er waren ook geen banden naar de musici gegaan - er zit een strijkkwartetje in de film - zodat die absoluut niet wisten wat ze moesten spelen. Om een uur 's middags werd er een bespreking gehouden in de kantine, waarbij Els (produktieleider Els Tau, JvdB) meedeelde dat ze niet wist of de produktie überhaupt nog verder zou gaan. Om acht uur 's avonds gingen we nog een paar close-ups draaien, maar die mislukten omdat iemand het licht uitdraaide. Er zat een geweldige hoop spanning bij de crewleden, dus het was iemand te veel geworden. Die dacht: 'krijg allemaal maar de klere' en draaide het licht uit. Het is allemaal te grappig voor woorden, maar het was ook een gruwelijke ervaring. Het is voorgekomen dat de crew om acht uur 's ochtends in Amsterdam klaar stond om te draaien en dat de produkie had nagelaten om de acteurs te bestellen."

Huiduitslag
Solleveld ontkent niet dat er produktionele problemen waren ("Ik was een soort vliegende kiep, ik moest overal zijn"), maar wijt dat aan Bob Rooyens en incidentele blunders van andere betrokkenen. Zo was de huiduitslag van de acteurs volgens hem te wijten aan de beslissing van de art direction om niet-waterbestendige verf in het zwembadje te gebruiken. De affaire is inmiddels in het stadium van een rechtszaak, omdat Solleveld de geleden schade - de opnamen lagen een paar dagen stil omdat uitgezocht moest worden wat de oorzaak was van de huiduitslag - wil verhalen. Verzekeringsexperts en advocaten buigen zich nu over de zaak. Omdat de zwembadaffaire het opnameschema in de war stuurde, raakte vanaf dit moment de hele produktie volledig in het ongerede.
De meeste schuld van alle produktionele ellende ligt volgens Solleveld bij Rooyens: "Bob is een televisieregisseur die heel veeleisend is. Hij wil altijd het allermooiste en het allerduurste, maar dat kan niet altijd, hij moet wel binnen het budget blijven. Ik heb hem eens gezegd dat van het geld waar hij over kon beschikken andere regisseurs drie speelfilms maken." Solleveld bevestigt het gerucht dat is overwogen Rooyens te ontslaan. "Er is gepraat met Sander Francken en Paul Ruven, maar uiteindelijk hebben we besloten om met Bob door te gaan." Rooyens noemt de kritiek op zijn werkwijze onzinnig. "Ik ben perfectionistisch en wil het zo goed mogelijk doen, maar denk je dat ik niet snap dat je bij een film gebonden bent aan een budget? Moet ik nu het abc van het filmmaken gaan uitleggen? Met mensen die goed zijn in hun vak heb ik nooit problemen. Het vervelende met deze film was dat ik alsmaar moest inleveren. Ik had een heleboel dingen bedacht die deze film een eigen smoel geven - dingen die anderen niet zo gauw zullen bedenken - maar die moesten er allemaal af."
Huub Stapel, die ook in Prime Time te zien is, noemt het 'schandelijk' dat Solleveld de schuld bij Rooyens legt. "Al maak ik nooit meer een film in Nederland, ik ben niet zo'n NSB-er die bij voorbaat zegt dat de producent gelijk heeft. Solleveld heeft in dit geval zeer ongelijk. Ik heb ooit gezegd dat Bob beter is dan Paul Verhoeven en Dick Maas bij elkaar. Hij heeft echt een 'touch of genius'. Als alle regisseurs zoals hij waren dan ging het buitengewoon goed met de Nederlandse film en televisie." Solleveld reageert laconiek: "Bob beter dan Verhoeven en Maas? Ja, in ieder geval in het overschrijden van budgetten."

