Video - november 1996, nr 172

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Othello
Oliver Parker
De Britse acteur en regisseur Kenneth Branagh blies het verfilmen van de toneelstukken van Shakespeare nieuw leven in met bewerkingen van 'Henry V' en 'A midsummers' night dream'. Hij schroomde niet om vanuit een klassieke Britse theatertraditie populaire Amerikaanse filmsterren, die niet in eerste instantie met Shakespeare worden geassocieerd in belangrijke rollen te casten. Zo zagen we Keanu Reeves, Michael Keaton en Denzel Washington al worstelen met de zestiende eeuwse versvoet. Het idee vond navolging. Pacino gebruikte voor Looking for Richard, zijn documentaire over de worsteling van acteurs met de rol van Richard III, acteurs als Alec Baldwin en Winona Ryder. In de reeks Shakespeare-verfilmingen is het nu de beurt aan 'Othello', waarvan reeds klassieke verfilmingen bestaan van Laurence Olivier (1965) en Orson Welles (1952). Tel daarnaast nog een aantal vrije bewerkingen op en twee verfilmingen van Verdi's opera. Het verhaal van de Moor, zijn schone Desdemona en de listige Jago, die iedereen met list, bedrog en roddel naar de afgrond jaagt werd voortdurend verfilmd met blanke acteurs in de rol van de Moor. Zowel Olivier, Welles als Placido Domingo deden een ruime greep in een potje schoensmeer. Het werd eens tijd voor een echte zwarte Moor. In Othello van Oliver Parker krijgt Laurence Fishburne de eer om de eerste zwarte Othello uit de filmgeschiedenis te zijn. Fishburne is vooral bekend door zijn rollen als de kindsoldaat in Apocalypse now en Ike Turner in What's love gotta do with it. Samen met Kieslowski-muze Irène Jacob in de rol van Desdemona vormt hij een curieus liefdespaar. Fishburne is duidelijk beter op dreef als de wraakzuchtige Moor dan als de door liefde verblinde Moor en Jacob komt niet erg op gang met haar Franse accent en slaperige oogopslag. Kenneth Branagh heeft de dankbare rol van de grote manipulator Jago en richt zijn monologen tot de camera, maar het leidt allemaal niet tot een opwindende aanvulling van het Othello-canon. Politiek correct, dat wel.
Mark Moorman
Te huur vanaf 21 november (Columbia Tristar Home Video).


Steal big, steal little
Andrew Davis
Wat doet een man die na een reeks successen Hollywood aan zijn voeten vindt en de beschikking heeft over een flinke som geld? Hij koopt, zoals velen, een kast van een huis in Malibu, of een heel eiland en vreet zich vol, zoals Marlon Brando. Regisseur Andrew Davis deed iets anders. Ooit begonnen als journalist, overgestapt naar de filmwereld als cameraman en als regisseur gestart met de goed ontvangen onafhankelijke produktie Stony island, maakte Davis fortuin met de kassakrakers Under siege en The fugitive, twee geslaagde actiefilms. Momenteel is in de bioscoop Davis'
Chain reaction te zien, ook een actiefilm, maar dan een slechte. Davis gebruikte zijn centen voor een terugkeer naar zijn wortels: hij richtte een eigen produktiemaatschappij op, zodat hij in alle vrijheid weer een kleine film kon maken. Zonder rennende helden en explosies, zonder formule en zonder een studio, die dicteert dat er nog een explosie bij moet. Ontdaan van het keurslijf ontpopt de huurling zich met Steal big, steal little niet bepaald als een interessant of doortastend filmmaker. Sterker nog, Davis' solo-avontuur is een draak van jewelste, waarin de regisseur terloops het wereldrecord flashback in flashback in flashback breekt. De gevolgen zijn rampzalig. Voor zover het flauwe verhaaltje zich uit die flashdrek laat reconstrueren draait alles om een door Andy Garcia vertolkt stel tweelingbroers, die strijden om het fortuin van hun overleden pleegmoeder. De ene broer is het tenenkrommende mannelijke equivalent van Moeder Theresa, de ander een inhalige klootzak. Na vijftig minuten vol verwarrende terugblikken blijkt Davis plotseling een doldwaze komedie voor ogen te staan en zijn de verkleedpartijen, inclusief een mopje modieuze travestie, niet van de lucht. Nee, leuk is anders. Waarmee weer eens bewezen is dat sommige regisseurs pas goed tot hun recht komen wanneer een dominante producent ze voortdurend bijstuurt.
Bart van der Put
Te huur vanaf 13 november (Still Entertainment).

