Mening - september 1996, nr 170
De traditionele wijze van films produceren ligt onder vuur. Opeens, zo lijkt het wel. Jarenlang was er niets aan de hand en werden Nederlands speelfilms op algemeen aanvaarde wijze gefinancierd. Plotseling klinkt echter de roep om verandering. Waarom het zo lang heeft moeten duren voordat de onvrede naar buiten kwam, is een raadsel. Kennelijk moest de nieuwe generatie filmmakers eerst genoeg moed verzamelen om hun voorgangers de wacht aan te zeggen.
Maar nu gebeurt dat dan ook in alle hevigheid. Het lijkt wel een offensief. Niet alleen Theo van Gogh, van wie niemand iets anders verwacht dan dat hij anderen schoffeert, maar ook filmmakers als Paula van der Oest en Ian Kerkhof hebben de afgelopen tijd op uiteenlopende plaatsen forse kritiek geuit op het huidige subsidiesysteem van de Nederlandse film. Jonge producenten als IJswater en Lemming laten weten op een andere manier te willen werken dan hun voorgangers en zelfs Paul de Leeuw laat zich niet onbetuigd.
De kritiek richt zich op een systeem waarbij de producent bij voorbaat een flink percentage van het budget voor zichzelf reserveert als 'producers fee', ongeacht wat er vanaf dat moment met de film gebeurt. Bij een modaal budget van twee miljoen gulden en een fee van tien procent, kan de producent dus ongestoord twee ton subsidiegeld op zijn rekening bijschrijven. Ook al komt er niemand naar de film kijken.
Vooral Matthijs van Heijningen en Rob Houwer, vleesgeworden symbolen van de vaderlandse film, moeten het ontgelden. Zij vertegenwoordigen bij uitstek het type producent waar de huidige kritiek zich op richt. Voor wie huize Van Heijningen niet kent: als Theo van Gogh het in deze Filmkrant heeft over 'het uitbaggeren van de slotgracht van Kasteel Bolenstein', dan is dat bedoeld als een sneer richting Van Heijningen. Of Houwer en Van Heijningen - en met hen een aantal collega's, maar zij fungeren als Kop van Jut - zich hierdoor voelen aangesproken is onduidelijk.
Tot nu toe hebben de producenten-oude-stempel namelijk nog niet gereageerd op de beschuldigingen van makkelijk-geld-verdienen. En dat is vreemd. Ongetwijfeld hebben ze hun weerwoord klaar, maar waarom hebben we dat nog nergens kunnen lezen? Waarom heeft Van Gogh nog geen proces wegens smaad aan zijn bretels hangen? Toch niet omdat hij misschien gelijk heeft? Hierbij nodig ik Houwer en Van Heijningen uit om door middel van een open brief in de Filmkrant uit te leggen hoe het werkelijk in elkaar zit.
Mark Duursma