Katten in het nauw
Met Prime Time zou het misschien allemaal nog goed zijn gekomen als het ondanks de extra financiële injectie van anderhalf miljoen gulden niet alsnog dramatisch mis was gegaan. In oktober 1994, drie maanden na de reddingsoperatie, stelden de financiers een overschrijding van het budget vast, waarna zij de geldkraan dichtdraaiden. De opnamen werden stilgelegd en Sollevelds produktiemaatschappij Praxino vroeg surséance van betaling aan, die in het voorjaar van 1995 werd omgezet in een faillissement. Over de schuldvraag verschillen Solleveld en de financiers drastisch van mening. Volgens de producent kan de budgetoverschrijding hem niet worden aangerekend. "Ik heb de zwarte piet keihard toegespeeld gekregen, maar hij ligt bij het consortium. Zij namen in de zomer van 1994 de financiële verantwoordelijkheid op zich, maar wijzen nu naar mij als de producent die het had moeten oplossen. Hoe kon ik nu iets oplossen terwijl mijn handen gebonden waren omdat ik onder financiële curatele stond?"
Ryclef Rienstra, directeur van het Nederlands Fonds voor de Film, een van de vier financiers van de film, noemt Sollevelds opmerkingen 'flauwekul'. "Toen in de zomer van 1994 cast en crew niet verder wilden werken, zijn we als financiers snel bij elkaar gekomen om te kijken hoe we de film konden redden. We wilden toen een goed inzicht in Sollevelds boekhouding, maar dat heeft hij ons nooit kunnen geven. Vind je het dan gek dat we een betere financiële controle wilden op de produktie, maar dat betekent toch niet dat Solleveld als producent was ontslagen van de taak om de kosten in de hand te houden? Het is hem gewoon niet gelukt om de afspraken na te komen."
Wiens schuld het ook is: het faillissement van Sollevelds Praxino is voor veel medewerkers aan de film - voorlopig? - uitgelopen op een financieel debâcle. Cast, crew en filmbedrijven (laboratoria en dergelijke) hebben ten minste nog 1,6 miljoen gulden tegoed. Tel daarbij de ruim twee miljoen gulden die de ABN-AMRO Bank van Solleveld vordert - om de film gefinancierd te krijgen moest de producent zich privé aansprakelijk stellen - en de omvang van de financiële ramp wordt duidelijk. Voor een aantal gedupeerde crewleden is de situatie dubbel wrang, omdat zij ook vorig jaar al zware financiële klappen kregen toen producent Added Films tijdens de produktie van Willeke van Ammelrooys De vlinder tilt de kat op failliet ging. Het geld dat zij van deze produktie nog tegoed hebben, zullen zij waarschijnlijk nooit zien.
Of het bij Prime Time ook daarop uitloopt, valt nog te bezien. Volgens de gedupeerden hebben de AVRO en ABN-AMRO zich met hun brief van 5 augustus 1994 garant gesteld voor de betalingen. Zij stellen hen daarom aansprakelijk voor de financiële afwikkeling. Met andere woorden: de AVRO en ABN/AMRO dienen met 1,6 miljoen gulden over de brug te komen. Beide zijn daartoe geenszins bereid, wat inmiddels heeft geleid tot een rechtszaak, waarvan de uitspraak nog lange tijd op zich zal laten wachten. Justine Paauw van de AVRO zegt van haar stoel te zijn gevallen van de leugens die mensen tijdens de twee getuigenverhoren hebben verteld. "Ik zou hebben gezegd dat wij als AVRO garant staan voor de betaling van de honoraria, maar dat is pertinent niet waar. Ik begrijp dat mensen door het faillissement in de problemen zijn gekomen en nu als katten in het nauw rare sprongen maken, maar onze intense inzet om de film tot een goed einde te brengen, wordt nu tegen ons gebruikt. Simpelweg omdat er bij de producent niets te halen valt, keert men zich nu tot de AVRO."
Volgens Huub Stapel, die overigens wel volledig is betaald ("Ik heb ooit een juridisch waterdicht contract laten maken, waarmee geen producent mij kan pakken") hebben ABN-AMRO en de AVRO zich wel degelijk garant verklaard. "Toen het mis ging en de crew het werk neerlegde, werd er een bijeenkomst belegd waarop Justine Paauw van de AVRO en een hoge mevrouw van de ABN-AMRO, een doctorandus hutseknut of zoiets, zich garant stelden voor de betalingen van de honoraria van de aanwezige crewleden. Omdat die belofte niet is nagekomen, is het later zo uit de hand gelopen: de autobanden van Kees van Twist (manager Cultuur bij de AVRO, JvdB) werden lekgestoken en er zijn ruiten ingegooid bij de AVRO. Veel mensen voelen zich ongelooflijk genaaid."

