Video - mei 1997, nr 178

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


The hunchback of the Notre Dame (1923)
Wallace Worsley
Vier keer is Victor Hugo's roman verfilmd, met vertolkingen van Quasimodo door Charles Laughton, Anthony Hopkins en een
Disney-tekening. In de eerste stomme versie wordt de halfgevormde verschoppeling gespeeld door Lon Chaney, een rol die een hoogtepunt werd uit zijn gigantische oeuvre van meer dan 150 films. The hunchback luidde het begin in van een horrorgolf bij Universal Studio, die doorliep tot aan Abbot and Costello meet Frankenstein, waarin Chaney's zoon als the Wolf Man de cirkel rond maakte. Chaney ontleende zijn bijnaam 'The man with a thousand faces' aan de vele lagen make-up die hij doorgaans op zijn gezicht smeerde. Ook als Quasimodo is hij weer flink in de weer geweest met zijn cosmetica-potten. Zijn toewijding ging zelfs zover dat hij een bochel van twintig kilo op zijn rug droeg en een harnas van vijftien kilo aantrok, om Quasimodo's pijn beter te doorvoelen. Zijn verschijning is dan ook imposant en grenst aan het pathetische, met zijn schichtige gedrag en getergde blik. De macabere sfeer wordt versterkt door uitzinnige tussentitels als 'Het gerecht der wonderen is een afzichtelijke smet op het gezicht van Parijs. Een beerput waarin elke morgen een stroom van verdorven zwervers zich verzamelt'. Om dit te illustreren worden de meest indrukwekkende decors uit de kast gehaald. Phoebus wordt ook zo treffend geïntroduceerd: 'Mannen bezweken voor zijn zwaard - vrouwen voor zijn glimlach'. Het versieren van Esmeralda wordt, geheel ten overvloede, maar niet minder mooi, onderbroken door een shot van een spin in zijn web. Bijzonder is verder de toegift voor de fans van Chaney, waarin hij voor het eerst zonder make-up voor de camera's verschijnt. De heruitbreng speelt in op het succes van de Disney-versie, wat niet echt dapper te noemen is. Ook de verfilming met Charles Laughton zal later dit jaar opnieuw in de bioscoop te zien zijn. Voor wie echter de nare bijsmaak van Disney's happy-end wil wegspoelen, komt deze uitbreng als een geschenk uit de hemel.
Mariska Graveland
Nu te koop (Prime Time Video).

The hunchback of the Notre Dame: Lon Chaney als de eerste bochelaar.


Twelfth night
Trevor Nunn
Shakespeare is niet alleen kommer en kwel. De bard had een scherp gevoel voor humor: het soort Engelse 'wit' waar ook Jane Austen nu nog mee scoort. Twelfth night is een lichtvoetige komedie waarin slimme woordgrapjes en kluchtige toestanden elkaar afwisselen. Hoofdthema is het theater en het bijbehorende motto 'niets is wat het lijkt'. De personages verwisselen regelmatig van gedaante, van geslacht en van gedachte. Het onafscheidelijke theaterpaar Viola en Sebastian - identieke tweeling - verliest elkaar tijdens een storm uit het oog. Viola (Imogen Stubbs) poseert als tengere jongeling om aan het hof van Illyria terecht te komen en als koppelaar tussen de hertog en dame Olivia (Helena Bonham Carter) te fungeren. De jonge hertog neemt haar/hem op in zijn huishouding, waarmee de eerste verwikkeling is gecreëerd: Viola valt als een blok voor de hertog. Wanneer ze haar meesters liefdesboodschappen overbrengt, duurt het niet lang voordat Olivia haar hart heeft verpand aan de jongensachtige blonde heraut. Sebastian (gespeeld door Steven Mackintosh, die in
Different for girls indruk maakte als transseksueel) blijkt nog in leven en maakt de verwarring compleet. Shakespeare zonder ondertiteling is lastig. Eén binnensmonds gemompelde grap kan voor een belangrijke nieuwe plotwending zorgen, dus het is opletten geblazen. In deze komedie steelt vooral het komische duo Mel Smith en Richard E. Grant de show. Het is jammer dat de vadsige, eeuwig stout-kijkende Smith niet meer speelfilms krijgt aangeboden. Zijn Sir Toby Keith - grappenmaker en drankorgel - is een lust voor oog en oor.
Thessa Mooij
Verschenen bij Entertainment In Video (import).


