April 1997, nr 177

Victor Löw, acteur

Je moet het helemaal zijn

Acteren is een mysterie dat zich nauwelijks in woorden laat vatten. Te vaak nemen critici én acteurs hun toevlucht tot dooddoeners als 'in de huid kruipen' of 'naturel spel'. Wie bepaalt wat goed acteren is, en op basis van welke gronden? Welke middelen staan de acteur tot zijn of haar beschikking en hoe worden ze het best benut? De Filmkrant is op zoek naar de geheimen van het vak in een serie over acteren in Nederland. Als achtste in de reeks: Victor Löw. "Je vormt een personage zoals je een standbeeld boetseert. Als dat lukt, wordt acteren kunst."

Victor Löw (foto: André Bakker).

Dat Victor Löw (34) acteur wilde worden, kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Zijn vader en moeder hadden hetzelfde ambacht en ook broer Ernst koos voor de planken. Samen toverden ze de schuur naast het ouderlijk huis om tot 'klein theater' waarin zelfgemaakte filmpjes werden vertoond en voorstellingen werden opgevoerd. Na zijn opleiding aan de Antwerpse Studio Herman Teirlinck speelde Löw bij de Haagsche Comedie, het Nationale Toneel en de Blauwe Maandag Compagnie, en zijn talent bleef niet onopgemerkt. In 1992 won hij een Arlecchino, de prijs voor de beste mannelijke bijrol (in 'Winteravond' van Mark Timmer); vorig jaar won Löw de meest prestigieuze Nederlandse toneelprijs, de Louis d'Or voor beste hoofdrol, met zijn vertolking van 'Soekarno' in het gelijknamige stuk van Johan Doesburg. "Zelden zie je op de planken een zo tot in de vingertoppen beheerste en gedetailleerd uitgewerkte karakterisering", vond de jury.
Zijn eerste filmrol was in Het schaduwrijk van Kees Hin (1992), daarna volgden hoofdrollen in De drie beste dingen in het leven (Ger Poppelaars, 1992) en in De flat (Ben Verbong, 1994), rollen die hem Gouden Kalf-nominaties opleverden voor beste acteur. Daarnaast speelde Löw in verschillende televisieprodukties (o.a. 'Pleidooi', 'Tijd van leven' en 'Madelief') en regisseerde hij twee toneelstukken: 'Antigone' en 'De rand van het verstand'.

Dagelijks leven
Dit voorjaar is Löw te zien in twee romanbewerkingen. Op toneel speelt hij Alex in Lodewijk de Boers bewerking van Anthony Burgess' 'A clockwork orange'; in de bioscoop is Löw te zien in
Karakter. In Mike van Diems verfilming van Bordewijks roman is hij de advocaat De Gankelaar. Löw: "Toneel is voor mij de basis van acteren, daar train je je lichaam, stem en verbeelding; de instrumenten die je nodig hebt om vorm te geven aan hetgeen je wilt vertellen. Daarom wil ik, ook als ik meer ga filmen, om de zoveel tijd toneel blijven doen. Even terug naar de basis. In het theater is het van je timing afhankelijk of je gezien wordt, of er naar je geluisterd wordt. Close-ups bestaan er niet. Omdat je alles wat het publiek niet te zien krijgt, zelf moet oproepen, heb je veel meer tekst nodig. De ervaring die je daarmee opdoet, maakt dat je in film kunt volstaan met drie, vier shots en één enkel zinnetje; dat je in dat ene zinnetje de hele illusie kunt oproepen."
"Bij theater word ik mijn personage tijdens het repeteren. Ik voel emoties die ik niet goed kende en kom aan verbeeldingen toe die ik me in het dagelijks leven niet toesta. Maar ik ga niet als dat personage het toneel op. In het theater vertel ik óver het personage en mijn aandeel in het verhaal. Bij film ligt dat anders: tijdens de opnames moet je het helemaal zijn. In een close-up van je ogen moet het publiek de waarheid kunnen zien. Als er geen basis is van waaruit je kunt spelen, of als daar gaten in zitten, krijg je te maken met toevalligheden. Verrassende, ontroerende momenten worden dan afgewisseld met hele slechte, maar die rol krijgt het publiek niet echt te zien. Ik moet weten wat ik speel en waar ik ben, anders ziet de niet-leek dat mijn onzekerheid niet gespeeld wordt, maar echt is. Dat werkt niet, het kan er wel eens aardig uitzien, en de ene keer weet je het beter te verbloemen dan de andere, maar wat je uiteindelijk altijd ziet is een acteur die staat te zwemmen."

Transformeren
"Mike van Diem wist heel goed wat hij wilde vertellen in Karakter, hij heeft een uitgesproken mening en geeft duidelijk aan binnen welke marges je je als acteur kunt bewegen. Dat geeft een enorm houvast. Ik was aanvankelijk in beeld voor de rol van Katadreuffe. Om er zeker van te zijn dat die door een jonge acteur gespeeld moest worden, liet hij ook een aantal dertigers een screentest doen, waaronder ik. Die rol kreeg ik niet, maar enige maanden later kon ik opnieuw langskomen. Dit keer voor de rol van Katadreuffe's mentor en vriend, de advocaat De Gankelaar. Het is een combinatie van twee advocaten uit de roman, de kurkdroge mr. Carlion en De Gankelaar, een aristocratische dandy die zich eigenlijk stierlijk verveelt op kantoor. "Geen naturen om te harmoniëren", schrijft Bordewijk ergens, maar Mike dacht daar blijkbaar anders over."
"Tijdens de audities zijn we gaan zoeken naar een karakterisering van De Gankelaar. In het script stond dat hij kaal geschoren was en een grote wijnvlek over zijn gezicht had. Maar het kon ook iets anders zijn, als hij maar een heel erg karakteristieke kop had. Om mijn zenuwen de vrije loop te laten tijdens de screentest stond ik wat te rommelen voor de spiegel. Met een stijve boord, mijn kin vooruit en een verdraaide stem. Dát was De Gankelaar, vond Mike, maar dan zonder wijnvlek en met haar op zijn hoofd. Het moest niet te gek worden; De Gankelaar moest iets aantrekkelijks hebben, die rare charme houden. Er is een gebitsprothese gemaakt die met kukident aan mijn kiezen vastzit, die snor is echt omdat een nepsnor telkens losging door De Gankelaars vreemde manier van praten. Dat vond ik het opwindendste aan deze rol; de transformatie, een creatie maken door fysiek te veranderen. Hoe loopt De Gankelaar, hoe is zijn mimiek, hoe praat hij en hoe hanteert hij de klanken van het Nederlands? Je vormt het personage zoals je een standbeeld boetseert. Als dat helemaal lukt, dan wordt acteren kunst."

