Verwacht - oktober 1996, nr 171


De Zeemeerman
Bij gebrek aan de film zelf, die vier dagen voorafgaand aan de première voor het eerst aan de pers zal worden vertoond, kunnen we op deze plaats alleen de persmap van De Zeemeerman bespreken. Gelukkig heeft producent
Rob Houwer ervoor gezorgd dat we met dit unieke document een waardig alternatief in handen hebben. In elf pagina's ronkend proza, opgetekend door Bob Bouma, bejubelt Houwer zijn veertiende Nederlandse speelfilm ("Het verhaal is van Alaska tot Singapore te begrijpen"), zijn glansrijke carrière en het fenomeen publieksfilm. De halve pagina voor regisseur Frank Herrebout, verstopt tussen de acteurs en onder de kop overige medewerkers, steekt hier nogal schriel bij af, maar Houwer is dan ook 'creative supervisor' en Herrebout kan slechts bogen op een korte film en regie-assistentie bij De gulle minnaar. En, niet te vergeten, het briljante basisidee waarmee hij vier jaar geleden bij Houwer aanklopte: "Een jongen wordt onzichtbaar en wipt zich suf". Houwer, een ervaren rot tenslotte, sprak aldus: "Da's lang niet genoeg voor een film". Dus werkten Houwer & Herrebout drie jaar lang aan "een hoogst origineel en van ingenieuze lagen voorzien scenario" (Bob Bouma). Dat lijkt niets teveel gezegd. Zo origineel hebben we het in tijden niet gezien: een jongen met een zeehond als draagmoeder heeft vanwege zijn penetrante vislucht moeite om aan de vrouw te komen. Wonderkorrels van een gekke professor verdrijven de stank, maar maken de geleidelijk in een vis veranderende jongen onzichtbaar. Inderdaad, het betreft hier een 'fantasy comedy' met Amerikaanse allure en tal van digitale special effects, gemaakt voor het grootst mogelijke internationale publiek. De hoofdrollen zijn voor Daniël Boissevain, 'Houwers nieuwste ontdekking' Gonny Gaakeer en Angelique de Bruyne. Bijrollen worden gespeeld door o.a. Manuëla Kemp, Ben Cramer, Gert-Jan Dröge en Katja Schuurman. De affiche is zo mogelijk nog platter en infantieler dan die van de Flodders. Moge de bezoekcijfers van Filmpje! verpulverd worden!

Gonny Gaakeer en Daniël Boissevain in een internationaal begrijpelijke pose.


Last man standing is een gangsterfilm van Walter Hill, vooral bekend als regisseur van The driver en 48 hours. Het is aardig Hill weer in de bioscoop te zien, zijn laatste film Wild Bill ging geheel aan ons voorbij en het daarvoor gemaakte Geronimo belandde meteen op video. Dat lot blijft zijn nieuwe film ongetwijfeld bespaard omdat Bruce Willis de hoofdrol speelt en omdat Hill, die door de National Cowboy Hall of Fame met een Gouden Laars werd onderscheiden, zijn western nu als gangsterfilm verpakt. Dat neemt niet weg dat het de tweede herverfilming van Akira Kurosawa's magistrale Yojimbo betreft. De eerste was Sergio Leone's Fistful of dollars. Die film markeerde in 1964 het startschot voor de spaghetti-western en de driedubbele doorbraak van Leone, componist Ennio Morricone en ster Clint Eastwood. Al werd Hills versie in Venetië koeltjes ontvangen, zo'n stamboom maakt nieuwsgierig.

Last man standing: Bruce Willis schiet met scherp.


The fan geeft Robert De Niro de gelegenheid een nieuwe psychopaat aan zijn arsenaal verknipte geesten toe te voegen. Bob speelt een handelsreiziger in akelig grote messen, voor wie het leven uitsluitend om honkbal draait. Hij aanbidt een door Wesley Snipes vertolkte speler, die aan de San Francisco Giants is verkocht en daar maar niet kan aarden. Om zijn held een handje te helpen gebruikt Bob diens tegenspelers als demonstratiemodel voor zijn handelswaar. Dat klinkt niet alleen naar, het is het ook. Zozeer zelfs dat deze thriller van Tony Scott, bekend van Top gun en Crimson tide, in de Verenigde Staten ongekend hard werd neergesabeld door de pers, vervolgens genadeloos flopte en ter elfder ure van het festival van Venetië werd teruggetrokken. Bob kwam wel, maar het gespreksonderwerp The fan was taboe. Dat belooft wat!


