De geruchtenmachine - oktober 1996, nr 171


Uithuilen en opnieuw beginnen, iets anders lijkt er niet op te zitten voor de initiatiefnemers van het Nationale Filmtheater in Amsterdam. Een jarenlange lobby onder aanvoering van Filmtheater Rialto's directeur Raymond Walravens om in de Marnixstraat op de plaats van Bellevue Cinerama een grote bioscoop voor de kunstzinnige film te bouwen lijkt op niets uit te lopen nu het Amsterdamse gemeentebestuur in het concept Kunstenplan 1997-2000 voorstelt om Joop van den Ende op deze plaats een nieuw theater te laten bouwen. Gedacht wordt aan een theater met twee zalen, elk met 450 á 500 stoelen. De gemeente geeft toe dat "de vertoningssituatie voor de zogenoemde kunstzinnige film technisch gesproken dan wel niet ideaal is", maar dat neemt niet weg dat "het gehele aanbod bijeengenomen er weinig is waar het geïnteresseerde publiek geen kennis van zou kunnen nemen". Conclusie: "een investering in een nieuw filmtheater [is] thans geen onderwerp van overweging". Duidelijke taal, die ieder mens de moed in de schoenen zou doen zinken, maar niet Raymond Walravens. In december wordt het voornemen van Burgemeester en Wethouders in de raad besproken en Walravens richt zijn pijlen nu op de gemeenteraadsleden. Ook is een extern bureau ingeschakeld dat op zoek gaat naar financiers voor het filmtheater, zodat de bouw ervan de gemeente geen cent hoeft te kosten. Als de gemeente toch voet bij stuk houdt, voorspelt Walravens een toekomstige kaalslag op het terrein van de kunstzinnige film: "Over vier jaar zal dan blijken dat er een heleboel is vernietigd. Misschien is er dan wel geen plaats meer voor theaters als Rialto, Desmet en Kriterion."


Gamila Ylstra verruilt binnenkort haar functie als hoofd van de afdeling Film op het ministerie van OC en W voor een andere ambtelijke functie. Wat zij gaat doen is nog in nevelen gehuld, evenals wie haar zal opvolgen. Haar opstappen is het gevolg van een interne personele stoelendans bij de directie Kunsten van het ministerie, gevolg van het overheidsbeleid dat ambtenaren flexibel inzetbaar moeten kunnen zijn.


Theo van Gogh werd vorige maand naar aanleiding van zijn film
Blind date ongeveer door elke krant en tijdschrift geïnterviewd. Dat hij overal hetzelfde vertelde - vrij samengevat: dood aan de Nederlandse producenten, leve de low budget film - is hem vergeven, want het valt als geïnterviewde niet mee om elke keer een nieuw verhaal te verzinnen. Opvallend is dat de hausse aan publiciteit en juichende recensies de bezoekersstroom aan zijn film niet op gang heeft kunnen brengen. Eens temeer blijkt dat de invloed van filmrecensies gering is. Volgens Hans Pos van Shooting Star, de distributeur van de film, heeft de film in vier weken tijd ongeveer 10.000 bezoekers getrokken, wat bij hem niet leidt tot een hosanna-stemming. Het aantal kopieën van de film is inmiddels teruggebracht van zeven naar vijf. Voor de oorzaak van het geringe succes wijst Pos op traditionele factoren als het "vooroordeel van het publiek over Nederlandse films" en de concurrentie van 'hit and run' films als Mission: impossible. Erg overtuigend is dat niet, omdat Van Goghs vorige film 06 het twee jaar geleden wel aardig deed (30.000 bezoekers), terwijl het filmklimaat toen niet veel beter was. Na enig aandringen geeft Pos toe teleurgesteld te zijn: "Wij dachten dat de positieve recensies zich zouden vertalen in redelijke bezoekcijfers, maar het pakt allemaal marginaler en onopvallender uit dan wij hoopten. Als Shooting Star baart ons dat zeker zorgen, want wij richten ons primair op de Nederlandse film en zijn er dus van afhankelijk. Hoe je wél mensen naar een Nederlandse film krijgt? Weet jij het?"


