Oktober 1996, nr 171

Kutzooi & Lap rouge

De werkelijkheid als karikatuur

Lodewijk Crijns, zonder twijfel de meest besproken Filmacademie-student sinds Ian Kerkhof, werd onlangs genomineerd voor de NPS-Cultuurprijs en maakt grote kans op de in Utrecht uit te reiken Tuschinski Award voor de beste eindexamenfilm van dit jaar. Vorig jaar maakte Crijns de documentaire Kutzooi, een film die op vermakelijk wijze het medium ter discussie stelt. Ook in Lap rouge speelt Crijns met de relatie tussen fictie en werkelijkheid.

Lap rouge: broers met moeder, of dame die hun moeder speelt.

Op het eerste gezicht lijkt Kutzooi een wat obligate documentaire over een groepje kansarme spijbelende scholieren dat onverschillig over straat zwerft. De interviewer volgt zijn personages, is nadrukkelijk aanwezig maar lijkt weinig controle te hebben over de gebeurtenissen die zich voordoen. Als de jongens in een huis wat willen rondsnuffelen, moet de filmmaker buiten blijven en hij wordt pas binnengeroepen als het hen uitkomt. Hij lijkt weinig anders te (kunnen) doen dan registreren wat er voorvalt. In eerste instantie lijkt de regie bij de jongens te liggen, maar daar komt gaandeweg verandering in. Later in de film liggen Paulo, Leto en Randy midden op straat en dwingen automobilisten bijkans de berm in om hen te ontwijken. Een motorrijder stapt af en sleept de kinderen woedend van de straat af. De jongens wijzen naar de camera. Als de man op de motor langsscheurt schreeuwt hij Crijns toe: "Vind je het normaal om die kinderen midden op straat te leggen!" Dit werpt een heel ander licht op de rol van de filmmaker en op het realiteitsgehalte van de film. En ook op de bedoelingen ervan.
Er wordt geen cliché geschuwd om Kutzooi neer te zetten als documentaire. De nadrukkelijke aanwezigheid van interviewer en camera ("Stop maar even, Hans" zegt Crijns tegen de cameraman - die natuurlijk gewoon doorfilmt - terwijl hij zelf in beeld stapt om de gewonde Leto overeind te helpen). Een onvermijdelijk scheurende saxofoon begeleidt de beelden die, passend bij het onderwerp, in illusieloos zwart-wit zijn gedraaid. Het uitgangspunt van de film, een portret van drie kansarme scholieren, wekt bepaalde verwachtingen en ze worden stuk voor stuk waargemaakt. De onverschilligheid, de hekel aan school, de vernielingen, het kattekwaad, het rondzwerven, het gebrek aan toekomstperspectief. Het zijn personages en situaties die iedereen kent uit de media. Alles wat er gebeurt past in het beeld dat iedereen heeft.
Het is eigenlijk hetzelfde pad dat bewandeld wordt in '30 minuten', de veelgeroemde reeks pseudo-documentaires van Arjan Ederveen. Daarin worden eerder rollen dan mensen portretteerd; dé tobberige transcultureel, dé snelle reclamejongen. Door het verregaande gebruik van clichés wordt het realiteitsgehalte ondermijnd. Kleine verschuivingen van de werkelijkheid tot in het karikaturale verraden de ironie.

Toevallige getuige
Lap rouge is de eindexamenfilm van Lodewijk Crijns, en eveneens een documentaire-achtige produktie. Centraal staan twee broers die met hun bejaarde moeder in Zuid-Frankrijk wonen. Ooit, tegen hun zin, op jeugdige leeftijd geëmigreerd omdat moeder 'het niet meer uithield'. De een werkt bij een slagerij, de ander bij een autosloperij. Ze zijn beiden verliefd op hun buurmeisje Julie en hebben te lijden van hun dominante en eigenwijze moeder. Het zijn mensen die een geïsoleerd bestaan leiden, geen deel uit kunnen of willen maken van de gewone samenleving.
De filmmaker is minder nadrukkelijk aanwezig dan in Kutzooi, maar ook hier wordt zijn inbreng gebruikt om de film een documentair, realistisch karakter te geven. De personages zijn zich bewust van de camera, vinden het gefilmd worden soms hinderlijk, soms juist spannend of vleiend. Ze worden nu eens voor de camera gehaald en geïnterviewd, dan weer geobserveerd in hun dagelijkse doen en laten. De filmmaker lijkt toevallig getuige te zijn van de manier waarop de gebeurtenissen zich ontwikkelen zonder daarin een sturende hand te hebben.
Net als bij Kutzooi ontstaat bij Lap rouge gaandeweg het vermoeden dat gebeurtenissen in scène zijn gezet. In eerste instantie door de karikaturale tekening van de broers en hun verhouding tot hun moeder, later door gebeurtenissen en situaties die een steeds absurder geheel gaan vormen.
Anders dan in Kutzooi is het uitgangspunt hier geen overbekend gegeven, maar een unieke situatie (hoewel 'de exentriekeling' ook geen onbekend mediafenomeen is) die minder mogelijkheden biedt tot een doelbewust spel met clichés. Kutzooi lijkt meer te willen vertellen over documentaires over spijbelende randgroepjongeren dan over spijbelende randgroepjongeren zelf.
Bij Lap rouge ligt de nadruk minder op het medium en meer op het bizarre en amusante verhaal. Toch is het voor dat verhaal essentieel dat het in deze documentaire-achtige vorm wordt verteld. Het geeft de personages de mogelijkheid de camera dingen toe te vertrouwen die een ander licht werpen op onderlinge verhoudingen en die aantonen dat een ieder een geheel eigen zicht op de realiteit heeft. Daarmee speelt de grens tussen fictie en werkelijkheid zowel in de vorm als inhoud een doorslaggevende rol.

Petra van der Ree

Kutzooi
Nederland, 1995.
Produktie: Olaf van Hedel.
Scenario en regie: Lodewijk Crijns.
Camera: Hans Bouwma.
Geluid: Natasja Giebels en Paul Bijpost.
Montage: Eva Visser.
Muziek: Martijn Derrix.
Met: Leto van Olffen, Paulo Sorber, Randy Groeneschey.
Zwart-wit, 34 minuten.

Lap rouge
Nederland, 1996.
Produktie: Martha Oortman Gerlings.
Scenario en regie: Lodewijk Crijns.
Camera: Menno Westendorp.
Geluid: Paul Bijpost.
Montage: Wouter Jansen.
Muziek: Fons Merkies.
Met: Egbert Joosten, Herman Joosten, Sjoukje Alkema, Emmanuelle Maridjan-Koop.
Kleur, 43 minuten.
Distributie: NFM/IAF.
Te zien: vanaf 10 oktober.

Naar boven