Mei 1997, nr 178
Robbert Wijsmuller
Ik heb geen geheimen
Films worden in Nederland uitgebracht door drie soorten distributeurs. De filialen van Amerikaanse maatschappijen zorgen voor de Hollywood-titels, de gesubsidieerde distributeurs voor de kleine, kunstzinnige films en de onafhankelijke distributeurs nemen de rest voor hun rekening. 'De rest' is heel veel en soms heel mooi, zo blijkt uit de lijst van films die in de loop der jaren zijn uitgebracht door de onafhankelijke distributeur Concorde Film. Oprichter, eigenaar en directeur Robbert Wijsmuller viert deze maand het 25-jarig jubileum van zijn bedrijf. Op bezoek bij de hartelijkste en lastigste man van de Nederlandse filmbranche.
Robbert Wijsmuller (foto: André Bakker).
Opmerkelijke titels zijn er genoeg. Van Paul Morrissey's Trash uit 1970 tot David Cronenbergs Crash uit 1996, dankzij Concorde Film waren ze in Nederland te zien. Het lijstje met successen, in chronologische volgorde, is gevarieerd: My name is nobody, Don't look now, Dr. Vlimmen, Pinkeltje, Les uns et les autres, Saura's Carmen, Amadeus, Ciske de rat, Flodder, Dirty dancing, The last emperor, Terminator 2, Basic instinct, The piano, Cliffhanger, Pulp fiction, Evita. Natuurlijk waren er ook missers, en tal van minder prestigieuze titels als Deep throat, de onuitputtelijke avonturen van de Italiaanse Hercules en obscure vechtfilms uit Hong Kong, nu veelal gewaardeerd vanwege hun cultstatus.
Aan anekdotes is evenmin gebrek. Bijvoorbeeld over hoe Wijsmuller sr, na de oorlog directeur van Paramount Nederland, vergeefs heeft geprobeerd zijn zoon uit het filmvak te houden. Over de tegenwerking van gevestigde collega's die Wijsmuller ondervond bij de aanvraag voor een licentie als zelfstandig distributeur, een licentie die hij op 12 mei 1972 na een beroepszaak alsnog kreeg toegewezen. Over de beginperiode met Don't look now en My name is nobody, films die niemand anders wilde hebben en grote hits werden. Over feestelijke premières waar stoelen werden weggebroken om de koningin beter zicht te geven. Over de vriendschap met Sergio Leone en andere grootheden. Het zijn mooie verhalen, en Wijsmuller vertelt ze graag. Het avondvullende gesprek vindt plaats in de ruime directiekamer op de eerste verdieping van het kantoorpand aan het Lange Voorhout in Den Haag. De omgeving nodigt uit tot nostalgisch terugblikken, maar we hebben afgesproken dat we dat zo min mogelijk zullen doen. Het heden is interessant genoeg.
Scenario-analyses
Eerder op dezelfde dag werd bekend dat Donnie Brasco, Concorde's laatste paradepaardje, een onverwachte première zou krijgen in Tuschinski 1, met dank aan de ruzie tussen collega-distributeur UIP en bioscoopexploitant Pathé over The Saint. Zo'n prachtige, onafhankelijk geproduceerde film als Donnie Brasco, hoe komt die bij Concorde terecht? Wijsmuller begint een ingewikkeld netwerk van personen en bedrijven uit de doeken te doen en legt uit dat het in de zakenwereld altijd om twee dingen gaat: werkt het tussen twee partijen en vertrouwen ze elkaar in financiële zin? De deal voor Donnie Brasco werd begin vorig jaar gesloten tijdens de American Film Market in Los Angeles en kostte Wijsmuller zo'n 1,2 miljoen gulden, goed voor de rechten voor bioscoop, video en tv in de Benelux. Er was op dat moment nog niets te zien, de keuze werd gemaakt op basis van het scenario en de deelname van Al Pacino en Johnny Depp.
Wijsmuller: "Toen ik met dit werk begon besloot je pas nadat je de film had gezien. Nu worden films gekocht op basis van het scenario. Ik kan die scenario's onmogelijk zelf allemaal lezen, dus krijg ik scenario-analyses van onze agent in Los Angeles. Hij heeft goede contacten met de producenten en studenten in dienst die als bijbaantje scenario's lezen. Ik krijg samenvattingen van zes pagina's, met alle relevante informatie. Dit weekend heb ik er twaalf gelezen, eentje vond ik interessant. De volgende stap is de ontmoeting met de producent op beurzen, daar worden de deals gesloten." Duurzame relaties tussen producenten en distributeurs spelen hierbij een belangrijke rol, men vertrouwt op de in de loop der jaren opgebouwde, wederzijdse loyaliteit.
