Juni 1997, nr 179
Herenruzie over een heilige
Het zal niet vaak zijn voorgekomen dat een nieuwe film wel in de provincie maar niet in de Randstad was te zien. Recent was dat met The saint het geval, omdat distributeur UIP en bioscoopexploitant Pathé Cinemas, eigenaar van 90% van de bioscopen in de Randstad, het niet eens konden worden over de recetteverdeling. Een rel was geboren. Zonder roomboter-ontbijt kreeg de Filmkrant UIP-directeur Max van Praag en Pathé-directeur Lauge Nielsen aan één tafel. Hoe gezellig is het nog in de bioscoopbranche? "Ik denk dat we in de toekomst dit soort conflicten vaker krijgen."
Lauge Nielsen (directeur Pathé Cinemas, links) en Max van Praag (directeur UIP) samen aan tafel (foto: André Bakker).
Het had iets komisch: plotseling buitelden in de pers twee keurige heren over elkaar heen die vrijwel elke week zaken met elkaar doen. Met voornamen die een komisch duo niet zouden misstaan, deden de in het dagelijkse leven elkaar tutoyerende Max en Lauge hun best om elkaar de schuld te geven van het feit dat het bioscooppubliek in het westen van het land verstoken bleef van The saint. UIP wilde een te hoog percentage van de recette, luidde Lauge's verwijt aan Max. Nee, beet Max terug: Pathé wil voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. De ruzie bevestigde weer eens het beeld van een bioscoopbranche die zich vooral om de centen bekommert. Dat achteraf het niet uitbrengen van The saint als een daad van menslievendheid kan worden gezien, omdat het publiek in de Randstad daardoor een slechte film bespaard is gebleven, doet daaraan niets af.
Dringen geblazen
Aan een tafel in het hoofdkantoor van Pathé Cinemas, een oud herenpand in Amsterdam Zuid dat Nielsen liever vandaag dan morgen inruilt voor een modern kantoorgebouw, zitten de twee heren aanvankelijk wat schuchter-lacherig tegenover elkaar. Al snel maakt Van Praag echter duidelijk dat hij het niet bij vriendelijke woorden wil laten. "We zitten hier niet om elkaar verhaaltjes te vertellen, maar om het over de kern van het conflict te hebben. Ik zie in de branche een verscherping van de tegenstelling tussen distributeurs en exploitanten. De reden? Er zijn niet genoeg bioscoopzalen in Nederland om alle lucratieve films een plek te geven. Het is dringen geblazen en daarvan maakt Pathé gebruik. Neem het geval The saint. Die film kwam uit op een moment dat er veel aanbod was, zodat Pathé kon kiezen, wat leidde tot een goedkopere film dan The saint. Natuurlijk mogen ze dat doen, maar wat ik Pathé verwijt is dat het op elke film wil winnen. Dat kan niet in dit vak, dat kunnen wij niet en dat kunnen zij niet. Je moet naar het totaalbeeld kijken: wij leveren een stroom films aan Pathé waarvan sommige kassuccessen zijn en andere niet. Na The saint hebben we Liar liar geleverd en dat is een kassucces, net als Dante's Peak. Het is normaal dat daar ook minder renderende films tegenover staan."
De vraag of UIP zijn hand niet overspeelde door een te hoog percentage te vragen, ontkent Van Praag. "In de pers is gesuggereerd dat wij een exorbitant hoge prijs vroegen, maar dat is onzin. De eerste week zouden we 60% van de recette krijgen, maar daarna zou het percentage snel dalen naar 40%. Voor The saint hebben we hetzelfde gevraagd als voor Liar liar en andere films, maar alleen bij The saint maakte Pathé problemen." Nielsen: "Maar Max, The saint is wel een andere film dan Liar liar." Van Praag, onverstoorbaar: "Ik heb vroeger zes jaar in de bioscoopexploitatie gewerkt (bij Tuschinski, JvdB) en ik probeerde toen ook films zo goedkoop mogelijk te krijgen. Dat is je taak, alleen wilde ik soms films absoluut hebben, bijna los van wat ze moesten kosten." Nostalgisch: "Maar dat was een andere tijd. We hebben nu te maken met Pathé en dat is niet meer het Tuschinski van Rank of het Cannon van de Israëlische neven."
