September 1996, nr 170

Academie St. Joost

De nieuwe beeldenstormers komen uit Breda

Het succes van de audiovisuele opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost in Breda begint in steeds bredere kring bekend te raken. Dit jaar staat deze kunstacademie op het Nederlands Film Festival in de schijnwerpers. 'St. Joosters' als Jeroen Berkvens, Jan Pieter Tuinstra, Peter Boonstra, Walter Stokman, Jaap van Hoewijk, Rikkert Boonstra, Anke Gielen, Marcel van Brakel en Xandra Schipperheyn behoren tot de talenten die op deze academie een eerste vorming hebben gekregen. Vorig jaar was de triomf van de St. Joost op het Nederlands Film Festival compleet: als slotfilm werd Procedure 769 van Van Hoewijk vertoond, en Tuinstra ontving de Citroën Award voor de beste kunstacademie-film. Een gesprek met Andries Meijsen, hoofd van de AV-opleiding, over het speciale karakter van deze academie.

Let me have it all van Jeroen Berkvens en Walter Stokman, 1993. Stokman werkt op dit moment aan Can't u hear me singin', opnieuw een documentaire over zwarte Amerikaanse muzikanten en hun positie binnen de Amerikaanse samenleving.

De Academie St. Joost bevindt zich in een schitterend gelegen voormalig seminarie aan de buitengrens van Breda. Brede gangen met plavuizen, nissen zonder heiligenbeelden en een prachtig uitzicht. Andries Meijsen zetelt precies boven de hoofdingang. Van top tot teen gestoken in tropisch wit, met in de ene hand een kop koffie en in de andere een brandende Javaanse Jongen, breekt hij een lans voor een nieuwe beeldtaal die tot een daadwerkelijke communicatie tussen de programmamaker en het publiek moet leiden.

Er wordt weleens gesteld dat de omroepcultuur de kwalitatieve tv-programma's de nek heeft omgedraaid. Worden de studenten aan de St. Joost opgeleid om later in Hilversum aan de slag te komen of ligt de nadruk op artistiek hoogwaardige produkties?
"Een studente heeft dit jaar een programma gemaakt over kunstzinnige projecten die in de ontwikkelingsfase zijn blijven steken. Zij heeft een pilotprogramma gemaakt voor een denkbeeldige serie over dit onderwerp. Er wordt wel degelijk gekeken of programma's op tv vertoond zouden kunnen worden. Je kunt twee dingen doen. Schelden op televisie, en het daarbij laten, of totaal andere dingen maken dan je nu ziet. Wij proberen programma's te maken waarmee je de heersende cultuur kunt ombouwen. Dat is het streven van deze opleiding."

Is er wel ruimte in het omroepbestel voor dergelijke produkties?
"Ik denk dat het halve Nederlandse volk het met ons eens is! Televisie is sleur, is altijd maar hetzelfde-volkomen-identiek-aangekocht-materiaal. We worden gek van de spelletjes, van de obligate filmvertellinkjes die in series en soaps over ons uit gestort worden. Ik ben ervan overtuigd dat het echt niet een elitair groepje is dat hier genoeg van heeft."

Bieden de omroepen voldoende kansen voor jong talent?
"Heel summier. De AVRO doet in De achtbaan iets met jong talent, daar gebeurt tenminste iets. Met de Humanistische Omroep Stichting hebben we goede ervaringen opgedaan: aankomende programmamakers kregen de mogelijkheid om een serie over oorlog te maken. Opvallend was dat St. Jooststudenten een uitzonderingspositie innamen in het doorbreken van oude patronen. Er worden zo ontzettend veel interviews over ons uitgestort. In ons onderwijs zeggen wij steeds: die traditionele patronen van pratende hoofden kennen we allemaal, het wordt vervelend en sleur. Het communiceert niet meer."