"Een hitsig volkje, dat schuimbekkend achter een opwaaiende zomerjurk aanholt." Zo omschrijft Eric Koch, filmrecensent van De Telegraaf, het beeld van Nederlanders in Alex van Warmerdams film De jurk, die op het festival in Venetië in een bijprogramma werd vertoond. Koch stelde in zijn verslag uit Venetië vast dat De jurk de naam van ons land in het buitenland geen goed doet. Ook De nieuwe moeder - eveneens te zien in Venetië - schoot hem om deze reden in het verkeerde keelgat: "In haar bioscoopdebuut laat Paula van der Oest een parade van karikaturen voorbij komen, waarin nauwelijks een positief aspect van onze landsaard aan bod komt." Breekt de tijd weer aan dat filmrecensenten zich weer druk (moeten) maken over de vraag of films propaganda maken voor hun land? Gezien het gebruik van het woord 'landsaard' - aan welke historische periode doet ons dat toch herinneren? - staat Koch al in de startblokken.

De nieuwe moeder: slecht voor ons imago?


De riksbioscoop is door Pathé Cinemas eind september de nek omgedraaid. Het initiatief uit 1992 - toen Wim van Wouw als directeur de scepter zwaaide - is volgens de huidige directeur Lauge Nielsen zo succesvol gebleken, dat het een concurrent is geworden van het eigen bedrijf. Dat de riksbioscoop een succes was, lijdt geen twijfel. Een totaalcijfer ontbreekt, maar in Amsterdam trok Tuschinski's riksbioscoopzaal in 1994 325.000 bezoekers en in Groningen gingen in dat jaar 150.000 mensen voor een rijksdaalder naar de bioscoop. We mogen dus aannemen dat in heel Nederland zeker meer dan één miljoen mensen jaarlijks de riksbioscoop bezochten. Het opdoeken van de riksbioscoop past in het nieuwe beleid dat Pathé Cinemas voert sinds het bedrijf vorig jaar werd overgenomen door het Franse bedrijf Chargeurs. Deze multinational is groot geworden in textiel en andere handelswaar en ziet film als een gewoon produkt. Dat de riksbioscoop vooral in trek was bij mensen met weinig inkomsten - bejaarden, studenten, werklozen - speelt bij de kille rekenmeesters geen rol. In hun kortzichtigheid denken zij dat de mensen die voor een rijksdaalder naar de bioscoop gingen, dat ook zullen doen als zij zes keer zoveel moeten betalen. Getuigt het besluit om de riksbioscoop te sluiten van weinig sociaal gevoel, ook bedrijfseconomisch is het dus nog maar de vraag of Pathé Cinemas er beter van wordt. Het enige dat zeker is, is dat Pathé Cinemas veel goodwill heeft verspeeld.


Het plegen van censuur is zo ongeveer de ergste beschuldiging die een autoriteit naar het hoofd geslingerd kan worden, maar Jacques van Heijningen, directeur van het Nederlands Film Festival, ligt daar niet wakker van. Doodgemoedereerd wijzigde hij op eigen houtje de tekst van het jaaroverzicht in de festivalcatalogus, op verzoek geschreven door filmjournalist Mark Duursma. Passages die naar Van Heijningens mening te negatief waren, deden hem naar de pen grijpen. Daarbij vergat hij vooral de opmerkingen niet over de twee films die door zijn broer Matthijs van Heijningen werden geproduceerd. Stelde Duursma vast dat de filmpers "teleurgesteld" was over Advocaat van de hanen, volgens Van Heijningen was er slechts sprake van "enigszins teleurgesteld". En meende Duursma dat All men are mortal "te weinig uitgesproken en teveel het resultaat [was] van compromissen om veel indruk te maken", Van Heijningen veranderde dit in "slaagde er niet in om in Nederland een groot publiek te bereiken". Van je familie moet je het hebben.


Een overvalfusie noemen sommige betrokkenen het samengaan van de Vereniging Holland Animation en de Nederlandse Beroepsvereniging van Film- en Televisiemakers (NBF). Holland Animation zocht aansluiting bij de NBF omdat animatie steeds populairder wordt en steeds meer "tot onze vaste beeldtaal is gaan behoren", zodat "het tijd werd om de krachten te bundelen". Holland Animation blijft zelfstandig bestaan "maar weet zich nu verzekerd van een sterkere en minder geïsoleerde onderhandelingspositie", zo vermeldt het persbericht. Niet alle leden van Holland Animation denken er zo over. Volgens de tegenstanders van de fusie had de vereniging zich beter kunnen opheffen, omdat zij haar doelstelling heeft bereikt. Een (bijna) ex-lid: "Het doel van de Vereniging was het onder de aandacht brengen van de animatiefilm, nu dit is bereikt zie ik geen toekomst meer voor de Vereniging. Door samen te gaan met het NBF wordt dit slechts verhuld. Het is toch onzin om nu nog lid te worden van Holland Animation, je kunt toch beter meteen lid worden van de NBF?"


