Verwacht - juli/augustus 1996, nr 169


Rumble in the Bronx
Het is hem eindelijk gelukt. De Chinese acteur Jackie Chan, wereldwijd gezien de populairste filmster van dit moment, slaagde er begin dit jaar in een groot Amerikaans publiek voor zich te winnen. Twee eerdere pogingen faalden, maar tegen het in Canada opgenomen Rumble in the Bronx bleek niemand bestand. Dat ligt niet aan de regie van Stanley Tong, maar aan het feit dat de kassamagneet uit Hong Kong zijn aanstekelijke combinatie van acrobatiek en slapstick dit keer onverdund opdient. De enige knieval naar het westerse publiek is de lokatie en de Amerikaanse nasynchronisatie, voor het overige staat de film geheel in dienst van Chans halsbrekende en humoristische toeren. Het succes is de meest flexibele veertiger ter wereld van harte gegund. De kruising tussen Bruce Lee en Buster Keaton werd als kind langdurig afgebeuld op een Peking Opera school en de aftiteling van een groot aantal films uit zijn vijftig titels omvattende oeuvre getuigt van de meest schrikbarende ongelukken die met zijn stuntwerk gepaard gaan. De film die ook in ons land Chans derde overstap van videotheek naar bioscoop markeert toont bij de aftiteling hoe Jackie tijdens de opnamen een been brak. Maar laat u niet afschrikken: Rumble in the Bronx is enerverend topamusement dat zich met gemak kan meten met peperdure Hollywood-produkties. Het enige nadeel van Chan in de bioscoop is dat de beste huzarenstukjes zich niet met een druk op de afstandsbediening laten terugspoelen.

De populairste filmster ter wereld in actie.


Denise calls up is een low-budget film van Hal Salwen, een scenarioschrijver uit New York die zich zorgen maakt over het gebrek aan fatsoenlijke communicatie in het tijdperk van telefoon, fax en Internet. In zijn regiedebuut richt Salwen zijn camera op zeven mensen die elkaar regelmatig spreken, maar er niet aan toe komen elkaar in levende lijve te ontmoeten. Dit omdat ze het te druk hebben met hun werk, of omdat ze de hele dag aan de telefoon hangen. Het leven in de grote stad is hard en onpersoonlijk, zoveel is duidelijk.


Crying freeman is een verfilming van een Japans stripverhaal, waarin een moordenaar in dienst van een Chinese sekte voor ieder slachtoffer een traan plengt. De door de atletische Mark Dacascos vertolkte jongen was namelijk liever pottenbakker geworden, maar werd gehersenspoeld. Het klinkt als een draak van een film, maar het in Canada opgenomen speelfilmdebuut van de Franse regisseur Christopher Gans is een mooie synthese van oosters melodrama en westerse actie. Liefhebbers van actiefilms uit Hong Kong en uit Hollywood komen dus beiden aan hun trekken bij deze film vol fraai gechoreografeerd geweld en vet aangezette romantiek.

Crying freeman: Mark Dacascos moet bijna huilen.


Loch Ness is het speelfilmdebuut van tv-regisseur John Henderson. Ted Danson speelt een wetenschapper die bij het beroemde Schotse meer neerstrijkt om voor eens en voor altijd te bewijzen dat het beroemde monster niet bestaat. Hij lijkt echter meer geïnteresseerd in bier, sigaren en de alleenstaande eigenaresse van de lokale pub dan in wetenschappelijk onderzoek. De uitkomst van zijn speurtocht verklappen we niet, maar de omschrijving 'romantische komedie' laat aan duidelijkheid weinig te wensen over: dit is geen Jurassic Park en de ex-barman van 'Cheers' krijgt vast iets moois met dat pubvrouwtje.


Moonlight & Valentino is gebaseerd op een autobiografisch toneelstuk van Ellen Simon. De dochter van de beroemde toneelschrijver Neil Simon verwerkte de onverwachtte dood van haar echtgenoot in gezelschap van haar zus, beste vriendin en stiefmoeder. In de verfilming van David Anspaugh worden de vier rollen vertolkt door Elizabeth Perkins, Gwyneth Paltrow, Whoopi Goldberg en Kathleen Turner. Laatstgenoemde geeft de rouwende weduwe voor haar verjaardag een schilderbeurt van haar huis kado. En wie beroert de kwasten? Niemand minder dan rockzanger Jon Bon Jovi, die hiermee zijn acteerdebuut maakt. Hij schildert bij maanlicht en zijn hond heet Valentino, maar ondanks de titel is zijn rol slechts zeer bescheiden. Zingen is er ook al niet bij.