Onderkoelde woede
Bijna negentig procent van het scenario van Prime Time is gedraaid, maar het is de vraag of de film ooit wordt afgemaakt. Volgens Solleveld zou de film al klaar zijn geweest, als de financiers zich niet zo halsstarrig hadden opgesteld. Hij vond de Engelse produktiemaatschappij Screen Partners, gespecialiseerd in het uit het slop trekken van in ongerede geraakte filmprodukties, zoals bijvoorbeeld Suite 16, bereid om Prime Time op sleeptouw te nemen. Als voorwaarde voor de drie miljoen gulden die het bedrijf zou financieren - waarmee het budget van de film in de buurt van de negen miljoen gulden zou zijn gekomen, een ongekend hoog bedrag voor een Nederlandse film - eiste Screen Partners dat het consortium een regeling zou treffen met de crediteuren. Bang voor deze loden last, weigerde het consortium.
Solleveld beschuldigt onder andere Ryclef Rienstra van een te passieve houding. "Ryclef heeft zich als directeur van het Fonds veel te ambtelijk opgesteld. Hij doet alles strikt volgens de regels en dat mag allemaal correct zijn, maar daarmee red je de film niet." Rienstra reageert met onderkoelde woede: "Heb ik mij te ambtelijk opgesteld? In dit geval beschouw ik dat als een groot compliment. Ik zit hier niet om aardig te worden gevonden, maar om publiek geld zo goed mogelijk te besteden." Zo goed mogelijk besteden? Het Fonds ondersteunde Prime Time met meer dan een miljoen gulden, geld dat in een zwart gat dreigt te verdwijnen. Rienstra: "Ik wil mij niet verschuilen, maar de beslissing om Prime Time te steunen stamt nog uit de periode van het vorige Fonds. Ik denk dat wij nu kritischer naar financieringsplannen kijken dan toen. Wij zien deze rampzalige produktie als een signaal om ons beleid aan te scherpen. Vooral het punt van de accountancy baart ons grote zorgen, omdat zich in korte tijd een paar calamiteiten hebben afgespeeld: Kasander en Wigman gingen failliet, De vlinder tilt de kat op draaide uit op een fiasco en het is misgelopen met Prime Time. Ik maak mij vooral zorgen over het effect daarvan op filmmedewerkers. Voor ons als Fonds is het een kleine ramp als we een miljoen gulden verspelen, maar voor hen is het een catastrofe als zij niet betaald worden."
Gevraagd naar voorbeelden voor de aanscherping van het beleid van het Fonds noemt Rienstra twee zaken: producenten moeten een onafhankelijke bedrijfsanalyse toestaan en voor films met een budget van meer dan vier miljoen gulden kan het Fonds een zogenaamde 'completion bond' - een verzekeringsgarantie dat de film er inderdaad komt - afsluiten. Volgens Patricia McMahon, in de beginfase als zakelijk leider bij Prime Time betrokken, is het tijd voor een mentaliteitsomslag in de Nederlandse filmwereld. "Er wordt veel te veel geluld over de creatieve aspecten van het filmmaken en te weinig over de zakelijke kant. De accountancy wordt hier zwaar onderschat. Fondsen vragen nooit naar een produktie-accountant, iets dat in het buitenland standaard is."

