November 1996, nr 172
Bedrijfsjet vol bloemen
"The most public screwing in the history of the business" noemt een ooggetuige de periode dat producenten Jon Peters en Peter Guber de leiding hadden van filmmaatschappij Columbia/TriStar. In de vier jaar van hun bewind wisten de twee hun persoonlijk vermogen aanzienlijk te vergroten, maar bleef het beloofde herstel van de geplaagde studio uit. In 'Hit & run' staat de uitkleedpartij beschreven, bijna tot op de laatste dollar.
Last action hero: een flop te veel voor Columbia.
In september 1989 kocht The Sony Corporation voor vijf miljard dollar Columbia Pictures en haar zusterstudio TriStar Pictures. Voornaamste reden achter de overname was de filosofie dat wie de software-markt (speelfilms) beheerst ook greep krijgt op de hardware (spelcomputers, digitale videodiscs etc.). Synergy noemen de Japanners deze strategie waarmee ze bij de aankoop van CBS Records enkele jaren eerder veel succes hadden gehad. Insiders meenden dat Sony veel te veel had betaald voor een studio die al jaren geplaagd werd door tegenvallende resultaten en instabiele leiding. President Akio Morita maakte zich echter geen zorgen. Sony had zich verzekerd van de medewerking van twee van de meest succesvolle filmproducenten uit de recente Hollywood-geschiedenis: Jon Peters en Peter Guber, de mannen achter hits als Rain man, The color purple en Batman. Wat kon er mis gaan?
Als ze bij Sony de moeite had genomen zich even grondig in de loopbanen van Guber en Peters te verdiepen als journalisten Nancy Griffin en Kim Masters dat hebben gedaan voor hun boek 'Hit & run', waren ze waarschijnlijk met een grote boog om het duo heengelopen. Zelfs op het hoogtepunt van hun roem, ten tijde van Batman (1988), waren Peters en Guber in Hollywood berucht om hun spilzucht en de wijze waarop ze met andermans veren pronkten. Zo had Steven Spielberg contractueel laten vastleggen dat de twee geen stap op de set van The color purple zouden zetten, en bleef hun aandeel in hits als Rain man en The witches of Eastwick beperkt tot samenbrengen van talent en het opzetten van promotiecampagnes. Toch wierpen ze zich in de media op als geestelijke vaders van deze en andere successen, tot chagrijn van betrokkenen die er veel meer tijd en creativiteit in hadden gestoken.
Great ass
Hoe hadden Jon Peters en Peter Guber het zonder noemenswaardig inzicht in de creatieve aspecten van het filmmaken ooit zover kunnen schoppen? Griffin en Master portretteren ze naast opportuun en onbetrouwbaar ook als charmant, onvermoeibaar en overambitieus, eigenschappen waarmee je in Hollywood een heel eind komt. In 1973 was Jon Peters niet meer dan een geslaagd society-kapper, maar toen hij eenmaal met zijn handen in het haar van Barbra Streisand zat promoveerde hij in mum van tijd van minnaar naar persoonlijk manager. Wat hij te kort kwam aan kennis van het filmbedrijf maakte hij goed met een grenzeloze ambitie. Peters is de grote blikvanger van 'Hit & run', een ordinaire straatvechter die met een zorgvuldig gecultiveerd imago van gevoelige macho vrouwen charmeerde en mannen intimideerde. Als jetsetkapper leek hij als twee druppels op Warren Beatty's personage in Shampoo, een gelijkenis die Peters vaak zou uitbuiten door te vertellen dat de film in werkelijkheid over hem ging. Peters leefde zijn eigen film. Voor zijn eerste produktie A star is born verfilmde hij simpelweg zijn romance met Streisand. Zo zijn de eerste woorden van Kris Kristofferson letterlijk dezelfde die Peters sprak bij zijn ontmoeting met Streisand: "You've got a great ass." De pers liet geen spaan heel van de film, maar het succes bracht Peters veel aanzien in Hollywood.
Peter Guber is in bijna alles de tegenpool van Jon Peters. Zijn rijke achtergrond, dure opleiding en goede manieren zorgden voor een soepele entree in Hollywood, waar hij zich bij Columbia snel onderscheidde door een zesde zintuig voor publiciteit. In de woorden van een naaste medewerker: "Peter is better than his movies." Dit bewees hij door met een uitgekiende promotiecampagne een flutfilm als The deep tot een mammoetsucces te maken. "That t-shirt made a rich man" zou Guber nog jaren trots verkondigen, doelend op Jacqueline Bissets spectaculaire duikoutfit. Wat hij en Peters deelden was een tomeloze ambitie, en een zelfs voor Hollywoodbegrippen monumentale schraapzucht. Eenmaal een team perfectioneerden ze hun strategie: neem de beste mensen in dienst maar ga zelf met de eer strijken. En zorg dat je altijd rijker uit een produktie komt dan je eraan begint.
Romantische bui
Vier jaar duurde het avontuur van Guber en Peters bij Sony. De start was slecht. De Japanners moesten eerst Warner Brothers een schadeloosstelling van 800 miljoen dollar betalen omdat de twee zonder overleg waren weggekocht. Het einde was rampzalig. Bij Peter Gubers afscheid in 1994 had Sony een verbijsterende drie miljard dollar gespendeerd aan het aannemen en afkopen van een reeks incompetente managers, het eindeloos laten verbouwen van de werkruimtes maar bovenal aan een rij klinkende flops. Onder leiding van Guber en Peters werd Columbia de studio die de tien miljoen dollar voor Pulp fiction "een risico" vond en ondertussen veertig miljoen verlies leed aan Geronimo. James Brooks mocht een godsvermogen verspillen aan een musical waar uiteindelijk alle liedjes uit werden geknipt, maar Rob Reiner werd zo kort gehouden dat hij zijn succesvolle Castle Rock elders onderbracht. De exotische backlot die werd aangelegd bleek bij oplevering volstrekt ongeschikt voor filmopnames. Sony begon lont te ruiken toen de twee steeds meer van Columbia's tijd en geld spendeerden aan de verbouwing van hun villa's, en Peters in een romantische bui een bedrijfsjet vol bloemen naar een minnares stuurde.
Het waren echter twee zeer publieke debâcles die Sony wakker zouden schudden: Last action hero werd de meest besproken flop sinds Heavens' gate, en het telefoonboekje van hoerenmadam Heidi Fleiss bleek vooral bij de C van Columbia vol te zijn geschreven. Toen eenmaal de verhalen loskwamen over Jon Peters die zijn gasten prostituées voor dessert aanbood, kon Tiger-san als eerste vertrekken. Met een riante production deal, het Hollywood equivalent van een gouden handdruk. 'The most public screwing in the history of the business' kwam pas ten einde toen ook Guber moest opstappen, een aanzienlijk rijker man dan vier jaar daarvoor.
'Hit & run' is een gedetailleerd, vlot geschreven en vaak hilarisch verslag van onvoorstelbare arrogantie en spilzucht. Hollywood heeft veel dictators gekend, waarvan de meesten ook goed voor zichzelf wisten te zorgen. Maar de erfenis van Mayer, Selznick en Goldwyn is een catalogus vol imposante films die lang nadat de rekeningen betaald zijn nog het aanzien waard zijn. In het geval van Guber en Peters zijn de films nu al vergeten, maar zullen de verhalen over hun uitspattingen Sony nog lang blijven achtervolgen.
Mark van den Tempel
Hit & run. How Jon Peters and Peter Guber took Sony for a ride in Hollywood.
Nancy Griffin & Kim Masters. Uitgeverij Simon & Schuster, 479 pagina's.