Oktober 1996, nr 171

Rob Houwer, filmproducent

Over knaagdieren & ouwe koek, met een vriendelijk slot

Het rommelt in de Nederlandse filmproduktie. Nieuwe filmmakers verzetten zich tegen een traditionele wijze van produceren, waarbij overheidssubsidie op ondoorzichtige wijze door de producent wordt besteed. Regisseurs zoeken nauwere, ook inhoudelijke samenwerking met hun producent of bombarderen zichzelf tot producent. In de vorige Filmkrant werden producenten-oude-stijl Rob Houwer en Matthijs van Heijnigen uitgenodigd om te reageren op de kritiek en uit te leggen hoe het werkelijk in elkaar zit. Wie zwijgt suggereert immers instemming. Rob Houwer nam de uitdaging aan, hieronder vindt u zijn ingezonden stuk.

Rob Houwer (foto: Ronald Hoeben).

In de laatste Filmkrant opent hoofdredacteur Mark Duursma onder het kopje Mening suggestief met: 'De traditionele wijze van films produceren ligt onder vuur'(FK), als stelling, zonder vraagteken. Dat is even schrikken voor iedere producent die meer dan anderhalve film heeft gemaakt. Zelfs George Lucas of Steven Spielberg (die ook Twister heeft láten regisseren) zouden het knap benauwd krijgen door de oorlogsverklaring van zo'n 'nieuwe generatie filmmakers'(FK). Nu staat vroeg of laat (en in dit geval in Nederland áchterlijk laat) de traditie traditoneel altíjd onder vuur van nieuwe lichtingen. De nationale film, een kwetsbaar medium dat zonder overheidssubsidie nog geen dag zou overleven, maakt daarop geen uitzondering. Theo van Gogh, bijvoorbeeld, blaat nu als frisgebakken producent in de voorste rij mee in het 'offensief'(FK) van de nieuwlichters aan de Grote Klaagmuur. Deze mensenvriend is echter geenszins een jong, aanstormend talent en zo bezien eerder een verbitterde bejaarde. Uit zijn rijtje films heeft z'n succesvolste, 06 (ja, die over telefoonseks) ook maar amper 30.000 mensen naar de bioscoop getrokken. Dat is nog beduidend minder dan De gulle minnaar, onder onze dertien speelfilms de enige blamabele. Maar ook NRC's intrigant Hans Beerekamp, die ik tijdens ons premièrefeestje voor De kleine blonde dood als ongewenste gast uit Tuschinski moest verwijderen, vindt het net als vriend Van Gogh heerlijk om mij zo'n verongelukte Minnaar steeds weer in te peperen. Oorspronkelijk zou Dimitri Frenkel Frank dat eigen script verfilmen. Voorzitter Jan Blokker en zijn toenmalige Produktiefonds zagen Jan's vroegere collega bij de VPRO echter niet zitten. Olijke Mady Saks is daarna op de bagagedrager van Blokkers fiets gewipt, mocht vervolgens wél wat Dimitri verweerd bleef en 'regisseerde' deze film toen rechtstreeks het graf in. Als iets de mist in gaat, wie krijgt van degene op de regiestoel en filmkritiek de Zwarte Piet toegeschoven: de snode producent natuurlijk. En wie oogst triomfantelijk alle roem als de film goed uitpakt, juist: de regisseur (m/v). Ook dat is traditie achter onze dijken.