Down periscope is een doldwaze komedie van David Ward. Een excentrieke marine-commandant krijgt na lang zeuren eindelijk het bevel over een heuse duikboot, maar ontdekt tot zijn schrik dat het een door stumpers bevolkt wrak is. De film is vooral bedoeld als vehikel voor de televisiekomieken Kelsey Grammer en Rob Schneider. De eerste kent u vast wel als psychiater Frasier Crane uit 'Cheers' en de spin-off 'Frasier', de tweede kent u waarschijnlijk niet uit 'Saturday Night Live', maar misschien heeft u zich wel kapot geërgerd aan zijn rol als komische partner van Sly Stallone in Judge Dredd. In dat geval was u niet de enige!


City hall is de nieuwe film van Harold Becker, eerder onder meer verantwoordelijk voor de thrillers Sea of love en Malice. Al Pacino speelt in de politieke thriller een fictieve, uitermate populaire burgemeester van New York. Zijn goed geoliede ambtelijke apparaat komt knarsend tot stilstand wanneer een politie-actie een zesjarig zwart jongetje het leven kost. Het blijkt niet pluis op het gemeentehuis. En ook niet achter de schermen van deze film: er woedde een ware oorlog over het auteursschap van het scenario, ooit geschreven door Ken Lipper, onderburgemeester van de stad tijdens het bewind van Ed Koch. De namen van scriptdokters Bo Goldman en vaste Scorsese-scribenten Paul Schrader en Nicholas Pileggi staan even groot op de aftiteling, terwijl ze volgens Lipper niets hebben toegevoegd. Welkom in Hollywood, meneer Lipper.

City hall: Al Pacino weigert commentaar op het scenario.


Never talk to strangers markeert het Hollywood-debuut van regisseur Sir Peter Hall, een veteraan uit de Britse theaterwereld. De erotische thriller draait om een door Rebecca De Mornay gespeelde criminologe. Ze wordt bedreigd, maar weet niet door wie. De kandidatenlijst omvat onder meer de loslopende seriemoordenaar Harry Dean Stanton, kersverse minnaar Antonio Banderas en vervelende buurman Dennis Miller. Met zo'n aanbod is het lastig kiezen.


The craft is een horrorfilm van Andrew Fleming, waarin vier door hun klasgenoten verstoten tienermeiden hun toevlucht nemen tot hekserij. Aanvankelijk hebben ze veel baat bij hun nieuwe gaven, maar wanneer hun krachten toenemen steekt jaloezie de kop op en krijgen ze het met elkaar aan de bezemstok. Het grootste kreng van het stel wordt gespeeld door Fairuza Balk, die onlangs als straatprostituée in Things to do in Denver when you're dead al veel indruk maakte. Van hoer naar heks, die Balk komt er wel.

The craft: Fairuza Balk zonder bezem.


Cable guy is de nieuwe film met Jim Carrey en dat betekent: Kassa! In de titelrol voorziet het rubberen smoelwerk een door Matthew Broderick gespeelde treurende vrijgezel van een illegale kabelaansluiting om vervolgens diens leven tot een hel te maken. De film van Ben Stiller begint als een hysterische komedie vol verwijzingen naar legendarische Amerikaanse tv-programma's, maar verandert halverwege in een thriller à la Fatal attraction. Op basis van Carrey's naam leverde de curieuze combinatie in de openingsweek aan de Amerikaanse bioscoopkassa dertig miljoen dollar op, maar het is nog maar de vraag of het succes lang stand houdt, nu de komiek zo'n engerd speelt.


Flipper is een filmversie van de gelijknamige tv-serie uit de jaren zestig. Een door Elijah Wood gespeelde 14-jarige jongen wordt door zijn ouders naar een Caribisch eiland gestuurd, net op het moment dat hij een backstage-pasje voor een concert van de Red Hot Chili Peppers in handen krijgt. Da's flippen! Gelukkig werkte zijn oom vroeger voor The Beach Boys en heeft hij nog steeds goede connecties in de rockwereld. Regisseur Alan Shapiro brengt naast dit eigentijdse puberleed natuurlijk ook dolfijn Flipper in beeld, zodat u zich niet bekocht hoeft te voelen.

Flipper: Elijah Wood voert Flipper hete pepers.