Een donderslag bij heldere hemel noemt directeur Eugène Geldof van de Europese Stichting Joris Ivens de afwijzing door staatssecretaris Aad Nuis van de plannen van zijn Stichting in de Cultuurnota Pantser of ruggengraat, die de structurele subsidieverlening voor de komende vier jaar regelt. Nuis' beslissing heeft tot gevolg dat de Stichting, zes jaar geleden opgericht om het erfgoed van Joris Ivens te beheren, haar jaarlijkse subsidie van een kwart miljoen gulden ziet verdwijnen. Maar hoezo een donderslag bij heldere hemel? De Raad voor Cultuur adviseerde al drie maanden geleden aan Nuis om de subsidie stop te zetten, dus zo onverwacht kan het besluit niet zijn. Of toch? In Geldof schuilt geen voortvarend bestuurder, zo leert zijn reactie: "We hebben nooit gedacht dat het zover zou komen, hooguit dat we een gedeelte van onze subsidie zouden verliezen." Op zijn minst is dat toch tamelijk naïef? "Misschien klinken mijn woorden naïef, maar ik dacht echt dat ik de misverstanden en onjuistheden waarop de Raad van Cultuur zijn oordeel baseerde in een gesprek zou kunnen rechtzetten. Misschien heb ik niet op het juiste moment de ernst van de situatie beseft." Zeg dat wel, in de no-nonsense bestuurscultuur van de jaren negentig klinken de woorden van Geldof toch tamelijk sullig. Is hij niet gaan lobbyen bij de politieke partijen na het negatieve advies van de Raad voor Cultuur? "Lobbyen ga ik nu doen, ik hoop dat in het debat over de Cultuurnota het besluit nog wordt teruggedraaid." Behalve voor Geldofs naïviteit betaalt de Stichting Joris Ivens de prijs voor de koppigheid van Ivens' weduwe Marceline Loridan, die lange tijd weigerde haar handtekening te zetten onder de overdracht van het Ivens-archief. Geldof noemt de presidente van de Stichting Joris Ivens "vrij moeilijk in de omgang", maar betreurt het dat juist nu "haar essentiële invloed kleiner wordt" de overheid de subsidie stopzet. Spijt dat hij er ooit aan is begonnen? "Ik wist dat ik in een enorm wespennest zou terechtkomen. Ik ben met mijn hoofd in de warme brij gevallen."

Joris Ivens: nog steeds controversieel.


Hollywood kiest voor Clinton en niet voor Bob Dole, zo blijkt uit de financiële steun van filmberoemdheden aan de twee presidentskandidaten. Op Clintons rekening komt zeven keer zoveel geld binnen uit Hollywood dan op die van Dole. De zittende president ontving tot eind augustus 381.000 dollar, tegenover Dole een luizige 55.000 dollar. Onder de financiële supporters van Clinton bevinden zich onder meer Steven Spielberg, Dustin Hoffman en Barbara Streisand. Angsthaas Sylvester Stallone koos voor zekerheid: hij steunde Clinton met 21.000 en Dole met 29.000 dollar.


"Ik ben vernederd", zo luidde de beschuldiging van Sondra Locke voor de Amerikaanse rechtbank tegen haar ex-echtgenoot Clint Eastwood. Volgens Locke heeft Eastwood haar regie-carrière bij Warner Bros gesaboteerd. Na haar scheiding van Eastwood in 1988 sloot Locke in 1990 een regiecontract met Warner, maar wat zij niet wist, was dat Eastwood zich garant stelde bij Warner voor haar eventuele filmflops, waarbij hij in ruil het recht kreeg haar filmprojecten vooraf te beoordelen. Volgens Locke werden sindsdien alle door haar ingediende projecten - dertig stuks! - door de studio afgewezen. Als genoegdoening eist zij twee miljoen dollar van Eastwood, die zijn advocaat liet zeggen dat hij "Locke's talent respecteert en alleen maar de intentie had om haar te helpen". Wraakzuchtige oude baas (66) of talentloze regisseuse (49)? Uitspraak volgt.