The heart of justice
Bruno Barreto
Marcello Mastroianni is dood. En dus roepen producenten die de acteur de afgelopen jaren contracteerden nu om het hardst dat hun film Marcello's allerlaatste was. Zo'n laatste film van een geliefd acteur verkoopt altijd beter dan de op een of twee na laatste. Zo oefende de Amerikaanse tv-film The heart of justice op ondergetekende een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit: het is de zwanenzang van Vincent Price, acteur, kunstverzamelaar en kookboek-auteur. Price schitterde in een reeks klassieke griezelfilms, beschikte over een geweldig gevoel voor ironische humor en geldt als een van de mentoren van regisseur Tim Burton, van wie we ooit nog de documenaire Vincent and me mogen verwachten. Het laatste optreden van Price begint goed, want de oude baas verschijnt meteen in beeld. Hij luncht met Dennis Hopper en maakt een paar gevatte opmerkingen over de kwaliteit van het eten. Zo kennen we hem weer! Maar de scène duurt twee minuten en Price keert later nog slechts drie minuten terug. Gelukkig zijn de resterende 92 Price-loze minuten niet onaardig. Eric Stoltz speelt hier een journalist die de moord op auteur Hopper onderzoekt en zich verdiept in de levens van twee verveelde en steenrijke twintigers, waaronder de suïcidiale dader. Vermoedens van incest en perverse decadentie werpen hun schaduw vooruit en het gereconstrueerde leven van de paranoïde dader is sterk en beklemmend in beeld gebracht. Maar Stoltz hobbelt voortdurend achter de feiten aan en dat is funest voor de spanning. Aan sterke acteurs en een onheilszwangere sfeer geen gebrek, maar een voorspelbaar scenario blijft slap, hoe fraai het ook verfilmd is. Fans van Price kunnen beter Roger Cormans sublieme Edgar Allan Poe verfilmingen nog maar eens bekijken. Fans van Mastroianni, wees op uw hoede!
Bart van der Put
Te huur vanaf 6 mei (Warner Home Video).

Vincent Price, gedurende vijf minuten te zien in Heart of justice.


Jane Eyre
Franco Zefferelli
De Italiaanse regisseur Franco Zefferelli, die naam maakte met zwaar aangezette verfilmingen van opera's en klassieke stukken als Verdi's Otello, La traviata en Romeo en Julia, achtte de tijd rijp voor de zoveelste bewerking van Charlotte Brontë's Jane Eyre. Zowel in script als in regie heeft hij gekozen voor een sobere benadering, hetgeen resulteerde in een tamelijk traditionele film, die er opmerkelijk gewoontjes uitziet. Het prachtige Engelse landschap dat als decor dient is in fletse kleuren in beeld gebracht en de cameravoering is bij vlagen ronduit lelijk. De onevenwichtige kaders en het te pas en te onpas in- en uitzoomen doen denken aan een slechte Britse tv-serie uit de jaren zeventig. Ondanks de filmische tekortkomingen is Zefferelli's Jane Eyre toch de moeite van het bekijken waard. Dat komt vooral door de tijdloze kracht van Brontë's romantische verhaal over de onverzettelijke Jane, die een ongelukkige jeugd doormaakt in een strenge kostschool, maar desondanks blijft streven naar Geluk en Echte Liefde. Uiteindelijk vindt ze wat zoekt in de mysterieuze Rochester, die een vreselijk geheim met zich meedraagt. Charlotte Gainsbourg is perfect gecast in de rol van Jane Eyre. Trots en vol ingehouden passie vormt ze het vanzelfsprekende middelpunt van de film. Maar ook oudgedienden William Hurt en Joan Plowright doen hun best om Zefferelli's wezenloze script tot leven te brengen. Jammer genoeg werkt de regisseur zelf niet erg mee. De montage is stroef, het tempo onnodig traag en ondanks de poging om het publiek te ontroeren door middel van obligate strijkmuziek blijft de film op afstand. De zakdoeken kunnen op zak blijven, en dat verwacht je toch niet van een Brönte-verfilming. Zwelgen willen we, tranen huilen met tuiten! Ach, wat had Jane Campion niet kunnen bereiken met dit verhaal en deze prachtige cast.... Helaas, Franco Zeffirelli was haar voor.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 21 mei (Arcade Movie Company).


Alaska
Fraser Heston
Met de ramp van de supertanker Exxon Valdez voor de kust van Alaska zullen veel Amerikanen zich opeens weer herinnerd hebben dat in het verre Noorden, voorbij Canada, nog een van hun Verenigde Staten lag. Met Alaska van Fraser Heston (de zoon van Charlton) is de staat ook op de filmkaart gebracht. Vanaf de eerste beelden is het duidelijk dat het een eerbetoon aan het overweldigende natuurschoon van Alaska gaat worden, waarbij moet worden aangetekend dat een groot deel van de opnamen in het Canadese British Columbia plaatsvonden. Om de jeugd te interesseren voor bergen, gletsjers en uitgestrekte meren gebruiken de filmmakers de Free Willy-methode. Dwarse puber verhuist na de dood van zijn moeder met zijn vader en kleine zus vanuit Chicago naar Alaska. Vader vloog ooit een 747, maar bezorgt nu pakjes met zijn watervliegtuigje. Vader en zus hebben zich al door de natuur laten betoveren, maar we treffen de knaap aan in een achterbuurt van het vijftig inwoners tellende dorp aan. Hij schopt een vuilnisbak om, waar een olieblik in zat. Een olieplas op straat: Exxon Valdez de tweede! De autochtone Indiaanse bevolking kijkt hoofdschuddend toe. Zelf in harmonie met de natuur herkennen ze het wandelende conflictmodel. De jongen zal nog een hele spirituele reis moeten ondergaan, voordat hij de frisse berglucht kan waarderen. Deze reis dient zich snel aan, als vader op een van zijn missies tegen een berg aanvliegt en beide kinderen hem gaan zoeken. En passant redden ze een jonge ijsbeer uit de klauwen van twee stropers (in de hoofdstroper herkennen we de Grote Grijze Geitenbreier van Hollywood, vader Charlton zelf). De jonge ijsbeer zal de kinderen vergezellen en de jonge puber overtuigen van de harmonie tussen mens en natuur. De natuur blijkt een soort openluchtpretpark, waar men kan wildwatervaren, van bergen vallen en strijd leveren met stropers in helicopters. De kinderen redden hun vader en laten Cubby terugkeren naar een ijsberengezin. En de jongen heeft een wijze les geleerd die hem nog vaak van pas zal komen in zijn leven: de beer heeft altijd gelijk.
Mark Moorman
Nu te huur en vanaf 11 juni te koop (Columbia Tristar Home Video).


