Video - maart 1997, nr 176

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.

Sinds oktober 1994 bericht de Filmkrant u maandelijks over nieuwe, interessante en curieuze films uit het aanbod van Nederlandse videodistributeurs. Dat aanbod is sindsdien in menig kwaliteitsvideotheek en koopvideowinkel echter uitgebreid met een groot aantal, hoofdzakelijk uit Engeland geïmporteerde titels. Begrijpelijk, want daaronder bevinden zich nogal eens interessante films die hier noch op video, noch in filmhuis of bioscoop verschijnen. Kennelijk beschouwen Nederlandse film- en videodistributeurs de aankoop van Bertrand Taverniers L'appât of Todd Haynes' [Safe], om twee actuele voorbeelden te noemen, als een onverantwoord financieel risico. De Nederlandse markt is er te klein voor, zo luidt het gangbare oordeel. Omdat wij de import van dergelijke films van harte toejuichen en omdat wij ook de wat avontuurlijker ingestelde videoconsument graag willen informeren en stimuleren zult u naast Nederlandse releases voortaan ook import-titels op deze nieuwe, uitgebreide videopagina aantreffen. De meeste van deze films zijn verkrijgbaar bij voornoemde kwaliteitsvideotheken en koopvideowinkels. Daarnaast zal er ook aandacht zijn voor de tot op heden altijd genegeerde kinderfilm en doet onze videocolumnist verslag van een speurtocht naar kunst, cult en kul in de videotheek.


L'appât
Bertrand Tavernier
Na op de valreep in 1995 een Gouden Beer te hebben gewonnen in Berlijn, heeft dit drama het nooit gered in de Nederlandse bioscopen. Het gegeven van de film - meisje leent zich als lokvogel (appât) voor roofovervallen - is spannend genoeg. Haar veelvuldig gehuppel in een wit kanten slipje ook. Maar op de een of andere manier is Tavernier er niet in geslaagd om eruit te halen wat erin zat. Misschien hebben we al teveel jonge Françaises met onschuldige ree-ogen en geraffineerde spelletjes gezien in maatschappij-kritisch bedoelde thrillers. Met name Olivier Assayas leek een tijd lang hierin gespecialiseerd. L'appât is geen film over achtergestelde jongeren die in pure armoede leven. Nathalie's vriendje en diens vriend zijn uitvreters uit het betere milieu, die de kortste route naar succes en rijkdom zoeken. Nathalie hangt rond in bars, op zoek naar invloedrijke mannen die haar aan een leuk baantje zouden kunnen helpen. Als een volleerde 'teenage cockteaser' ontfutselt ze hun visitekaartjes, die ze verzamelt in een plakboek. Ze vindt het niet vreemd dat haar boek al redelijk is volgeplakt en dat ze nog steeds geen interessante baan heeft. Ze vindt het wel vreemd als ze wordt aangerand door een hitsige zakenman nadat ze hem haar nieuwe zijden kousen laat zien. Eric en Bruno stellen een plan op om via roofovervallen op deze mannen aan een startkapitaal te komen voor een kledingbedrijf. Hun gemakzucht en gebrek aan intelligentie zorgt voor een paar blunders waarbij Nathalie met haar ree-ogen toekijkt en haar walkman opzet wanneer het gekerm van de slachtoffers haar teveel wordt. Dit kan niet goed gaan, maar dat heeft het trio niet door. Uiteindelijk moet Nathalie boeten. "Kan ik dan wel naar mijn vader met Kerstmis?" vraagt ze met een hoog stemmetje en een flirterige blik aan de rechercheur die haar arresteert.
Thessa Mooij
Verschenen bij Artificial Eye, ook bekend onder de Engelse titel The bait (import).