Wordt geheimzinnigheid het nieuwe beleid van het Nederlands Fonds voor de Film? Deelde het Fonds tot nu toe in maandelijkse persberichten mee aan welke projecten hoeveel geld was verstrekt, sinds september is het Fonds van deze goede gewoonte afgestapt en vermeldt het geen bedragen meer. Waarom deze wijziging? Ger Bouma van het Fonds slikt zijn spontane opmerking dat filmmakers met argusogen naar de bedragen van hun collega's keken snel weer in ("de een kreeg 980.000 en de ander een tiende van dat bedrag, wat tot vervelend gezeur leidde"), waarna hij als reden noemt dat het bekend worden van de bedragen producenten soms hinderde bij het over de streep trekken van andere filmfinanciers. Die reden lijkt tamelijk vergezocht, temeer daar Bouma bezweert dat de bedragen dan wel niet meer via een persbericht bekend worden gemaakt, maar dat "iedereen die het echt wil weten, de cijfers bij het Fonds kan opvragen". Bovendien zullen volgens hem de bedragen ook in de kwartaal-nieuwsbrief van het Fonds vermeld blijven worden.


Zelden zal een columnist zo snel succes hebben gehad als degene die zich onder de naam 'The Fronz' presenteert in De Nieuwsbrief van de Vereniging van Nieuwe Film- en Televisiemakers. In zijn eerste column maakt 'The Fronz' zich druk over de belangenverstrengeling in het Nederlands Fonds voor de Film, waar "een ambassadeurlijk producent zichzelf een monopoliepositie weet te verschaffen binnen een subsidiestelsel dat juist zou moeten waken voor dubbelposities en geldsluizerijen". Met deze 'ambassadeurlijk producent' wordt Rob Houwer bedoeld, die er een nevenfunctie als honorair Consul-Generaal van het Caraïbische eiland Grenada op nahoudt. Houwer zit in de Selectiecommissie Lange Speelfilm die het Fonds adviseert over welke ingediende speelfilmprojecten voor financiële steun in aanmerking komen.
In deze Filmkrant deelt Houwer in een lange ingezonden brief mee dat hij geen subsidie-aanvragen meer zal indienen bij het Fonds. De gevechten om de 'subsidiekluif' laat hij voortaan over aan anderen: "Zelf nu vokomen onafhankelijk, zal ik dat vermakelijk schouwspel op afstand gadeslaan." Wij zijn benieuwd wie het volgende slachoffer wordt van filmkiller 'The Fronz'!


"Liever mijn films in de sloot dan in een kleine zaal", schijnt distributeur Robbert Wijsmuller van Concorde Film te hebben uitgeroepen toen hij voor Sean Penns kThe crossing guard alleen maar kleine zalen kreeg toebedeeld van bioscoopexploitanten. Zijn dreigement hielp, want in alle grote steden, uitgezonderd Utrecht, werd de film in grotere zalen uitgebracht. Volgens Wijsmuller heeft hij "weer lol gekregen in het distribueren van films". Dat merkten ook de bezoekers van Twister op vrijdagavond 20 september in Tuschinski. Als voorproefje op de kerstuitbreng van Alan Parkers Evita (naar Lloyd Webbers musical) vertoonde Wijsmuller onverwachts tussen de reclame en trailers door een tien minuten durende 'showreel' uit deze film, waarin Madonna en Antonio Banderas de hoofdrollen spelen. (Het kan verkeren: herinnert u zich In bed with Madonna, waarin de diva opbiechtte dat zij een blauwtje had gelopen bij Banderas?). Wijsmuller is overigens van plan meer bioscopen te overvallen met zijn showreel. Eenieder die een oudere man met een filmblik onder zijn arm in de buurt van een bioscoop ziet rondscharrelen, wordt verzocht contact op te nemen met de plaatselijke politie.