Kunst - Cult - Kul
Koning Schijf

Met open vizier en onbegrensde nieuwsgierigheid stort videovorser Bart van der Put zich op verse waar. Is het kunst, cult of gewoon kul?

Heeft u het al gehoord? Video is passé, leve de DVD! De DVD is de mantra van een nieuwe religie. DVD, DVD, doe mij er maar twee. Als het aan de industrie ligt zal DVD net zo ingeburgerd raken als CD. DVD staat voor Digital Video Disc en is het audiovisuele broertje van de Compact Disc. Een film op een schijfje, dat niet kapot kan en waarop zoveel informatie past dat het die aftandse videobanden meteen overbodig maakt. Met fantastisch geluid en een kraakhelder beeld. De industrie is zo enthousiast dat men alle meningsverschillen overboord heeft gezet: van de Verenigde Staten tot Japan, van Philips tot Sony, eensgezind klinkt het DVD, waar het bij de opkomst van video nog VHS, Betamax en Video 2000 was.
Het zal me benieuwen of de DVD de hype kan waarmaken. En of het de schijf der schijven zal kunnen verslaan. Koning Schijf bestaat namelijk allang, heet laserdisc, ziet eruit als een CD op ouderwets LP-formaat en biedt ongekende mogelijkheden. Naar verluid doet de handzamere DVD er niet voor onder, en dat is goed nieuws, maar het filmaanbod zal door de afwachtende houding van filmdistributeurs en -producenten voorlopig nog beperkt zijn.
Zoniet bij Koning Schijf, de digitale hoorn van overvloed, zeker voor filmliefhebbers met enig historisch besef. Naast recente bioscooptitels verschijnen er op laserdisc namelijk ook volop bekende en minder bekende klassiekers, en niet zelden worden daarbij versleten negatieven en geluidssporen digitaal opgewaardeerd. Maar er is meer. Met een druk op de knop van uw afstandsbediening kunt u bij menig laserdisc het vaak overdonderende geluidsdecor vervangen door een kletskanaal. En zo zit u ineens temidden van de cast en crew naar een film te kijken.
Zoiets is niet alleen vermakelijk, maar vaak ook heel leerzaam. Zo zag ik onlangs de fantastisch herstelde versie van Hitchcock's Vertigo, over een paar maanden in de bioscoop te zien op 70mm en aan het einde van dit jaar ongetwijfeld terug te vinden in de top vijf van elke rechtgeaarde filmliefhebber. Want wat is ie mooi geworden. Niet in de bioscoop, maar wel in de huiskamer dankzij laserdisc, kletsten oorspronkelijk producent Herbert Coleman en restaurateurs Robert Harris en James Katz mij de oren van de kop. De oude Coleman stal de show. Harris bij een scène waarin James Stewart en Tom Helmore aan de whisky zitten: "Zeg Herbie, wat zie ik daar?" Coleman: "Ja, dit zijn de beruchte 'disappearing icecubes', daar kwamen we te laat achter." En verdomd, in het ene shot drinken de acteurs hun whisky met ijs, in het andere zijn de blokjes verdwenen, om in het volgende weer terug te keren. Was me nooit opgevallen. Nooit eerder zag ik ook de prachtige storyboards, het alternatieve einde en de verschillende versies van Saul Bass' befaamde Vertigo affiche, allen vastgelegd op deze prachtschijf.
Ja, hier spreekt een gelovige. Laserdisc is een geweldig medium en als de voortekens mij niet bedriegen zal DVD dat ook zijn. Maar er is een nadeel: wie de technische mogelijkheden van de digitale schijf optimaal wil benutten is al snel zo'n twee mille kwijt en ook de films zijn behoorlijk prijzig. Hopelijk zal de DVD een stuk toegankelijker worden. Want vooralsnog is de laserdisc een geweldig ding, maar staat een aan laserdisc verslaafde, niet onbemiddelde vriend garant voor het opperste genot.

Bart van der Put
Vertigo van Alfred Hitchcock verscheen op laserdisc bij MCA/Universal (import, prijs fl 189,95).

Naar boven