Video - juli/augustus 1997, nr 180

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht.


Beyond the clouds (Par delà les nuages)
Michelangelo Antonioni
Misplaatst zijn ze allerminst, die blote schouders van Sophie Marceau en de aanbeveling "Stars Europe's most beautiful actresses" uit The Independent on Sunday op de hoes van Beyond the clouds. Een opvallend kenmerk van de film is immers dat de beeldschone actrices die voorbijkomen een voorkeur delen om naakt op bed te liggen. En dat er voor het overige maar weinig is dat indruk maakt. Dat laatste hoeft niet te verbazen: de berichten vanaf het Filmfestival van Venetië, waar het resultaat van de samenwerking tussen de nauwelijks nog communicerende Antonioni en zijn 'assistent' Wim Wenders in 1995 z'n wereldpremière beleefde, waren weinig bemoedigend. Maar dat maakte niet minder nieuwsgierig. Dankzij het fenomeen video-import kunnen we eindelijk zelf oordelen en inderdaad, het valt niet mee. In vier episodes zien we getroebleerde liefde in verschillende varianten: een Italiaans stel komt niet aan consumptie toe, Sophie Morceau valt als een blok voor mysterieuze John Malkovich, Fanny Ardant wordt bedrogen door Peter Weller maar vindt troost bij Jean Reno en Vincent Perez wordt verliefd op Irène Jacob op de dag voordat ze in het klooster treedt. Tussendoor loopt 'verteller' Malkovich onbegrijpelijke dingen te mompelen over fotograferen en filmmaken en staan Jeanne Moreau en Marcello Mastroianni nog even achter een schildersezel. Robby Muller zorgt voor oogstrelende fotografie, Van Morrison voor lijzig pianogepingel. Clichés-van-het-grote-gebaar en humorloze pretenties: tot en met de quasi-unversele, nietszeggende titel doet de invloed van goeroe Wenders zich gelden. Atom Egoyan, die bij Antonioni's volgende film terzijde zal staan, heeft gelukkig aangekondigd de maestro minder te zullen sturen.
Mark Duursma
Uitgebracht door Artificial Eye (import).


Normal life
John McNaughton
In zijn spraakmakende debuutfilm Henry, portrait of a serial killer wist regisseur John McNaughton een bij vlagen ondraaglijke beklemming op te roepen door de afstandelijke, niet moraliserende wijze waarop hij de bezigheden van een seriemoordenaar volgde. Het onderwerp van Normal life - een seriebankrover - mag dan minder zwaar lijken, de beklemming is er niet minder om. In een saaie buitenwijk proberen de pasgetrouwde Pam en Chris het leven te leiden van de gemiddelde Amerikaan, maar Pam kan de eisen van dat leven niet aan. Zij zoekt spanning, actie, alles om haar maar te verlossen van de verantwoordelijkheden van volwassenen. Door Pams onverantwoordelijke uitgavenpatroon ontstaan ernstige schulden, hetgeen Chris er toe aanzet een aantal bruuske bankovervallen te plegen. Als Pam hier achter komt wil ze dolgraag meedoen. Na vele geslaagde acties vindt Chris dat er genoeg geld is om te stoppen, maar Pam geniet teveel van de spanning en weet niet van ophouden. Qua uitwerking en wijze van filmen is Normal life een sobere independent-produktie, maar de hoofdrollen worden vertolkt door twee acteurs die al een flinke naams- en gezichtsbekendheid hebben opgebouwd bij het grote publiek. Ashley Judd onderscheidde zich eerder in
Heat en A time to kill, en overtuigt als een getergde jonge vrouw die emotioneel niet is uitgerust voor de eisen van een 'normaal leven'. Luke Perry viel juist helemaal niet op tussen zijn collegasterretjes uit 'Beverly Hills 90210', maar als geobsedeerde minnaar en koele bankovervaller is hij vooral in het slot angstaanjagend. Normal life is zo'n film waarvan je het betreurt dat hij alleen op video wordt uitgebracht. Niet alleen zijn cameravoering en regie afgestemd op vertoning op een groot scherm, maar de beklemming waarvan de film doortrokken is komt pas optimaal tot zijn recht in een volle bioscoopzaal.
Te huur vanaf 15 juli (Laurus).