Kazaam
Paul Michael Glaser
Met de filmcarrière van sportsterren wil het niet echt vlotten. In sportfilms mogen ze vaak als figuranten optreden om de echte acteurs een zekere sportieve geloofwaardigheid te geven. De enige grote sportster die regelmatig in films te zien was was footballspeler O.J Simpson, die een redelijk succes had als sidekick van Leslie Nielsen in de Naked gun films, maar van hem hebben we weinig meer gehoord de laatste tijd. De grootste sporthelden in de VS zijn de reuzen van de NBA en pas de laatste paar jaar begint Hollywood hun populariteit te gebruiken om films aan de man te brengen. Kareem Abdul-Jabbar speelde een basketballer in 'Slam dunk Ernest', de slechtste in de abominabele serie komedies rond Jim Varney. En momenteel draait met veel succes Space jam in de bioscoop, waarin Bugs Bunny wordt bijgestaan door het Dreamteam van Michael Jordan, Charles Barkley, Patrick Ewing en Larry Bird. En om niet te veel schade aan te richten zijn deze reuzen gecast als zichzelf, iets wat ze met een minimum aan spontaniteit volbrengen. Hun voorloper was Shaquille 'The Shaq' O'Neal, na Jordan vermoedelijk de populairste basketbalspeler ter wereld. Hij was vorig jaar te zien in de jeugdfilm Kazaam waarin hij een geest uit de fles - of in dit geval uit een ghettoblaster - speelde die het ongelukkige leven van een puber komt opvrolijken. Kazaam was bedoeld om de Shaq als een all round ster te promoten, dus we zien hem in actie als rapper (heeft u overigens de laatste roman van Naomi Campbell gelezen?), als actieheld en als komiek. En al lijkt O'Neal beter te kunnen acteren dan de overige leden van het Dreamteam - al is het verschil niet meer dan een paar centimeter - toch lijkt een carrière als acteur (of rapper) onwaarschijnlijk. Voor de rest is Kazaam, van de producenten van Jumanji meldt de doos, een povere jeugdfilm, die hoopt dat het gebrek aan inhoud wordt verhuld door een paar special effects en een soundtrack vol rapsongs.
Mark Moorman
Te huur vanaf 18 maart (PolyGram Video).

Kazaam: Shaquille O'Neal acteert met beide handen.


Eye for an eye
John Schlesinger
Met een hutkoffer vol onderscheidingen voor de documentaire Terminus en een drietal speelfilms vertrok de Brit John Schlesinger eind jaren zestig naar Hollywood, om daar met Midnight cowboy zijn magistrale Amerikaanse debuut af te leveren. Samen met generatiegenoten als Alan J. Pakula en Sydney Pollack werd Schlesinger een van de smaakmakers van Hollywood in de gouden jaren zeventig. De intrede van het formule-gerichte blockbustertijdperk deed het drietal geen goed: voor even intelligente als provocerende films was geen plaats meer. Zes jaar na de matige thriller Pacific Heights, en na een reeks redelijk ontvangen Britse tv-produkties (waaronder het binnenkort in de bioscoop verwachte Cold comfort farm) en de ingezakte Euro-pudding The innocent, levert Schlesinger met Eye for an eye weer een volbloed, provocerend bedoelde Hollywood-film af. Nauw verwant aan Sean Penns kitscherige The crossing guard draait het verhaal om huisvrouw Sally Field, die er in de sterke openingsscène per mobiele telefoon getuige van is hoe haar dochter vermoord wordt. Dader Kiefer Sutherland gaat door een vormfout vrijuit, waarop Sally het recht in eigen hand neemt. Moraal: waar justitie faalt mag een nabestaande best de rol van 'judge, jury & executioner' overnemen. Om het dubieuze standpunt acceptabel te maken speelt Sutherland hier een klootzak van het ergste soort: hij bedreigt peuters, pist beestachtig in de tuin van een potentieel slachtoffer en overgiet een schooiende hond met kokende koffie. Een en ander werkt nogal op de lachspieren en voorkomt dat de film serieus genomen kan worden. Heel even flitsen er journaalbeelden van O.J. Simpson voorbij. De Simpson-connectie is intrigerend. Indien de dader hier minder karikaturaal en zwart was geweest had Schlesinger een waarachtig provocerende film kunnen afleveren. Nu hoort Eye for an eye thuis in het rijtje Death wish 1 t/m 5.
Bart van der Put
Te huur vanaf 11 maart (CIC).

Eye for an eye: Sally Field krijgt slecht nieuws te horen.