Honderd jaar cinema mag dan in Nederland grotendeels in het water zijn gevallen, een paar projecten redden het wel. Zo vermeldden we in het vorige nummer het initiatief voor een serie compilatiefilmpjes, waarin fragmenten uit Nederlandse films - naar thema gerangschikt - te zien zijn. De vijf minuten durende filmpjes zullen als voorfilmpjes in de bioscoop worden vertoond. Een ander geslaagd project is het Cine-100 project van IJswater Films. Dit project omvat vijf korte korte films van vijf jonge cineasten, die zich lieten inspireren door honderd jaar cinema. Was vorig jaar De tijdreiziger (Dick Tuinder) te zien, dit jaar zijn de vier andere films gerealiseerd: Leklicht-lekliefde (Mark de Cloe), Priscilla (Simone van Dusseldorp), Red rain (Matthijs van Heijningen jr.) en De wraak van de schaduw (Guido van Gennep). De vier films zijn in de verschillende theaters in het land tot september 1997 als voorfilms te zien bij de klassiekerreeks 'Les films du paradis'.


Gejuich en gemor waren in de filmwereld de voorspelbare reacties op Aad Nuis' Cultuurnota 'Pantser of ruggengraat'. De grote verliezer was de Stichting Joris Ivens (zie elders in deze rubriek), maar ook bij sommige andere instellingen was er geen reden tot euforie. Zo zag Springdance Cinema zijn aanvraag voor een jaarlijkse subsidie van f 65.000 afgewezen. Distributeur Cinemien krijgt f 100.000 minder subsidie dan zij tot 1996 jaarlijks hadden (van 575.000 naar 475.000). Vreugde daarentegen bij distributeur Contact Film Cinematheek, die zijn inspanningen voor de kunstzinnige film (Vacas, Ludwig 1881, Van Gogh, El sol del membrillo) beloond ziet met een jaarlijkse subsidie van f 100.000. Het Filmfestival Rotterdam mag ook niet mopperen, want de subsidie steeg met ruim 300.000 naar 1.377.000, evenals het IDFA dat van 318.000 steeg naar 443.000.


Scoop is de naam van het meest recente film- en videoprogramma. Het wordt uitgezonden door TV 10, dat in 70% van de Nederlandse huishoudens is te zien. U hoeft niet thuis te blijven voor het wekelijks uitgezonden half uur durende programma, want het bestaat uitsluitend uit film- en videofragmenten die door een voice-over (voor TV 10-kenners: de stem van Wim van Putten) aan elkaar worden gepraat. Ongeveer 30.000 kijkers per uitzending (omgezet naar kijkcijfers: een kwart procent) vinden de magere programma-opzet tot nu toe geen bezwaar. Het best bekeken filmprogramma op de televisie is nog steeeds Film en Videonieuws bij RTL 4, dat ongeveer een half miljoen kijkers trekt (ruim 4%). Ook René-Veronica-Miochs nieuwe programma Films en Sterren (minder actueel filmnieuws, meer korte reportages en interviews) doet het goed. Trok Mioch voor de zomer gemiddeld 250.000 kijkers, in september waren dat er gemiddeld zo'n 350.000 (2,9%). Jac. Goderie's Filmspot (AVRO) en Stardust (VPRO) zijn de zomer aanmerkelijk minder goed doorgekomen. De verhuizing van Filmspot van half acht 's avonds naar half twaalf heeft het aantal kijkers meer dan gehalveerd. Keken voor de zomer zo'n 170.000 mensen naar het programma, dat aantal is gedaald tot 65.000 (half procent kijkdichtheid). Ook Stardust lijdt in dezelfde mate als Filmspot onder het latere uitzendtijdstip. Ook dit programma trok voor de zomer gemiddeld zo'n 170.000 kijkers, maar zag dit aantal na de zomer zakken tot zo'n 50.000.


Het aloude landjepik kent als variant in de festivalwereld 'filmpik', met als inzet de strijd om de beste films. Moet het Filmfestival Rotterdam regelmatig het hoofd buigen voor het festival in Berlijn, op nationale schaal is er ook een pikorde, waarbij Rotterdam door filmmakers belangrijker wordt gevonden dan het Nederlands Film Festival in Utrecht. Zo zal Alejandro Agresti's Buenos Aires vice versa niet in Utrecht zijn te zien, maar wel begin volgend jaar in Rotterdam. Behalve onder festivalconcurrentie lijdt Utrecht ook aan een imagoprobleem. Veel filmmakers willen hun films op dit festival sowieso niet in première laten gaan. Soms betreft het hier oud zeer, zoals bij Theo van Gogh die Blind date een maand voor Utrecht uitbracht, omdat hij nog steeds gepikeerd is over het feit dat twee jaar geleden de Utrechtse jury 06 niet bekroonde. Maar ook Rob Houwers De Zeemeerman zal in Utrecht niet te zien zijn, evenmin als Ian Kerkhofs Naar de klote!, een film die volgens insiders voor Utrecht klaar had kunnen zijn maar nu in november wordt verwacht. Utrecht moet het op speelfilmgebied dit jaar vooral hebben van de premières van de twee films van René Scholtens Studio Nieuwe Gronden: Arno Kranenborgs De kersenpluk en Paula van der Oests De nieuwe moeder. Dat Utrecht een retrospectief wijdt aan Studio Nieuwe Gronden heeft ongetwijfeld niets met deze gulheid van Scholten te maken.