Herentaal
Van Praags verwijt dat Pathé het onderste uit de kan wil halen, ontkent Nielsen niet, al formuleert hij het diplomatieker. Nielsen: "Ik denk dat investeringen die in deze business worden gedaan tegenwoordig zo groot zijn dat de economische belangen een stuk zwaarder zijn gaan wegen. Daarom moeten wij meer naar financiële dan emotionele gegevens kijken. Waar je ruimte hebt kun je een stuk emotie meenemen, maar waar een tekort is, daar ga je primair op de economische cijfers af." Het streven van Pathé is het realiseren van "een optimaal bezoek aan onze bioscopen", zegt Nielsen. "Om het cru te zeggen: voor ons maakt het niet uit naar welke film mensen in onze bioscopen komen kijken als zij maar komen."
In Nederland zijn te weinig doeken beschikbaar voor het grote aantal films dat distributeurs willen vertonen. Dit doekentekort, zo denken wij, komt Pathé wel goed uit. Nielsen: "Het is waar dat wij daardoor altijd voldoende films kunnen krijgen, maar je moet niet denken dat het doekentekort van invloed is op de prijs die je voor een film moet betalen. Aan een belangrijke film hangt een prijskaartje en als je dat niet wilt betalen krijg je situaties als bij The saint. Wij willen op een goede manier afspraken maken over films. Ik ben er voor om alle films af te rekenen op basis van hun succes, want dan kunnen er nooit problemen ontstaan. Nee, natuurlijk is Max daarvan geen voorstander, want hij zegt terecht dat hij geïnvesteerd heeft in de film. Hij heeft de rechten gekocht, de reclamecampagne betaald en die investering wil hij ongeacht het succes van de film terug zien."
Het conflict rond The saint maakt weer eens duidelijk hoe merkwaardig de bioscoopbranche in elkaar steekt. Waar in het normale bedrijfsleven concurrentie de motor is van het economische handelen, daar kenmerkt de bioscoopbranche zich door monopolistische tendensen. Dat Pathé 90% van de bioscopen in de Randstad bezit, zorgt ervoor dat alle filmleveranciers voor de vertoning van hun films zijn aangewezen op dit concern. Van Praag kan zich nog zo kwaad maken op Pathé, het bedrijf de rug toekeren kan hij niet, want hij is tot hen veroordeeld. In de herentaal van Van Praag heet zoiets "een heel vervelende situatie". Van Praag: "Pathé maakt gebruik van de situatie dat wij als verhuurders staan te dringen om onze films aan te bieden. Ik zou het wel aardig vinden als het weer zoals vroeger zou zijn, toen er vier bioscoopconcerns in de Randstad waren. Mijn stelling is dat dat ook beter zou zijn voor Pathé, want je loopt de achthonderd meter nu eenmaal harder met een hijgend iemand in je nek."
Zoals zo vaak in het gesprek zoekt Nielsen de nuancering: "Het is vervelend voor een filmdistributeur als hij maar één afzetkanaal heeft, maar het is ook vervelend voor ons dat wij maar op één adres bepaalde films kunnen krijgen. Wij zitten in hetzelfde schuitje als Max." Van Praag: "Dat is niet zo, want zij zijn altijd monopolist, terwijl wij het alleen maar zijn als we niet-inwisselbare films hebben. Daarmee bedoel ik films als James Bond en het werk van Spielberg. Dat zijn films waar Pathé niet omheen kan, maar films als The saint zijn voor hen gewoon inwisselbaar."