Angels and insects is een verfilming van de novelle 'Morpho Eugenia' van schrijfster A.S. Byatt. Die titel verwijst naar de naam van een vlinder en die van een aristocratendochter, in het vreemde kostuumdrama van Philip Haas gespeeld door Patsy Kensit. Een door een schipbreuk geruïneerde natuurvorser krijgt bij Patsy's papa onderdak, valt voor de blonde schoonheid en weet haar met zijn kennis van vlinders tot een huwelijk te verleiden. En dan blijkt niets wat het lijkt bij die rare familie en stort de wetenschapper zich met hart en ziel op een studie naar het gedrag van de bosmier. En dat terwijl leven en gedrag van Patsy minstens zo interessant zijn: ze debuteerde op vierjarige leeftijd naast Robert Redford in The great Gatsby, deed het met Mel Gibson in Lethal weapon 2, trouwde met simpele geest Jim Kerr en hokt tegenwoordig met die rare zanger van Oasis. Daar kan geen bosmier tegenop.


Dragonheart is de nieuwe film van Rob Cohen, die eerder de aardige Bruce Lee-biopic Dragon maakte en kennelijk Hollywoods drakenspecialist bij uitstek is. Dit keer draait het niet om een dode kungfu-ster, maar om de laatste der middeleeuwse draken, die samen met ridder Dennis Quaid ten strijde trekt tegen een boosaardige koning, gespeeld door David Thewlis. U kent hem als de cynicus uit Mike Leigh's Naked. Destijds hadden we niet kunnen bedenken dat Thewlis in Hollywood carrière zou maken, zo is hij binnenkort ook te zien naast Marlon Brando in The island of dr. Moreau en in James and the giant peach. Maar het kan nog gekker: de prachtig geanimeerde draak in deze avonturenfilm spreekt met de stem van Sean Connery. Waarbij men zich in het Trainspotting-tijdperk direct afvraagt wat Sick Boy daarvan zou zeggen.


The nutty professor wordt in de Verenigde Staten gezien als de comeback van Eddie Murphy, al denkt de acteur en komiek daar zelf anders over. In deze herverfilming van de gelijknamige klassieker van en met Jerry Lewis speelt Murphy maar liefst zeven rollen, waarvan zes onder een dikke laag Oscar-waardige grime van Rick Baker, die Murphy eerder onder handen nam in Coming to America. Murphy's voornaamste rol is die van Sherman Klump, een moddervette, pardon, bijzonder corpulente professor, die dankzij een drankje verandert in de volslanke Buddy Love en zo de vrouw van zijn dromen aan de haak hoopt te slaan. De moraal en de afloop laten zich natuurlijk raden, waar het om gaat is dat Murphy onder regie van Tom Shadyac af en toe weer eens ouderwets leuk is. Mits u uw brein bij de kassa achterlaat.

The nutty professor: Eddie Murphy lust er wel pap van.


Chain reaction stelt uw inlevingsvermogen danig op de proef, want regisseur Andrew Davis wil u wijsmaken dat Keanu Reeves de uitvinder van de koude kernfusie is. Keanu als razendknappe, Nobelprijswaardige kerngeleerde? Ammehoela, die jongen zien wij nog geen fietsband plakken. Maar goed, in de film kan alles, dus ook fusie met Keanu, die maar kort van zijn wetenschappelijke doorbraak kan genieten, want het militair-industrieel complex staat hem terstond naar het leven. Dat was te verwachten met Davis aan het roer, zo kan hij Reeves net zo hard laten rennen als Harrison Ford in The fugitive. Wij beloven u enkele fraaie explosies en veel rennen met Reeves.


Slacker is de debuutfilm van Richard Linklater, wiens films in Nederland slechts op tijdelijke importbasis of op video gedistribueerd worden. Onterecht, zo bleek uit zijn recente Before sunrise, een heerlijk eigentijdse romantische film met Julie Delpy en Ethan Hawke. In zijn uit 1991 stammende debuut richt Linklater de camera niet op twee, maar op zo'n kleine honderd jongeren, die al filosoferend, slap ouwehoerend en potverterend door de straten van Austin, Texas slenteren. Zo ontstaat een vermakelijk beeld van een jongerencultuur die sindsdien door menig Amerikaans navolger minder treffend in beeld werd gebracht. Tot begin december slentert Slacker langs de filmhuizen.


Kinderen van gietijzeren goden speelt zich af in een afgelegen stadje in Siberië, waar het leven wordt beheerst door vreselijke kou en zware industrie. De lokatie belooft veel artistiek gefotografeerde grauwheid. Metaalarbeider Ignat ontsnapt aan het gedreun van de machines door af en toe wat schapen van nomaden te stelen of een rijdende trein te beroven. Hoogtepunt van de film is de jaarlijkse vechtpartij tussen metaalarbeiders en mijnwerkers. De Russisch-Hongaarse co-produktie markeert het debuut van Tamás Tóth en won in 1993 de prijs voor het beste debuut in Bratislava.

Kinderen van gietijzeren goden: Mijnwerker en metaalarbeider maken zich op voor de strijd.