Borstklopperij is een bezigheid die sommige producenten goed beheersen. Zo kunnen we sinds kort onder de naam de Rob Houwer Film Collectie dertien video's van door hem geproduceerde films kopen. Kennelijk voelt Houwer zich niet alleen de materiële, maar ook de geestelijke vader van de door hem geproduceerde films. Het is wel zeker dat een regisseur als Paul Verhoeven, die met vijf films (Wat zien ik, Turks fruit, Soldaat van Oranje, Keetje Tippel en De vierde man) in de serie is vertegenwoordigd, daar heel anders over denkt. Andere titels in de Houwer-collectie zijn onder andere Pieter Verhoeffs Van geluk gesproken en Jean van de Velde's De kleine blonde dood. Wat Houwer kan, kan ik ook dacht Matthijs van Heijningen en kondigde een maand later de Matthijs van Heijningen Collectie aan. Deze koopvideo-serie bestaat uit de 21 films die Van Heijningen tot 1992 produceerde, waaronder De stilte rond Christine M, Gebroken spiegels, Een vrouw als Eva, Ciske de rat, Op hoop van zegen, De koele meren des doods en Rituelen. Waar blijft de Laurens Geels (De lift, Flodder, Amsterdamned) Videocollectie?


In memoriam P. Hans Frankfurther
Ronduit schokkend moet voor velen het bericht geweest zijn van het tragische overlijden van P. Hans Frankfurther (64), eind augustus in de Indische Oceaaan. P. Hans was in filmland, maar ook in stripland, muziekland, het dorp Sloten, de stad Amsterdam en ver daarbuiten een fenomeen. Hij had een oprechte belangstelling voor heel veel dingen en wist ook op alle fronten wel hoe iets beter of anders kon. Dat leverde hem in onder meer Het Parool de kwalificatie 'beroepsbemoeial' op. Dat klinkt in het geval van P. Hans negatiever dan het is. Inderdaad, hij bemoeide zich met heel veel dingen. Hij kwam, hij zag en schreef dan zijn invallen op in een minuscuul blocnootje, dat hij altijd bij zich droeg. Honderden van die boekjes moet hij volgeschreven hebben met 'een ideetje'. Talloze van die ideetjes zijn werkelijkheid geworden, zoals Cinestud, het Stripschap en de Concertzender. Het fameuze weilandje 'De Vrije Geer' wordt na een referendum in Amsterdam dankzij zijn inzet niet volgebouwd.
In de jaren '70 maakte hij in zijn eentje het filmblad van de NBF, Film- en Tv-Maker. Als potentieel opvolger leerde ik hem daar kennen en zag hoe hij thuis met schaar en lijmkwast het blad in elkaar zette. Bijkans gek kon je worden van zijn geneuzel in allerlei dingetjes, maar diepe indruk op mij maakte zijn berichtgeving over Mercedes-Benz die zich na jarenlange afwezigheid weer stortte op de markt van station-cars. Dát was volgens hem nieuws dat je de concrete filmmakers in hun vakblad niet mocht onthouden.
Met eenzelfde inzet bekommerde P. Hans zich om kleine en grote zaken en zo berichtte hij in de jaren '80 ook regelmatig in de Filmkrant over ontwikkelingen in de av-branche en de Europese filmpolitiek. Steevast vertoonde hij zich bij (pers)voorstellingen van nieuwe Nederlandse films, inclusief die van de Filmacademie. Hij was daarbij altijd even een aanspreekpunt over lopende zaken. Raar, dat dat op zo'n abrupte manier voorbij is en je nu weet dat je P. Hans nooit meer zult zien.
Jan Heijs

Naar boven