Video - oktober 1996, nr 171

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Cronos
Guillermo del Toro
Meervoudig winnaar van de Mexicaanse tegenhanger van de Gouden Kalveren, ingezonden als kandidaat voor de Oscar voor beste buitenlandse film, in 1993 als beste film bekroond in de Semaine de la critique-sectie van Cannes en daarnaast onderscheiden op talloze genrefilmfestivals, voor een horrorfilm heeft Cronos een opvallend goede staat van dienst. En dat blijkt terecht, want hoewel debuterend scenarioschrijver en regisseur Guillermo del Toro zich op het platgetreden pad van de vampierfilm begeeft, slaagt hij er wonderwel in een volkomen unieke draai aan het afgekloven thema te geven. Afkomstig uit een streng katholiek Mexicaans milieu geeft de geboren horrorfan en voormalig grimeur zijn film een overtuigende religieuze lading mee. Alles draait om een door Federico Luppi prachtig vertolkte oude antiquair met de veelzeggende naam Jesús Gris. Samen met zijn zwijgzame kleindochtertje vindt de sympathieke grijsaard in een heiligenbeeld een soort gouden ei, gevuld met een ingenieus mechaniek en een geheim ingrediënt, dat de bezitter het eeuwige leven verschaft. Gris raakt verslaafd aan de werking van het zogenaamde Cronos-mechaniek en als een echte junk negeert hij dan ook de bijwerkingen, waaronder een onbedwingbare honger naar bloed. Terwijl hij zijn kleindochter geruststelt met de uitspraak "het is net zoiets als roken, ik voel me er lekker bij" krijgt Gris het aan de stok met een stervende industrieel en diens brute neef, die op zoek zijn naar de Cronos. Vertoont de lijdensweg van Gris sterke overeenkomsten met die van die andere Jezus, zijn verhouding met zijn kleindochter die hem tot ver na zijn dood bijstaat doet denken aan Victor Erice's El espiritu de la colmena. Met die film deelt Del Toro's debuut een bijzondere poëtische sfeer, die na afloop lang blijft hangen. Cronos draait meer om personages dan om effectbejag en maakt nieuwsgierig naar Del Toro's verdere carrièreverloop. Dat hij Mexico inmiddels verruilde voor de kreupele horrortak van de Amerikaanse filmmaatschappij Miramax stemt helaas weinig hoopvol.
Bart van der Put
Te huur vanaf 10 oktober (Laurus Entertainment).


Dead presidents
Allen en Albert Hughes
De distributeur van het debuut van de nu 23-jarige gebroeders Hughes (Menace II society) zag het rekbare publieksbereik van die film al in. Hij werd niet alleen vertoond in de grootste Pathé-bioscopen, maar ook in filmtheaters. Zo'n onduidelijke positionering werkte echter nadelig voor de filmtheaters: Menace II society had zijn imago als entertainment al verworven. Ook Dead presidents heeft een moeilijk te bepalen publiek. Klaarblijkelijk heeft de filmdistributeur om die reden afgezien van een uitbreng. Ten onrechte, niet alleen omdat de filmbezoeker sowieso moet kunnen zien of de Hughes-broers hun intense debuut hebben kunnen voortzetten. Aan Dead presidents vertillen ze zich ietwat, maar dit mag niet het zicht ontnemen aan een verder integere film. De titel is ontleend aan de plaatjes van dode presidenten op de begeerde dollars. In drie aktes wordt uit de doeken gedaan hoe overlevingsdrang kan leiden tot een bloederige overval. De eerste akte volgt een scharrelende jongen, Anthony, op zoek naar 'iets anders'. Aan deze behoefte blijkt de Vietnam-oorlog te kunnen voldoen. Na een wrede tweede akte in Nam, volgt een teleurstellende thuiskomst. Ma vraagt enkel of hij geen slechte gewoontes heeft opgedaan. "No ma, except a little killing". Deze voorgeschiedenis zou moeten verklaren waarom Anthony uiteindelijk een overval pleegt (deel drie). Is het de verdorven invloed van de oorlog? Of de koude douche bij thuiskomst? Anthony kan immers alleen aan de bak komen als slagersknecht, alsof hij niet al genoeg dampend vlees gezien heeft. De overval is helaas nogal ongeloofwaardig (kruimeldieven en een idealist die zich plots als moordenaars ontpoppen?). Het natuurlijke acteerwerk, het oog voor detail, de jaren '70 soulmuziek en de oprechtheid van de makers rechtvaardigen echter het vertellen van de eigenlijk uitgekauwde veteranenlotgevallen.
Mariska Graveland
Te huur vanaf 8 oktober (Buena Vista Home Entertainment).

