September 1996, nr 170

Paula van der Oest

De lichte kant van zware zaken

Het aantal onderscheidingen dat regisseur Paula van der Oest (1965) in haar nog prille carrière heeft ontvangen is indrukwekkend. Zinderend, haar eindexamenfilm, werd in 1988 bekroond met de Cannon Award; met haar korte film Coma uit 1994 won ze het Gouden Kalf voor het beste tv-drama en vorig jaar kreeg ze de AVRO Bestuursprijs 'De belofte'. Van der Oests eerste lange speelfilm, De nieuwe moeder, werd tot openingsfilm van het 16e Nederlands Film Festival uitverkoren. Zelf relativeert ze het liefst haar eigen succes en naar een verklaring kan ze slechts gissen. "Misschien zit het in de lichte toon, waarmee ik zware onderwerpen behandel, gecombineerd met herkenbare personages."

Paula van der Oest (foto: André Bakker).

De carrière van Paula van der Oest verloopt in bijna alle opzichten geheel volgens het boekje. Na haar afstuderen van de Nederlandse Film- en Televisieacademie werkte ze eerst een aantal jaren als regie-assistente. Aan de zijde van ervaren regisseurs als Ben Sombogaart (Mijn vader woont in Rio), Ben Verbong (De kassière) en Froukje Fokkema (Kracht) leerde ze de ins en outs van het vak. In overeenstemming met het toenmalige beleid van het Nederlands Fonds voor de Film, dat jonge filmmakers beter eerst een korte film kunnen maken voordat ze aan het 'echte' werk beginnen, draaide ze in 1994 de film Het verlorene zal ik zoeken, met een lengte van twaalf minuten. Voor het VPRO-programma Lolamoviola maakte ze vervolgens Coma (1994) en Achilles en het zebrapad (1995), allebei met een lengte van 45 minuten. En dit jaar, acht jaar na haar afstuderen, voltooide ze haar eerste lange speelfilm.
Van der Oest: "Ik heb het inderdaad geleidelijk aangepakt. Bij zo'n lange speelfilm moet je namelijk een groter geheel kunnen overzien. Er is sprake van een langere spanningsboog en de elementen moeten gelijkmatiger verdeeld zijn. Voor mij is het heel goed geweest dat ik met kortere film ben begonnen. Er is ook nog niet zoveel geld mee gemoeid en je kan langzaam een team om je heen creëren. Maar een ander type regisseur kan misschien wel in één keer een lange film maken. Zelf ben ik niet iemand die eindeloos films heeft geanalyseerd en daar hele uitgesproken ideeën over heeft, terwijl iemand anders vanuit een soort filmtheoretische kennis misschien minder moeite heeft om meteen een lang script op papier te zetten."

Migrant uit het Oostblok
De persinformatie omschrijft De nieuwe moeder als een roadmovie. Het verhaal begint namelijk in Letland, waar de economische en maatschappelijke omstandigheden in 1992, twee jaar na de onafhankelijkheid, verre van ideaal zijn. Hoofdpersoon Juris heeft op tragische wijze zijn vrouw verloren. Zijn tienjarige zoon Elvis - vernoemd naar de Amerikaanse legende - is ondergebracht, beter gezegd opgesloten, in een tehuis. Om zijn uitzichtloze situatie te onvluchten ontvoert Juris zijn zoon en reist met hem naar Nederland. Hij gaat op zoek naar een oude penvriendin Marie, waarmee hij als kind een jarenlange en intensieve briefwisseling heeft gevoerd. In de hoop op een nieuwe moeder voor zijn zoon, die door de dramatische dood van zijn eigen moeder niet meer praat. Hun zoektocht leidt hen dwars door ons land, van Zwolle via het Limburgse plaatsje Beek naar Monnickendam.
Tijdens de reis belanden vader en zoon in een aantal tragi-komische situaties. Het is grotendeels een uitvergroting van de lotgevallen, waar de gemiddelde Oostblokmigrant mee te maken krijgt bij zijn eerste confrontatie met het rijke Westen. Hij raakt overweldigd door de grote materiële welvaart en het vrijmoedige optreden van de vrouwen, maar maakt ook kennis met de verwrongen onderlinge relaties van de mensen in een individualistische samenleving. Ze ontmoeten bijvoorbeeld de moeder van Marie, die haar dochter nooit meer ziet en Marie's ex-man. Deze laatste blijkt een oude hippie, die in zijn jaren zestig-idealen is blijven hangen en getergd wordt door zijn zoon met rechts-extremistische opvattingen.