Conventies doorbreken
Het uit zeven mensen bestaande docentencorps van de AV-opleiding op de St. Joost stelt zich ten doel om de studenten te leren om zonder angst programma's te maken. "Geen angst dat de kijker weg zal zappen", zegt Meijsen. "En zapt 'ie weg, dan zapt 'ie maar weg. Televisie is een massamedium. Je communiceert met misschien wel miljoenen mensen. Als je daadwerkelijk iets mee te delen hebt, blijven er bij zo'n medium altijd minimaal 300.000 mensen over. Dat zijn er een heleboel."
Hoewel er een uitgesproken visie achter de opleiding zit, haast Meijsen zich te vertellen dat er niet zoiets bestaat als een 'typische St. Joost-stijl'. "Je ziet bij ons totaal verschillende soorten makers afstuderen. Wij proberen individueel talent te begeleiden. De karakteristiek van St. Joost is het pogen om traditionele methodes te doorbreken. Dit betekent dat ook conventies rond de beeldritmiek en lengtes van programma's doorbroken moeten worden. Wij proberen op een zodanige manier met ruimte en tijd in een programma om te gaan, dat een toeschouwer de gelegenheid krijgt om een eigen interpretatie aan het programma te geven, om er een eigen vertelling van te maken. Wij proberen naar een mee-creërende toeschouwer toe te werken. Iedere student moet dat op een eigen manier doen. De programma's moeten een liefst vantevoren overwogen reactie bij het publiek teweeg brengen. Het publiek moet het gevoel krijgen dat wat het heeft beleefd, te maken heeft met het eigen bestaan."
Ruimte is een veelvuldig terugkomend begrip in het betoog van Meijsen. "Ruimte is van groot belang voor een programma. Waarom is er in onze Westeuropese maakcultuur een soort wet die stelt dat elke vijf seconden door alles heen een beeld moet wisselen? Ik noem dat geweld. Er wordt geweld over mij uitgestort, en ik kan niets terugdoen. Hetzelfde soort geweld zie je in de geluidstoepassing. Het mag niet stil zijn in programma's. Met dat soort fenomenen moeten de toekomstige makers aan de slag gaan. Hoe ziet het eruit, hoe kan het anders, en kunnen we daardoor misschien nieuwe manieren van communiceren uitvinden?"

Digitalisering
Jaarlijks melden zich ongeveer twintig nieuwe studenten aan bij de AV-opleiding. Uiteindelijk studeren er gemiddeld zo'n vijf à zes studenten per jaar af. Gedurende de opleiding wordt weinig aandacht aan techniek, electronica en gespeeld drama besteed. "Het is niet zo dat het bij ons niet mogelijk is", stelt Meijsen, "maar het is niet onze specialisatie. Onze docenten zijn daar ook niet op gericht. Daardoor verdwijnen er studenten onderweg."
Momenteel wordt onderwijs gegeven in de vakken camera, geluid, produktie, scenario, audio-visuele vormgeving, programmamaken en filmanalyse. De nadruk ligt op het maken van documentaires. Aan uitbreiding van het vakkenpakket wordt volgens Meijsen gewerkt, maar - "er wordt aan alle kanten aan het onderwijs geknabbeld, want het moet goedkoper, minder en in kortere tijd" - keuzes moeten worden gemaakt. Voor de nabije toekomst zijn forse investeringen gepland in het digitaliseren van de montage-faciliteiten. Hierdoor kan worden bezuinigd op de opname-apparatuur, aangezien kwaliteitsverlies in het montageproces uitgesloten is. Hierdoor zullen meer studenten materiaal van uitzendkwaliteit kunnen gaan maken.
Meijsen is een door de praktijk gevormde vakman. Als muzikant was hij volgens eigen zeggen te slecht om voor het conservatorium in aanmerking te komen, maar de liefde voor de muziek dreef hem in de richting van de geluidsstudio, waar hij ook geluiden voor films moest monteren. Meijsen: "Ik vond dat veel regisseurs met slechte beelden en slecht geluid aankwamen, en het op een slechte manier monteerden. Het is de ergernis die iedere editor heeft met slechte regisseurs. Dat kan ik beter zelf doen, dacht ik. Zo ben ik verdwaald in film." Dertien jaar geleden werd hij gevraagd om zich aan de AV-opleiding van de St. Joost, toen nog een onderdeel van de foto-opleiding, als docent te verbinden. Meijsen: "De traditionele functie van de documentaire fotografie werd door de televisie overgenomen. De foto-opleiding wilde op die ontwikkeling inspelen door programmamakers op te leiden."
Inmiddels is de AV-opleiding bijna tien jaar een zelfstandige opleiding. In die tijd is het bestaansrecht van de opleiding duidelijk naar voren gekomen. De meeste afgestudeerden hebben hun weg gevonden, van opdrachtfilm tot experimentele film. "De mensen die wij hebben opgeleid, worden heel authentieke makers met een persoonlijk karakter in hun programma's. Gelukkig blijkt dat toch op prijs te worden gesteld", aldus Meijsen. "Afstudeerfilms van de St. Joost zijn een goede introductie om aan de bak te komen."