Dead presidents: Vietnamveteraan doet aan nazorg.


The war
Jon Avnet
In The war speelt Kevin Costner een Vietnamveteraan, Stephen Simmons, die lijdt onder de psychische gevolgen van de oorlog. Hij wordt achtervolgd door nachtmerries en maakt zich hevige verwijten over de dood van zijn beste vriend. Zijn pogingen om samen met zijn vrouw en twee kinderen de draad weer op te pakken worden hevig gefrustreerd door een samenleving die niets liever wil doen dan de schande van de oorlog te vergeten. Keer op keer raakt Stephen zijn baan kwijt en langzaam glijdt zijn gezin af naar de armoedegrens. Het aardige aan The war is, dat de lijdensweg van de vader wordt gevolgd door de ogen van zijn kinderen. In het uitstekende spel van de jeugdige acteurs wordt de ellendige nasleep van de Vietnamoorlog op menselijk niveau voelbaar. Veel wordt echter verpest door de makers, die ieder in potentie aangrijpend moment om zeep helpen met een opdringerig strijkorkest. The war had een kleine film kunnen zijn over de ingrijpende gevolgen van traumatiserende oorlogservaringen, maar in plaats daarvan heeft regisseur Jon Avnet gekozen voor een nogal gratuit en opgeblazen betoog over de zinloosheid van oorlog. Het wordt allemaal geduldig aan de kijker uitgelegd aan de hand van een mini-oorlogje dat Stephen's kinderen uitvechten met een asociale familie. De inzet van het geschil is een boomhut. Het begint aanvankelijk met kinderachtige schermutselingen, maar als er echte wapens worden ingezet escaleert het conflict volledig. Pas als een van de kinderen bijna het leven verliest zien de de strijdende partijen in dat het sop de kool niet waard is en volgt er vrede. Verder verkondigt de film de aloude Hollywoodwijsheden dat mensen - met Gods hulp - alles kunnen bereiken, en dat hoop doet leven. Kevin Costner doet wat hij altijd doet, en wie daar van houdt zal zich aan The war geen buil vallen.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 22 oktober (CIC).


The stars fell on Henrietta
James Keach
Als regisseur staat Clint Eastwood bekend om zijn sobere, effectieve vertelwijze. Dat hij als producent daar ook op let, bewijst The stars fell on Henrietta. De film werd geregisseerd door nog-nooit-van-gehoord James Keach onder de vlag van Eastwoods produktiemaatschappij Malpaso, waarbij Eastwood optrad als producent. Het resultaat doet vermoeden dat de meester voortdurend over de schouder van Keach heeft meegekeken. De film ziet eruit als een echte Eastwood, waarmee we de Eastwood van de laatste jaren bedoelen - zeg maar sinds Unforgiven - die heldendom heeft ingeruild voor compassie met de 'gewone man', die zich staande moet houden in een vijandige omgeving. The stars fell on Henrietta speelt zich af in 1935 in Texas. De crisis heeft hard toegeslagen op het platteland, waar iedere boer in wanhoop naar olie begint te boren. Dat maakt hen tot makkelijke prooi voor oplichters, dwazen en fortuinzoekers. Als een godvrezend boerengezin in aanraking komt met een schijnbaar oude gek, die met zijn wichelroede olie meent te kunnen opsporen, dreigt dit gezin definitief in armoede en ellende te verdwijnen. Maar Eastwood zou Eastwood niet zijn als er toch niet een happy end uit de hoed wordt getoverd, waardoor de film helaas ontdaan wordt van zijn sociaal scherpe kant. Het uitstekende acteren van Robert Duvall als oude dwaas, Aidan Quinn als jonge boer en Frances Fisher als getergd moederdier vergoedt dat enigszins. The stars fell on Henrietta is een film, die af en toe ontspoort in het sentimentele, maar die ouderwets-gedegen in elkaar zit. Vroeger zou zo'n film gewoon in de bioscoop te zien zijn, maar sinds loos effectbejag en spektakel het daar voor het zeggen hebben, komen dergelijke films meteen in het videogetto terecht. Dank u wel, mijnheer De Bont.
Jos van der Burg
Te huur vanaf 1 oktober (Warner Home Video).

Naar boven