Godzijdank een optimist
Zullen we ooit een bioscoopkaartje voor Prime Time kunnen kopen? De kans daarop wordt met de dag kleiner. Sollevelds laatste hoop is gevestigd op het maken van een eerste montageversie van het bestaande filmmateriaal, op basis waarvan Screen Partners de film verder zou willen financieren. Cineco, Sony, het NOB en FilmNet hebben zich bereid verklaard deze montageversie mogelijk te maken. Dat de tijd dringt, beseft ook de curator van Sollevelds failliete Praxino, die op 16 april van dit jaar aan de rechtbank schreef, dat "de betrokkenen niet veel langer meer in onzekerheid kunnen worden gelaten". De curator meent overigens dat Solleveld een verre van perfecte boekhouding voerde. Hij heeft opheldering gevraagd over een bedrag van bijna 350.000 gulden, dat uiteenvalt in voorbereidingskosten, kantoorhuur en salariskosten.
Volgens de curator verklaart dit bedrag mogelijk "de hernieuwde budgetoverschrijdingen". Dat is een belangrijke constatering, omdat juist deze overschrijdingen eind 1994 leidden tot het tot stilstand komen van de produktie. Als de suggestie van de curator klopt, dan is Sollevelds financiële beheer verantwoordelijk voor het kapseizen van de produktie. Dat stelt Sollevelds opmerking dat hem niets te verwijten valt ("Ik durf te zeggen dat deze film echt perfect was opgezet, als producent had ik het niet beter kunnen doen") in een vreemd daglicht. Solleveld meent echter dat de curator het verkeerd ziet. Volgens hem vormen de f 350.000 een normaal onderdeel van de 'producers fee en overhead', die "in de regel minimaal twaalf procent van het budget bedragen". Met andere woorden: Solleveld maakt, uitgaande van het oorspronkelijke budget van 5,3 miljoen gulden, aanspraak op f 636.000 gulden, een bedrag dat hij bij Prime Time, "als alle kosten van overhead en producersfee zouden worden doorberekend", niet haalt.
Solleveld zegt er vrijwel zeker van te zijn dat de film wordt afgemaakt. Rienstra denkt er anders over: "Hij blijft godzijdank een optimist, anders had die man geen leven, maar ik zie het somber in." De curator: "We lopen op onze laatste benen. We kunnen niet eindeloos wachten. Als het dit jaar niet rondkomt, zie ik weinig perspectief meer." Hij wijst erop dat behalve de financiële obstakels de natuur het afmaken van de film begint tegen te werken: "Het meisje dat de hoofdrol speelt is op een zodanige leeftijd dat zij van kind in puber verandert."
Bob Rooyens: "Hier moet iemand een film over maken. Dat wordt een ontzettend leuke speelfilm. Dat is lachen."

Jos van der Burg

Prime Time: chaos in de klas.


Aanvankelijke budget Prime Time

Nederlands Fonds voor de Film952.000
AVRO/Stimuleringsfonds600.000
CoBO Fonds400.000
Media Investment Club (Nederlandse deel)310.000
Synergetic1.590.000
Euro Media Guaranties1.000.000
Praxino Pictures BV448.000
Totaal5.300.000
Bron: René Solleveld


Beste René,
Het is begrijpelijk dat je je zorgen maakt om de shoot, het ware beter als je je verantwoordelijkheden eens zou nemen en ervoor zou zorgdragen dat de condities waaronder dat moet gebeuren optimaal zijn. Dat is in het belang van de film, support naar je regisseur en het maakt het sturen van die lullige, eenzijdige, aan de werkelijkheid voorbijgaande faxen overbodig. [...] Meerdere malen heb ik zowel jou als Els gevraagd om eens een dag gewoon iemand op de set te laten kijken naar wat er nu precies gebeurt, waaraan het nu ligt dat er zo weinig geproduceerd wordt. Je zult dan vaststellen dat mijn effectieve produktietijd een geringe hoeveelheid tijd opsoupeert ten opzichte van de ombouwtijd.
Met vriendelijke groet,
Bob Rooyens


Beste Bob,
Door jou alleszins onredelijke woedeuitbarsting op de breakdownvergadering van 23 augustus, waarbij je de volledige vergadering in verbijstering achterliet, hebben de voorbereidingen voor de opname exterieur watertoren, nog eens extra 24 uur vertraging opgelopen. [...] Aangezien de acteurs zo doorgedraaid waren dat er van acteren nauwelijks meer sprake kon zijn, zal deze scène in ieder geval overgedraaid moeten worden om de film een enigszins geloofwaardig einde te geven. Een praktisch probleem hierbij is echter dat je door je wijze van optreden bij sommige acteurs zoveel krediet verspeeld hebt, dat zij tot weinig souplesse bereid zijn.
Met vriendelijke groet,
René Solleveld

Naar boven