Black sheep is een komedie van Penelope Spheeris, die eerder De Boefjes en Wayne's world maakte. Net als bij laatstgenoemde draait alles om twee komieken uit de stal van 'Saturday Night Live'. De dikke Chris Farley en de dunne David Spade waren eerder samen te zien in Tommy boy. Dit keer speelt de dikke de stuntelende broer van een aspirant gouverneur en krijgt de dunne de opdracht diens gedrag te beteugelen om een verkiezingszege veilig te stellen. Dat wordt lachen!


Phenomenon is een film van Jon Turteltaub, die met Cool runnings en While you were sleeping twee kassakrakers op rij afleverde. Zijn nieuwste zal ongetwijfeld ook volle zalen trekken, want de hoofdrol is voor John Travolta, die tranen met tuiten huilde toen hij het scenario las. Hij speelt een simpele ziel die om onverklaarbare redenen langzaam in een genie verandert. Turteltaub, Travolta, tranen en een Forrest Gump met aanwassend IQ, wij voorspellen een eclatant succes. Amerikaanse experts voorspellen een Oscar voor Travolta.

Phenomenon: John Travolta heeft al een boek.


It takes two markeert het speelfilmdebuut van regisseur Andy Tennant, die zijn Hollywood-carrière begon als danser in Grease. In de romantische komedie proberen twee meisjes die als twee druppels water op elkaar lijken Kirstie Alley aan Steve Guttenberg te koppelen. Zij is maatschappelijk werkster, hij een steenrijke weduwnaar. Dat wordt wel wat met die twee.


Kingpin is de tweede film van de broers Peter en Bobby Farrelly, die met Dumb and dumber de meest stompzinnige komedie aller tijden afleverden. Dit keer strijden Woody Harrelson, Randy Quaid en Bill Murray om de kampioenstitel op de bowlingbaan, maar dat is bijzaak. Alles draait om een reeks extreem platvloerse, vunzige en seksistische grappen, die hoofdzakelijk lichaamssappen en protheses betreffen. U blijft erin, of u ergert zich groen en geel, een tussenweg is er niet.

Kingpin: Woody Harrelson en Randy Quaid gooien de flossen los.


Beautiful girls van regisseur Ted Demme is gebaseerd op een scenario van Scott Rosenberg, eerder verantwoordelijk voor Things to do in Denver when you're dead. Dit keer staan niet vijf zware maar vijf gewone jongens centraal. Ze treffen elkaar tien jaar na hun eindexamen in een bar en ouwehoeren over de vrouwen in hun leven. Die wisselen op hun beurt ervaringen met mannen uit in een schoonheidssalon. Onder de mannen bevinden zich Matt Dillon, Timothy Hutton en Pruitt Taylor Vince, de dikke kok uit Heavy, bij de vrouwen herkennen we Rosie O'Donnell, Mira Sorvino en Uma Thurman. Een en ander doet een waardige opvolger van ensemblefilms als The big chill en Diner vermoeden.


A month by the lake biedt romantiek aan het Italiaanse Comomeer anno 1937. In de film van John Irvin strijkt een door Vanessa Redgrave vertolkte oude vrijster er voor haar jaarlijkse vakantie neer, maar dit keer voor het eerst zonder haar vader. En prompt wordt ze verliefd op een Engelse majoor. De oude snoeperd lijkt aanvankelijk wel geïnteresseerd, tot Uma Thurman opduikt en hem een kus geeft. Daartegen is geen enkele vent bestand, zeker niet wanneer Uma perfect wordt uitgelicht door de onlangs overleden cameraman Pasqualino De Santis, die voor zijn bijdrage aan Visconti's Death in Venice een Oscar ontving.


Gazon maudit is een zedenkomedie van Josiane Balasko. De Française richt haar camera op makelaar Alain Chabat, die geen gelegenheid onbenut laat echtgenote Victoria Abril te bedriegen. De man krijgt een koekje van eigen deeg wanneer een door de regisseur vertolkte lesbo Victoria aan de haak slaat. Is me dat even schrikken.


Guantanamera toont op vrolijke wijze wat er allemaal mis kan gaan in de Cubaanse heilstaat, en dat betreft dan met name de verregaande bureaucratie. De onlangs overleden veteraan Tomás Gutiérrez Alea en zijn assistent Juan Carlos Tabio, eerder verantwoordelijk voor het succesvolle Fresa y chocolate, richten hun satirische pijlen op een omslachtig plan om kosten te besparen door begrafeniskisten over het hele eiland te laten reizen. De beste Cubaanse troost heet zelfspot.

Bart van der Put

Naar boven