Nu we het toch over James Bond hebben. Was er anderhalf jaar geleden geen forse aanvaring tussen Van Praag en Nielsen over de beslissing van Pathé om James Bonds GoldenEye in Amsterdam niet in Tuschinski maar in City in première te laten gaan? Van Praag: "Dat klopt, dat deed pijn en ik heb dat Pathé zeer kwalijk genomen. Bond en Tuschinski horen bij elkaar. Wat het kost kost het, maar die film moet je in Tuschinski draaien. Er zijn trouwens wel meer aanvaringen geweest, maar die zijn niet naar buiten gekomen." Nielsen deemoedig: "Je kunt zeggen dat wij een machtspositie hebben, maar er is verschil tussen een positie hébben en er gebruik van maken. Als we onze positie zouden willen misbruiken, dan zouden wij tegen alle distributeurs zeggen: 'wij betalen 40% en geen cent meer voor jullie films'."
Grote omzet
Nu de heren toch rond de tafel zitten: hoe zit het met hun hart voor de betere film? Wat blijkt: Nielsen en Van Praag mogen dan over van alles - lees: geld - ruzie hebben, over het onderwerp artfilm zijn zij het roerend eens. Nielsen: "De belangstelling voor films wordt steeds geconcentreerder. Waar eerder een film zestien á twintig weken kon draaien, daar moet het nu allemaal in een paar weken gebeuren, want daarna ebt de interesse weer weg. Met veel kopieën moet snel een grote omzet worden behaald. Films die dat niet kunnen vallen af en dat zijn veelal de kleinere films." Waar de liefhebber van de betere film dan naar toe moet? Van Praag: "Het zal u misschien verdrieten, maar in de provincie is men nauwelijks geïnteresseerd in de betere film. Een film als Grace of my heart doet het aardig in Amsterdam, maar daar buiten kan ik met zo'n film bijna nergens terecht. Secrets and lies en Il postino vinden nog wel een plek in grote provinciesteden, maar daarmee houdt het op. In Winterswijk en Heerenveen is men niet geïnteresseerd in die films."
Nielsen noemt als redding voor de artfilm maar weer eens de uitbreiding van het aantal zalen, uiteraard liefst Pathé-zalen. "Wij willen alle publieksgroepen bedienen, maar dan moeten we wel genoeg doeken hebben en die hebben we nu niet." De redenering dat de bouw van megabioscopen gunstig is voor de vertoning van artfilm, hebben we vaker gehoord, maar in de praktijk is daar tot nu toe niets van terecht gekomen. Nielsen in een poging om ons ongeloof te keren: "Geloof me nu maar, als er meer zalen komen, dan komt er meer plek voor de artfilm."
Pathé is een Frans en UIP een Amerikaans bedrijf. Hoe onafhankelijk zijn de Nederlandse directeuren eigenlijk in hun beslissingen? Van Praag: "Wij zijn een soort zaakgelastigden." Nielsen: "Het is mijn taak om de best mogelijk omzet te halen, maar hoe ik dat doe is mijn verantwoordelijkheid." Hoe zeker zijn zij van hun positie? Van Praag: "Het gaat er steeds harder aan toe. Neem het recente ontslag van collega Jean Heyl als directeur van Warner Bros. Dat heeft waarschijnlijk weinig met Heyl te maken, want ik weet dat in een aantal landen ook collega's van hem zijn ontslagen. Dat kan mij ook gebeuren bij UIP. Stel dat er een nieuwe topbaas komt. Die bezoekt dan even iedereen en zegt: 'jij weg, jij blijft'. Zo gaat dat bij de Amerikanen."
Resteert de vraag wanneer we weer een film van UIP in de Pathé-bioscopen zullen moeten missen. Van Praag: "Ik ben er niet van overtuigd dat we zo geschrokken zijn van The saint dat het niet weer kan gebeuren. Ik vrees dat het niet de laatste keer is geweest."
Jos van der Burg
The saint draait nog in vijfenveertig bioscopen. De film is onder meer te zien in Klazienaveen, Slagharen, Heerhugowaard en Hulst.