Total eclipse
Agnieszka Holland
Het is zo'n project dat al tijden werd aangekondigd in de buitenlandse filmbladen en bij voorbaat nieuwsgierig maakte. Agnieszka Holland, ooit een veelbelovende Poolse cineaste, ging een scenario verfilmen van Christopher Hampton, de scenarioschrijver van Dangerous liaisons en regisseur van Carrington, met in de hoofdrollen Leonardo DiCaprio en David Thewlis, twee interessante acteurs die op dit moment in de bioscoop te zien zijn in respectievelijk Romeo + Juliet en Dragonheart. En dan het onderwerp: de stormachtige relatie tussen Arthur Rimbaud en Paul Verlaine, de twee voormannen van het Franse symbolisme en allebei zo maudit als een poèt kon zijn. Na zijn spectaculaire debuut komt de 17-jarige Rimbaud in 1871 op uitnodiging van zijn oudere bewonderaar Verlaine naar Parijs. Met veronachtzaming van Verlaine's echtgenote (in de film: Romane Bohringer) zwerven ze samen door Europa, gevoed door veel seks, drank en poëzie. Een uit de hand gelopen ruzie, waarbij Rimbaud in z'n hand wordt geschoten, leidt tot twee jaar celstraf voor Verlaine, Rimbaud vestigt zich in Noord-Afrika en sterft op 37-jarige leeftijd aan een tumor op zijn knie in een ziekenhuis in Marseille. Aan drama geen gebrek, maar Hampton en Holland slaagden er in het dankbare gegeven van elk greintje spanning te ontdoen. In bleke tinten schetsen zij het aanstoten en aftrekken tussen de twee dichters, waarbij beide personages blijven steken in de meest zouteloze clichés. Verlaine (Thewlis) is de uitgebluste zielepoot die zich hoopt te kunnen laven aan het elan van zijn jonge idool. Rimbaud (DiCaprio) is het arrogante genie dat zijn onbeschoftheid compenseert met levenslust en handzame leuzen ("Ik besloot de toekomst te scheppen"). Zwakke Verlaine laat zich door dominante Rimbaud meeslepen naar alle landen die aan deze Europese coproduktie deelnemen, dat is de hele film. Zelfs wie bereid is om te accepteren dat Franse dichters worden gespeeld door Engelssprekende acteurs en dat Rimbaud qua taalgebruik zijn tijd wel erg ver vooruit was ("Let's get the fuck out of here"), zal afhaken door het totale gebrek aan spanning en kleur van deze totale eclips, ofwel volledige verduistering.
Mark Duursma
Te huur vanaf 11 maart (Warner Home Video).

Total eclipse: Leonardo DiCaprio en David Thewlis beleven een dichterlijke idylle.


Costa brava
Marta Balletbó-Coll
Een filmmaakster die speelt dat ze een theatermaakster is, die een huisvrouw speelt. Ideaal voor video, het experiment-vriendelijke medium. Marta Balletbó-Coll is een Catalaanse filmmaakster die het van chaos moet hebben. Montage, fictie, werkelijkheid en stijl gooit ze met verve door elkaar. De film is volledig in het Engels gemaakt. Balletbó-Coll volgde haar opleiding aan de New Yorkse Columbia University en spreekt een ontwapenend, maar heel natuurlijk Engels. Haar tegenspeelster is Amerikaans. Er is veel dialoog over relaties. Hierdoor krijgt de film een Amerikaans independent-vleugje dat je niet zou verwachten in een Catalaanse film. Het celluloid waarop de film werd gedraaid bestaat uit overtollig materiaal van andere produkties. Na een prettig desoriënterend kwartier wordt duidelijk wat er aan de hand is. Costa brava is het semi-autobiografische verhaal van Anna die subsidie probeert te krijgen voor haar komische theater-monoloog over een lesbische affaire. Intussen verdient ze de kost als toeristengids en ontmoet ze tijdens haar werk de Amerikaanse wetenschapper Montserrat. Een stormachtige, hoopvolle romance komt tot ontwikkeling. Het is niet zozeer de narratieve lijn die Costa brava staande houdt, maar de eigenwijze manier waarop de regisseur haar puzzel heeft ontworpen. Fragmenten uit de monoloog, video-opnamen gemaakt door Anna's toeristen, stukken dialoog en, duizelingwekkende beelden van Gaudi's surrealistische gebouwen wisselen elkaar af. Anna wint de kijker direct voor zich met haar extraverte persoonlijkheid en gevoel voor humor. Het is maar goed dat deze hit uit het gay & lesbian festival circuit in ieder geval een kans op video krijgt in Nederland. De monoloog van de huisvrouw die tot haar verbazing een verhouding met haar buurvrouw krijgt staat als een huis. Als Marta Balletbó-Coll de chaos overwint, zou ze de overstap naar het grote doek in Nederland goed aankunnen.
Thessa Mooij
Te huur vanaf 25 maart (Homescreen).