Ouwe koek
Maar nu wordt, gelukkig, alles anders. In Nederland wordt een stokoud Frans konijn uit de hoge hoed getoverd en als nouveauté gepresenteerd: 'Le Cinema des Auteurs'. Deze personele unie van producent/regisseur (vaak ook nog scenarist) werd destijds zalig verklaard en als heilige graal taai verdedigd. Totdat zelfs in Frankrijk de strijd om de bioscoopdoeken reddeloos van de Amerikanen was verloren. De Van der Oesten en Kerkhofs hebben met de Van Gogh's gemeen dat hun publiek in de bioscoop tot nu toe numeriek te verwaarlozen is, terwijl het bedrag ook van hun (film)projectsubsidies torenhoog uitsteekt boven wat de overheid anders in de sector Beeldende Kunsten toebedeelt. Maar alle films van, bijvoorbeeld, Van Gogh tesámen (diens fletse non-valeur Vals licht inbegrepen) genereerden bij lange na niet de 350.000 bioscoopbezoekers van mijn laatste produktie De kleine blonde dood. Alleen leuke Paul de Leeuw, 'zelfs die laat zich niet onbetuigd'(FK), heeft enig recht van spreken. Het is zelfs denkbaar, gezien een miljoen verkochte kaartjes, dat Bob & Annie de vijf ton subsidie terugbetalen die het Filmfondsbestuur bijstuurde voor hun boreling Filmpje!.

Knaagdieren
Surfend op de golf van zijn plotselinge medestanders hult nieuwbakken producent Van Gogh zijn Grote Daad ijlings in 's Keizers Nieuwe Kleren en laat luidkeels apekool noteren (Volkskrant, Parool, Filmkrant etc.) waarvan de nieuwswaarde nul maar het roddelgehalte hoog is. Het blijft gewoon zeurderig gebeuk op de eigen publiciteitstrommel, zoals gebruikelijk bij hem ten koste van anderen. Geholpen heeft het allemaal niets, Blind date is alweer bijna uit zicht. Nederlandse filmproducenten mogen dan opeens 'onder vuur liggen'(FK), maar het percentage masochisten daaronder lijkt me niet hoog. Dus na één ervaring met Van Gogh c.s. springen alleen zelfmoordenaars een tweede keer in het verbale modderbad, waarmee de cactusvriend en andere regisseurs gretig klaar staan voor misbruik in de media. Een weerzinwekkende vertoning, vuilspuien wordt nu ook traditie bij Nederlandse cineasten en sommigen gedragen zich al chronisch als neurotische ratten in een bomvolle kooi.

Oliedom & hypocriet
Beschuldigingen van 'de nieuwe generatie filmmakers (die) kennelijk eerst genoeg moed moest verzamelen' om 'het type producent waar de huidige kritiek zich op richt (...) de wacht aan te zeggen'(FK) zijn oliedom of hypocriet. Aan iedereen in het nationale filmwereldje is toch bekend dat fondsbegrotingen voor professionele lange speelfilms per traditie kunstmatig te laag worden gehouden en ook het huidige Nederlands Fonds voor de Film weet dit precies. Want er is geen keus: het budget moet zich per project aan het totaal van de financieringsmogelijkheden aanpassen - en niet omgekeerd zoals het zou horen. Anders komen subsidies niet af en wordt de film simpelweg nooit gemaakt. De door registeraccountants te attesteren feitelijke produktiekosten vallen daarom, tenminste wat onze films betreft altijd hoger uit dan zo'n oorspronkelijke fondsbegroting (die bovendien vaak van oudere datum is, voordat er kan worden gedraaid). Ik loop dus áltijd fors financieel risico bij íedere produktie en soms heel erg extreem (bij Soldaat van Oranje). De zogeheten 'producers fee' in het budget waarop Van Gogh c.s. hun kortzichtige pijltjes nu richten is voor ons produktiehuis alleen een soort 'stille reserve', evenals de post 'overhead' trouwens. De desbetreffende bedragen 'reserveer'(FK) ik als producent dus niet voor mezelf en toucheer die ook nooit. Integendeel, die 'stille reserves' worden altijd opgeslokt door de werkelijke produktiekosten van de film. Het is zodoende een spijkerhard gegeven: terwijl regisseurs altijd tijdens de produktie hun hele salaris bij ons uitbetaald krijgen, heb ik zelf nog nooit een cent uit het produktiebudget van mijn films ontvangen of ingehouden. Daarover klaag ik niet, want dit is mijn leven en mijn risico - zolang ik door wil gaan. Dat is voorlopig nog wel even het geval.