Fantasie
De studenten werken tijdens hun studie uitsluitend op video. "De kosten van film en de apparatuur spelen hierin een rol. Een hele andere reden is dat wij inhoudsmakers opleiden. Het gaat om mensen die een idee kunnen ontwikkelen. Bij dat proces is de drager van ondergeschikt belang", meent Meijsen. "De afgestudeerden glijden overigens volkomen gladjes in een filmcultuur. Het werken op video is tegenwoordig niet wezenlijk anders door de digitale montage-mogelijkheden. En vergeet niet: straks krijgen we met een middelbare school-jeugd te maken die veel beter dan wij allemaal met een muis, toetsenbord en drie schermen naast elkaar kan omgaan. Die gaan daar als beesten mee om!" Kenmerkend voor het lesgeven aan de St. Joost is volgens Meijsen het voeren van gesprekken en discussies. "Ons lesgeven heeft niet zoveel te maken met het transporteren van kennis van een alleswetende docent naar een nietswetende student. Alle docenten moeten zich richten naar de individuele student."
Meijsen stelt met spijt vast dat de meeste studenten zich op een te jonge leeftijd inschrijven voor de opleiding. "Ze weten nog niet wie ze zijn, waar ze staan. Hoe kunnen zij via een massamedium met grote groepen mensen gaan communiceren? Dat is een moeilijk proces. De jonge generatie is tot dan toe steeds aan de hand genomen, alles is aangereikt. Eén van de eerste dingen waarmee we aan de gang gaan is het ontwortelen, het desoriënteren van de eerstejaars. We proberen hen te laten ontdekken wie ze echt zijn. Godverdorie, het is bij de beesten af dat je kinderen moet leren dat ze fantasie hebben! De studenten moeten wij aanleren op hun eigen fantasie te vertrouwen, maar meestal wordt die gewantrouwd, omdat hen geleerd is dat het niet in het systeem past. Als een grasspriet mag je niet langer zijn dan het gazon."
"Bij ons gaat het over de kwaliteit van het denken, en het vertalen van het denken naar beelden en geluiden. Wij leiden de toekomstige generatie mensen op, die over twintig jaar uitmaken wat het medium televisie of film betekent. Daarom proberen wij de studenten aan te zetten om na te denken over een hele andere rol van deze media in de samenleving. Niet door onze meningen op te dringen, maar juist te stimuleren dat een eigen visie wordt ontwikkeld." Meijsen maakt een breed armgebaar. "Film is een gigantisch vrij medium. Je moet niet benauwd denken. Die vrijheid wordt zo weinig gebruikt. Daar moeten studenten mee leren omgaan. Ze moeten leren zichzelf overeind te houden, ze moeten leren om films te maken zonder angst voor de kijker."

Eric van 't Groenewout

Tijdens het Nederlands Film Festival zijn zes programma's te zien van de nieuwe lichting van de Academie St. Joost, met daarnaast een selectie van werk van oud-studenten en een forumbespreking.

Naar boven