Kunst - Cult - Kul
Ik Video Veilig

Met open vizier en onbegrensde nieuwsgierigheid stort videovorser Bart van der Put zich op verse waar. Is het kunst, cult of gewoon kul?

Video is niks. Film, dat is het grote doek, de donkere zaal, kamerbreed geluid. Weg uit de vertrouwde omgeving, zonder afstandsbediening of een rinkelende telefoon en omgeven door vreemden geeft de toeschouwer zich pas echt volledig over aan een regisseur. Dat is film. Video is niks.
Ik heb bewondering voor ze, de fundamentalisten die voornoemde principes huldigen en weigeren een film op televisie en video te bekijken. Ze hebben gelijk: loeihard en kamerbreed is altijd mooier en zo'n publiek voegt veel toe. Zo zat ik eens in een zaal vol videoboeren bij een voorstelling van True lies. Arnold Schwarzenegger doet James Bond. Arnold rijdt op een paard door een hotel. Gejuich. Arnold veegt met een atoombom een eiland van de kaart. Gejoel. Arnold schept met een straaljager wat terroristen van een wolkenkrabber. Applaus. Met iedere stunt zagen de videoboeren hun omzet stijgen: True lies had een extreem hoge rentability-factor. En True lies was die avond een meesterwerk.
Een heel ander meesterwerk, een heel ander publiek: Filmfestival Rotterdam 1995, een uitverkochte voorstelling van Vive l'amour. Ik zie een hartverscheurende, intens trieste film over drie dolende Taiwanese jongeren die tevergeefs naar liefde zoeken. Het publiek ziet iets anders. Halverwege kent de film enkele tragikomische momenten: het drietal deelt zonder het te weten hetzelfde appartement, als de een binnenkomt verstopt de ander zich onder het bed. Drie mensen zoeken liefde, maar ontwijken elkaar zelfs nog op de vierkante meter, triester kan niet. Maar voor een aantal toeschouwers biedt de scène eindelijk een ingang tot de Taiwanese film: dit is een klucht! Om te lachen! En lachen zullen ze, dus ook bij de slotscène, waarin een vrouw minutenlang huilt en regisseur Tsai Ming-liang mij vakkundig de strot afknijpt. Ja, zo'n publiek voegt veel toe.
Rotterdam 1996. De film heet [Safe]. Een lijkbleke en fragiele Julianne Moore speelt een welgestelde huisvrouw in een liefdeloos huwelijk. Of dit de reden is waarom ze een totaal verlammende allergie voor het moderne leven ontwikkelt laat regisseur Todd Haynes in het midden. Hij observeert de benauwde vrouw in afstandelijke, strakke kaders en ontpopt zich daarbij als een super-estheet die niet voor Stanley Kubrick onderdoet. Twee uur lang kruipt de camera tergend traag naar het gezicht van de steeds verder aftakelende Moore, om daar in een ijzige climax te eindigen. [Safe] gaat door merg en been, ik herken een meesterwerk en vermoed dat dit de beste horrorfilm van de jaren negentig zal zijn.
Het publiek denkt er anders over. Wanneer Moore zich terugtrekt in een new age kuuroord, waar een folkzangeres een ongelooflijk truttig liedje zingt dat duidelijk maakt dat Moore een doodlopende weg bewandelt, barsten de eerste lachsalvo's los.
Ik hunkerde naar een herkansing, maar in tegenstelling tot True lies en Vive l'amour werd [Safe] door geen enkele Nederlandse distributeur opgepikt. De film leek voorgoed verloren, tot ik onlangs een Engelse importvideo ontdekte. Net als Julianne Moore zonderde ik mij van de buitenwereld af. En zag dat het goed was. Heel goed. Het credo 'Video is niks' is aan mij niet besteed. Als het om grote filmkunst gaat is video soms alles.

Bart van der Put
[Safe] van Todd Haynes verscheen bij Tartan Video (import).

Naar boven