Soms gaat dat mis, zoals in het geval van The English patient. Ondanks Wijsmullers goede relatie met producent Saul Zaentz kwam de film, de meest succesvolle onafhankelijke film sinds tijden, terecht bij concurrent RCV. Na de eerste vertoning tijdens de MIFED in Milaan, oktober vorig jaar, kreeg Wijsmuller een optie op de film, maar deze bleek een maand later te zijn doorkruist door verkoper Miramax. "Die beide partijen verwijt ik niets. Ik verwijt mezelf hooguit dat ik teveel vertrouwen heb gehad in anderen. Je moet het in zelfspot zoeken. Er zijn veel te veel mensen die met het vingertje naar anderen wijzen, zonder dat ze het lef hebben om een keer in de spiegel te kijken en te zeggen: hé zak, hoe gaat het met jou?" Wijsmuller heeft er in ieder geval geen spijt van dat hij de beurs in Milaan voortijdig verliet om de verjaardag van zijn dochter in Venetië te vieren. Sommige dingen zijn nu eenmaal belangrijker dan zaken.
Hersenopslag
Zeker nu in een zeer vroeg stadium en snel besloten moet worden over het wel of niet aankopen van een film, speelt intuïtie een cruciale rol. Algemene criteria hanteerde Wijsmuller toch al niet voor zijn aankoopbeleid. "Het enige bruikbare criterium is dat het voor mezelf doorslaggevend moet zijn, en dat kan om zeer uiteenlopende redenen zijn. Als ik de nieuwe Leslie Nielsen koop, is dat niet omdat ik denk dat die film Oscars gaat winnen." Dat kwaliteit niet altijd de doorslag geeft, blijkt uit de curieuze films die soms onder Concorde-vlag in de bioscoop verschijnen. Het kan te maken hebben met de verkoop in pakketten, een tendens waar Wijsmuller zich tegen verzet. Of met relatiebeheer: "Oh, die film, ja vreselijk was dat. Die heb ik uitsluitend gekocht vanwege de relatie met de producent. Financieel doet dat geen pijn, dat maak je weer goed met verkoop aan tv. Het zijn films die ik vergeet, daar heb ik geen hersenopslag voor nodig."
Er bestaat niet zoiets als een typische Concorde-film: het aanbod is te divers om in een hokje te plaatsen. Diversiteit is echter geen principe. "Die ontstaat door het toeval, omdat ik zoveel verschillende mensen ken die me films en projecten aanbieden. Het is niet zo dat ik zit af te strepen: ik heb nu een mooie Franse film en een mooie Duitse film, daar moet nog iets Engels bij." De liefde voor de Franse film, ontstaan door een verblijf als adolescent in Neuchâtel, is enigszins bekoeld. "De Franse film heeft zichzelf om zeep gebracht. Al die sociale problematiek en nare ziektes, daar willen mensen helemaal niet naar kijken." Maar toch: "Het moet mogelijk blijven om hier Franse films te zien."
Hetzelfde geldt voor Nederlandse films, al zijn de bezoekcijfers vaak om moedeloos van te worden. Concorde kiest niet alleen voor geheide succesnummers, maar verbindt zich ook aan minder toegankelijk werk als Wildgroei en All men are mortal ("Toen ik de tweede keer weer in slaap viel wist ik dat het de eerste keer niet door de jet lag kwam") Zonder steun van Concorde was Hufters & hofdames er misschien niet gekomen. "Nou, misschien was hij dan niet opgeblazen van 16 naar 35 mm. Ik vind het te pijnlijk voor woorden dat er zo weinig mensen naar die film gaan. Alleen in Amsterdam doet hij het aardig. De kritieken zijn goed, maar daar heeft men kennelijk lak aan." Speelt in zo'n geval de reputatie en het kweken van goodwill wellicht een rol? "Denk jij dat journalisten blij zijn dat ik Hufters & hofdames uitbreng? Daar geloof ik helemaal niets van, daar zijn ze veel te blasé voor. Ik heb zelden een journalist horen zeggen: Robbert, ik vind het moedig van je dat je die film uitbrengt."
Terugkijkend op zijn 'oeuvre' put Wijsmuller de meeste bevrediging uit de films die tegen alle verwachtingen in een succes werden. "Zo'n film als Pulp fiction, die heb ik gekocht na Cannes en dus lag het succes voor de hand. Dat is minder bijzonder. Maar Amadeus bijvoorbeeld, dat was een heel goed gevoel. Vóór de Oscarnominaties zei men hier: wie gaat er nou naar Mozart kijken, dat wordt niks. Daarna liep hij honderd weken in Bellevue Cinerama. Dat is toch het allerleukst: als je iets hebt met een film, niemand wil je geloven en dan blijkt jouw gevoel toch te kloppen."