Vriendschappelijke sfeer
Net als bij haar vorige films werkte Van der Oest opnieuw met haar vaste crew van Brigit Hillenius (camera), Franc van Zutphen (licht), Ludo Keeris (geluid) en Erly Brugmans (art-direction). De samenwerking met een vertrouwd en zelf gekozen groepje mensen is volgens haar een van de voorwaarden voor een geslaagde produktie. "Omdat we al veel samen gedaan hebben, weet iedereen waar hij voor staat en is men ook bereid om veel te geven. Er zijn natuurlijk wel eens discussies en conflicten, maar ik heb altijd het gevoel dat ik met vrienden een film aan het maken ben. Ik ben wel de eindverantwoordelijke persoon die beslissingen neemt die van doorslaggevende betekenis zijn. Maar ik doe dat niet door mijn stem te verheffen of iedereen op zijn plaats te wijzen. Ik ben geen voorstander van het conflictmodel, daar kan ik helemaal niet tegen. De verhalen die ik wel eens van anderen hoor, dat de spanning op de set om te snijden was, dat hebben wij nog nooit meegemaakt. Het grootste probleem is de tijdsdruk. Zelfs bij een film met relatief veel geld, heb je altijd het gevoel dat je te weinig tijd hebt", aldus Van der Oest.
Op verzoek van het Filmfonds werkte Van der Oest haar ingediende treatment samen met Stan Lapinski uit tot een afgerond scenario. Ze was over die voorwaarde aanvankelijk nogal sceptisch, ook omdat ze Lapinski nog nooit ontmoet had. Deels uit opportunistische overwegingen besloot ze toch om te kijken wat het zou opleveren. De samenwerking beviel uiteindelijk erg goed. Van der Oest: "Hij was zeer waakzaam over de structuur, bijvoorbeeld of de afwisseling tussen interieur en exterieur wel klopte. Er waren ook veel inhoudelijke gesprekken, waarbij hij zich vooral dienstbaar opstelde en met voorstellen kwam. We hebben het schrijfwerk een beetje verdeeld. Ik schrijf zelf graag dialogen, dus daar heb ik de meeste van gedaan. Stan heeft zich absoluut niet als zo'n scriptdokter gedragen, die bijvoorbeeld aangeeft dat er op pagina 34 een plotpoint moet komen. Ik heb er zeker baat bij gehad, maar ik kan niet inschatten hoe het in mijn eentje was gegaan. Alleen schrijven is soms toch een kwelling en met z'n tweeën kom je er al pratend wel eens eerder uit. Ik ben trouwens ondertussen samen met hem ook al weer met iets anders bezig."

Rijk worden
Over de samenwerking met haar eigen producent, René Scholten van Studio Nieuwe Gronden, is Van der Oest erg positief. Ze werd door hem nauw betrokken bij het produktieproces. Over de werkwijze van een aantal andere Nederlandse speelfilmproducenten is ze echter veel minder te spreken. "
Er zitten er tussen die hun eigen financiële belangen boven die van de film stellen. Ik heb het van dichtbij meegemaakt in de tijd dat ik veel regie-assistentie heb gedaan. Bij elk facet van je werk heb je te maken met de houding van de regisseur en producent ten opzichte van de film die ze maken. Er zaten op een gegeven moment vijf Duitse acteurs in een cast, maar de producent weigerde het script te laten vertalen, omdat het te duur zou zijn. Het gaat natuurlijk om prioriteiten, maar sommige producenten zeggen bijvoorbaat overal nee tegen. Er wordt ook ongelooflijk veel gesjoemeld met de begroting. De een rekent 10%, een ander 15% voor zijn producers fee. Behalve de kantoorkosten zetten ze ook een accountant op de begroting, terwijl ze zelf de boekhouding doen. Of ze voeren nog een extra produktie-secretaresse op, die dan hun vrouw blijkt te zijn."
Deze situatie is ook een van de redenen waarom Van der Oest actief is binnen de onlangs opgerichte Vereniging van Nieuwe Film- en Televisiemakers. "Natuurlijk is het enerzijds gewoon een gezelligheidsvereniging, maar we willen ook op een andere manier met elkaar gaan samenwerken. Er zitten jonge producenten bij die niet als eerste oogmerk hebben om zo snel mogelijk binnen te lopen. De producent hoeft ook helemaal niet degene te zijn die alles van bovenaf dicteert."

Persoonlijke thematiek
Het uitgangspunt dat in bijna alle films Van van der Oest en ook in De nieuwe moeder voorop staat is de maatschappelijke betrokkenheid. Haar films laten een herkenbare werkelijkheid zien, waarin de personages stuk voor stuk op zoek zijn naar de zin van hun leven. Van der Oest streeft er daarbij niet naar om waardeoordelen uit te spreken of rigoureus stelling te nemen, maar wil laten zien wat er met mensen onder bepaalde omstandigheden kan gebeuren. Door deze vrij abstracte benadering lijkt haar persoonlijke invulling enigszins op de achtergrond te blijven.
Van der Oest: "Het is grappig, maar jij bent de eerste die dit tegen me zegt. Ik vind al mijn films juist erg persoonlijk. Het verlorene zal ik zoeken gaat bijvoorbeeld over de angst voor het verlies en dat is wel een heel persoonlijk thema. Het is uiteindelijk een heel komisch filmpje geworden, maar de idee van waaruit ik ging schrijven was wel het meest persoonlijk. Ook zo'n filosofische monoloog van een brommerkoerier (Achilles en het zebrapad, FS) die zo mooi botst met de simpelheid van die koerier, daar kan ik mij erg in terugvinden. Ik maak geen essayistische films, want grote thema's komen bij mij altijd terug in hele begrijpelijke situaties en mensen. Het moeilijk vatbare terugvertalen naar soms hele banale dingen, dat zie ik wel als iets dat heel dicht bij mij persoonlijk staat."

François Stienen

De nieuwe moeder: Letse vader en zoon dwalend door Nederland.

De nieuwe moeder
Nederland, 1996.
Produktie: René Scholten (Studio Nieuwe Gronden).
Regie: Paula van der Oest.
Scenario: Paula van der Oest en Stan Lapinski.
Camera: Brigit Hillenius.
Geluid: Ludo Keeris.
Montage: Menno Boerema.
Muziek: Fons Merkies.
Met: Janis Reinis, Arys Adamsons, Geert de Jong, Evert de Jager, Hannah van Lunteren, Anneke Blok, Theu Boermans.
Kleur, 95 minuten.
Distributie: Shooting Star Film Distribution.
Te zien: tijdens het Nederlands Film Festival en aansluitend in de bioscoop.

Naar boven