Februari 1997, nr 175
Andy Warhol in de film
Dubbelportret van een ongrijpbare goeroe
Geen kunstenaar heeft zo zeer zijn eigen leven tot kunst gemaakt als Andy Warhol. Zijn in de jaren zestig opgerichte Factory was een magneet voor alle artistieke outcasts van New York en daarbuiten, met Andy als goeroe-achtig middelpunt. Warhols grote kracht lag in het bespelen en uitbuiten van de talenten van anderen. Alles wat hij deed werd tot kunst gemaakt. Schilderen, filmen, uitgaan, leven. Van echt persoon werd hij een soort levende ikoon. Als een spons zoog hij alles in zich op. Warhol luisterde en keek, maar gaf zichzelf nooit bloot. Zo'n ongrijpbare figuur kan niet anders dan grote aantrekkingskracht uitoefenen op filmmakers.
David Bowie als Andy Warhol in Basquiat. Links: Jeffrey Wright als Basquiat.
Warhols leven was zo rijk en veelzijdig, dat het massa's invalshoeken biedt. Toch bestaat er nog geen bio-pic van de beroemdste na-oorlogse kunstenaar. We moeten het voorlopig doen met twee recent verschenen films over figuren uit de omgeving van de Pop Art-koning. I shot Andy Warhol vertelt het verhaal van Valerie Solanis, oprichtster en enige lid van S.C.U.M., Society for Cutting Up Men. Zij schoot in 1968 Warhol overhoop, maar de kunstenaar overleefde. Basquiat volgt de opkomst en ondergang van de jonge zwarte graffiti-kunstenaar Jean-Michel Basquiat, die aan het begin van de jaren tachtig zijns ondanks een wereldberoemd artiest werd. Op zijn 27ste nam hij een overdosis drugs.
Zowel het levensverhaal van Solanis als Basquiat wordt gekenmerkt door hun onvermogen om oppertunistisch te leven. Beide personages waren romantische figuren, die geen raad wisten met hun talent, waardoor ze uit onmacht querulant van beroep werden. Beiden laafden zich aan Warhols magie. Solanis wilde Warhol gebruiken voor het verfilmen van het door haar geschreven gewelddadig feministische scenario, Basquiat zag Warhol meer als een vader-figuur, die hem kon bijstaan in de kunstwereld. Warhol zelf moest niets hebben van schreeuwlelijk Solanis, maar werd gefascineerd door het talent en de eigenzinnige oorspronkelijkheid van Basquiat. Hij zou ook samen met hem een aantal schilderijen maken.
Ondoordringbaar aura
Zowel in I shot Andy Warhol als in Basquiat loopt Warhol vanzelfsprekend rond. In de eerste film meer dan in de tweede, maar in de eerste is de Factory dan ook het decor waartegen de belevenissen van Solanis zich afspelen. Jared Harris is Warhol in I shot Andy Warhol, David Bowie speelt de kunstenaar in Basquiat. Harris is de meest overtuigende van de twee. Warhol spelen is ongelooflijk moeilijk, door diens ongrijpbare mengeling van afstand houden, betrokkenheid, verlegenheid, introvertie, cool-zijn en hang naar gezelschap. Bowie speelt hem te excentriek nichterig onthecht. Alsof hij niet helemaal op aarde is. Harris portretteert hem meer als de katalysator: op de achtergrond, maar toch alom aanwezig. En altijd dat lichtelijk ondoordringbare aura om hem heen, nog eens gevoed door de zachte fluisterende stem. Een genie, dat puur door er te zijn, dingen laat gebeuren.
Hoewel Warhol niet de hoofdpersoon is, gaan de films voor een belangrijk deel ook over hem. Het portretteren van de cultuur waarin Solanis en Basquiat figureerden is het portretteren van Warhols 'way of life'. Solanis had nooit een voedingsbodem voor haar waanzinnige ideeën gevonden, zonder de Factory als stimulans. En in de jaren tachtig van Basquiat was netwerken in het culturele sociale milieu het sleutelwoord en daarin was Warhol een meester. De wit bepruikte deus ex machina was niet te beroerd om kunstenaars als Jean-Michel Basquiat of Keith Haring onder zijn hoede te nemen en te promoten. Ook al waren ze al enigszins bekend, hij zorgde er wel voor als hun mede-ontdekker of in ieder geval inspiratiebron door het leven te gaan.