Knokken
"In Karakter draait alles om Katadreuffe; De Gankelaar staat net als alle andere karakters ten dienste van zijn vertelling. Hij leidt dus geen eigen leven, je ziet hem nooit thuis zijn zieke vader verzorgen of iets dergelijks. Toch moet ik als acteur mijn eigen wereldje scheppen. Het centrale thema in Karakter is volgens mij het verlangen naar vrijheid. De Gankelaar stamt uit een adellijke familie, heeft rechten gestudeerd en daarna een baan aangeboden gekregen op een groot kantoor. Hij is goed in zijn vak, maar aartslui omdat het allemaal zo saai en voorspelbaar is. Daarom vindt hij Katadreuffe zo bijzonder. De Gankelaar heeft zelf nooit ergens voor moeten knokken, en die jongen moet dat wel. Die heeft een droom om op dat advocatenkantoor te werken, maar is daar niet bruikbaar."
"Totdat blijkt dat hij goed Engels spreekt en ik hem als mijn persoonlijke assistent binnenhaal. Ik geloof in zijn kwaliteiten en geef Katadreuffe de kans om zich in de advocatuur te ontplooien. Wanneer ik naar Nieuw-Guinea vertrek, is dat belangrijk voor Katadreuffe omdat er een belangrijke steun voor hem wegvalt, hij staat er dan alleen voor. Maar met De Gankelaar gebeurt op dat moment ook van alles. De Gankelaar heeft de vechtpartij van Katadreuffe gezien en gaat nu zijn eigen gevecht aan. Voor mij was hij de opening naar buiten, ik heb les van hem gekregen. Maar dat is mijn verbeelding, voor het publiek is het niet van belang. De Gankelaar wordt uitgezwaaid en dat is het dan."

Rare Jodokus
"Hoewel Mike en ik dezelfde ideeën hadden over de vertelling en de daaruit voortvloeiende keuzes over de opbouw van mijn personage, bleef ik bang dat het strip zou worden, dat het er overheen was. Ik had dertien draaidagen verspreid over de hele opnameperiode. Om de zoveel tijd kwam ik langs. Zeker bij mijn eerste vijf draaidagen waren de tussenliggende periodes groot, wat betekende dat ik eigenlijk iedere keer weer nieuw was. Dat maakt je er niet zekerder op. Je ziet ze dan denken: "We maken toch een film in zo'n sfeer, wat moet die rare Jodokus daarin?" Maar langzamerhand werd duidelijk dat het mooi aan het worden was, dat het wél werkte. Pas toen verdween dat beklemmende gevoel dat het te vet was."
"Maar je weet het toch nooit zeker. Als acteur blijf je altijd afhankelijk van de regisseur. Je kunt nog zoveel ervaring hebben en absoluut zeker weten dat je goed of slecht bezig bent. Ook al heb je het gevoel dat je als een god staat te spelen, dan nog moet je naar de kant kijken en vragen of het juist is, omdat je in dat grote geheel staat en nooit zeker weet of datgene wat je aan het doen bent daar wel in past. Op zichzelf kan het briljant zijn, maar als het niet in het totaal past, heb je niks. Dan speel je een prachtige rol die niks bijdraagt aan de collectieve vertelling. En dat is waar het om draait. Het kan een enorme worsteling zijn om er samen uit te komen, maar Mike en ik kwamen dicht in de buurt van elkaars verbeelding en dromen. Dan is acteren een prachtig vak waar nog heel veel rek in zit."
"Toen ik van de Toneelschool kwam, was het in de mode om tot in het absurde jezelf te zijn. Ik heb nooit zo begrepen wat daar precies mee bedoeld wordt, want voor mijn gevoel heeft mijn persoonlijkheid veel verschillende kanten. Door van alles te spelen - van een vrouw, en een aristocraat, tot een zwerver of een homoseksueel die zichzelf verbiedt om homoseksueel te zijn -, probeer ik grip te krijgen op die verschillende kanten van me. Dat gaat nooit lukken, dat weet ik, maar ik heb wel die behoefte. En als je er dan ook nog iemand mee kunt ontroeren... Op Mastroianni's begrafenis liep echt van alles, straatschooiers, intellectuelen en politici, iedereen was er. Omdat hij iets wist te raken wat ons allemaal verbindt. Het klinkt misschien naïef, maar ik vind dat wel een mooi streven."

Jan Pieter Ekker

Karakter van Mike van Diem gaat op 17 april in première. 'A clockwork orange' - in een bewerking van Marcel Otten en onder regie van Lodewijk de Boer - is van 23 april tot en met 9 mei te zien in Theater aan het Spui in Den Haag en na de zomer door het hele land.

Naar boven