Alles moet weg
Jan Verheyen
Hoewel de Vlaamse filmindustrie er niet florissant voor staat, komen er regelmatig redelijk succesvolle films uit, die de Nederlandse bioscopen echter mondjesmaat bereiken. Af en toe wordt er wel iets op video uitgebracht, zoals vorig jaar Ad fundum van Erik van Looy en nu Alles moet weg van Jan Verheyen. Zulke films willen het jonge publiek behagen door aansluiting te vinden bij hun eigen belevingswereld. De keuze van Verheyen om de gelijknamige roman van Tom Lanoye te verfilmen ligt dan voor de hand. De bij jongeren populaire schrijver laat zijn hoofdpersoon doen waar veel jongeren heimelijk naar verlangen. De rijkeluiszoon Tony Hanssen (Stany Crets) geeft in een opwelling de brui aan zijn rechtenstudie en besluit om vrije jongen te worden. Hij koopt een autobusje en probeert rijk te worden met louche handeltjes. In de vrijgevochten motorrijder Andreeke (Peter Van den Begin) vindt hij een voorbeeld. De vriendschap tussen deze drugsdealer en de onzekere Tony is redelijk goed uitgewerkt door de twee acteurs die beide bij toneelgezelschap de Blauwe Maandag Compagnie spelen. Maar meestal zijn de twee milieus waar Tony tussen dwaalt nogal zwart-wit uitgetekend. Zijn welgestelde ouders knijpen de kat in het donker, en ook de Vlaamse kleinburgerij komt er ongenadig vanaf. Nogal plichtmatig volgen de scènes elkaar op, zonder dat duidelijk wordt wat Tony, die ook nog worstelt met zijn homoseksualiteit, nu eigenlijk drijft. Zelfs de bij roman-verfilmingen haast onvermijdelijke voice-over biedt geen soelaas, te meer omdat er vaak zo rap Vlaams gesproken wordt dat de teksten niet goed verstaanbaar zijn. Maar die teksten kan de jeugdige doelgroep in Lanoye's boek nalezen als ze het op hun boekenlijst hebben gezet.
Pieter Bots
Te huur vanaf 22 juli (PolyGram Video).

Alles moet weg: Peter Van den Begin (l) en Stany Cretz raggen door Vlaanderen.


Mindbender
Ken Russell
Er zijn momenten dat je een film bekijkt en je ogen werkelijk niet kan geloven. Het afgelopen jaar waren dat in mijn geval Death and the compass (Alex Cox), Dead weekend (Amos Poe) en nu Mindbender van Ken Russell. Drie regisseurs die bekend staan als gerenommeerd en eigenzinnig. Ze maken spraakmakende films, cultfilms zo u wilt. Met de drie bovengenoemde films begeven ze zich echter op een geheel ander pad, dat van respectievelijk derderangs aktie-, science fiction- en komediefilms. Films waarin bendes ouderwets geschminkte punkers een stad na de Apocalyps plunderen, u kent ze misschien wel. Mindbender heeft dan wel een geheel ander onderwerp, maar is van een net zo bedenkelijk niveau als eerdergenoemden. Het acteerspel is erbarmelijk slecht, de art-direction is om te huilen en het verhaal verloopt hakkerig en onlogisch. Met hun oeuvre in het achterhoofd rijst het vermoeden dat deze regisseurs het expres verpesten en eigenlijk een merkwaardige ode aan de Z-film hebben willen maken. Mindbender wordt vreemd genoeg aangeprezen als thriller, maar als we Russells film mogen geloven, is er niets spannends aan het levensverhaal van Uri Geller. Herinnert u zich Uri nog? Met zijn wonderbaarlijke geesteskracht boog hij lepels om en repareerde hij het kapotte horloge dat u voor de tv moest leggen. De levensloop van dit wonderkind uit Tel Aviv is, zoals in het begin wordt aangekondigd, "geïnterpreteerd door het artistieke oog van Ken Russell". Dat wil zeggen dat de film stiekem overgaat van een gemanipuleerde biografie in een infantiele komedie. De film bereikt zijn dieptepunt als Uri ons toespreekt vanuit de toekomst (het lepeltjesbuigen is inmiddels een Olympische sport geworden). Hij roept ons op om de krachten te bundelen en met zijn allen "1,2,3...Ontwapen!" te roepen. En jawel, de gelanceerde Chinese kernwapens buigen prompt hun baan om. Dé traktatie: de aftiteling wordt bruut onderbroken door de echte Uri, die zijn hand op het tv-scherm legt om zijn krachten aan ons over te stralen. Alle grappen in de film mogen dan wel mislukt zijn, de film als geheel is hilarisch en doet vermoeden dat Russell ons op zijn oude dag enorm in het ootje neemt.
Mariska Graveland
Te huur vanaf 22 juli (H.O.M. Vision).