Psychedelische trip
Inhoudelijk zijn er talloze overeenkomsten tussen de twee films, stilistisch staan ze mijlenver uit elkaar. Opvallend is wel dat in beide films de muziek werd verzorgd door John Cale. I shot Andy Warhol is een goed gemaakte, beetje underground-achtige film. Regisseur Mary Harron komt uit de (televisie)journalistiek en dat verklaart het documentaire-achtige karakter van haar film. Voor de 'The Late Show' van de BBC maakte ze eerder verschillende korte films over schrijvers en kunstenaars.
Bij Basquiat moet je eigenlijk nadenken of het wel een film is. Debutant-filmmaker Julian Schnabel heeft van het artistieke levensverhaal van Basquiat een soort psychedelische trip gemaakt, opgebouwd uit losjes chronologisch geordende flarden. De excentrieke kunstenaar - knap gespeeld door Jeffrey Wright - loopt wel rond, maar je hebt steeds het idee dat hij er niet helemaal bij is. Zijn leven ontrolt zich als een bij tijden absurdistische droom, waarbij de hoofdrolspeler op gezette tijden ook werkelijk visioenen krijgt. De turbulente fase in zijn leven wordt bijvoorbeeld gesymboliseerd door het beeld van een surfer die zich in de golven staande probeert te houden, geprojecteerd boven de typische brownstone-appartentsgebouwen in New York. En, oh makkelijke symboliek, op een gegeven moment valt de surfer om, om uiteindelijk helemaal in de golven te verdwijnen.
Met dit soort stilistische ingrepen probeert Schnabel, zelf een arty kunstenaar uit de jaren tachtig, het leven van Basquiat tot meer te maken dan het was. De kunstenaar wordt neergezet als een eenzame genius in de haaienvijver van de New Yorkse kunstscene. Schnabel is ook niet te beroerd om de omlijstende figuren tot karikaturen te maken. De Zwitserse kunsthandelaar Bruno Bischofberger (in de film gespeeld door Dennis Hopper) zal bijvoorbeeld niet blij zijn dat hij wordt neergezet als een wat pafferige kapitalistische paladijn van Warhol. In de rest van de cast lijkt Courtney Love, als hoerige groupie, vooral ingezet voor het genereren van publiciteit.
Schnabel presenteert Basquiat als een hommage aan een vriend, een 'eerlijk beeld', waar volgens hem teveel praatjes over de getormenteerde kunstenaar de ronde doen. Schnabel: "Dit gaat over het strijdperk waarin ik leef. Ik ken alle deelnemers en doordat ik mij dicht bij het oog van de orkaan bevindt, heb ik een goed uitzicht op Jean-Michels leven. Het meeste is echt gebeurd. De rest is hopelijk trouw aan zijn levensvisie." Het citaat is veelzeggend. De film gaat niet alleen over Basquiat of Warhol, maar ook een beetje over Schnabel zelf. In de film figureert hij in de gefingeerde gedaante van gearriveerde ster Albert Milo, gespeeld door Gary Oldman. Hij biedt zijn atelier/huis als veilige haven aan voor de grillige Basquiat. Bijna terloops maakt Schnabel zich hiermee tot broeders hoeder, een instrument in het succes van Basquiat. Naast bio-pic, is Basquiat daardoor ook een 'ego-pic' geworden.
Krankzinnige dingen
I shot Andy Warhol hoeft het niet van zo'n onderliggende agenda te hebben. Regisseur Mary Harron wordt oprecht gefascineerd door het karakter van Valerie Solanis. Als figuur mag ze dan wel niet meer dan een voetnoot in Warhols entourage zijn geweest, haar daad heeft lang nagegalmd in het leven en artistieke oeuvre van de kunstenaar. Je kunt zelfs zeggen dat er een Warhol van voor de schietpartij en van na de schietpartij is. Artistiek gezien is de vroege Warhol interessanter dan de latere. Nog meer dan voor de traumatische gebeurtenis hield Warhol emotionele afstand, na langs het randje van de dood geslopen te hebben.