Steal big, steal little: Andy Garcia wijst de weg naar de volgende flashback.


Destiny turns on the radio
Jack Baran
Een videohoes die een film aanprijst als 'een bizarre thriller vol mysterie en bovennatuurlijke verwikkelingen' doet het ergste vermoeden. Doorgaans wordt dat gebied tussen hemel en aarde misbruikt om het slechte script aan elkaar te lijmen. Alles is geoorloofd in de mystieke wereld. Destiny turns on the radio doet niet eens moeite om hier om heen te draaien. Om de film ongeloofwaardig te noemen is een understatement van jewelste. Ronduit verbazingwekkend is de scène waarin een elektrisch geladen Quentin Tarantino uit een dampend, lichtgevend zwembad rijst, en onheilspellend zijn armen heft. Tarantino leende zich voor dit filmpje om een of andere god te spelen, die her en der opduikt in het flitsende Las Vegas. De film onthult dat in Vegas, altijd goed voor een leuk plaatje, het veelvuldige gokken eigenlijk een ritueel is. Tijdens deze 'regendans' wordt de godheid Johnny Destiny tot leven geroepen. En dat borrelende zwembad is dan natuurlijk de doorgang naar het hemelrijk. Destiny kruist, natuurlijk niet toevallig, het pad van een bankovervaller op zoek naar zijn verloren geliefde. Zijdelings worden nog personages als Vinnie Vidivici en een aan een overproduktieve pijnappelklier (?) lijdende man opgevoerd. Hopende dat deze acteurs in de buurt zouden komen van de geliktheid van Wild at heart, acteren ze zo overdreven mogelijk. Deze doldwaze pret met een te vette knipoog stelt het incasseringsvermogen van de kijker wel zeer op proef. Daarbij komt dat de makers zich waarschijnlijk teveel zaten te verkneukelen over de cultpotentie. Was er niet zoiets als een publiek nodig om dat te bepalen?
Mariska Graveland
Te huur vanaf 29 oktober (Still Entertainment).


Rough magic
Clare Peploe
'Een reis langs mysteries en avonturen', zo prijst Rough magic zichzelf aan. Daar is geen woord van gelogen, want de film is één groot mysterie, dat ook na het zien van de film nog intact is. Anders gezegd: ik kon er geen touw aan vastknopen. Zeker is dat de film zich afspeelt in 1950, het jaar waarin Richard Nixon zich als jonge politicus moest verdedigen tegen beschuldigingen van het aannemen van smeergeld. ("Pat en ik kunnen rustig zeggen dat elk dubbeltje van ons is.") Archiefbeelden van Nixon zijn altijd goed, dus dat deel van de film is in orde. Zeker is ook dat Bridget Fonda een goochelaarsassistente speelt, die bij de indianen in Zuid-Amerika pas werkelijk de kracht van bijgeloof, illusionisme en magie leert kennen. Daarna raakte ik het spoor bijster in de mengeling van slechte acteerprestaties, blauwe giftige drankjes, honden met een menselijke stem, simbsalabim toverspreuken die mensen dood doen neervallen, gestolen foto's en de variëteit in leuke hoedjes bij Fonda. Probeert u maar eens een zin als: "Hoer, je pooier heeft melk in zijn aderen" te duiden. Kan het zijn dat de makers van de film in Zuid-Amerika snoepten van verboden paddestoelen?
Jos van der Burg
Te huur vanaf 26 november (Fox Home Entertainment).

Naar boven