Don't look back
Geoff Murphy
Na interessante optredens in Killing Zoe, Sleep with me en niet te vergeten de bloedstollende adrenaline-scène in Pulp fiction, zou je verwachten dat Eric Stoltz zijn talent onderhand zou aanwenden voor grotere en meer uitdagende rollen. Getuige zijn routineuze hoofdrol in de thriller Don't look back lijkt hij zich echter voorlopig tevreden te stellen met het spelen van hippe karakters die balanceren op de rand van de samenleving. Echt erg is dat in dit geval niet, want Don't look back is een pretentieloze buddy-movie die de spanning er tot het eind redelijk weet in te houden. Centraal staat de vriendschap tussen drie mannen die sinds hun gezamenlijke jeugd verschillende wegen zijn ingeslagen: de een is getrouwd met een rijke vrouw en heeft kinderen, de tweede diende als marinier in de Golfoorlog, en nummer drie belandde als junkie in de goot. Na een jarenlang verblijf in L.A. keert de laatste terug naar zijn geboorteplaats in Texas, met een koffer vol geld die hij toevallig heeft gestolen van een bende drugscriminelen. Terwijl zijn beide jeugdkameraden hem helpen met afkicken, zitten de zware drugsjongens niet stil en uiteindelijk weten ze de junk op te sporen. Nu het aankomt op leven en dood weten de vrienden zich gebonden door de dure eed van trouw die ze elkaar zwoeren als jongetjes. Het verhaal heeft weinig om het lijf, maar het degelijke script is vlot verfilmd, al had het geen kwaad gekund als de volstrekt nietszeggende titel ook nog even was uitgelegd. Daarnaast had ik van Eric Stoltz wel wat meer doorleefdheid verwacht in zijn junkenrol. Nu loopt hij er af en toe bij als een verdwaald grunge-type dat nog niet helemaal doorheeft dat de hoogtijdagen van Nirvana voorbij zijn.
Fritz de Jong
Te huur vanaf 1 juli (Still Entertainment).


Kunst - Cult - Kul
Zenuwpees

Met open vizier en onbegrensde nieuwsgierigheid stort videovorser Bart van der Put zich op verse waar. Is het kunst, cult of gewoon kul?

Aan de serie portretten van Nederlandse acteurs komt in deze Filmkrant een einde en daarmee valt ook voor de vaste openingszin het doek. "Acteren is een mysterie dat zich nauwelijks in woorden laat vatten." Daar valt niets op af te dingen. Dat acteren niet eenvoudig is staat vast. Hoe het werkt blijft onduidelijk, maar als het werkt is het soms prachtig om te zien. Van sommige acteurs krijg je dan ook nooit genoeg, terwijl anderen geen enkele indruk maken. De Amerikaan James Woods, vorig jaar nog te zien in Casino (als Lester Diamond, de coke snuivende ex van Sharon Stone) en Nixon (als presidentieel adviseur Haldeman), behoort tot de eerste categorie. Zijn grootste zegen is tevens zijn handicap. Woods is een acteur met een uiterst merkwaardig gezicht: hoog voorhoofd, forse krullende lippen en twee grote bolle ogen die zich niet laten negeren. Het is een expressieve kop en Woods maakt er gretig gebruik van. Dat levert rollen op die bij gebrek aan een beter woord het best als intens omschreven kunnen worden. Maar die kop voorkomt ook dat Woods een gewone man kan spelen, hij is nooit een gewone man, hij is James Woods. Een regisseur moet van goede huize komen wil hij Woods kunnen temmen, want hij heeft de neiging films met huid en haar op te vreten. Amerikanen hebben daar een fraaie term voor: 'chewing the scenery'. En dat is wat Woods doet als hij in een minder geslaagde film zit: hij kauwt op alles in zijn omgeving, het enige dat je nog ziet is die kop. Dat kan funest zijn, maar in het geval van Woods is het meestal een voordeel. Want een slechte film wordt niet zelden gered door de aanwezigheid van de omnivoor, vooral wanneer hij een zenuwpees of een psychopaat speelt, of beter nog: een combinatie van beiden. Woods is de beste zenuwpees uit de filmgeschiedenis. In het drugsdrama The boost speelde hij een zenuwpees die aan de cocaïne gaat, in de Stephen King-verfilming Cat's eye was hij een zenuwpees die stopt met roken. Dat zijn nou typisch van die dingen die je niet moet doen als je toch al hypernerveus bent. Gelukkig deed Woods het prachtig, waardoor twee matige films toch het aanzien waard waren. Ook in de nieuwe videofilm Killer: a journal of murder steelt Woods de show. Hij speelt Carl Panzram, de eerste Amerikaanse seriemoordenaar die deze eeuw terecht gesteld werd. Zo'n rol is hem wel toevertrouwd. Woods is intens en gevaarlijk als vanouds en trekt de hele film naar zich toe. Met gemak, want deze Oliver Stone produktie is niet zo best. Het vermoeden rijst dat debuterend scenarioschrijver en regisseur Tim Metcalfe een pleidooi tegen de doodstraf wilde maken, maar hij faalt volledig. Met dank aan zijn ster, want het beest dat Woods hier neerzet kan op weinig mededogen rekenen. Da's jammer voor Metcalfe, maar fijn voor aanhangers van de Woods-cultus. Fans van de acteur staat trouwens nog iets moois te wachten, want over een paar maanden zal zijn met een niet verzilverde Oscar-nominatie onderscheiden rol in Ghosts of Mississippi in de bioscoop te zien zijn. Woods speelt daarin een 73-jarige racist, dwars door een dikke laag make-up heen. Het zijn memorabele klootzakken, die kerels van James Woods. Dat hij nog maar vele films op moge eten.

Bart van der Put
Killer: a journal of murder is te huur vanaf 22 juli (Arcade Movie Company).

Naar boven