Tin cup is de nieuwe film van Ron Shelton, die eerder de honkbalfilms Bull Durham en Cobb en de basketbalfilm White men can't jump maakte. En jawel, ook zijn nieuwste is een sportfilm. Kevin Costner speelt een aan lager wal geraakte golfprof, die hunkert naar een comeback en zijn oude rivaal Don Johnson als kampioen wil onttronen. Zij strijden niet alleen om de beker, maar ook om de aandacht van een door Rene Russo vertolkte psychologe. Dat moet haast wel een spannende strijd zijn, want de persmap gebied ons de uitkomst van het golftoernooi aan het slot van de film niet te verklappen. Waarvan akte.

Tin cup: Kevin Costner en Don Johnson delen een geheim.


Lazarus is een Poolse jeugdfilm uit 1994, geregisseerd door Waldemar Dziki. Behalve emotioneel incasseringsvermogen komt ook geografische kennis de jonge kijker goed van pas: hoofdpersoon Lazar komt uit Mozambique en belandt als illegaal adoptiekind bij een Pools echtpaar in Engeland, die eigenlijk een jonger kind uit Latijns-Amerika hadden 'besteld'. Lazar is niet alleen ouder dan het echtpaar had gehoopt, hij draagt ook nog verschrikkelijke herinneringen aan de oorlog in zijn vaderland, waar hij als kindsoldaat aan heeft deelgenomen, met zich mee. Van dat alles wordt Lazar heel opstandig, een eigenschap die wellicht de bijbelse titel verklaart.


My life as a dog, ofwel Mitt liv som hund, mag gerust worden bestempeld als een van de meest geslaagde jeugdfilms aller tijden en het is dan ook bijzonder gepast dat het jubilerende Cinekid de Zweedse klassieker uit 1985 in het zonnetje zet en dat de film opnieuw in de bioscoop wordt uitgebracht. De avonturen van de twaalfjarige Ingemar zijn onovertroffen in hun combinatie van humor en melancholie. Hoewel Ingemar een voorbeeld neemt aan de ruimtehond Lajka, die stierf toen het voedsel in zijn Spoetnik op was, zijn het vooral de onbedaarlijke lachstuipen die ons zijn bijgebleven. Regisseur Lasse Halström zette nadien zijn carriere voort in Amerika met Once around, What's eating Gilbert Grape? en Something to talk about.

My life as a dog: Anton Glanzelius oefent in eten zonder zwaartekracht.


Nelly et Mr. Arnaud is een variatie op een bijzonder Frans, en sinds kort ook Toscaans, thema: heer-op-leeftijd raakt gefascineerd door levenslust en schoonheid van jonge vrouw. Moest Emmanuelle Béart zich in La belle noiseuse de indiscrete blikken van Michel Piccoli laten welgevallen, dit keer is het Michel Serrault die - alles in het nette, dat wel - weer tot leven komt door Béart zijn memoires uit te laten tikken en haar in al haar slapende onschuld te begluren. Veteraan Claude Sautet (Les choses de la vie, Un mauvais fils, Un coeur en hiver) gluurt mee vanachter de camera.

Nelly et Mr. Arnaud: Michel Serrault hunkert naar aandacht van Emmanuelle Béart.


Laagland is het regiedebuut van Yolanda Entius, die voorheen scenario's schreef voor een aantal tv-series en afgelopen seizoen haar zelfgeschreven korte film Wintergasten verfilmde voor VPRO's Lolamoviola. Laagland werd een jaar geleden al op het Nederlands Film Festival vertoond en in de Filmkrant van oktober 1995 besproken, maar wordt nu dan toch nog uitgebracht. Moeizaam klinkt ook het gegeven: Amsterdammer met existentiële twijfels vlucht naar de provincie en beleeft daar een ongelukkige liefde. Met hoofdrollen voor Marcel Musters van Mug met de Gouden Tand en Lineke Rijxman van Toneelgroep Amsterdam, heeft Laagland in ieder geval de verdienste de fine fleur van het progressieve toneel bijeen te brengen.


Lisa, van de in Nederland nog onbekende Vlaamse regisseur Jan Keymeulen, verdient na De Zeemeerman de tweede plaats in de competitie om de meest bizarre plot van dit jaar. Ooit gehoord van een vrouw die uit woede over haar overspelige vriend een 26 verdiepingen hoog hotel beklimt? En dat is nog maar het begin. Dan is Lisa (Veerle Dobbelaere) nog niet eens de suite van pianist Sam (Antonie Kamerling) binnengevlucht en in zijn armen gevallen. Waarmee Kamerling aantoont dat hij sinds Suite 16 een opmerkelijke vooruitgang heeft geboekt: in plaats van de hotelsuite binnen te vluchten, zoals in die andere Belgische film, is hij nu degene die de suite bewoont en een vluchteling opvangt. Toch merkwaardig: zodra Antonie een stap in België zet, wordt hij in een hotelsuite gezet.

Lisa: Antonie Kamerling heeft geen zin in pianoles.

Bart van der Put

Naar boven