De Deurmat van Van Gogh
Zo brengt UIP op 10 oktober aanstaande onze nieuwe film De Zeemeerman (produktiekosten: f 5,5 miljoen) in 75 Nederlandse bioscopen uit, van te voren door zo'n Van Gogh vol venijn in de kranten met zoutzuur besproeid. De aartsleugenaar bluft 'er een uur van te hebben gezien'. Wanneer dan, waar dan, want zoiets is godsonmogelijk natuurlijk. Ooit bestempelde deze Valse Broeder diens regiecollega Ate de Jong, o zo geestig, als 'likkende deurmat' en anderen moeten het eveneens ontgelden. Als volvette karikatuur nu zelf producentje spelend, popelde ie, lafjes uit de wind z'n rioolwaterkanon op het nieuwe doelwit te richten: de 'vleesgeworden symbolen van de vaderlandse film'(FK). Van Gogh, het is duidelijk, gaat over lijken, die van ánderen welteverstaan. Zijn duistere methodiek plagieert historische voorbeelden. Als een opgeblazen kikker bevredigt hij met vlijmscherpe tong onophoudelijk het eigen ego. Waardoor zijn marktwaarde steeds verder stijgt, samen met het saldo van de bankrekening (Sport7 zij dank). Dat serieuze nieuwe(re) filmmakers zich achter het vaandel van deze belegen maniak scharen, wekt niet echt verbazing. Want bij zo'n nieuwe lichting regisseur/producenten kan iemand zich terecht afvragen, waarvan zij eigenlijk léven. Schrijven niet juist zij 'ongestoord subsidiegeld op hun rekening bij' uit het produktiebudget van hun films, 'ook al komt er niemand naar de film kijken'(FK)? Niet iedereen bezit tenslotte een grachtenpand, waarop hypotheek kan worden genomen (hetgeen TvG's eerste daad als producent zou zijn geweest). Er is maar één deugdelijke oplossing om het wederzijdse wantrouwen weg te nemen: schrap de 'producers fee' (en 'overhead') compleet uit alle Filmfonds-begrotingen waardoor alle subsidies omlaag kunnen.

Nevelachtige toekomst
De toekomst van de nationale cinematografie blijft in neerslachtige nevelen gehuld en het bioscooppubliek in Nederland laat zelfs een Oscar voor Antonia koud. De nieuwe(re) generatie filmmakers verenigt zich wijselijk al onder de film- én televisievlag. Ook dat is een omen. Tot dusver heet het enige resterende nationale loket voor filmsubsidie (en nu ook enig overheidsinstrument voor filmpromotie in het buitenland) Nederlands Fonds voor de Film. Misschien moet je de bakens daar nog radicaler verzetten. Dan kan die kostenpost in de begroting van het ministerie van OCW vervallen en de hele mik-mak voortaan gewoon uit de omroepreserve worden betaald.

Lichtpuntje voor oud & nieuw
Het onttrekt zich verder aan mijn belangstelling. Want ons produktiehuis heeft onlangs besloten, geen subsidie-aanvragen meer bij het Filmfonds in te dienen en voortaan dus geen beroep te doen op de financiële middelen van die stichting. De directe subsidiëring van het Nederlands Fonds voor de Film bleef wat ons betreft toch al beperkt tot een aanvullende bijdrage voor digitale special effects in De Zeemeerman, want de voorganger van het Fonds had hier al een positieve projectbeslissing genomen. Verder werd alleen nog een scenariosubsidie voor onze volgende produktie Het complot toegekend, die inmiddels werd terugbetaald zodat deze samenwerking al in de kiem werd beëindigd. Goed bericht en lichtpuntje dus: toekomstig kan de nieuwe species regisseur/producent zich naar hartelust te goed doen aan de Filmfondsruif, zonder competitie van ons produktiehuis. Er moet om de subsidiekluif alleen nog worden gevochten met de andere 'vleesgeworden symbolen van de vaderlandse film', waartoe men naast Van Heijningen toch ook gerust collega Geels mag rekenen. Zelf nu volkomen onafhankelijk, zal ik dat vermakelijk schouwspel op afstand gadeslaan. Bon appétit!

Rob Houwer

Daniël Boissevain in en als De Zeemeerman.

Naar boven