In zijn memoires 'Popism' zegt Warhol over deze periode: "Ik realiseerde me dat het slechts toeval was, dat een van ons nooit eerder iets vreselijks was overkomen. Maffe mensen hebben mij altijd gefascineerd, omdat ze zo creatief waren - ze waren niet in staat dingen op een normale manier te doen. Normaal gesproken deden ze niemand kwaad, ze waren slechts zelf getormenteerd; maar hoe kan ik ooit weer weten wat wat was? (...) Ik was in die dagen bang dat ik zonder de maffe, gedrogeerde mensen om mij heen - allemaal bezig met hun eigen krankzinnige dingen - mijn creativiteit zou verliezen. Zij zijn tenslotte sinds '64 mijn totale inspiratie geweest en ik wist niet of ik het zonder hen kon." Na de daad van Solanis was het evenwicht weg en het kwam nooit meer terug.
Harron gaat niet in op dit artistieke en persoonlijke effect van de schietpartij. Zij concentreert zich volledig op het leven van Solanis. De Factory wordt prachtig natuurgetrouw neergezet, een schouwspel op zich binnen de film, maar ze is uiteindelijk slechts het decor voor Solanis' destructieve levenswandel. Het S.C.U.M.-manifest, waarmee de radicale feministe leurde, dient als rode draad in I shot Andy Warhol. Op gezette tijden verschijnt Solanis (Lili Taylor) even vol in beeld om fragmenten voor te lezen. Deze zijn niet mals: "...de man is geobsedeerd door het neuken - hij zal een rivier van snot overzwemmen, een kilometer tot aan zijn neus door braaksel waden als hij denkt dat er daar een vriendelijk kutje op hem wacht. Hij zal een vrouw neuken die hij veracht, ieder mummelend oud wijf, en bovendien voor de gelegenheid betalen." En: "De man is het omgekeerde van koning Midas - alles wat hij aanraakt verandert in stront."
Het was Valerie Solanis' hoop, dat Warhol haar teksten uit zou geven en een scenario - in dezelfde trant - zou verfilmen. Warhol was dit niet van plan, maar hield haar aan het lijntje vanwege haar excentrieke extremisme. Totdat ze het te bont maakte en ze uit de Factory werd verbannen. Alles wat misging in Solanis' leven projecteerde ze uiteindelijk op Warhol en dus schoot ze hem overhoop. De tragische symboliek in de film is dat Solanis en Warhol dezelfde ongrijpbare individualisten waren. Alleen had Warhol de kwaliteit mensen aan zich te binden om zijn tekortkomingen te compenseren danwel op te vullen. Hij inspireerde, waar Solanis afstootte.
Robbert Roos
Jared Harris als Andy Warhol in I shot Andy Warhol.
Basquiat
Verenigde Staten, 1996.
Produktie: Jon Kilik, Randy Ostrow en Sigurjon 'Joni' Sighvatsson.
Scenario en regie: Julian Schnabel.
Camera: Ron Fortunato.
Montage: Michael Berenbaum.
Muziek: John Cale.
Met: Jeffrey Wright, David Bowie, Dennis Hopper, Christopher Walken.
Kleur, 106 minuten.
Distributie: RCV.
Te zien: tijdens het Filmfestival Rotterdam en vanaf mei in de bioscoop.
I shot Andy Warhol
Verenigde Staten, 1996.
Produktie: Tom Kalin en Christine Vachon.
Regie: Mary Harron.
Scenario: Mary Harron en Dan Minahan.
Camera: Ellen Kuras.
Montage: Keith Reamer.
Geluid: Martin Brass.
Muziek: John Cale.
Met: Lily Taylor, Jared Harris, Stephen Dorff, Martha Plimpton.
Kleur, 106 minuten.
Distributie: Cinemien.
Te zien: tijdens het Filmfestival Rotterdam en vanaf april in de bioscoop.