Heel dierbaar
Buiten begint het te schemeren, de medewerkers beneden zijn naar huis, de glazen worden bijgevuld. Tijd om wat persoonlijker te worden. Wijsmuller, tevens voorzitter van de branche-organisatie NFC, gedraagt zich graag als heuse filmtycoon en wordt in elk portret omschreven als 'flamboyant'.
Is hier misschien sprake van enige opzet, omdat het een leuke rol is om te spelen?
"Theater? Nee. Ik heb mezelf nooit anders voorgedaan dan ik ben. Ook niet bij die talkshow laatst in Rotterdam, met Hans Beerekamp. Ik drink daar wel met opzet bier, om te laten zien dat ik dan toch mondig kan zijn, dat vind ik aardig."
De top van het Nederlandse bioscoopbedrijf was aanwezig bij die talkshow en het was net een bestuursvergadering van de Gooise hockeyclub. Volgens mij voelt u zich wel prettig in die ballerige omgeving.
"Ho ho, dat moet je even toelichten. Wat is de definitie van ballerig? Je hebt namelijk een Leidse bal en..."
Het showelement, de aardappel in de keel, de bonhomie, daar bent u toch de verpersoonlijking van?
"Ik kijk toch niet zo zelfgenoegzaam rond hoop ik. Dat is wel het laatste wat ik wil."
Dat showelement, daar geniet u toch van?
"Dat zit er niet in, dat komt er van. Bij die talkshow zaten veel bekenden in de zaal, en dat was heel vriendschappelijk. Heel dierbaar ook."
Corpsbal of niet, snobisme is aan Wijsmuller niet besteed. 'Zie ik je in de neus?' vroeg ooit een 'vrindje' die met dezelfde vlucht naar Los Angeles ging en Wijsmuller veranderde zijn first class-ticket onmiddellijk in economy. Toch speelt geld, en dan met name laten zien dat je het hebt, een belangrijke rol in de filmbranche. Het moet toch een zekere voldoening geven om op stand te leven, al was het maar omdat je dat aan je status verplicht bent.
"Daar geef ik juist helemaal niet om. Smaak heeft niets met stand te maken. Jij zit nu aan een bureau van vijftien gulden, je drinkt wijn van de Makro. Ik wilde deze eettafel graag als bureau: zonder laden, zonder geheimen. Ik heb geen geheimen. In Cannes logeer ik in het Carlton omdat ik daar al zo lang kom, dat is meer traditie. Als ik daar 's avonds tien mensen om me heen heb en ze drinken zich plat omdat ze het wel lekker vinden om voor niets te drinken, en ik zeg jongens kom op we gaan even spaghetti met knoflook eten, dan kost zo'n avond me misschien vierduizend Franc. Maar dat doe ik niet omdat ik me daartoe verplicht voel, dat is zuiver gastvrijheid. Mijn jaarlijkse reclamebord op het Carlton-terras kost veertig mille, maar ik moet het niet wagen om dat bord weg te halen want dan zeggen ze: nu is het echt afgelopen met Concorde."
"Ik geef geen jubileumfeest. Als ik het in Nederland zou doen zou ik onder de duizend mensen niet klaar zijn. Dat kost een vermogen en wat krijg je daar nou voor terug? Daar moet je ook niets voor terugwillen. In Cannes zit je met een enorme ploeg Nederlanders en nog meer buitenlandse relaties. Dat wordt ook teveel. Als er iets gebeurt, dan moeten anderen dat doen. Ik weet niet of er iets wordt geregeld. Ik laat het in Cannes aan het toeval over, ik zie wel wie ik daar tegen het lijf loop op 12 mei. Misschien verzin ik nog wel iets, iets met champagne bijvoorbeeld."
Zoveel jaar in het filmvak, en nog geen spoortje slijtage?
"Soms slaat de verveling toe, maar dat is dezelfde als twintig jaar geleden. Toen ergerde ik me al aan de herhaling, als ik steeds weer moest uitleggen waarom een film goed is. Maar ik vind film nog steeds het aardigste dat er is. Als ik gloei, als ik buikpijn heb van een film, dan ben ik er helemaal. Daarom schatten mensen me altijd jonger dan ik ben. Die ijdelheid gun je me toch wel?"
Mark Duursma